Kaartlezen


Er bestaan verschillende soorten kaarten; fietskaarten, wandelkaarten, autokaarten, zeekaarten en-zo-voort.
Bij de AWH gebruiken we de stafkaart, dit is een topografische kaart. Dat wil zeggen dat het een verkleinde weergave is van de werkelijkheid.

Als je sneller door deze pagina wilt gaan kun je op de interne links klikken.


Kun jij al vinden waar je bent?

Belangrijkste legenda kennen
De tekenaar van een kaart kan niet altijd iets natekenen. Om dat op te lossen tekent hij speciale tekens. De uitleg van wat deze tekens betekenen, noemen we de legenda. In de legenda staan alle tekens en kleuren die op de kaart gebruikt worden. De uitleg staat ernaast.

Hiernaast staat een overzicht van de belangrijkste legenda die je moet weten voor de AWH.

Zoek deze legenda maar eens op een kaart die je thuis hebt
up

Kleuren
Kleuren laten veel zien! Op de kaart wordt met verschillende kleuren gewerkt. Ieder kleur zegt iets over de omgeving. Een voorbeeld: een donkergroen vlak is een bos, een lichtgroen vlak is een grasveld.

Zo kun je aan de kleur van het gebied zien waar je bent. Sta je midden in een weiland, dan hoef je niet bij het donkergroene vlak op de kaart te kijken.

Hoe meer je op de kleur en tekens let, des te sneller zul je de omgeving op de kaart herkennen Ook de kleuren staan dus in die legenda.

up

OriŰnteren
Wanneer je wilt weten waar je je op de kaart bevindt, dan moet je eerst weten hoe je de kaart moet vasthouden. Dat klinkt lachwekkend ..... maar hier wordt het volgende bedoeld:

Je moet het noorden van de kaart ook richting het noorden houden. De kaart op het noorden leggen of oriŰnteren. De bovenkant van de kaart is het noorden.

Vervolgens moet je goed kijken naar welke dingen er wel eens op de kaart zouden kunnen staan. Sta je bijvoorbeeld in een naaldbos, of een loofbos en ... zie je ergens een huis? Hoe meer dingen je ziet en ook vindt op de kaart, hoe zekerder je weet dat je goed zit!

TIP Kijk naar de vorm van de weg!

Waar ben ik nou?
up

Hoogtelijnen
Dat is hoog!!! Wanneer je de kaart goed bekijkt zul je ook zwarte kronkelige lijnen ontdekken. Dit noemen we hoogtelijnen. Deze lijnen verbinden alle punten die op dezelfde hoogte liggen. Als er veel lijnen dicht bij elkaar staan betekent het dat het daar erg steil is.
up

Schaalverdeling
Als een kaart 1:25.000 is dan wil dat zeggen dat alles op die kaart 25.000 keer kleiner is, dan in het echt. Dus alles in het echt is 25.000 keer groter dan op de kaart!

Dat wil zeggen dat 1 cm op de kaart 25.000 cm in het echt is. Omgerekend is dit 250 meter!

Schaal 1:5
up

Co÷rdinaten
Een co÷rdinaat is een groepje cijfers dat een bepaalde plek op een kaart aangeeft. Neem als voorbeeld het kruispunt op de tekening.

Als je een co÷rdinaat moet bepalen doe je dat zo: Voor het co÷rdinaat 9195-3827

De cijfers aan de zij- en onderkant zijn de nummers van de lijnen

  • Eerst kijken we naar de eerste twee getallen. Deze eerste twee getallen staan namelijk op de kaart geschreven. Het eerste getal (91..) is het nummer van de lijn die van beneden naar boven loopt. (Daarbij vergeten we expres de 1) Het tweede getal (38..) is het nummer van de lijn die plat ligt. (Hier vergeten we expres de 4)
  • Zoek die twee lijnen op. Waar ze elkaar kruisen zoeken we verder. Je zit nu grofweg in de buurt van waar je moet zijn.
  • Nu ga je verder met de kaarthoekmeter, daarmee ga je de laatste twee getallen bepalen (..95 en ..27)

Bij het kopje kaarthoekmeter leer je hoe je van grove co÷rdinaten fijne co÷rdinaten maakt.

up

Kaarthoekmeter
De kaarthoekmeter is een doorzichtig plastic plaatje. Daarop staan een centimeterverdeling en twee Ĺhoekenĺ. Deze zijn bedoeld om co÷rdinaten mee te bepalen. De grootste van de twee hoeken is bestemd voor kaarten met schaal 1:25.000. Dat is de schaal waar wij mee werken.

Co÷rdinaten bepalen met de kaarthoekmeter: We hadden de co÷rdinaten 9195-3827

  • We hadden ongeveer de co÷rdinaten bepaald. Nu gaan we fijner werken. Leg de punt van de grote hoek op de kruising van de lijnen.
  • Begin nu de kaarthoekmeter naar rechts te schuiven. Doe dit net zo ver tot je op de kruising 95 honderdsten afleest. Dit zijn het derde en het vierde cijfer van het co÷rdinaat.
Zo leg je een kaarthoekmeter neer om hem goed af te kunnen lezen
  • Nu schuif je de kaarthoekmeter recht naar boven. Dit doe je zover, tot je bij de lijn (onderaan) 27 hondersten afleest. Dit zijn de laatste twee cijfers van het co÷rdinaat.
  • De punt van de hoek wijst nu precies het co÷rdinaat aan.
  • up