Bij de presentatie van Breken met het verleden van Sandra
Langereis
Roelants-LUX 11 maart 2010
Jos Joosten
Wat je mening er ook over is, over één ding zullen voor- en tegenstanders
van de nieuwbouw van een betonnen toren in het Valkhofpark het eens zijn:
de kwestie rond het Valkhof is een serieus vraagstuk, waaromtrent iedereen
met hart voor Nijmegen een opinie heeft of tenminste hoort te hebben. Een
illustratie van hoe précair deze kwestie dwars door Nijmegen loopt, is allicht
de opinie rondom de bouw binnen de historische vereniging Numaga.
Binnen de vereniging verzamelen zich bij uitstek mensen met een warmkloppend
hart voor de stad en haar geschiedenis en ook hier blijkt deze gelijkgezindheid
de tegenstelling niet te kunnen overbruggen. Zelfs - of beter gezegd ook
- binnen dit bastion van mensen met grote lokale historische passie en diepgaande
belangstelling staan de meningen tegenover elkaar. Vandaar ook dat ik eraan
hecht nog even hardop te zeggen dat ik vandaag mijn partikuliere mening uit
en niet namens de vereniging Numaga praat.
Al voor deze presentatie maakt het nog ongepresenteerde boek van Sandra
Langereis de tongen los. Een bekende van mij had zijn recensie gisteren al
klaar. ‘Breken met het verleden is zo dun dat ik het in de boekhandel,
staande, gratis in een halfuurtje uit had en er staat niks nieuws in.’ Dat,
dames en heren, is precies mijn eigen eerste indruk ook. Ook ik las een gratis
exemplaar - maar dat was mij vanwege de uitgever verstrekt om dit praaatje
te kunnen houden - en ook ik stelde vast dat er werkelijk niks nieuws in
het boek van Langereis staat. Dat laatste punt licht ik graag even toe. En
sta me toe de vraag dan meteen wat meer in wetenschapsfilosofische context
te trekken. Laat ik het zo zeggen: het eerste historische werk dat wél iets
nieuws vertelt, moet ik eigenlijk nog lezen. Het dunkt mij het trieste pardoxale
lot van de beroepshistoricus dat hij of zij zich niet bezig kan houden met
dingen die nieuw zijn. Nu ben ik natuurlijk maar een eenvoudige neerlandicus
en ook nogeens van letterkundige snit, maar boeken waarin niet staat wat
er feitelijk gebeurd is, zijn volgens mij niet de sterkste specimena van
wetenschappelijke ijver. Aan wat gebeurd is, valt nu eenmaal niet zo gek
veel te veranderen - misschien wel aan wat nog komen gaat, maar daarover
straks.
Laten we eerlijk zijn: bij historici die nieuwe feiten boven water halen,
denken we toch doorgaans eerder aan Jort Kelder dan aan Johan Huizinga -
om maar niet te spreken van de officiele staatshistorici van Turksen huize,
die in staat zijn om een complete volkerenmoord weg te wetenschappen. We
hebben het hier over de historicus als een soort Mohammed Said al Sahaf,
de fameuze woodvoerder van Sadam Hussein, die terwijl de Amerikaanse bommen
op Bagdad rondom hem insloegen, staalhard beweerde dat de Irakezen overwinning
op overwinning boekten.
Dat soort historici, om Gerard Reve te parafraseren, daar houd ik niet
zo van.
Wat een goede historicus mijns inziens aan nieuws doet - en in die zin is
het boek van Langereis juist meer dan geslaagd - is op basis van bestaande,
zelfs bekende gegevens, komen tot een nieuwe interpretatie van de feiten.
Een klassieker als Rogiers driedelige Geschiedenis van het katholicisme
in Noord-Nederland in de 16e en de 17e eeuw blinkt niet zozeer uit in
het ontdekken van nieuwe gegevens, alswel een geheel nieuwe interpretatie
verlenen aan het bestaande algemeen bekende materiaal en daardoor tot conclusies
komen.
Dat is dan ook wat Langereis doet in haar mooi geschreven, compacte studie
naar het historische wedervaren op de Valkhofheuvel - feitelijk vanaf de
Romeinse tijd tot heden. Wat de analyse van Langereis zo bijzonder maakt,
is dat zij de sloop van de burcht niet ziet als de eindfase van een
historisch proces (iets wat als dat zo zou zijn, zou betekenen dat die eindfase
als zodanig te herstellen zou zijn - sterker nog: de wenseljkheid van die
gedachte wordt daardoor implciet ingegeven). Zij interpreteert de sloop als
opnieuw overgangsfase in de staat van de Valkhofheuvel, naar weer een nieuwe
uiterlijke vorm, namelijk die van romantisch landschapspark. Zij schrikt
hierbij niet terug voor grote woorden:
Het is niet overdreven te stellen dat de Valkhofheuvel als achttiende-eeuwse parklocatie niet alleen in nationaal, maar ook in internationaal vergelijkend perspectief over buitengewone natuurlijke, historische en architectonische kwaliteiten beschikte.
Het was, na de sloop van de burcht, de gedroomde plek voor landschapsarchitect
Zocher om een romantisch wandelpark te maken met Europese allure, dat gelegen
was op een schitterende lokatie en - anders dan andere contemporaine romantiserende
parken - bestaande authentieke ruine-onderdelen kon inpassen. Hier raken
we aan een nogal belangrijke, maar totnogtoe steevast onderbelichte kwestie
inzake de Valkhofheuvel. Het is dus niet zo - wat nogal wat mensen schijnen
te denken - dat de burcht gesloopt werd, het puin verkocht en afgevoerd en
dat voorts wat rondharkende Melkertbaners van de Nijmeegse platsoenendienst
anno 1800 er willekeurig wat heen en weer geschoffeld hebben om er her en
der a volonté wat boompjes en struiken te poten.
Nee, het park dat ontstond heeft zijn eigen historische waarde en verdient
het - ook in de huidige deplorabele staat - als zodanig om grondig gerestaureerd
te worden, en niet om gebruikt te worden om er een fantasietoren middenin
te bouwen. We creëren een dubbele ramp: namelijk een nepgebouw dat ook nogeens
een historisch landschapspark verwoest! Om op deze cruciale plaats nog een
keer Langereis te citeren:
Een toekomstige terugkeer van de burcht of delen van de burcht zou afbreuk doen aan deze unieke, jammer genoeg veel te weinig bekende lading van het Valkhofpark. Herbouwplannen voor het Valkhof dienen rekening te houden met de uitzonderlijk gelaagde herinneringscultuur op deze plaats.
Helaas lijkt het erop dat er nu toch minder vrolijke ontwikkelingen in
het Valkhofpark aanstaande zijn. Daarvoor maak ik een sprong van 1800 naar
de recente Nijmeegse geschiedenis. Er zijn in de twintigste eeuw allerlei
bouwvisioenen geweest in het park - onder meer van de famuze Nijmeegse architect
Estourgie. Het idee om een héle nieuwe burcht te bouwen midden leek jaren
negentig definitief van de baan - hoewel daar nog een monstrum als een stadsraadpleging
aan te pas kwam, waarvan de complexiteit zodanig was dat de uitslag moeilijker
reconstrueerbaar was dan de te bouwen brucht zelf. Het leek toen defintief
afgelopen met de ronduit als horror-achtig te kwalificeren plannen met het
Valkhof. Maar: de echte liefhebber van het horrorgenre kent zijn klassieken
en is vertrouwd met het ogenschijnlijk pastorale einde van Stephen Kings
Carrie, waar de doodgewaande slechterik vanuit het graf opstaat en
de hele ellende opnieuw begint. De ellende in kwestie werd voor wat betreft
de nieuwbouwplannen in het Valkhof in gang gezet met een - het moet gezegd
worden - briljante zet van de voorstanders van de nieuwbouw. In het kader
van Nijmegen 2000 jaar stad zetten zij een steigerpijp-met-landbouwplastic-versie
neer van een grote toren in het park en zo wisten zij tal van bezoekers te
overrompelen met het adembenemende uitzicht bovenop die toren.
Dat in dat uitzicht ook zou zijn voorzien als men een berg chemisch afval
van de zwaarste categorie tot aan dezelfde hoogte had gestort, boeide op
dat moment natuurlijk geen hond. En mijn eigen ervaring van destijds leerde
dat tal van mensen van verstand en goede smaak zich helemaal niet stoorden
aan de bespottelijke horizonvervuiling, die gedurende enkele maanden de Nijmeegse
skyline naar de knoppen hielp. Gesteund door de handtekeningen van enthousiaste
bezoekers werd een refenrendum gehouden in Nijmegen. En dáár begint het mis
te gaan.
D66 gaat er anno 2010 nog altijd prat op dat het het initiatief nam tot
dit referendum - zo bleek mij uit een e-mail die lijsttrekker Rob Jetten
mij voor de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen stuurde. D66 negeert (en
negeerde) hiermee het feit dat hun partijgenote en toenmalige staatssecetaris
OC en W Medy van der Laan zich al voor het referendum expliciet tegen de bouwplannen uitsprak
en duidelijk aangaf dat het referendum in kwestie dus geen wettelijke basis
heeft. Van der Laan beriep zich op de driedubbel
beschermde status van het terrein - als bodemarchief, als park en als stadsgezicht.
Ook zij wees dus in 2006 al op de landschappelijke waarde van het park in
zijn huidige staat - waar ook Langereis uitgebreid bij stilstaat.
Niettemin werd het referendum doorgezet. Met bijna dertigduizend stemmen
tegen en ruim veertigduizend stemmen vóór bleek - in een verhouding van 40/60
dus - een meerderheid van de stemmers te hebben gestemd voor ‘herbouw’, zoals
het volledig misleidend genoemd werd.
Dat heeft verregaande consequenties voor de lokale politiek van vandaag,
heb ik vast kunnen stellen op grond van een klein onderzoekje. Voorafgaand
aan de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen heb ik alle zittende fractievoorzitters
en fracties uit de Nijmeegse gemeenteraad een neutrale e-mail gestuurd waarin
ik, als aanstaand stemmer, informeer naar het partijstandpunt inzake de donjon.
Laat ik met het goede nieuws beginnen: zo’n rondje mailen leert je ten eerste
afrekenen met je eigen vooroordelen. Toen ik, bij voorbeeld, de seniorenpartij
het mailtje stuurde, dacht ik dat dat wel voor niks zou zijn. Want senioren,
tsja, zo’n mailtje stuur je voor de volledigheid, maar uiteraard moest dat,
zo dacht ik, een keertje ovegedaan worden met ganzeveer, een grootletterbrief
en een bezorgende postduif om uberhaupt met die lui in correspondentie te
kunnen. Ik schaam mij diep: de eerste fractie die reageerde met een nette
e-mail en wel binnen het uur, was de VSP. Een leermomentje, dus. De rest
van het goede nieuws bestaat eruit dat ik als willekeurige burger van de
stad Nijmegen binnen twee dagen van vrijwel alle fracties een persoonlijk
antwoord ontvangen had inzake een lokaal politiek heet hangijzer. Niet alle
fracties reageerden overigens - wie er totnogtoe niet reageerden kunt u zelf
misschien raden. Ik zal u helpen: sommige vooroordelen blijken wél te kloppen.
Het ontluisterende van de reacties vind ik dat alle fracties van links tot
rechts - sommigen al wat tandenknarsender dan anderen, maar geen van hen
echt heel erg knerpend - alle fracties dus, zich neerleggen bij het referendum
als te respecteren richtlijn en dus vóór de bouwplannen zijn. Ze conformeren
zich dus aan een referendum dat, voor zover ik het kan zien, een dubieueze
legitimatie heeft. Los nog van het feit dat in Nederland de gemeenteraad
en het college regeren en geen referenda.
Geen van de fracties durft het kennelijk nog op te nemen voor de mening
van de bijna 40% tegenstemmers en de bijna 60 000 Nijmegenaren die zich om
wat voor reden dan ook helemaal niet hebben willen uitspreken in een referendum.
En dat is kwalijk, want ik waag te betwijfelen of de voorstemmers zich eigenlijk
wel echt rekenschap hebben gegeven van waar zo voor gestemd hebben. Er is
bij het voorspiegelen van de bouwplannen louter gespeeld op sprookjessentimenten,
onkunde bij veel van de voorstemnmers én een totaal gebrek aan realiteitszin
van wat het werkelijk betekent om middenin een oud stadspark een groot nieuw
bouwsel neer te zetten.
Ik hoef hier, denk ik, niet alle denkbare bezwaren tegen de torenbouw
de revue te laten passeren - maar die bezwraen zijn, ik verzeker het u, legio.
Te beginnen bij het feit dat er een nep-constructie wordt gemaakt waarvan
slechts bij benadering te verwachten valt dat-ie enisgzins op de authentieke
toren lijkt (Nu je het toch over de onuitroeibaaarheid bij Carrie hebt: het
was tijdens de eerste poging tot bouw in het park ook al een D66-er, namelijk
het politiek genie Wil Wellen, die een tijdje als wethouder cultuur mocht
invallen en die in de krant liet weten dat gehakketak over de juiste omvang
van die toren maar onzin te vinden en niet te zullen kijken op een metertje
of tien hoger of lager als die toren er eenmaal kwam...).
En wat is authentiek? De donjon zoals die in 1790 was, was al een product
van eeuwen bouwontwikkeling. Welke toren zullen we eens bouwen? Die van 1200?
Die van 1500? En waar baseren we ons op? Er zijn geen twee afbeeldingen te
vinden van de Valkhofburcht van verschillende kunstenaarshand die identiek
zijn. Alleen het aantal en soort raampjes in de Donjon verschilt al per illustrator!
Erger nog is de enorme impact die een commercieel uitgebaat gebouw op die
plek gaat hebben voor wat verkeersoverlast, parkeerproblematiek en mogelijke
massale bewegingen door het park, als daar straks eenmaal die toekan of die
gele neon-’M’ op het dak staat. Want daar waren alle raadsfracties het over
eens: het ding moet privaat gebouwd worden en mag de gemeente geen cent kosten.
Waar dat sommige lokale klassieke middenstanders misschien als vrolijk nieuws
in de oren klinkt - het kost de belastingbetaler u en ik dus geen cent -
, vind ik dat misschien wel de meest rampazlige clausule in het hele verhaal.
Ik maak me, eerlijk gezegd, misschien nog wel de grootste zorgen over tegenslag
bij die beoogde bouw. Als er een nieuwe economsiche tegenslag komt; ruzie
in het consortium; andere grote bouwproblemen - in het ergste geval kijken
we jaren en jaren naar een enorme een bouwput in ons park waar niemand zich
verantwoordelijk voor voelt en waaromtrent slopende gerechtelijke procedures
zich zullen uitstrekken.
En dat omdat de Nijmeegse raadfracties dreigen te buigen voor het populisme
van een referendum, in plaats van ter zake kundig afgewogen, zelf te durven
besluiten. Toch is er een alternatief denkbaar, waarmee ik wil besluiten.
In plaats van het risico te lopen af te stevenen op een loze bouwput of
een namaaktoren, moeten we koesteren wat er wél is: een monument van landschapsarchitectuur
op een voor het land nog altijd onvergelijkbaar markante lokatie. Dat is
ook de les van Langereis. De plaats inderdaad waar de Bataven al stonden,
de Romeinen al woonden, Karel de Grote verbleef en Barbarossa zijn grote
paleis bouwde. Een lokatie die rijksstad was, van eminent belang in het Europa
van de middeleeuwen. Een lokatie die in alle belangrijke scharnierpunten
van de landelijke maar ook van sommige Europese geschiedenis een rol heeft
gespeeld. Een plaats die aan het begin van de negentiende eeuw welbewust
als landschapspark is ingericht om te kunnen voortbestaan in juist de reflectie
op dat verleden. Een verleden dat verder reikt dan alleen het nationaal belang:
zowel cultuurhistorisch als politiek historisch is deze plek Europees relevant.
Eergisteren, op 9 maart, heeft de Europese commissie een voorstel gedaan om te komen tot een Europees erfgoedlabel voor
de gehele EU. Ik citeer:
Het doel van het label is de aandacht te vestigen op sites (monumenten, gedenkplaatsen, enz., maar ook immaterieel erfgoed) die getuigen van de Europese integratie, idealen en geschiedenis en deze symboliseren. Het voorstel voor een besluit tot instelling van het label zal ter goedkeuring worden voorgelegd aan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie; dit besluit zou in 2011 of 2012 in werking kunnen treden
Het voorgestelde Europese erfgoedlabel van de EU verschilt van andere
initiatieven op het gebied want de doelstellingen liggen anders:
- de aandacht zou vestigen op sites die een sleutelrol hebben gespeeld
in de geschiedenis van de Europese Unie;
- sites zou selecteren op basis van hun Europese symbolische waarde in
plaats van hun aantrekkelijkheid of architectonische kwaliteit;
- de educatieve dimensie zou benadrukken, vooral voor jongeren
De Commissie vraagt alle 27 lidstaten om maximaal twee plekken voor te dragen. Ik zou de Gemeente Nijmegen willen vragen om zich sterk te maken voor het Valkhofpark, onder verwijzing naar zijn 2000 jaar oude rijke geschiedenis, in zijn huidige staat voor te dragen als mogelijke kandidaat voor deze status van Europees erfgoed.
Paul Depla maakte tien jaar geleden een bliksemstart bij zijn aantreden als wethouder door het onzalige plan van een partijgenoot, de megalomane Jacques Thielen, ongedaan te maken om op het terrein van het oude weeshuis maar liefst zes torens. ‘Een angsthaas’ noemde Thielen Depla toen, over zijn schouders roepend, terwijl hijzelf hard holde naar een goedbetaalde baan in Amsterdam. Ik hoop hierbij op een nieuwe angsthaas - van welke partij dan ook - die zich sterk wil maken voor de Europese status van dit terrein. Dit zal ongetwijfeld een lange procedurele weg zijn, maar er dient zich wel een uitgelezen mogelijkheid aan om recht te doen aan het unieke historische monument dat het Valkhofpark is en moet blijven.
Nawoord: bij de presentatie van Langereis’ boek was ik helaas niet
in staat om de alternatieve voorstellen ter bebouwing van het Valkhof opnieuw
te tonen, die ikzelf enige jaren geleden deed. Ik heb twee suggesties, ééntje
voor de Franse touristen en eentje voor de Italianen.