Wanneer is een bieding zwak? Inviterend of sterk?


Algemene grondregels zijn:


Bedenk bij je openingsbod al wat je herbieding zal zijn.

Herhaling van een in de eerste biedronde geboden kleur op het laagste niveau,  geeft in de tweede biedronde een minimaal spel aan.

openaar 12  - 14 punten
antwoorder   6  - 10 punten
limiet antwoorden    9  - 11 punten

Alle SA biedingen zowel die van de openaar als van de antwoordende hand, ongeacht in welke biedronde, zijn altijd van een limiet karakter, en een voorstel om te spelen als partner niet sterker is dan tot opdat moment al is aan gegeven.

Steun van een door partner geboden kleur is ook altijd van een limiet karakter er mag dus op gepast worden met een minimum. 

Herbieding van dezelfde kleur met een sprong is sterk inviterend voor een manche, maar er mag op gepast worden met een minimum.

Een tweede kleur, die het biedniveau niet verhoogt, omdat de partner nog voorkeur voor de eerste kleur kan tonen op het 2 niveau, belooft nog geen extra kracht en zal nog tussen 12 -17 punten kunnen variëren en in geval van de antwoordende hand tussen de  6 - 11 punten

Een tweede kleur, die partner naar het 3 niveau dwingt, als hij voorkeur voor de eerste kleur wil geven, belooft een sterkere opening dan minimaal.
Een dergelijk biedserie wordt reverse genoemd, eisen zijn;

voor openaar 16 - 19 punten
voor antwoordende hand 12 + punten


Voorbeelden
1    1
2    = 12 - 14 punten en  5 + kaart 
   
1    1
1 2 = 6 - 10 punten en 5 + kaart
   
1 2
2 SA 3 = 9 - 11 punten en 5 + kaart
   
1 1
1 SA = 12 - 14 punten
   
1 1
2 2 SA = 10 - 11 punten
   
1 1
1 1 SA = 6 - 9 punten
   
1 2 = 10 (+) punten
   
1 2 = 10 (+) punten + 5 kaart
   
1 3 = 10 - 11 punten
   
1 1
2 3 = 10 - 11 punten
   
1 1
3   = 15 - 17 punten inviterend
   
1 1
2 2 = 6 - 9 punten vanaf 3 + kaart 
   
1 1
3 = 15 - 17 punten 6 + kaart
   
1 1
1 SA 3 =  10 -11  punten en een 6 kaart
   
1 2
3   =  15 - 17 punten  6 + kaart en forcing
   
1 1
2   = 18 - 19 punten en forcing
   
1 1
1 SA 3 = 5 + 4 12 (+) punten en forcing
   
1 1
3   = 16 (+) punten en forcing
   
1 1 SA
2   = kiezen uit de twee geboden kleuren
   
1 1
1   = 12 - 17 punten     
   
1 1
1 SA 2 = 6 - 11 punten twee kleurenspel, mogelijk langer
   
1 1
2   = reverse biedserie 16 - 19 punten  5 kaart en een 4 kaart voorkeur voor met minstens 3
   
1 1
2 2 =  reverse,  antwoorder 12 + punten  en  5  kaart  en  4 kaart     
   
1 2
2 2 = reverse, 12 + punten


We zien nu dat we in die gevallen waar we de beschikking hebben over een reverse bod, een sprongbod om de kracht aan te geven overbodig is en ook onnodig veel biedruimte weg neemt.


Bron: Ton Lucassen
 

Wat is een reverse-rebid

Men noemt een rebid in een nieuwe kleur, die hoger is dan de openingskleur en wordt geboden op tweehoogte zonder sprong, een reverse-rebid.
Een reverse-rebid belooft:
Tenminste een 5 kaart in de openingskleur en een 4 kaart in de tweede kleur.
Een vrij sterke opening, 16 - 19 punten ( soms minder met twee mooie lange kleuren ).

Een reverse - rebid belooft dus een sterke opening en garandeert dat er, zelfs met een minimaal bijbod, op driehoogte kan worden gespeeld.
Hoewel een reverse - rebid in acol niet strikt forcing is, zal het toch hoogst zelden voorkomen dat er op gepast wordt.
De openaar kan best 19 punten hebben.



Het reverse antwoord

Na een openingsbod door de partner heet onze positie de antwoordende hand.
Ook in de antwoordende hand kan, als tweede bijbod, een reverse - bod worden gedaan.
We spreken in dat geval van een reverse - antwoord.

Indien de troefkleur nog niet vaststaat heet een tweede bijbod in een derde nieuwe kleur, die hoger is dan onze eerste kleur en wordt geboden zonder sprong, een reverse - antwoord.
Zie voorbeelden.

Bron: Van start tot finish.


Verdeling

Dertien is een belangrijk getal in bridge.
Elke kleur bestaat uit dertien kaarten en die zijn verdeeld over vier spelers.
Een voorbeeld: U heeft een 4 kaart in de hand en een 4 kaart in de dummy een 4 -4 fit dus.
Hoe kan de kleur verdeeld zitten bij de tegenstanders?

A   3 - 2  vaak 68 %
B   4 - 1 veel minder vaak 28 %
C   5 - 0 zeer zelden 4 %

Bekijk de gevolgen van de diverse verdelingen.
Bij een 3 - 2 zitsel, zijn na drie slagen alle  kaarten bij de tegenstanders eruit.
U hebt er in beide handen nog een over.
Die zijn nu vrij, ongeacht de waarde ( hoogte ) van die kaarten!

Bij een 4 - 1 zitsel, heeft de tegenstander even veel kaarten in die kleur als u.
Na 4 X troef trekken houdt u geen troefje over in de hand en in de dummy.
Wie de vierde slag maakt? Degene die de hoogste over heeft.

Bij een 5 - 0 zitsel, hebt u hetzelfde probleem als bij een 4 - 1 zitsel.
Er is een extra probleem: als u die kleur 4 ronden speelt dan krijgt de tegenstander een vrije kaart.
 
Bron: Bridgeblad