Jachthonden proeven Orweja klik hier!!!
Jachthonden proeven C,B en A klik hier!!!
Nimrod 2002!!!
STAANDE HONDEN
Engelse staande honden
Pointer
Een specialist voor het staande werk. Bedoeld om veerwild voor te staan. Gebouwd om snel
te kunnen galopperen en dit langere tijd vol te houden. Daardoor zijn ze in staat een
bijzonder groot terrein af te zoeken. Altijd wit met donkere aftekening, wat hen op grote
afstand nog goed zichtbaar maakt. De hoge kophouding en bouw van de neus zijn gericht op
het opvangen van verwaaiing. De pointer wordt in ons land weinig gebruikt omdat de velden
hier meestal te klein zijn.
Ierse setter
Qua werk gelijk aan de pointer. Dit ras is razend populair geweest bij schoonheidsfokkers
en daardoor niet meer op jachteigenschappen gefokt. De oorspronkelijk aanwezige goede
jachteigenschappen verdwenen grotendeels, waardoor dit ras een tijdlang niet meer werd
gebruikt in ons land. De laatste jaren worden er in ons land weer op jacht geselecteerde
Ierse setters gefokt. In de werklijnen ziet men ook veel rood-witte setters.
Engelse setter
Deze setter is net als de Ierse setter door schoonheidsfokkerij veel van zijn jachtaanleg
kwijtgeraakt. Naast de typische schoonheidslijnen is er ook een werktype, dat nog wel over
de juiste jachtaanleg beschikt. Het is een ruim jagende hond, geschikt voor grote velden.
Wordt in ons land op beperkte schaal voor de jacht gebruikt.
Gordon setter
Deze hond is wat minder op snelheid gebouwd dan de andere setters. Daardoor neemt hij
minder veld. De Gordon setter wordt in ons land niet veel gebruikt.
STAANDE HONDEN
Snelle, ruim jagende continentale honden
Duitse staande korthaar
Deze snelle, ruim jagende Duitse staande is in ons land een populaire jachthond. Met een
goede opleiding is deze hond een goede all-round jachthond. Alleen zijn dunne vacht maakt
hem minder geschikt voor extra koud waterwerk. Komt voor in effen bruin, bruin-schimmel
eventueel met platen.
Duitse staande langhaar
Net als de Korthaar een snelle, ruim jagende hond. Is in ons land zeer geliefd als
jachthond. Mede door zijn dichte, beschermende vacht ook na het schot geschikt voor zwaar
waterwerk. Hierdoor nog meer all-round dan de Korthaar.
Naast de kleur bruin komt de Langhaar ook voor in de kleur bruin-bont.
Duitse staande draadhaar
Een robuuste jachthond, die een wat langzamer arbeidstempo heeft dan de twee vorige Duitse
staande rassen. Maar toch zeer geschikt voor het staande werk. Door zijn harde, dichte
beharing bijzonder geschikt voor het werken in dichte dekkingen en voor zwaar waterwerk.
Een echte all-round jachthond met een stevig karakter. Heeft dan ook een baas nodig die
dat aankan. De Draadhaar is in ons land een veel gebruikte jachthond.
Griffon
De Griffon lijkt in zijn werk veel op de Draadhaar. Het verschil in uiterlijk zit in de
meer "wollige" vacht en een sterker behaard hoofd. Het karakter van de Griffon
is iets meegaander dan dat van de Draadhaar. Bij de jagers is de Griffon minder bekend en
daarom ook minder gebruikt.
Vizsla
Ook wel Hongaarse staande hond genoemd. Een vrij snelle hond met een aanhankelijk,
gevoelig karakter. Is een goede apporteur, maar door de zeer dunne vacht niet geschikt
voor zwaar waterwerk. De Vizsla heeft altijd de typische goudbruine kleur. Naast de
kortharige Vizsla is er ook een draadharige Vizsla, die geschikter is voor koud waterwerk.
Epagneul Breton
Dit kleine Franse hondje jaagt met grote allure, snel en ruim. Is in de eerste plaats een
staande hond en vaak in mindere mate een apporteur. Heeft een eigenzinnig karakter en is
daardoor niet eenvoudig af te richten. Komt voor in de kleuren rood-bont, zwart-bont en
bruin-bont. Wordt in ons land niet bijzonder veel voor de jacht gebruikt.
STAANDE HONDEN
Minder snel en minder ruim jagende continentale honden
De Spinone Italiano
Door: Esther Molenaar
De Spinone Italiano is naast de Bracco Italiano waarschijnlijk het oudste
jachthondenras van Italië. Was de Spinone in eigen land al meer dan duizend jaar bekend,
nu reikt zijn faam ook over de landsgrenzen.
De jagende Spinone vindt zijn plaats in het rijtje van de voorstaande honden die met
effectieve snelheid onder het geweer jagen. Vóór het schot als een voorstaande hond en
na het schot als apporterende hond. Vergelijken is lastig. Sommigen zeggen: Vergelijk je
een Pointer met een Porsche, dan kun je een Spinone als een vierwiel-aangedreven
terreinwagen beschouwen. Dat zegt genoeg over de stijl van de jagende Spinone. Vanwege
zijn grove zware bouw, dikke huid en ruwharige vacht dendert de Spinone door ieder type
terrein. Dichte braamstruiken, ruige rietkanten, ruwe en moeilijk begaanbare hellingen,
zeer koud water, het deert de Spinone niet. Rustig werkend komt de hond overal doorheen,
schuwt geen dekking en laat geen wild zitten.
Snel is de Spinone niet. Toch is dit ras uitermate effectief. Op grote afstand ruikt de
Spinone fazant of patrijs en jaagt daar dan in zijn kenmerkende stijl in goed contact met
de voorjager naar toe. Het is juist het gangwerk waardoor de Spinone zich onderscheidt van
de andere staande honden. De hond galoppeert eigenlijk zelden maar legt het parcours
dravend af. Deze gang wordt ook aangeduid als "trotten". Bergafwaarts kan de
hond wel eens in galop gaan, maar de typische draf is het meest wenselijk. Met een gewicht
van 35 tot 40 kilo en een schofthoogte van 70 cm blijkt deze manier van bewegen en jagen
het meest effectief.
Werken met de Spinone is plezierig, haast relaxed. Een stabiel karakter, een sterke wil om
wild te vinden en te apporteren, schotvastheid en de altijd aanwezige "will to
please" maken dat de Spinone in de praktische jacht zeer bruikbaar is. Door het
rustige tempo waarin de Spinone zijn opdrachten uitvoert, wordt wild niet snel
voorbijgelopen. De Spinone is niet kieskeurig en apporteert zonder moeite haas, eend of
vos, en is daarbij bijzonder zacht in de bek. Verder kent het ras geen watervrees en heeft
door de ruige dikke vacht niet snel last van de kou.
Men moet niet denken dat een Spinone een gemakkelijk af te richten hond is. Want onder hun
haast menselijke uitdrukking zit toch een eigenwijze kop. Maar met voldoende ervaring en
met veel tijd kan men een heel eind komen. Deze grote, stoere jachthond verdient een
zachte, vriendelijke hand van iemand, die veel geduld in opvoeding en africhting wil
steken.
Drentsche Patrijshond
Een product van Nederlandse bodem. Een vriendelijke hond met een meegaand karakter. Niet
geschikt voor het afzoeken van grote velden, maar gemaakt voor een kleinschalig landschap.
Een betrouwbare apporteur, die door zijn gewillige karakter niet moeilijk af te richten
is. Kleur is altijd bruin-wit. Redelijk populair.
Friese stabijhond
Dit meestal zwart bonte Friese ras is qua werk te vergelijken met de Drentse Patrijshond.
Helaas worden nog maar weinig Stabij's voor de jacht gebruikt waardoor de selectie op
jachteigenschappen gevaar loopt.
Grote Münsterlander
Zit qua werk ook in de categorie van de Drentse Patrijshond. Omdat de Grote Münsterlander
uit Duitsland afkomstig is, is hij wel harder van karakter. Te herkennen aan zijn
zwart-witte tekening. Men ziet ze niet erg veel op jacht.
Kleine Münsterlander of
Heidewachtel
Het is de kleinste Duitse staande hond en is ook bedoeld voor jachtvelden, met
afwisselende, kleine percelen. Ondanks zijn zeer actieve zoekwijze, blijft de Heidewachtel
doorgaans onder het geweer. Komt voor in bruin-bont en bruin-schimmel. Is een geliefd
jachthondje in ons land.
Weimaraner
Dit opvallende "muisgrijze" ras, jaagt ook kort onder het geweer. Het ras werd
vroeger ook "manscherp" gefokt als jachtopzichtershond. Eigenschappen die hij nu
nog in zich heeft. Niet bijzonder populair bij jagers.
Epagneul Francais
De Epagneul Francais is een van de oudste staande hondenrassen. Volgens de Fransen ligt de
oorsprong bij de beroemde staande hond van Oysel of Espainholz. Daaruit vormde zich het
woord Epagneul. Veel schilderijen, wandkleden en prenten tonen de hond zoals hij jaagt. De
langharige witte hond met kaneelkleurige platen en vlekjes die het wild, patrijzen,
liggend aanwijst. Het woord "esplanir", dat "gaan liggen" betekent zou
de naam Epagneul verklaren. De honden werden gebruikt voor de jacht met het net, waarbij
hond en vogels onder het net werden gevangen. Later, toen het geweer gebruikt werd strekte
de hond zich en werd hij een voorstaande hond. De Epagneul Francais staat goed voor en
apporteert uitstekend. Zwaar en moeilijk terrein heeft zijn voorkeur. De hond is zacht van
aard en echt waken is er niet bij. In huis is het een kalme en vriendelijke hond. Zeer
gehecht aan baas en gezinsleden mag u hem zien als grote kindervriend. Hij stelt weinig
eisen aan verzorging en huisvesting. Vechtlust en dominantie zijn hem vreemd. Uitlaten is
ontspanning als de hond tenminste goed is opgevoed. Een Francais wil graag leren en een
sterke baas is hem het liefst. Reuen zijn tussen de 55 en 61 cm hoog en teven tussen de 54
en 59 cm.
Secretaris Marlies Kortenhorst (015-3697339).
DRIJVENDE HONDEN
Engelse Springer spaniel
Deze vrij grote spaniel is een echte all-round drijfhond. Door zijn snelheid bijzonder
geschikt voor het opstoten van fazanten. De Springers zijn zeer goede apporteurs, die ook
met het waterwerk geen enkel probleem hebben. Een vol haas kunnen ze wel dragen, maar een
Springer is zeker niet de eerste keus op een echte hazenjacht. Een Engelse Springer kan
bruin-bont of zwart-bont zijn. Het ras is bijzonder populair bij jagers.
Welsh Springer spaniel
Deze fraai uitziende spaniel is ook meer bekend van de tentoonstellingen dan uit het
jachtveld. Toch zijn er nog goed jagende Welsh Springers in ons land aanwezig. Zijn werk
is gelijk aan dat van de Engelse Springer. Ze zijn in karakter een stuk zachter, deels ook
door minder jachtgerichte fok. De Welsh Springer is altijd rood-wit.
De Engelse Cocker Spaniel
De Engelse Cocker spaniel is de kleinste van de spanielrassen. Door zijn fraaie uiterlijk
en handzaam formaat ook erg geliefd als huishond en daarom door de schoonheidsfokkerij
niet meer geselecteerd op de jachteigenschappen. De Cocker spaniël is geschikt om zowel
op haarwild als op veerwild te jagen, maar zijn specialiteit is de jacht op konijnen. Door
zijn grondige zoekwijze zal hij ook het meest vastzittende wild vinden en tot springen
dwingen. Een Cocker is geschikt om te apporteren, mits het wild niet te groot is (haas).
De Cocker komt in vrijwel alle kleuren voor. Voor de jacht verdient een hond met veel wit
de voorkeur.(veiligheid). In ons land komt steeds meer vraag naar werkende Cockers.
Duitse Brak of Steenbrak
Deze betrekkelijk kleine brak is geschikt voor de jacht op het haas in grote,
aaneengesloten bosgebieden. Hij heeft de typische brakkenkleur bruin met witte
aftekeningen en een zwarte rug. Door gebrek aan geschikte jachtvelden zeer weinig in
gebruik in ons land. De Steenbrak is ook geschikt als zweethond.
RETRIEVERS
Labrador retriever
De meest populaire retriever op jacht. Jachtgefokte retrievers hebben van nature de
eigenschap om de baas een plezier te doen (will to please). Deze eigenschap maakt ze
gemakkelijk af te richten. De labrador is een doorzetter en daardoor bijzonder geschikt
voor zwaar waterwerk. Komt voor in de kleuren zwart, geel en chocolade (bruin).
Golden retriever
Het karakter van een Golden is in het algemeen zachter dan dat van de Labrador. Dit kan
soms tot uiting komen door wat minder doorzettingsvermogen. De Golden werkt meestal iets
"kalmer" dan de Labrador en is door zijn zwaardere vacht iets trager in het
zwemmen. Is de meest geliefde huishond in ons land, maar gelukkig zijn er nog voldoende op
jacht geselecteerde Goldens. De kleur kan licht - tot donkergoud zijn.
Flatcoated retriever
Dit ras heeft het meeste temperament van alle retrievers. dat maakt dat hij vaak minder
rustig op post is. Door dit temperament heeft de Flatcoat meestal wel een goede, actieve
zoekwijze. Is minder populair als jachthond dan Labrador en Golden. Komt voor in de
kleuren zwart en bruin (lever).
Curly coated retriever
Dit zeer oude ras is gefokt voor de jacht op waterwild in zwaar terrein en onder barre
omstandigheden. De Curly heeft een vacht die bestaat uit een massa kleine krullen, die zo
dicht aangesloten liggen, dat ze de hond een goede bescherming tegen water geven. Snelheid
is bij dit werk niet belangrijk, accuraat werken wel, vandaar dat een Curly zijn werk ook
kalm uitvoert. Naast het apporteren had de Curly ook tot taak de jachtopzichter te
begeleiden en zijn mannetje te staan tegen stropers.
Hierin onderscheidt de Curly zich van de andere Engelse retrievers. Een Curly is laat
volwassen en door zijn sterke eigen wil is het geen gemakkelijke hond om af te richten. Is
niet erg populair bij jagers. De kleuren zijn zwart of leverkleurig (bruin)
Cheasapeake Bay retriever
In tegenstelling tot de vier eerder genoemde retrievers, die uit Engeland afkomstig zijn,
is de Ches een product van Amerikaanse bodem. Hij heeft dan ook een totaal ander karakter.
Dit komt omdat hij niet is gefokt als apporteur voor de drijfjachten, waar sociaal gedrag
t.o.v. andere honden een rol speelt. Hij werd in Amerika gebruikt door broodjagers op
waterwild. Hij heeft dan ook een enorme waterwil en een groot doorzettingsvermogen. Zijn
dichte, vettige beharing maakt dat hij het onder de meest extreme condities niet koud
krijgt. Is geschikt voor alle apporteerwerk, maar blinkt uit in waterwerk. De kleur is
altijd bruin, waarbij de kleur van dood gras de voorkeur geniet.
Nova Scotia Duck Tolling
Retriever
De Nova Scotia Duck Tolling retriever ook wel Toller genoemd, is specifiek gefokt voor het
lokken van eenden en het apporteren van geschoten eenden te land en uit het water. Het
werk van de Toller speelt zich af rond de grote Canadese meren. De jagers bouwen met
behulp van camouflage netten een schuilhut, waarin zij zich aan het zicht van de op het
water liggende eenden kunnen onttrekken. Vervolgens gooit men een balletje of een stukje
hout in de richting van de waterkant en laat de Toller hierbij gewoon inspringen. De hond
moet de bal of de stok terugbrengen in de schuilhut. Door dit een aantal malen te herhalen
zal de hond steeds enthousiaster worden wat zich uit in een hoge, snelle beweging van de
staart. Doordat de eenden de beweging op de oever dan weer niet en dan weer wèl zien,
wordt hun nieuwsgierigheid geprikkeld. Daardoor zwemmen zij in de richting van de
bewegende hond en trekken op hun beurt weer andere nieuwsgierige eenden aan. Als zich na
een aantal goed uitgevoerde tols voldoende eenden hebben verzameld, is het de beurt
aan de jagers. De hond zit dan rustig naast de jagers in de hut. Pas als er eenden worden
geschoten mag hij weer in actie komen om het wild te apporteren. Een Toller is een
natuurlijke apporteur. Over het ontstaan van het ras doen verschillende verhalen de ronde.
Algemeen wordt aangenomen dat het Nederlandse Kooikerhondje een rol heeft gespeeld bij het
ontstaan van het ras. Waarschijnlijk zijn later kleine collieachtige honden ingekruisd
alsmede Chesapaeke Bay retrievers.
AARDHONDEN
Ruwharige teckel
Teckels zijn zeer laagbenige brakken. Door deze lage bouw zijn ze geschikt om in holen te
gaan. Ze hebben een aangeboren roofwildscherpte en ook het luid- op-spoor van de brak
hoort van nature aanwezig te zijn. Is naast het werk op de vossenbouw ook bijzonder
geschikt voor het zweetwerk.
Ook wel gebruikt voor het drijven van haarwild en wilde zwijnen. De ruwhaar heeft een
wildkleur en heeft een goed beschermende vacht met veel onderwol. Deze teckel is het meest
geliefd bij jagers.
Er zijn drie maten: de standaard-, de dwerg- en de kaninchenteckel. Deze laatste is klein
genoeg om in een konijnehol te gaan.
Langharige teckel
Doet hetzelfde werk als de ruwhaar, maar heeft een andere vacht. Komt voor in de kleuren
rood en rood-zwart.
Kortharige teckel of dashond
Doet ook hetzelfde werk als de andere teckels. Komt voor in de kleuren rood, roodgeel, en
zwart met bruine aftekening.
Jack Russell terriër
De Jack Russell kan zowel hoogbenig als laagbenig zijn. De kleur is overwegend wit met
geel-bruine of zwarte aftekeningen. Glad- of ruwharig. Ze zijn in Engeland gefokt en daar
gebruikt voor het werk op de vos. In ons land erg populair, ook als huishond. Naast het
werk als bouwhond ook veel gebruikt voor het drijven van wilde zwijnen.
Duitse Jachterriër
Deze zwart-rode terriër is een combinatie van de Foxterrier en de Welsh terriër. Gefokt
op een enorme roofwildscherpte. Kan naast het werk op de bouw ook goed gebruikt worden
voor het drijven van wilde zwijnen. Is (gelukkig) geheel in jagershanden en wel
voornamelijk bij de grofwildjagers.
ZWEETHONDEN
Hannoveraanse zweethond
Dit ras wordt al ruim twee eeuwen gefokt als zweethond voor het werk op aangeschoten
roodwild (edelhert). De Hanoveraanse zweethond komt in ons land dan ook alleen voor in
jachtvelden waar edelherten worden geschoten. Het is een redelijk grote, compacte hond met
een lichtrode tot donker hertrode kleur; ook kan hij zwart gestroomd of gevlamd zijn. Voor
zijn werk is veel rust en concentratie nodig. Hij is in staat een ziek hert nog dagen
later op zijn zweetspoor te vinden. Zelfs als er een laagje sneeuw overheen gevallen is.
Bij het volgen van een zweetspoor wordt altijd aan de lange riem gewerkt.
De Beierse Bergzweethond
Doet hetzelfde werk als de Hannoveraan, maar is wat eleganter van bouw. Dit vanwege zijn
werk in het gebergte.