
Afscheid van de oude kangeroe
De volgende morgen werd Tambor wakker van boze stemmen. Hij keek voorzichtig tussen de wortels van de grote boom door naar buiten en zag hoe het deftige mannetje met de krulsnor tegen de oude kangoeroe stond te schreeuwen.
‘Je hebt mij niet alle didgeridoos gegeven. Ik mis de belangrijkste’. Het gezicht van het deftige mannetje was vuurrood en hij stampte met zijn voet op de grond. ‘Ik heb de didgeridoo niet meer’, zei de oude kangoeroe rustig. ‘Wie heeft ‘m dan?’, brulde het deftige mannetje en Tambor dacht even dat hij zelfs de oren van het mannetje zag trillen van kwaadheid. ‘Dat zeg ik niet’, zei de oude kangoeroe rustig. ‘En laat me nu maar met rust.’ De oude kangoeroe ging languit onder de eucalyptusboom liggen en krabde met zijn voorpoot lui over zijn buik. Het deftige mannetje met de krulsnor wilde nog wel door brullen maar ook hij wist wel dat de oude kangoeroe hem toch niets meer zou vertellen. Met grote passen liep hij het park uit naar de taxi van de kwebbelende taxichauffeur.
Toen Tambor het deftige mannetje met de krulsnor niet meer zag kroop hij voorzichtig met zijn spullen uit het hol en liep hij naar de oude kangoeroe. De oude kangoeroe lag met zijn ogen dicht en het leek alsof hij niet merkte dat er iemand naast hem stond. Tambor kuchtte een keer. De oude kangoeroe verroerde geen poot. Tambor kuchtte nogmaals, dit keer harder. Voorzichtig deed de oude kangoeroe een oog open. Toen hij Tambor zag deed hij allebei zijn ogen open en ging rechtop zitten. ‘Wilt u de didgeridoo weer terug hebben?’, vroeg Tambor. ‘Ik wil niet dat u problemen krijgt.’ Met veel moeite kwam de oude kangeroe overeind. Hij legde een poot om Tambors schouders en zei: ‘Ik ben oud, ik heb de toverkracht van de Didgeridoo niet meer nodig. Maar jij bent nog jong. Jij kunt nog heel veel goede dingen doen met de Didgeridoo.’ Tambor begreep er helemaal niets van. Hij wilde de oude kangeroe nog wel duizend vragen stellen, maar de oude kangeroe legde een pootje op zijn mond en zei: ‘Ssst. Al je vragen kun je stellen aan de alles wetende Wombat. Hij zal je precies vertellen welke toverkracht jij van de Didgeridoo kunt verwachten. De toverkracht is voor iedereen weer anders.’ De oude kangeroe zuchtte eens diep en ging weer onder de grote eucalyptusboom liggen. ‘Waar kan ik de alles wetende Wombat vinden?’, vroeg Tambor. ‘Op de Fremantle Markets’, zei de oude kangeroe. Hij deed zijn ogen dicht en viel in een diepe slaap. Hij was begonnen aan zijn lange reis naar het land van het altijd durende geluk.
Tambor pinkte een traantje weg en aaide nog een keer over de snoet van de oude kangeroe. Achter hem klonk de toeter van een auto. Tambor keek om en zag de taxi van de kwebbelende taxichauffeur. De kwebbelende taxichauffeur had zijn raampje omlaag gedraaid en wenkte Tambor dat hij moest komen. Tambor pakte de Didgeridoo en liep naar de taxi toe. ‘Ik heb je koffer bij me’, zei de kwebbelende taxichauffeur. Er verscheen een grote glimlach op Tambors gezicht. Hij had nu gelukkig al zijn spulletjes weer terug. ‘Kunt u me naar Fremantle brengen?’, vroeg Tambor. ‘Ja hoor’, zei de kwebbelende taxichauffer, ‘spring maar in de auto.’ Tambor legde de Didgeridoo op de achterbank en ging voorin naast de kwebbelende taxichauffeur zitten. ‘Doe je gordel maar om, dan kunnen we vertrekken’. Tambor klikte de gordel vast en meteen gaf de kwebbelende taxichauffeur gas zodat de taxi hard wegreed. Tambor ging op zoek naar de alles wetende Wombat.
Toen de taxi wegreed stapte de deftige meneer met de krulsnor achter de grote eucalyptusboom vandaan. Hij had alles gehoord wat de oude kangeroe tegen Tambor had gezegd. Hij wreef in zijn handen en lachtte gemeen. ‘Als dat ventje denkt dat hij mij dwars kan zitten, dan heeft hij het mooi mis. Ik krijg die Didgeridoo nog wel’. Dan liep ook hij het park uit.