Bolkestein en de Ida Gerhardtprijs
Er is in Nederland één literaire prijs, waarvan de jury maar
uit één persoon bestaat: de Max Pam-award. De procedure is
helder: ‘Max Pam, die in overleg met Max Pam en in ruggespraak met Max Pam
het beste literaire boek van het jaar’ aanwijst. Voor het overige bestaan
literaire jury's uit meerdere personen, bij voorkeur in een oneven aantal.
In het meest wenselijke geval komt een jury tot een voor alle leden acceptabel
oordeel, maar indien nodig zal er, vanwege dat oneven aantal, altijd een
meerderheid mogelijk zijn voor een besluit.
Wie toetreedt tot een jury weet dan ook, dat het in principe kan gebeuren
dat de kandidaat van zijn of haar voorkeur niet bekroond zal worden. Zelfs
al ben je, zoals Frits Bolkestein, in je eentje in een driekoppige jury de
‘grootst mogelijke minderheid’ (zoals Jessurun d'Oliveira het ooit noemde):
de meerderheid beslist. Daarover moet je niet verongelijkt doen, dat is een
logisch deel van het spel. Daarbij bestaan er mogelijkheden om duidelijk
te maken dat er geen unanimiteit in een jury was, zoals het impliciet of
zelfs expliciet opnemen in een juryrapport.
In het ernstigste geval trekt iemand zich inderdaad terug. Een dergelijke
stap is altijd betreurenswaardig voor een jury. Om echter, zoals Bolkestein
doet in zijn artikel in NRC Handelsblad van 17 maart, achteraf alle discretie
te laten varen en alsnog het juryberaad op straat te gooien is ongepast.
Bolkestein brengt zijn medejuryleden in een pijnlijke situatie, zet zijn
eigen beoogde kandidaat met naam en toenaam te kijk als degene die het níet
redde, en hij schoffeert, totaal onnodig en zonder dat die er aanleiding
toe gaf, de bekroonde dichter Alfred Schaffer.
Bolkestein is duidelijk een onervaren jurylid en etaleert daarnaast in zijn
artikel grootmoedig zijn totale onbenul inzake poëzie in het algemeen
en de strekking van Schaffers poëzie (‘Voor zover er iets van die inhoud
valt op te maken’) in het bijzonder. Maar dat alles kan niet als verontschuldiging
gelden voor het feit dat zijn handelwijze onfatsoenlijk en kleinzerig is.
Jos Joosten
Hoogleraar Nederlandse letterkunde, Radboud Universiteit Nijmegen