Fremantle Markets

Vorige Omhoog

Fremantle Markets

De taxi van de kwebbelende taxichauffeur stopte voor de ingang van een groot gebouw. Met sierlijke letters stond er ‘Fremantle Markets’ boven de ingang geschreven. Tambor pakte zijn spullen, bedankte de kwebbelende taxichauffeur voor de rit en stapte uit. Met piepende banden racete de taxi weer weg.

Tambor liep door de openstaande deuren naar binnen en kwam in een grote hal vol geroezemoes en vreemde geuren. Zijn neusje ging driftig op en neer om al de verschillende luchtjes te kunnen ruiken. Hij keek eens om zich heen en hij zag dat de grote hal vol kraampjes en hokjes stond. En achter ieder kraampje, en in ieder hokje, stond een verkoper luidruchtig zijn waren aan te prijzen. Er waren kramen met verschillende soorten fruit, waarvan hij enkele soorten wel kende, maar ook enkele niet. Er waren kramen met vreemde gebogen stokken die waren beschilderd met vreemde tekeningen. Hij zag kramen met hoeden, en kleding, en nog veel meer bekende en onbekende dingen. Tambor keek zijn ogen uit.

Met zijn koffer in zijn hand, en de Didgeridoo losjes over zijn schouder, dwaalde Tambor tussen de mensen en de kramen door over de markt, op zoek naar de alleswetende Wombat. Maar ja, Tambor had nog nooit een Wombat gezien, dus wist hij niet goed wat hij nu eigenlijk zocht. Bij iedere kraam vroeg hij: ‘Kunt u mij de alleswetende Wombat wijzen?’. Maar de mensen keken hem dan even niet begrijpend aan om daarna snel verder te praten met andere klanten. Sommigen lachtten hem uit. Anderen zeiden dat ze de alleswetende Wombat wel hadden gezien, maar dat hij eerst iets moest kopen voordat ze hem vertelden waar de Wombat was.

Nou, Tambor zag er misschien wel dom uit, maar dat was hij niet. Dat zelfde trucje had Evert de Everzwijn ook al met hem uit gehaald op de Fluisterbosse jaarmarkt, toen Tambor op zoek was geweest naar Dirk de Das. Ze hadden verstoppertje gespeeld en Evert de Everzwijn zou Tambor vertellen waar Dirk de Das verstopt was, als Tambor een portie paddestoelen van hem kocht. Tambor hield niet van paddestoelen, en elke keer als hij eraan terug dacht trok hij nog een vies gezicht, maar hij wilde niet van Dirk de Das verliezen en dus had hij toch maar een portie paddestoelen gekocht. Daarna had Evert de Everzwijn hem uitgelachen en gezegd dat ook hij niet wist waar Dirk de Das was, maar dat hij die zocht uiteindelijk ook vond.

Tambor was moe en ging op zijn koffer zitten. De Didgeridoo legde hij naast zich neer. Nu hij hier zo zat zag hij alleen nog maar de benen van alle mensen die langs hem heen schuifelden. Niemand had aandacht voor hem. ‘Ik vind die Wombat nooit’, dacht Tambor.

Plotseling bleven er een paar glimmend gepoetste schoenen voor hem staan. Er kwam een grote hand naar beneden die de Didgeridoo pakte. ‘Geef die maar hier, ventje. Die kan ik beter gebruiken dan jij.’ Tambor herkende de zware bromstem van het deftig mannetje met de krulsnor. Hij keek omhoog en keek in een gemeen lachend gezicht. Meteen begon het deftige mannetje door te lopen en Tambor zag hoe hij tussen alle winkelende mensen verdween. ‘Hé, hier blijven. Terug geven’, riep hij, maar het mannetje deed alsof hij niets hoorde en liep gewoon door. Tambor stond op en wilde achter het mannetje aanhollen, maar hij struikelde over zijn eigen koffer en lag languit op de grond. Hij rolde snel onder een marktkraam en kon nog net een paar grote voeten ontwijken die anders boven op hem waren gestapt. Hij had beter op moeten letten. Nu was hij de Didgeridoo van de oude kangeroe kwijt. Boos beet hij in zijn eigen staart.

‘Dag Tambor, sorry dat ik een beetje laat ben. De alleswetende Wombat zei al dat ik je hier kon vinden.’ Tambor keek op. Naast hem zat een wollig grijswit beertje met pluimpjes aan zijn oren. Hij had een dikke zwarte neus, een buidel en hij keek een beetje sloom uit zijn ogen. Wie was dit nu weer?