De jonge Thomas Alva Edison

                                     

't Is druk op het station van Port Huron in Amerika. De trein van Detroit  is pas binnen en het is een zenuwachtig dringen van vele menschen. Een elfjarig joggie, stevig gebouwd, met verward bruin haar loopt langs de trein, roept en zoekt. Daarbij duwt hij de passagiers onstuimig, energiek opzij..... totdat een treinbeambte hem even energiek in zijn kraag grijpt.

-Wie zoek je dan zoo onbesuisd, kwajongen!

-Ik zoek meneer Gibbon. Hij zit in de trein.

-Zoo, meneer Gibbon? En wat wil je dan van hem ? Denk je dat de chef tijd heeft voor zoo'n knulletje als jij?

-Ha, of ie tijd zal hebben! En hij zal nog blij zijn dat hij mij gesproken heeft! roept het ventje zelfbewust en rukt zich meteen los, rent langs de coupé's als een speurhond. Reeds gilt de locomotief, doch de knaap brult: "Staan blijven, niet weggaan!" Nu trekt hij toch danig de aandacht, tientallen hoofden worden buiten de raampjes gestoken, men lacht en schertst om het blijkbaar vertwijfelde schreeuwertje. Doch de chef der lijn Port Huron-Detroit heeft het gegil ook gehoord en als de jongen ademloos bij de dienstwagen arriveert, komt Gibbon naar buiten.

-Wat durf jij te wagen, aap! Waarom kan de trein niet weg? roept de machtige man hem toe.

-Ik moet onmiddellijk meneer Gibbon spreken!

-Zoo, moet dat onmiddellijk? spotte Gibbon.

-Ja, al weken zoek ik hem en ik kan niet langer wachten.  Ik m o e t hem spreken.

-Wat wil jij van meneer Gibbon? vraagt nu de chef, die toch zoetjesaan interesse krijgt voor het kereltje met de levendige oogen.

-Ik wil hem vragen of het in ons land gewoonte is dat men op een verzoek vier maanden moet wachten?

-Zeg, wat beteekent dat?

-Ik ben een mensch die wat verdienen wil en bovendien de spoorwegen nuttig kan zijn! En terwijl de knaap dit er uitstoot fonkelen z'n oogen,  verstandige,  zelfbewuste oogen,  welke een onbuigzamen wil verraden. En wederom is het de blik dezer oogen welke indruk op den chef maken en hem kortweg een besluit doen nemen.

-Kom, stap in. Ikzelf ben meneer Gibbon. We kunnen den trein niet langer ophouden, voor vrije terugreis zorg ik. Vlug trok hij den van vreugde stralenden jongen naar binnen en terwijl de trein zich in beweging zet vraagt hij: Nu, vertel op, kort en vlug, en maak geen uitvluchten, Alzoo-wie ben jij?

-Ik heet Thomas Alva Edison.

-Zoo onbekend, hoe oud?

-Bijna twaalf jaar.

-En wat wil jij, sprinkhaan, van mij?

-Weet U dat niet, nu U me naam kent? vraagt de knaap verbaasd en geërgerd. De chef glimlacht en schudt ontkennend het hoofd.

-En mijn verzoek dan? Vier maanden geleden verzonden?

-Nooit gezien, er komen er zooveel en de onbelangrijke verzoeken behandelt mijn secretaris.

-Luister dan meneer. Ik heb 'n geniaal idee! Ik wil op uw spoorlijn, dus in den trein zelf, een krantenhandel inrichten!

-En daarom loop je zo te brullen! Noem jij dat een geniaal idee, beet de thans werkelijk nijdige chef den jongen toe. Verschrikt staarde de knaap hem aan en stotterde: Maar ziet U dan niet welk een prachtidee dat is?

-Nee, dat zie ik niet.

-Maar ik verdien er toch veel geld mee!

-Wat hebben wij, wat heeft de spoorweg daar aan?

-Zoo, hebt u daar niks aan?  Ten eerste: de pachtgelden.  Want ik wil niets voor niets hebben.  En dan, hebt U zelf niet overal roze aanplakbiljetten opgehangen met de boodschap dat het den reizigers zoo aangenaam mogelijk te maken?  Wat is mooier dan dat ze krantenberichten broeiwarm in de coupé bezorgd krijgen?  De chef lacht weer.  Ja, dat is zoo gek nog niet. Maar wil jij,  broekje,  dat alleen op je nemen?

-Niet alleen.  M'n vriendje Bamey wil meehelpen.  We moeten alleen toestemming van de directie hebben en een vrijbiljet om geregeld te mogen meereizen.

-En het geld,  je bedrijfskapitaal?

-Heb ik,  kijk.  Dat heb ik met den krantenverkoop op straat verdiend,  lachte de kordate Alva trots en trekt een groezelig pakje uit z'n broekzak.  Wel geteld zeven dollar legt hij op zijn knie.

-In een paar weken is mijn kapitaal tien maal grooter, meneer Gibbon. Want een krantenhandel in de trein bestaat nog niet. Pas maar op,  alle andere spoorweglijnen nemen het van ons over! 

 Het was in het jaar 1859 dat zich bovenstaande afspeelde, de spoorwegen lagen toen nog in de windselen, er bestonden toen nog geen stationkiosken of enigerlei spoorweghandel.

-Dat is wel mogelijk, antwoordt de chef thans vroolijk,  In orde dus!

Dit was de eerste succesvolle stap van den uitvinder Edison. Den volgenden morgen reeds ging hij met vurigen ijver aan den slag.  In den vroegen ochtend -de trein vertrok om zeven uur van Port Huron en kwam om elf uur in Detroit aan- in den vroegen morgen dus kocht Edison in de drukkerij te Port Huron voor zeven dollar ochtendbladen en sleepte het reuzenpak naar de trein. Bij elk station schoot de jongen bliksemsnel langs de wagens en bood met frissche, luide stem z'n krantjes aan.  Ook in de coupé's was hij te vinden.  De reizigers waren verrast, dat was iets nieuws en men trok de kranten bijna uit z'n handen. In Detroit kochtEdison een groot pak middagbladen,  welke hij ook aan de man bracht. En toen hij den eersten avond naar huis terugkeerde, zag hij pas welke goede zaken hij had gedaan. Doch toen greep moeder,  die vroeger een bescheiden onderwijzeresje was geweest, den jongen beet en samen gingen ze lesjes zitten leeren.

Zondags hielp ook zijn vriendje Barmey mee, doch de rustelooze geest van den gewieksten Alva verzon reeds middelen om z'n spoorhandeltje uit te breiden. Hij had spoedig in de gaten dat de reizigers ook boeken, geïllustreerde tijdschriften,  ja zelfs broodjes en vruchten wenschten en aldra zette hij een oude koffer volgepropt met al deze zaken door de coupé's en...deed z'n waren met goede winst van de hand.  Nog was hij niet tevreden. Hij rekende en piekerde en de 13-jarige knaap vond uit dat hij meer verdiende indien hij z'n kranten zelf maakte. En van een denkbeeld naar de praktijk was maar een stap voor hem. Hij kocht van zijn spaarcentjes een oud drukpersje, wat lettermateriaal en wat deed de slimmerd...hij schonk alle telegraafbeambten langs de geheele spoorlijn gratis fruit en belegen broodjes als hij dan maar aan elk stationnetje een afschrift van de laatste telegrammen over den oorlog (er woedde in dien tijd juist de groote Amerikaansche burgeroorlog) van hen kreeg. Dat deden de heertjes wat graag en de kleine Edison, die z'n pers in een leege afdeling van een wagon had staan waarin doorgaans gevangenen werden vervoerd,  maakte er een afdruk van  en noemde deze velletjes.... de Weekly Herald!  De oorlogsberichten vulde hij aan met de meest fantastische verhalen uit de plaatsen welke langs de lijn gelegen waren en zijn krant breidde zich dus snel uit.

De kranten van de jonge Edison sloegen in en waarschijnlijk zou hij nimmer de groote uitvinder van de gramophoon geworden zijn,  doch een eerste-rangs krantenmagnaat,  ware het niet dat....een mensch z'n lot nu eenmaal niet ontloopen kan.  Want in z'n vrije uren knoeide hij in zijn drukkerij met allerhande scheikundige stoffen om wie zal weten wat voor ,,geniaal idee"op 't spoor te komen en bij een dezer experimenten viel een flesch phosphor om en stond weldra de heele wagon in de vlammen. De treinconducteur maakte korte metten en smeet hem met z'n geheele hebben en houden er uit. Verlaten en met een bankroete onderneming stond hij daar. Doch ontmoedigd was de jonge Edison niet. En hij ontwikkelde zich tot  de man aan wien wij het genot der gramophoonmuziek te danken hebben.

 

Overgenomen uit deGramophoongids uit 1928 met dank aan Poort's Muziekhandel

 

Terug naar geschiedenis

 

 

Naar de complete site