Omhoog Inhoud Zoeken
 

 Personenindex

 

Start

Petrus (Pit) van Dinteren
1859-1945

Petrus (Pit) van Dinteren wordt geboren op 1 September 1859 te Deest, 5e kind van Martinus van Dinteren en Dorothea de Jong. Pit wordt gedoopt door pastoor Bernardus Rijke in de met stro gedekte noodkerk van Deest. De noodkerk is gebouwd in 1858 omdat de St. Antonius kapel inmiddels was afgebroken en de nieuwe parochiekerk nog niet klaar was. Aan de bouw van de nieuwe parochiekerk werd in 1852 begonnen en werd op 31 oktober 1860 in gebruik genomen.

Pit treedt in het huwelijk met Johanna Cuppes te Druten op 23 Januari 1896 en ze krijgen 3 zonen, Martinus Jacobus (Tinus) geboren op 31 oktober 1898, Jacobus en Theodorus (Thé) geboren op 11 mei 1904.

 

Op 13 Mei 1906 wordt de R.K. werklieden-vereeniging opgericht door pastoor Petrus van Zutphen; afdeling Deest-Afferden-Winssen van de 'Bossche Diocesane Werkliedenbond. Het bestuur ziet er als volgt uit:

Th. Leegstraten President
P. van Dinteren Vice-president
J. M. van der Wielen Eerste secretaris
G. van Atteveld Tweede secretaris
A. van Gemert Eerste penningmeester
W. de Klein Tweede penningmeester
J. Peperkamp Commissaris voor Afferden

De eerste jaarvergadering van de werklieden-vereeninging wordt gehouden op 13 Jan 1907.

Begin 1914 is er een bestuurscrisis van de werklieden-vereeniging. "De gewenschte samenwerking was verloren gegaan, zoodat na eenig geharrewar 't Bestuur in zijn geheel ontslag nam en een nieuw bestuur gekozen werd." Pit van Dinteren kreeg het roer in handen en werd voorzitter. Pit volgde een andere koers dan zijn voorgangers. Onder zijn leiding nam de brave "Werklieden-vereeniging" een strijdbaarder karakter aan. Pit was een bezadigd man, maar durfde tegen de 'heren' steenfabrikanten en scheepsbouwers wel zijn mond open te doen, ook als het om lonen en werktijden ging. In deze tijd was het gebruikelijk dat fabrikanten en ondernemrs feitelijk lid konden worden van de arbeidersbond en daarin zelfs de sterkste positie innamen. Aan Pit scheen iedereen zich verkeken te hebben, of had hij zijn tijd stilletjes afgewacht?

Hoe dan ook, zijn ware aard kwam aan het licht in 1915. Toen speelde zich na bijna tien jaar verenigingsleven voor het eerst iets af wat je een actie zou kunnen noemen. De eerste en tweede penningmeester Willem de Klein en Hendrikus Mooren, waren met ingang van 24 januari 1915 opgestapt omdat zij daartoe gedreven werden door hun patroons. De steenfabrikanten hadden dus hun kans gezien twee huisvaders bij de werklieden-vereeniging te verdrijven.
Het krantje "De Maas en Waler" kwam op 16 Jan 1915 met het prettige nieuws dat "in de aanstaande campagne op de steenovens meer werkkrachten noodig zijn dan in vorige jaren" De steenfabrikanten hadden het idee om een lijst te maken waarop iedereen die aangenomen werd een handtekening of kruisje zou zetten welke een belofte inhield om een tijdelijk periode in dienst te treden voor een dubbeltje per dag zonder afspraken over de dagproductie of werktijden. Op 18 Jan 1915 vondt een bestuursvergadering plaats, waarin besloten werd dat het bestuur de leden zou aanraden de lijsten niet te tekenen. Met die boodschap waren de Klein en Mooren naar hun patroons gegaan, maar hun nieuws was slecht gevallen bij de 'heren': of hier of daar konden de mannen vertrekken.

Desondanks hield Pit zich op de algemene ledenvergadering zich aan de gemaakte afspraak. Hij had volgens de Maas en Waler iedereen die "zich voldoende onafhankelijk voelde" afgeraden "te teekenen", omdat het hier ging om een eenzijdige verbintenis "zonder eenige vastheid over het loon". Van Dinteren betreurde het ook, aldus de krant, "dat niet alle steenfabrieksarbeiders bij de plaatselijke vereeningingen zijn aangesloten". Dan pas immers "konden die vereenigingen gezamelijke ageeren tegen het voorstel van de steenfabrikanten". Als eenling mocht je niets, had van Dinteren gezegd, en "bemoeilijkte men het vereenigingswerk".
Van Dinteren nam opeens vakbondstaal in de mond. Pastoor van Zutphen zal het benauwd gekregen hebben achter de bestuurstafel. Zijn "Werklieden-vereeniging" was een stands-organisatie, geen vakbond.

Het zweet moet van Dinteren op het hoofd gestaan hebben toen hij desondanks zijn verenigingsleden de raad gaf de campagnelijsten van de steenfabrieken te verscheuren, althans die leden die het in de zomer van 1915 ook zonder steenoven konden uitzingen.
Het in alle openbaarheid uitgesproken standpunt van Pit en zijn medebestuurders betekende een breuk in de beleidslijn van de pastoor. Het tekent overigens de priester dat hij het schip niet verliet.
 

Omdat de arbeiders in Druten het voorbeeld van Deest volgden met volle instemming van kapelaan Paulus Goulmy en uiteindelijk ook 'Den Bosch' zich in de kwestie mengde, gingen de 'heren' fabrikanten in zoverre door de knieen dat zij in 1915 hetzelfde loon beloofden te zullen betalen als in 1914.
Op 20 Feb 1915 meldt de Maas en Waler: "Na de toezegging der steenfabrikanten dat de loonen der arbeiders gelijk zullen zijn aan die van vorig jaar hebben de laatste allen het contract getekend, waarbij zij zich verbinden voor de aanstaande campagne"
Een daverend succes had de Deestse Werklieden-vereeniging niet kunnen boeken, maar Pit van Dinteren had in elk geval de geesten rijp weten te maken voor gemeenschappelijk verweer, niet alleen in Deest, maar ook in Druten. Zelfs bondssecretaris Van Rijen in Den Bosch drong er nu op aan in Maas en Waal "eens flink de Vakorganisatie ter hand te nemen" om volgend jaar (1916) "krachtiger dan nu" te kunnen optreden. En het gebeurde; de steenfabriekarbeiders van Deest en Afferden organiseerden zich in 1817 in een afzonderlijke vakbond.
Paulus Goulmy 1877-1945

Pastoor Petrus van Zutphen, de derde pastoor van Deest sterft op 04 februari 1919, hij werd 10 dagen later opgevolgd door pastoor Martinus Verhoeven uit Diessen.

Zoon Jacobus sterft ergens rond 1920 op jonge leeftijd.

In 1923 wordt een loonsverlaging van 10% voorgesteld in de baksteen en dakpannenindustrie, waarna een staking uitbrak. Ingehuurde invalskrachten werden met knuppels en ijzeren staven opgewacht. Een Drutense agent werd door een ijzerwerker met de vuist buiten westen geslagen. Niet alleen Pit maar vooral ook Pastoor Verhoeven kwam met de staking goed in de maag te zitten. De agressieve actie in Deest was landelijk niet onopgemerkt gebleven. Gelukkig werd aan beide kanten een scheutje water bij de wijn gedaan; de pannenfabriek boodt 25 cent/uur, de stakers hadden 30 cent geëist. Er werd een akkoord bereikt op 28 cent en een halfje.

12 Mei 1926 is een feestdag want dan treedt zijn zoon Tinus in het huwelijk met Bep Willems.

Pit was lid van de derde orde (lekenorde) van St. Franciscus en  is behalve mede oprichter van de werklieden-vereeniging ook mede oprichter van het witgele kruis.
Pit's vrouw Johanna sterft op 18 september 1939. Op latere leeftijd is Pit blind geworden en op 08 oktober 1945 overlijdt hij op 86 jarige leeftijd.


Bronvermeldingen:

PAJ van Dinteren.
Bidprentjes van Pit van Dinteren en The van Dinteren.
Johan van Os, 1000 Jaar Deest, uitreksel en aanvullingen door Marcel van Dinteren.

 

Start ] Omhoog ]

U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan pvandinther@chello.nl.
Copyright © 2005 van Dinther
Laatst bijgewerkt: 09 februari 2005