De oude kangoeroe

Vorige Omhoog Volgende

Perth

De vriendelijke stewardess pakte een zakdoek uit haar tas en droogde Tambors traantjes. ‘Stil maar’, zei ze, ‘je koffer komt heus wel terug.’ Tambor pakte de zakdoek met zijn beide pootjes vast en snoot zo hard als hij kon zijn neus. Met vies gezicht stopte de vriendelijke stewardess haar zakdoek weer terug in haar tas. ‘Here you go’, zei de lachende balie meneer terwijl hij Tambor een klein wit canvas tasje gaf. Tambor keek hem verbaasd aan. ‘Maar... maar... dat kan ik niet betalen’, stotterde hij. ‘Dat geeft niet’, zei de vriendelijke stewardess, ‘die mag je hebben. Er zitten wat spullen in die je kunt gebruiken totdat je koffer er is.’ Tambor stak zijn pootje uit om de baliemeneer te bedanken, maar in plaats van Tambor een hand te geven stopte de baliemeneer er een briefje in. Tambor keek beduusd naar de vriendelijke stewardess. ‘Loop maar even met me mee’, zei ze, ‘dan zie je snel genoeg wat het is.’

De vriendelijke stewardess nam Tambor mee naar een andere balie. Hier gaf ze het briefje af aan een serieus kijkende dame met bril met halve glazen welke op het puntje van haar neus stond. Zonder iets te zeggen keek ze afwisselend van het briefje naar Tambor en terug. Dan opende ze een laatje waar ze wat geld uit haalde. Dit gaf ze aan Tambor. ‘Dan kun je vast wat kleren kopen voordat je koffer er is’, legde de vriendelijke stewardess uit die Tambors neusharen zag trillen van verbazing. Ze liep met Tambor mee naar de uitgang van het vliegveld en gaf hem een hand. ‘Ik wens je veel succes in Australië, Tambor’, zei ze. Tambor bedankte haar voor al haar hulp en al haar goede zorgen. De vriendelijke stewardess draaide zich om en liep terug het vliegveld op, nagekeken door Tambor.

Een mooie gele taxi met een zwart geblokte streep bracht Tambor van het vliegveld naar het centrum van Perth. De steeds maar door kwebbelende taxichauffeur stopte bij een groot warenhuis. Tambor gaf de man een beetje van zijn geld en stapte uit. Nog voor dat de deur van de taxi goed dicht zat reed de kwebbelende taxichauffeur al weg, op zoek naar een nieuwe klant.

In het warenhuis kocht Tambor schoon ondergoed. De baliemeneer had beloofd dat zijn koffer de volgende dag zou komen, dus hoefde Tambor niet nog meer spullen te kopen. Hij had zelfs nog wat geld over. Bij een ijskraam kocht hij een lekker ijsje met drie verschillende smaken en al likkend wandelde hij door de straten van de stad. Hij liep het centrum uit en kwam bij een rivier. Midden in de rivier lag een eilandje dat als park werd gebruikt. Via een brede brug, die de oevers van de rivier met elkaar verbond, kwam Tambor in het park. Hier zou hij een mooi hol graven om in te slapen.

Plotseling stopte de taxi van de kwebbelende taxichauffeur op de brug en stapte de deftige meneer met de krulsnor uit. Met grote passen liep hij langs Tambor heen naar een oude grijze kangoeroe die even verderop lui onder een grote eucalyptus boom lag. ‘Ik koop ze allemaal’, riep de deftige meneer al vanuit de verte naar de oude kangoeroe. De oude kangoeroe stond langzaam op en trok een grote mand achter de eucalyptusboom vandaan. In de mand stonden lange holle pijpen die in verschillende kleuren waren geverfd. De deftige meneer met de krulsnor nam niet de moeite om ze te bekijken, maar stopte een handvol geld in de oude kangoeroes buidel en sleepte de mand mee naar de taxi. De kwebbelende taxichauffeur hielp de deftige meneer om de mand in de taxi te zetten en daarna reden ze snel weg.

Tambor liep nieuwsgierig naar de oude kangoeroe. ‘Wat waren die gekleurde pijpen?’, vroeg hij. ‘Dat zijn didgeridoos’, antwoordde de oude kangoeroe. ‘Een soort van toeter.’ Om Tambor beter te kunnen uitleggen wat een didgeridoo was, haalde hij vanachter de eucalyptusboom een oude, gebruikte didgeridoo tevoorschijn. Hij zette hem aan zijn lippen en blies er op. De didgeridoo liet een klagend geluid horen. Tambor hield zijn kopje scheef terwijl hij luisterde. De muziek was niet echt mooi, maar als je er naar luisterde wilde je er meer van horen.

Tot laat in de avond vertelde de oude kangoeroe over de didgeridoo en waar hij voor gebruikt werd. Toen het donker begon te worden had de oude kangoeroe een kampvuur gemaakt en samen aten ze de noten en besjes die de kangoeroe bij zich had. Op zijn beurt vertelde Tambor over het leven in het Fluisterbos en over al zijn vriendjes.

De sterren twinkelden al hoog in de hemel toen Tambor luid gapend afscheid nam van de oude kangoeroe. Hij bedankte hem voor het lekkere eten en de gezellige avond. ‘Ik wil dat je deze didgeridoo met je meeneemt’, zei de oude kangoeroe. ‘Ik gebruik hem toch niet meer. Hij zal jou beter van pas komen.’ Tambor stribbelde tegen, maar de oude kangoeroe bleef aandringen. ‘Bij jou is de didgeridoo in veilige pootjes’, zei hij. ‘Wees altijd eerlijk en behulpzaam en de didgeridoo zal voor je zorgen.’ Tambor bedankte de oude kangoeroe. ‘Daar is een goede plek om een hol te graven’, zei de oude kangeroe, terwijl hij naar een grote boom op een heuvel in het park wees. Tambor draaide zich om om naar de boom te kijken en toen hij zich weer terug omdraaide zag hij nog net hoe de oude kangoeroe met grote sprongen in het duister verdween. Tambor pakte de didgeridoo en liep naar de grote boom. Tussen de wortels van de boom vond hij een pasgegraven hol. Hij snuffelde met zijn neus, maar rook geen andere dieren. Voorzichtig kroop hij in het hol. Het was onbewoond. Tambor rolde zich op en legde zijn staart over zijn ogen. Hier zou hij veilig kunnen slapen.