| aan | Aanmoedigend; als betekenis van een signaal. - Aan zijn; geen slag meer mogen verliezen |
| aangetrokken | Aangetrokken bod; enigszins hoger of krachtiger dan op grond van de hand van de bieder gerechtvaardigd is. Aangetrokken contract; hoger dan op grond van de kaarten van de leider en zijn partner gerechtvaardigd is. |
| aangeven | Door een bieding een bepaalde kracht, controle, lengte verdeling of aantal azen, heren of controles tonen. |
| aanhouden | Doubleren |
| aankaarten | Aanspelen |
| aankomen | Aan slag komen |
| aankomer | Entree |
| aankunnen | Opgewassen of bestand zijn tegen. |
| aanleggen | In een contract aanleggen |
| aanmoedigend bod | Een bod dat de partner aanspoort maar niet dwingt verder te bieden |
| aanname | Spelen onder een aanname: een speelwijze kiezen gebaseerd op de veronderstelling dat een of meer bepaalde kaarten bij een bepaalde tegenstander zitten |
| Aannemen | Van een invite: erop ingaan |
| aanpak | Speelwijze |
| aansignaal | Een signaal dat partner aanspoort een bepaalde kleur (door ) te spelen. |
| aansignaleren | Een aansignaal geven |
| aan slag | De vorige slag gewonnen en dus aan de beurt om voor te spelen in de volgende slag |
| aansluitende honneurs | Honneurs van een kleur die elkaar in rang direct opvolgen |
| aansluiting | Fit |
| aanspelen | Ook; aanbreken. Van een kleur; in een kleur voorspelen die nog niet eerder in het spel is voorgespeeld. |
| aanval | Het aanvallen |
| aanvallende hand | Ook; aanvallende kaart. Een hand die zich meer leent voor het spelen van een contract dan voor het tegenspelen. |
| aanvallende kaart | Aanvallende hand |
| aanvallende uitkomst | Een uitkomst gericht op het ontwikkelen van een of meer slagen,. |
| aanvulling | Kaarten in de lange kleuren van partner, die van nut zijn als deze leider wordt. |
| aarzelen | Een langer dan gebruikelijke denkpauze nemen voor een bieding te doen of een kaart bij te spelen |
| aarzeling | Aarzelen is niet verboden, althans als dat maar niet gebeurt om de tegenpartij te misleiden |
| aas | Hoogste kaart van een kleur |
| aas - aan/af, heer - distributie | Afspraak met betrekking tot het signaleren |
| aasloze hand | Hand zonder azen. Wordt uitsluitend gezegd van een hand die wel andere plaatjes bevat |
| aastonende antwoorden | Antwoorden op een conventioneel bod van de partner die aangeven of men in het bezit is van een of meer azen en zo ja welke kleur |
| aas van aas- heer | Afspraak met betrekking tot het uitkomen. |
| ABCtje | Een zeer simpel af te spelen spel. |
| acht altijd negen nooit | Heeft de leider met de dummy samen acht kaarten in een kleur, dan is snijden over de vrouw het kansrijkste.Met negen kaarten samen is slaan het meest kansrijk. |
| achter | Gesitueerd ter linkerzijde |
| achteraf | Na afloop van het bieden of spelen |
| achterhand | De positie rechts van degene die in een slag moet voorspelen. Een speler in de achterhand heeft het voordeel dat de andere drie spelers eerst moeten bijspelen |
| achterkantje | Benaming voor een bepaald natuurlijk biedsysteem. |
| achterwaartse snit | Een speelwijze die de ene tegenstander dwingt een voorgespeelde kaart te dekken, waarna een geslaagde snit kan worden genomen over de andere tegenstander. |
| Acol | Biedsysteem dat in de jaren
dertig ontwikkeld werd op een bridgeclub aan de Acol Road in Londen.
Kenmerkend is dat in de hoge kleuren op een vierkaart geopend
mag worden.
|
| Acol
2 |
De sterkste opening in Acol systeem, |
| Acol 4 SA opening | Conventionele
opening van 4 SA, waarbij aan de partner gevraagd wordt specifieke azen te
bieden.
|
| action double | ( Eng.;actiedoublet ) Doublet in een later stadium van het biedverloop, waarmee gevraagd wordt actie te ondernemen. |
| advance cuebid | ( Eng.;voortijdig controlebod ) Een cuebid dat door partner niet als zodanig eenduidig kan worden herkend, omdat er nog geen troefkleur expliciet overeengekomen is. |
| advance sacrfici (advance save ) | Eng.; voortijdig redbod. Een redbod dat wordt gedaan voor dat de tegenpartij de manche of het slem heeft uitgeboden waartegen men wil redden. |
| af | Afwijzend. Als betekenis van een signaal |
| afbranden | Aftroeven van ( meestal ) hoge kaarten |
| afbreken | Van een kleur; een of meer kaarten afgooien in een kleur, waardoor de dekking in die kleur wordt opgeheven. |
| Afdraaien | Van een kleur; de hoge of vrije kaarten van een kleur achter elkaar incasseren. |
| afduiken | Ook;afbukken, afzakken. Speelwijze waarbij de leider met opzet een slag die hij eventueel zelf had kunnen maken, aan de tegenpartij gunt door het bijspelen van een lage kaart. |
| afgeven | Van een kaart
een slag laten maken door een kaart die zich in handen van de tegenpartij
bevindt. Een leider kan bij het claimen bijvoorbeeld zeggen dat hij nog Van een slag; een slag al of niet opzettelijk door de tegenpartij laten maken. Van een contract; claimen voor één of meer down. |
| afgooien | Een niet troefkaart bijspelen bij niet bekennen. |
| afmaken | Van het bieden; een bod doen waarop naar alle waarschijnlijkheid door de overige drie spelers zal worden gepast. |
| afnemen | couperen |
| afpassen | Min of meer hetzelfde als uitpassen. |
| afsignaal | Ook: afwijzend signaal. |
| afsignaleren | Een afsignaal geven |
| afspel | Het spelen van de leider van zijn eigen kaarten en die van de dummy. |
| afspelen | Van een contract: de taak van de leider. Tevens gebruikt als term voor de wijze waarop hij zich van deze taak kwijt. |
| afspraken | Het is partner toegestaan bepaalde afspraken te maken omtrent de betekenis van bepaalde acties in het bieden en spelen. |
| afstaan | Van een slag; de slag door de tegenpartij laten maken. |
| afstoppen | Passen op een bod van partner, waardoor dat bod het eindcontract wordt of zelf een bod doen waarop partner naar alle waarschijnlijkheid zal passen. |
| aftroefsnit | Troefsnit |
| aftroeven | Bij niet bekennen een troef bijspelen met als resultaat dat daarmee de slag gewonnen wordt. |
| afwachtbod | Een bod zonder concrete betekenis dat dient om de bieding open te houden in afwachting van verdere acties van partner. |
| afwijken | Bij het bieden: een ander bieding doen dan in het gebruikte biedsysteem is aangewezen. |
| afwijzen | Van een invite: niet ingaan op de uitnodiging van de partner. |
| afwijzend signaal | Afsignaal |
| afzakken | Afduiken |
| afzwaaien | Een bod doen waarop de partner geacht wordt te passen, zodat dit bod het eindcontract wordt. |
| Albaran | Conventie:
|
| alert | Alerteren |
| alerteerbaar | Een bieding is alerteerbaar als deze een bijzondere betekenis heeft, waarvan de tegenpartij mogelijk niet op de hoogte is. De meeste conventionele biedingen zijn alertbaar, met uitzondering van conventies die gemeengoed zijn, zoals Stayman. |
| alerteren | ook een alert geven. Meteen na een bieding van de partner de tegenpartij erop attent maken dat deze bieding mogelijk nadere uitleg behoeft. Het alerteren gebeurt door een klop te geven op tafel, door het zeggen van alert of, wanneer een bieding boxes wordt gespeeld, door het op tafel leggen van een alertkaart |
| alertkaart | Kaart in de bidding box met daarop het woord 'alert' die wordt gebruikt om te alerteren |
| algemene poging | Bod dat de partner uitnodigt de manche ( of slem ) te bieden met enige overwaarde. |
| algemene slempoging | Bod dat slem interesse toont zonder dat vast staat in welke speelsoort dat slem gespeeld zou moeten worden. |
| allen kwetsbaar | Aanduiding dat op een spel beide partijen kwetsbaar zijn. |
| alternatief | Alternatieve speelwijze. |
| alternatieve speelwijze | Andere min of meer even kansrijke manier om een contract af te spelen. |
| analyse | Nadere beschouwing van het bied en/of speelverloop en het trekken van conclusies daaruit. Kan zowel tijdens het bieden en spelen gebeuren of achteraf met alle kaarten open. |
| ander | Met één kleintje. Meestal gebruikt voor een doubleton bestaande uit een plaatje en een kleintje; aas ander, heer ander, vrouw ander, boer ander. |
| ankerkleur | De kleur die bekend is wanneer een bepaald conventioneel bod een twee kleurenspel is getoond, waarbij de andere kleur onbekend is. |
| ankerpaar | Het paar van een zesmansteam dat in een viertallentoernooi het vaakst wordt opgesteld. |
| ankertafel | De tafel die in een wedstrijd tussen drie paren van een ander team dubbel telt. |
| antwoord | 1. Na een
opening en een pas van de volgende speler; het bod van de openaar. 2. Na een informatie doublet en een pas van de volgende speler; het bod van partner van degene die gedoubleerd heeft. 3. Na een vraagbod; het bod van partner van degene die het vraagbod heeft gedaan. |
| antwoordende hand | De partner van de openaar. |
| appeal | Protest |
| appeals committee | Protestcommissie |
| a-priori-kans | De kans op een bepaalde verdeling van de kaarten voordat daarover iets uit het bieden of spelen bekend is. |
| arbiter | Degene die bij een wedstrijd belast is met de toepassing van de spelregels. Het is ongebruikelijk dat een arbiter de gang van zaken aan tafel persoonlijk volgt. Een speler ontbiedt de arbiter wanneer hij van mening is dat er een overtreding van de spelregels heeft plaatsgevonden. De arbiter laat zich dan op de hoogte stellen van de toedracht en neemt al of niet na beraad een beslissing. Vaak is de arbiter dezelfde persoon als de wedstrijdleider. |
| arbitrage | 1. Beslissing
van de arbiter 2. Uitroep van een speler die een beroep wil doen op de arbiter |
| arbitrale score | Een aangepaste score, tot stand gekomen na een beslissing van de arbiter |
| arresteren | Van een kaart of van een slag: nemen of aftroeven. |
| askingbid | Vraagbod |
| ASPRO | Conventie
|
| ASPTRO | Conventie
|
| ASTRO | Conventie
|
| attitude | 1. Betekenis
van een signaal: aan dan wel af. 2. Afspraak met betrekking tot de uitkomst: hoe lager hoe beter. |
| Australische Stayman |
Conventie
|
| auction bridge | Voorloper van contractbridge. |
| autobridge | Methode om alleen te bridge met behulp van een houder die van schuifjes is voorzien en een aantal daarin passende bladen waarop oefenspellen op een speciale manier zijn afgedrukt. |
| autocue | Op weg naar een mogelijk slem in de zelf geboden, maar nog niet overeengekomen troefkleur. |
| autodwang | Zelfmoorddwang |
| automatische dwang | Enkelvoudige dwang die werk ongeacht welke tegenstander de twee dekkingen bezit. |
| autosplinter | Splinter op weg naar een mogelijk slem in de zelf geboden, maar nog niet overeengekomen troefkleur. |
| Avarelli Blackwood | Variant van de
Blackwood conventie.
|
| avoidance | Speelwijze die erop gericht is te vermijden dat een bepaalde tegenstander ( de gevaarlijke hand ) aan slag komt. |
| azenraper | Iemand die geneigd is in het tegenspel bij de eerste gelegenheid zijn azen bij te spelen of op te rapen. |
| azen vragen | Het informeren
naar het aantal azen dat partner bezit door middel van een conventioneel
bod
|