De reeks van Fibonacci
|
| |
'k Dacht u even voor te stellen
aan Bonacci's slimste zoon,
die beslist tot tien kon tellen,
maar dat vond hij te gewoon.
|

|
|
| |
| |

|
Daarom telde jij een tijdje
0-1-1-2-3-5-8
Heeft die knul ze op een rijtje?
werd door menigeen gedacht.
|
|
| |
| |
Tot ze merkten hoe hij telde:
elke term bleek steeds de som
van de twee daarvoor gestelde.
Nee, die zoon was lang niet dom.
|

|
|
| |
| |

|
Hoe verkrijgt u die getallen?
Neem een lief konijnenpaar,
laat dat eens per maand bevallen,
van een tweeling weliswaar.
|
|
| |
| |
Die dan vrolijk en gedreven,
na een kleine week of acht,
op hun beurt het leven geven
aan een dubbel nageslacht.
|

|
|
| |
| |

|
En terwijl u dit laat fokken,
telt u paartjes. U staat paf!
Of u mompelt licht geschrokken:
''t Is bij de konijnen af.'
|
|
| |
Drs. P. en Marjolein Kool
'Wis- en natuurlyriek'
Uitg.: Nijgh & Van Ditmar,
Amsterdam.
|
|
Terug naar vorige pagina :
|