Thailand, here we come!
Reisverslag Thailand, 2 t/m 16 mei 2005
Maandag, 2 mei 2005
Ik heb best goed geslapen, ondanks de grote reis die ons wacht en waar
het toch al even over gaat. We gaan met z’n vieren: mijn zus Lenie (als
vrijwilligster in een aidshospice al zo’n zes jaar werkzaam geweest in Thailand
en ook wel degene die me zover heeft gekregen deze reis te aanvaarden), mijn
broer Theo en zijn partner Maria (Theo is werkzaam op Bouwkundig Buro ‘De
Loods’, een bedrijf dat een flinke sponsoring heeft gedaan voor de bouw van een
puberhuis in kinderdorp Baan Gerda in Thailand) en ikzelf (secretaris en
oprichter van de Stichting Lopburi Nederland (SLN) die in eerste instantie de
vrijwilligerswerkzaamheden van Lenie en anderen in Thailand ondersteunde, met
name met financiën en die zich inmiddels vooral heeft toegelegd op
ondersteuning van het kinderdorp Baan Gerda voor hiv-wezen). Voor alle
duidelijkheid: de reis is een persoonlijk initiatief, dus zeker niet een door
de stichting betaalt pretreisje…!
Directe aanleiding is de ingebruikname van het puberhuis ‘Baan
Arno’, gebouwd met geld van ‘De Loods’ en de SLN en genoemd naar mijn broer
Arno, die deze maand twee jaar geleden overleed aan de gevolgen van longkanker.
Ik ben op tijd opgestaan, want mijn moeder wordt vandaag 80 jaar en
ik wil haar nog even feliciteren voordat we vertrekken. Om 08.50 uur doe ik de
koffer definitief dicht en voorzie deze van naamlabels. Dan afscheid nemen van
mijn lieve vrouwtje Anita, die me deze reis gunt en achterblijft met onze
kinderen. Ze moet nu gaan werken in de sportkantine en kan dus niet wachten tot
het echte vertrek. Ook van mijn zoon Wesley neem ik afscheid en als laatste van
mijn dochter Patty. Dat afscheid valt een beetje zwaar, want ze laat echte
tranen vallen. En dat terwijl ze zelf over een week met haar vriendin en diens
familie naar Denemarken op vakantie gaat!
Snel naar ons mam en ik ben er maar net als mijn vriend Gerald
belt. Hij is voor deze gelegenheid onze chauffeur en hij vertelt dat hij zijn
bus bij me op de inrit heeft staan en dat de poort op slot is. Daarom: ons mam
even knuffelen en feliciteren en snel terug naar huis. Vlug de bagage achter in
de bus gooien, de deur sluiten, dan ook de poort en dan de sleutelbos over het
hek laten vallen. Oei…, die valt precies in de ‘wildernis’ van de hedra die het
hekwerk siert! Niet vergeten Anita te bellen dat ze de sleutels daar kan
vinden…
We vertrekken richting de Maassingel, waar Lenie zit te wachten.
Vlug haar nieuwe woning met Thaise massagesalon ( www.massagedeurne.nl ) bekijken en ook
daar de bagage inladen, Lenie instappen en naar Theo en Maria in de Heiakker. Ook
zij zijn startklaar en de bagage is snel geladen en de stoelen bezet. Op naar
Schiphol!
Na een rit die zonder problemen verloopt,
arriveren we om 11.00 uur op Schiphol. Afscheid nemen van Gerald en op naar de
incheckbalie. Lenie probeert nog een upgrade voor me te regelen, zodat ik wat
meer ruimte heb, maar dat mislukt. Ik zal het met een ‘gewone’ vliegtuigstoel
moeten doen in een vliegtuig van China Air. Nou ja, het is niet anders, toch!
We eten nog een broodje en drinken er een mok koffie bij. Als je
vliegt, heb je nu eenmaal tijd zat! Inchecken bij een intercontinentale vlucht
dient drie uren voor vertrek te gebeuren… Het inleveren van de bagage is
peanuts en de paspoortcontrole en handbagagecheck wil ook niet al te veel
zeggen.
We zijn daarom ook mooi op tijd in de vertrekhal waar Theo de
automaat met zoetig- en hartigheid plundert. Hij moet van zijn kleingeld af.
Maria en Lenie kopen nog wat leesvoer voor onderweg, daarnaast nog wat
puzzelboekjes en ik een fineliner, omdat de balpen waarmee ik dit reisverhaal
neerpen, het niet steeds wil doen (vette vingers). Dan is het vermaak ten einde
en wacht ons de wachtruimte met veel stoelen, al grotendeels gevuld met veel
reisgenoten. Buiten is ‘ons’ vliegtuig te zien, dat in gereedheid gebracht
wordt om ons naar Thailand te brengen.
Dan het moment waarop iedereen gewacht heeft: de toegang tot de
slurf wordt verstrekt. We laten de hardlopers hun gang gaan en wachten rustig
tot het grootste gedeelte van de reizigers uit zicht is. Eenmaal in het
vliegtuig, waar we een middenrij hebben ingenomen, wordt het vertrek
opgehouden. Een toch nog spannend moment! De beveiliging komt het vliegtuig
binnen en sommeert een drietal (volgens mij zijn het Indiërs) met hen het
vliegtuig te verlaten. Ze mogen nog net hun handbagage uit het rek halen (daar
was ik wel blij mee; je weet niet wat zich daarin bevindt!) maar dan moeten ze
het vliegtuig uit. Waarom is me niet duidelijk, maar ik vind het wel raar
eigenlijk. Als je nagaat hoeveel barrières (er was een groot aantal bewapende
militairen) genomen moeten worden vooraleer je in het vliegtuig bent, is het
raar dat er zelfs nog mensen uit het vliegtuig gehaald moeten worden! Je zou
zeggen, dat ze die eerder onderscheppen als er iets niet in orde is.
Afijn, na een half uurtje oponthoud dan toch van de grond en
eenmaal op stoom, gaat het snel! Op een groot beeldscherm is de afgelegde en
nog af te leggen weg te volgen en dan blijkt dat we al heel snel boven
Duitsland vliegen!
Tegen half vijf (Nederlandse tijd) wordt het diner gebracht. Een
keuzemogelijkheid tussen vis in tomatensaus en aardappelen en varkensvlees in
currysaus met rijst. De bijgerechten zijn gelijk. De keus is niet moeilijk:
alvast wennen aan curry en rijst kan alleen maar positief uitwerken… De smaak
is vrij neutraal. Logisch, want wat moet je anders van een vliegtuigmaaltijd
verwachten. Bij China Air is het dus niet anders. ’t Lekkerste onderdeel was
het bekertje Courvassier, een lekkere Franse cognac.
Na zo’n 2½ uur
vliegen begint mijn achterwerk te protesteren. Dat geeft niets, maar ik zat al
niet erg comfortabel met mijn grote lijf in dat kleine vliegtuigstoeltje. Toch
vervelend als je wat veel ruimte nodig hebt.
Het is inmiddels 22.15 uur (nog steeds Nederlandse tijd). We zijn
twee films en een aantal mislukte slaappogingen verder. Niet gek natuurlijk,
dat dat slapen niet wil lukken. Dat doe ik normaal ook niet zo vroeg! Toch
zullen we het straks wel merken, want over een kleine drie uur landen we en dan
is het vroeg in de ochtend in Thailand. Als het goed is worden we opgehaald op
het vliegveld van Bangkok en naar Lopburi gebracht. Daar moeten we dan een
kamer boeken bij een ressort en dan kunnen we even bijkomen. Ik heb een van de
vier boeken die ik wil lezen (voor een opdracht voor Letterkunde) meegenomen in
de handbagage. Daarom maar wat lezen in ‘Paradijs verloren’ van Cees Nooteboom.
‘Roman’ staat groot op de kaft te lezen, maar volgens mij is het een bundel van
verhalen. Het leest in ieder geval niet lekker (mogelijk ook de postmoderne
invloed? Dan is het goed, want daar gaat het om bij deze opdracht!).
Het is tien over twaalf, middernacht. Nog steeds Nederlandse tijd.
Net het ontbijt (!) binnen zitten werken. Opnieuw een keuzemogelijkheid. Dit
keer tussen een omelet en rijstnoedels met garnaaltjes. Opnieuw in stijl
gegeten, dus de rijstnoedels met garnaaltjes gekozen. En opnieuw is de smaak
vrij neutraal. O ja, voor de duidelijkheid: nu is het 0.15, wat in Thaise tijd
5.15 uur is. Dat betekent trouwens dat ik me vergist heb, want ik ben er steeds
vanuit gegaan dat er een tijdsverschil van zeven uur is tussen Nederland en
Thailand. Dat betekent dan weer dat ik om 15.00 uur online moet zien te komen
om met onze Patty te kunnen msn-en. We hebben immers afgesproken dat ze om
10.00 uur de computer in de gaten moet houden.
5.40 uur (Thaise tijd). Als ik links uit het vliegtuig kijk, zie ik
de zon opkomen. Het is prachtig! Het donkere land, waar het land de lucht raakt
is het een beetje oranje en daarboven is de lucht blauw gekleurd. Die blauwe
kleuren weerspiegelen in wat ik denk dat meren zijn. Als ik rechts uit het
vliegtuig kijk, is er nog niets te zien. Alles donker. Maar lang zal dat niet
meer duren, want ik zie de mensen die dicht bij de raampjes zitten, al naar
beneden kijken. Een nieuwe dag begint, terwijl zich de slaap nu aan me
opdringt. Bovendien doet mijn kontschenk inmiddels gigantische pijn van het
lange zitten!
12.20 uur (Thaise tijd). Net wakker en gedoucht. Even over de
aankomst: we zijn zonder problemen geland en het land binnengekomen. Als eerste
werd de rookruimte opgezocht door Maria en Lenie, want die hadden maar liefst
twaalf uur zonder hun teer en nicotine moeten doen. De figuur rechts op de
foto, was écht toe aan zijn sigaretje. Hij hoestte alsof hij er bijna bij zou
gaan liggen, maar de peuk móest aan!
Daarna bleek de koffer terugvinden ook geen probleem te zijn, dus
al snel klaar voor het vervolg van onze reis. In de aankomsthal werd ik
aangesproken door een ‘gladjanus’. Hij bleek klanten te zoeken voor een van
zijn taxibussen. Lenie nam het contact over, wat jammer bleek te zijn voor de
‘gladjanus’, want van de oorspronkelijke vraagprijs bleef, na een enkele keer
aangeven dat reizen per trein ook best z’n charmes heeft, niet veel meer over.
De uiteindelijke prijs kwam flink beneden de helft van die oorspronkelijke
prijs te liggen en kwam uit op zo’n 2000 Bath. Zijn uiteindelijk akkoord gaan,
stemde vooral onze Theo en mij gelukkig. Het vooruitzicht van een aantal uren
zittend op een hard houten bankje sprak ons en vooral ons achterste na elf uren
vliegtuigstoel absoluut niet aan! Maar… toen kenden we de rijstijl van onze
chauffeur in spe nog niet…! Het werd dus het busje. Het vervoermiddel beschikte
gelukkig over airco en dan nog beleefden we enkele benauwde momenten! Als een
nog niet verongelukte Nikkie Lauda scherpte onze chauffeur ongetwijfeld het
toch al niet slechte baanrecord van ons traject aan. Racend van Bangkok naar
Lopburi, dus. Zoals alles, wende ook dat rijgedrag en ik durfde zelfs af en toe
naar buiten te kijken. Wat me opviel, is dat er zeker voldoende elektriciteit
is in Thailand. Tjonge, de hoogspanningsmasten die er staan. De bodem moet wel
heel erg hard zijn hier. Verder kan er ook geen tekort zijn aan kokosmelk, want
ook aan kokospalmen geen gebrek. Ik zag onderweg zelfs een complete
kokosboomgaard! Verder viel me het grote contrast op tussen de ‘saaie, grijze,
simpele’ woningen en de kunstige en van pracht en praal voorziene tempels en
gedenkmonumenten ter ere van de koninklijke familie.
Net voordat we Lopburi bereikten, doemde een grote en hoge
rotspartij (gebergte) op. Indrukwekkend en zonder waarschuwing vooraf; alsof
iemand die grote berg per ongeluk heeft laten vallen. Hier wordt het marmer
gewonnen wat door de natuur wordt aangeboden.
Informatie
over Lopburi:
Lopburi ligt 150 kilometer ten noorden van Bangkok. Er bevinden
zich interessante historische monumenten en ook een nationaal museum waarin
veel archeologische vondsten zijn terug te vinden.
Zijn grootste tijd maakte Lopburi door tijdens de zgn.
Ayutthaya-periode, toen koning Narai de Grote de stad tot tweede hoofdstad
benoemde. Gedurende die tijd vonden er veel diplomatieke activiteiten met
Westerse landen plaats in Lopburi.
Voor de Ayutthaya-periode was Lopburi
een provinciale hoofdstad van het Khmer-imperium en dat is terug te vinden in
beeldwerken en architectuur. Tegenwoordig staat de stad bekend vanwege de
apenkoloniën die er huizen. Er houden zich honderden apen op bij de tempel Phra
Prang Sam Yod.
De tempel waar het hospice is gevestigd waar Lenie zo’n zes jaar
als vrijwilligster stervende aidspatiënten heeft begeleid, ligt net even buiten
Lopburi. In Lopburi woonde Lenie een aantal jaren in het door de Stichting
Lopburi Nederland gehuurde ‘Holland-House’.
Onze rit eindigde bij het Lopburi Inn Resort. We tekenden snel in
en besloten een uurtje of drie plat te gaan. Ik heb gezien dat er een pc staat
met internet bij de receptie, dus ik kan straks mooi verslag doen en contact
zoeken met onze Patty.
16.00 uur. Jammer. De internetverbinding in het hotel is er eentje
die niet bestaat. Ik heb daarom maar snel een sms-je gestuurd.
Vanmiddag gaan we pinnen en shoppen bij Big
C, een giga-grote supermarkt. Het is erg heet en de Thai zullen ons absoluut
voor gek verklaren als ze ons zien lopen. De wandeling geeft ons meer
mogelijkheid om de omgeving in ons op te nemen. Wat opvalt zijn de grote
vruchten die aan de bomen langs de weg hangen. Later zien we ze ook in de
rekken liggen bij de Big C. Het zijn durians en volgens Lenie stinkt de vrucht
zo erg dat ze ‘m nooit heeft durven proeven. In Thailand wordt ook deze
fruitsoort veelvuldig gegeten en later zien we ook veel durians vervoerd worden
met pickuptrucks. Het winkelen resulteert in vier grote plastic tassen en een
rekening van € 22,00. Met andere woorden: we zijn rijk hier! Lenie en ik gaan
met de brommertaxi terug naar het ressort, want het is veel te heet (40 graden
en een geweldig hoge luchtvochtigheidsgraad) om met die zware tassen te gaan
lopen. Een wandeling van een half uur of vijf minuutjes achter op een
brommertje… ik weet het dus wel. Theo heeft natuurlijk een foto gemaakt. Ben
benieuwd… zo’n grote ‘jongen’ achter op de brommer bij zo’n min Thaike!
Eenmaal thuis al meteen mijn eerste wasje
gedaan en daarna naar het zwembad. Lenie poeliet, terwijl ik mijn reisdagboek
bijwerk. Dadelijk eten we hier aan de waterkant en daarna gaan we naar het huis
kijken waarin Lenie al die tijd gewoond heeft. Poo (Thaise verpleegster in het
ziekenhuis van Lopburi en vriendin van Lenie) en Doodoo (Zwitserse vrijwilliger
die momenteel in Thailand woont en getrouwd is met Rin een Thaise; vriend van
Lenie) komen vanavond en morgen komt Karl (Duitse stichter van het
hiv-wezen-kinderdorp ‘Baan Gerda’) ons ophalen, als ik me niet vergis.
Enkele minuten later zitten we aan de rand van het zwembad een
geweldig pittige salade te eten met wat Thaise plakrijst erbij om te blussen.
Die rijst voldoet niet en ik gebruik een gedeelte van de inhoud van de bak
ijsklontjes die Lenie bij haar drinken heeft gekregen, om het gebied rondom
mijn mond af te koelen. De pepers hebben zelfs dat gebied ‘aangevallen’ met
behulp van de ‘sappen’ die daar bij het eten van de salade terechtkwamen. Het
brandt als hel…!
Dan arriveert Doodoo en we maken kennis. Gezellig wat buurten in
het Engels en zo wachten we op Rin en father Michel (een Franse katholieke
pastoor die een kerkje heeft in Lopburi), zo denk ik, maar ik vergis me weer.
Doodoo gaat eerst terug naar huis en zal tegen kwart voor zeven hier terug zijn
om ons op te halen voor het eten. Daarom nog maar een wasje doen.
Als ik dat wasje klaar heb en opnieuw de verzengende hitte instap,
is er niemand. Dan hoor ik Lenie tegen het raam kloppen en ze wenkt me binnen.
Daar ontmoet ik Poo, die inmiddels gearriveerd blijkt te zijn. Een jonge vrouw;
de vriendelijkheid zelver met een lieve lach. Haar Engels is niet grandioos,
maar er is te communiceren en het went. Dan komt
ook Doodoo en we hebben vervoer genoeg om
naar het restaurant te gaan. Druk, drukker, drukst op straat! Vooral
brommertjes schieten links en rechts langs ons heen. Maar we komen er wel. Al
rijdende zie ik plotseling een olifant (met bestuurder) over straat gaan. Een
raar gezicht! Alles is hier eenrichtingsverkeer. Als je de plaats van bestemming
rechts hebt liggen (we rijden links!), dan moet je die voorbij rijden, wachten
op een keerpunt (die er voldoende zijn), dan omdraaien, zodat je op de
linkerbaan terechtkomt en dan kan je naar de bedoelde plek. Na een interessant
ritje komen we op die plek: een mooi restaurant met een grote
buiteneetgelegenheid. De auto wordt geparkeerd en dan blijkt dat father Michel
al een half uur zit te wachten. Zijn reactie naar Doodoo: ‘Je bent al een echte
Thai’, is dan ook minder positief bedoeld.
Het is een prachtig restaurant,
waar we een tafel aan het water hebben. Lenie bestelt met behulp van Poo
allerlei lekkere dingen en het is werkelijk smullen! Met Doodoo heb ik het over
voetbal, want hij heeft van Lenie begrepen dat ik de halve finale C.L. van PSV
tegen AC Milan wil zien. Het is dus echt gezellig. Als we enkele uren later de
rekening krijgen, dan blijkt dat het eten en drinken voor deze acht personen €
24,00 heeft gekost. En dan is dat niet de prijs per persoon! Na het eten gaan
Lenie en Poo nog langs de Big C om wat lekkernijen te kopen voor de kinderen in
Baan Gerda. Theo, Maria en ik rijden met Doodoo terug naar het ressort en dan
blijkt dat we écht moe zijn. We eten nog wat lychees als toetje, maar dan
besluiten we niet op Lenie te wachten, maar lekker te gaan slapen.
Woensdag,
4 mei 2005
Het inslapen lukt wonderbest,
misschien ook wel door het sms-je dat ik net op tijd ontvang van onze Patty met
de tekst ‘slaap lekker!’. Ik slaap dus inderdaad prima en word maar één keer wakker
om het toilet te bezoeken én om te drinken. Om 01.45 uur loopt mijn wekker af.
Voetballen! Midden in de nacht zie ik de eerste halve finale CL tussen
Liverpool en Chelsea. De beelden worden van deskundig (?) commentaar voorzien
door de Thaise equivalenten van Evert ter Napel en Tom Egberts. Liverpool gaat verder en dan vat ik
gelukkig snel de slaap weer. Ik schrik wakker van geklop op mijn deur. Het
blijkt onze Theo te zijn die vertelt dat het ontbijt wacht.
Drie sneetjes toast met gebakken
eieren en jam verder, zitten we bij Lenie de rekeningen te vereffenen. We
hebben besloten om een pot te maken, zodat het afrekenen wat makkelijker
verloopt. We moeten trouwens gaan pakken, want hier was maar plaats voor één
nacht. Verderop in de stad is nog een hotel van dezelfde organisatie en daar
zullen we de tweede nacht doorbrengen. Dat hotel staat in de ‘nieuwstad’.
Vanmiddag zal Poo ons naar Baan Gerda brengen en voordat we kunnen vertrekken
moeten we in ons nieuwe onderkomen ingeboekt zijn. Lenie en Poo hebben voor elk
kind cola en chips ingekocht en we willen de bijdrage van de ‘Klup’ die ik
meegekregen heb ter ondersteuning van de inrichtingskosten van het ‘Baan Arno
Huis’, ook overhandigen. We hebben dat bedrag aangevuld met wat andere
sponsorbedragen en zo kunnen we een bedrag van zo’n 6000 Bath (€ 120,00)
schenken. Ik heb gezien dat bijvoorbeeld een kleurentelevisie betaald kan
worden met dat bedrag, maar we laten de keuze aan de nieuwe bewoners zelf.
Dan komt Lenie vertellen dat we
met ingang van morgen een privé-chauffeur hebben met mini-van (busje met
airco), die ons drie dagen ter beschikking staat. Het is een kennis van Poo,
die dit perfecte vervoer geregeld heeft. Lekker gemakkelijk, zeker met het oog
op ons voorgenomen bezoek aan Kanchanaburi en de River Kwai. Natuurlijk gaat
ons dat ‘flink’ wat geld kosten (4000 Bath, exclusief brandstof – ter
verduidelijking: € 80,00 exclusief brandstof die hier op zo’n 40 eurocent per
liter komt), maar je moet er iets voor over hebben…
Net na de middag is Poo er om ons
op te halen en naar het andere hotel te brengen. Buiten is het zweten, maar in
Poo’s auto is het lekker: airco! De bagage wordt door een medewerker van het
hotel vervoerd. In het andere hotel aangekomen, blijken de kamers wat minder
van kwaliteit te zijn dan die in het ressort, maar mét airco én tv. Vannacht
dus PSV kijken!
Om 13.15 uur vertrekken we
richting Baan Gerda. Een rit van ongeveer een uur, die zeker de moeite waard
is! Karl ontvangt ons en leidt ons rond. Ondertussen vertelt hij honderduit. In
het Engels, ook al heb ik hem verteld dat het ook best in het Duits mag. En
Theo en ik maar foto’s maken! Lenie en Poo hebben het vooral druk met Mint, het
oogappeltje van Lenie. In de tijd dat Lenie in Thailand was, heeft ze Mint een
hele poos in huis gehad en verzorgd. Ze heeft dan ook een erg sterke band met
het meisje en zou haar zelfs wel mee naar Nederland willen nemen, als het voor
het meisje ook verstandig zou zijn. Ze heeft wat cadeautjes meegebracht,
waaronder een mooi roze parasolletje. En van Poo krijgt Mint een
schooluniformpje omdat ze bijna naar school zal gaan. ’t Is een beetje (veel)
te groot, maar wel een mooi gezicht!

Dan het ‘Arno House’. Het is een mooi gebouw geworden in
leuke, frisse kleuren: oranje en roze. Het ‘Arno House’, een woning voor een
groep adolescenten met meer privacy voor de oudere jongeren, is betaald door De
Loods en de SLN, zoals al eerder verteld. We krijgen van Karl een rondleiding
door het huis en zien een lint met ballonnen die straks een rol gaan spelen bij
de officiële opening. Zoals gezegd laat Karl ons het huis zien. De huizen hier
moeten op heipalen staan en daarom is het makkelijker om de onderste vloer
boven het grondniveau te leggen. Dan hoeft namelijk de aarde niet helemaal
waterpas te zijn. Op die vloer kunnen dan ook weer ruimtes gecreëerd worden en
het woongedeelte is dan boven. Er is een douche met koud én warm water, tot
grote vreugde van Lenie en ook het toilet ziet er keurig uit. En al is het huis
nog niet helemaal klaar, we krijgen wel een heel goed beeld van hoe het er
dadelijk uit zal zien en gebruikt gaat worden!
Dan het moment waarop ook de kinderen duidelijk hebben
gewacht: de opening. Met Mint op de arm loopt Lenie richting lint. Op een mooi
schaaltje wordt een met een bloem versierde schaar gebracht en dan is het
zover. Het lint wordt doorgeknipt en de weg naar boven is vrij. De slippers
gaan uit en het stormt naar boven. Het huis wordt van onder tot boven
geïnspecteerd door de kinderen en de ‘ouders’. Voor de foto wordt het bord met daarop
‘Arnold House’ even tegen de muur gehouden, maar het echte bord, met de juiste
tekst ‘Arno House’ zal later worden bevestigd, zo belooft Karl ons.
Het wordt weer tijd voor een verfrissing, want dat blijft
hard nodig bij dit weer. Snel een glaasje water en dan gaan we weer met Karl
mee. Hij laat de noodzaak zien van het waterreservoir. Dat waterreservoir is
enkele jaren geleden aangelegd kunnen worden dankzij de financiële
ondersteuning van het Varendonck-College, de school waar ik werkzaam ben. De leerlingen
en docenten hebben toen een kerstmarkt gehouden en zo werd flink wat geld
ingezameld. De school heeft dat bedrag toen afgerond naar € 10.000,00! In
eerste instantie was het bestemd voor een vrachtauto waarmee de kinderen
vervoerd zouden kunnen worden voor uitstapjes en dergelijke, maar de watersnood
die op dat moment speelde in Baan Gerda, deed Karl tot een ander voorstel
komen. Hij stelde voor om een waterreservoir aan te leggen met
zuiveringsinstallatie, zodat het dorp onafhankelijk zou zijn van de grote
vijver, die vaak droog komt te staan. Vanzelfsprekend werd dat voorstel
aanvaard en nu is het reservoir er. ‘We zijn er gelukkig mee en je kunt nu zelf
zien dat het niet voor niets geweest is!’, zo vertelt hij op de half
drooggevallen vijver wijzend. Het waterreservoir zit natuurlijk grotendeels
onder de grond, maar ook aan de oppervlakte is er wat van te zien. Al is het nu
nog niet meer dan een grote betonnen bak. Karl wil er een zitje op bouwen,
zodat het ook aan de bovenkant gebruikt wordt. Ik vertel hem, dat Ad de
Veer, mijn directeur, heeft gezegd dat hij het logo van de
school er op wil komen schilderen. Karl is direct enthousiast en zegt dat Ad
altijd welkom is. Bovendien zou hij het dan leuk vinden als er ook een leerling
meekomt. Hij heeft veel respect voor de betrokkenheid en inzet van de
leerlingen van de school. Die betrokkenheid kan met zo’n bezoek alleen nog maar
versterkt worden en de leerling kan verslag doen in Someren, zo denkt hij. Ik
beloof hem dat ik Ad zal vragen met hem in contact te treden via mail.
Dan mengen we ons tussen de
kinderen die ons betrekken in hun spel. Een van de mannekes komt mijn buik eens
nader inspecteren. Hij klopt er een paar keer tegenaan en dan licht hij mijn
T-shirt op om te kunnen zien wat er onder zit. Ik kan het me goed voorstellen;
zo’n buik terwijl ze alleen maar slanke, iele Thaise mensen gewend zijn. Het
ijs is gebroken en al snel heb ik een stuk of drie, vier kinderen op en aan me
hangen. Ze hebben Lenie op de wip gezet en krijgen haar met geen mogelijkheid
omhoog. Maar dan wordt mijn ‘vriendje’ wakker en komt mij halen om op de andere
zitplaats te gaan zitten. En dan gaat Lenie inderdaad de lucht in. Nu krijgen
ze het niet meer voor elkaar om haar naar beneden te krijgen. Een beetje hulp
en ja hoor… we kunnen wippen. De kinderen genieten en wij niet minder. Ze
willen zelf op de foto en al gauw willen ze zelf ook foto’s maken. Met het
toestel van ons Lenie maken ze er verschillende en niet onverdienstelijk.
Op het middenterrein is geprobeerd een bosje aan te planten,
maar dat is op een mislukking uitgedraaid. Karl wil er nu een voetbalveld van
maken. Ik beloof hem dat als PSV vanavond de finale haalt, ik een brief naar
PSV stuur voor sponsoring. We praten nog wat na bij het guesthouse waar Karl en
Tassanee verblijven als ze in Baan Gerda zijn. Nu zijn er nog enkele Duitse
meiden die een of andere danstherapie geven aan de kinderen. We hebben ze
ontmoet toen we aankwamen; ze kwamen net uit de vijver waar ze een verfrissende
duik genomen hadden.
Karl biedt ons een eigen
brouwseltje te drinken aan. Hij noemt het ‘angelpiss’. Hoofdbestanddeel is
Thaise rijstrum. Daarnaast zitten er veel lemons in en is er honing van wilde
bijen aan toegevoegd. Met een andere drank naar keuze past hij de smaak aan. Het
wordt gebruikt als limonadesiroop: een glas wordt bijna geheel gevuld met
sodawater en dan aangevuld met het goedje. ’t Smaakt goed! Niet zoet, maar wel
verfrissend. Bovendien voel je de alcohol snel…
Om 19.00 uur gaan we met Poo
terug naar Lopburi en opnieuw wordt het dan weer smullen van de Thaise keuken.
Tegen 23.00 uur naar de kamer van Lenie. Daar nog wat fruit eten (Poo had een
mandje vers fruit meegenomen voor Lenie) en dan naar de eigen kamer. De wekker
zetten en draaien in m’n bed. Ik kan de slaap maar niet vatten. Of het van de
vele indrukken die ik vandaag te verwerken heb gehad komt, of omdat ik me druk
maak om de wedstrijd die vannacht gespeeld gaat worden, is me niet duidelijk.
Waarschijnlijk een combinatie van beide.
Donderdag
5 mei 2005
Als om 01.45 uur de wedstrijd PSV
– AC Milan begint, zit ik al lang klaar op m’n bed. Na de 1e goal
die al snel valt, volgt een druk sms-verkeer met Nederland. Gerald en mijn
broer Marcel reageren direct. Dat zal nog duren tot enkele minuten na het
laatste fluitsignaal. In het begin zijn de berichtjes euforisch, maar de
laatste zijn in mineurstemming. De 3-1 overwinning die PSV behaalt, betekent
toch uitschakeling. Volgens een berichtje van Marcel vindt mijn zoon Wesley dat
PSV de beste is, ondanks de uitschakeling. Ik kan het alleen maar met hem eens
zijn. De tweede helft kijkt Lenie trouwens bij mij op de kamer; dat is toch
gezelliger!
Na een korte nacht, douchen en
ontbijten. Dan blijkt dat zelfs Theo, die normaal gesproken absoluut niks van
PSV moet hebben, ook heeft gekeken!
Na het ontbijt maken we ons klaar
voor onze driedaagse reis naar Kanchanaburi. We zitten (en liggen af en toe
zelfs) comfortabel in onze mini-van! Het eerste anderhalve uur kijk ik mijn
ogen uit. Er is echt van alles te zien onderweg. Straatventers, die van onder
tot boven zijn ingepakt en dat bij 40 graden Celsius! Alleen een strookje bij
de ogen is vrij van kleding. Waarom? Niet te geloven!! Hoe lichter de huidskleur,
des te meer aanzien men heeft in Thailand. Ze willen dus niet verkleuren door
de zon! Die venters bieden bloemenkransen aan om in de auto te hangen. Op bijna
elk kruispunt zie je ze wel.
Verder, de stad uit. Dan zien we
de rijstvelden. Sommige nog vol water, maar de meeste staan kurkdroog. Niet
voor niets is voor de Thai de regen meer dan welkom! Ze moeten nog even geduld
hebben, want als ik mijn aantekeningen uitwerk, weet ik dat de regentijd
inderdaad begonnen is en ik ben nog geen week terug uit Thailand! Een
riviervisser met een grote hoed tegen de zon, waadt, met het water tot aan de
schouders, door de rivier. Veel tempels en giga-veel winkeltjes langs de wegen
in de dorpen en steden. En dan de grote verscheidenheid aan vervoermiddelen die
je ziet! Dat ze er in durven rijden en dat ze de openbare weg op mogen!!
Opgevoerde landbouwwerktuigen, vracht-auto’s, zo oud dat je ze elk moment uit
elkaar denkt te zien vallen en vrachtauto’s beschilderd in een soort mozaïek,
in de meest opvallende kleuren. Bussen beschilderd met werkelijk de meest
fantastische afbeeldingen! Vlaggen, adelaars, je kunt het zo gek niet bedenken!
Nadat ik anderhalve uur mijn ogen heb uitgekeken, gun ik me wat rust en ga even
lekker liggen.
En zo bereiken we Kanchanaburi-stad.
De hoofdstad van de provincie Kanchanaburi in het westen van Thailand, grenzend
aan Myanmar (Birma). Dit gebied heeft een redelijk onbekend WOII-verleden. Hier
stierven 16.000 geallieerde krijgsgevangenen en 90.000 Aziatische
dwangarbeiders gedurende de aanleg van de ‘Death Railway’. De brug over de
rivier Kwai, is een van de meest bezochte toeristische plekken in Kanchanaburi.
Het ‘Luxury Hotel’ is inderdaad luxe met veel marmer. Maar
voordat we daarvan gaan genieten, besluiten Theo, Maria en ik dat we eerst een
wandeling gaan maken, op zoek naar een internetshop. We zien veel. Twee
oorlogskerkhoven, een voor Chinese slachtoffers en een geallieerd kerkhof. Op
dat laatste liggen ook veel, erg veel Nederlandse gesneuvelde p.o.w.-soldaten
(prisoners of war = krijgsgevangenen). Meer dan drieduizend Nederlanders hebben
hier het loodje gelegd tijdens de aanleg van de spoorlijn van Bangkok naar
Birma. Het is erg indrukwekkend en ik moet zeker niet vergeten om de foto’s
naar Hans van Toer te sturen. Hij houdt zich bezig met oorlogsgraven in
Nederland en Duitsland. Morgen zullen we het Railway Museum gaan bezoeken dat
tegenover het kerkhof ligt. Ook staat er een bezoek aan de brug op het
programma en bezoeken we mogelijk een waterval en een grot, maar dat is ook
afhankelijk van het weer. Deze hitte is niet lollig meer! Gewoon wandelen kost
je al liters zweet! We lopen nog wat verder en gaan een straatje in. Veel
kraampjes, maar geen internetcafé. Jammer; nog geen contact met het thuisfront.
Na even gerust te hebben en
opgefrist te zijn, willen we gaan eten. Maar net als we willen vertrekken,
breekt er een onweersbuitje los. Het duurt een half uurtje en het wordt er
niets koeler door…
We eten in het restaurant van een
riant hotel dat we onderweg gezien hebben, maar het eten valt tegen! We hebben
het gegeten, maar het hield niet over! Lenie vertelt dat we in ieder geval in
Chiang Mai nog wel kunnen internetten, zodat ik nog voordat onze Patty voor
vakantie naar Denemarken vertrekt, contact met haar kan krijgen via MSN.
Thuis in het hotel nog een
biertje drinken bij de televisie en dan slapen. Opnieuw de wekker gezet, want
vannacht speelt AZ de halve finale voor de UEFA-cup…
Vrijdag
6 mei 2005
Maar geen AZ op televisie in Thailand. Jammer! Achteraf
blijkt het nog een mooie wedstrijd geweest te zijn ook! De nacht verliep niet
echt goed. Een paar keer wakker geweest van een tjintjok die zich een plekje op
mijn kamer had toegeëigend om op jacht te gaan naar muggen. Het is een klein
salamandertje van ongeveer 12 centimeter lang, maar het kan geweldige herrie
maken als het denkt dat er kapers op de kust zijn.
Om 08.45 uur wakker. Lekker
gedoucht en de gewassen kleren die droog zijn, opgeruimd. Een half uurtje later
zit ik aan de ontbijttafel. Deze keer is het scrambled eggs, bacon en toast. Na
het ontbijt gaan we met de comfortabele mini-van van onze chauffeur Suchart
richting toeristische trekpleisters in dit mooie gebied in het westen van
Thailand, gelegen tegen de grens met Birma. Als eerste gaan we naar de stuwdam
‘Sri Nakharin’ in de Kwai Yai River. Deze is aangelegd voor het opwekken van
elektriciteit. Onderweg genieten we van de prachtige natuur. Langs de weg staan
borden met de afbeelding van een olifant erop. Even iets anders dan de herten
die we ooit langs de Nederlandse wegen zien op de verkeersborden…
Het kunstmatige meer is prachtig!
Keurig bijgehouden en veel planten. We maken dan ook veel foto’s. Ook van de
prachtige vergezichten. Lenie probeert een aantal keren een witte vlinder te
vangen met haar camera, maar dat valt tegen. We slaan er nog wat te drinken in
en kopen er een lekker ijsje. Ook die kosten hier niks! Een cornetto -toch een
luxe ijsje- kost 20 bath oftewel 40 eurocent.
We overleggen over wat we verder
gaan doen. Ik wil graag naar een waterval, maar die ligt twee kilometer van de
weg af. Met name Theo heeft meer zin in een bezoek aan de grotten. ‘Lekker koel
onder de grond’, zegt ie. De meeste stemmen zijn voor de grotten, dus op naar de
‘Lawa caves’. Het is een eind rijden en als de chauffeur de afslag mist, wordt
het nog veel verder. Uiteindelijk toch maar omgedraaid. Langs de weg staan weer
tentjes met fruit en daar wordt even gestopt voor een gezonde (fruit eten) en
een ongezonde (sigaretje roken) pauze. De chauffeur vraagt daar nog even na of
er misschien een kortere weg is naar de grotten. En die zou
er zijn. We rijden dus een binnenweg op. Heel mooi! Stijl omhoog en stijl
omlaag, de ene haarspeldbocht na de andere! Dan komen we bij een hotel uit. Het
eerste wat opvalt is een grote groep vlinders die zich op de grond tegoed doen
aan water. Opnieuw even navragen en voor mij een mooie gelegenheid om even het
toilet te bezoeken. Niet alles wordt uitgezweet…
Dan blijkt dat we er via deze weg
niet komen. Dus opnieuw rechtsomkeert maken. Uiteindelijk komen we er dan toch.
Maar we worden er niet blijer op! Om bij de grot te komen, moeten eerst
honderdvijftig treden omhoog geklauterd worden. Als de afstand en hoogte van
die treden nou maar was, zoals we die thuis gewend zijn, maar dat is dus niet
zo. We zwoegen en zweten naar boven, tussen de bamboe door die wel
vijfentwintig meter de lucht ingroeit! Even wat anders dan die bosjes bamboe
die her en der in Nederland in de tuinen staan. Het is er erg mooi, maar erg
heet. Op een bord staat vermeld dat de grot is ontstaan doordat regenwater een
chemische verbinding aanging in het gesteente, waardoor zuren ontstonden. Deze
losten de leemlaag gedeeltelijk op. Het resultaat mag er wel zijn: prachtige
grotten vol stalactieten en stalagmieten. Het lichaamsvocht dat door ons
verloren wordt gedurende de klimtocht, kan ook wel eens een chemische reactie
aangaan…, zout is het in ieder geval. Gelukkig wacht ons de koele en coole
grot!! Maar dan een teleurstelling! De grot is absoluut niet koel. Het lijkt er
zelfs warmer dan buiten en in ieder geval is de luchtvochtigheidsgraad ongeveer
100%. Het zweten gaat alleen maar verder en al gauw heeft Theo zijn hemd
uitgedaan. Mijn wens om een waterval te bezoeken mocht niet in vervulling gaan
omdat het een stukje lopen was. Dat stukje kon nooit zo erg geweest zijn als de
wandeling door deze benauwde (maar wel coole) grot! In de grot hangen de
vleermuizen te slapen en bij mooie ‘tekeningen’ in het gesteente zijn lampen
geplaatst. Er worden verschillende foto’s gemaakt, alleen is het afwachten hoe
de kwaliteit zal zijn.
Als we de grot verlaten, is Theo doornat van het zweet. Het
is even uitpuffen voordat we de trap afdalen en we hebben medelijden met de
volgende groep mensen die de grot wil gaan bezoeken. Uiteindelijk toch maar de
bus opgezocht en in de heerlijke koelte die de airco ons toe blaast, lekker
bijkomen. We hebben de chauffeur gewaarschuwd dat we hem onderweg nog even
zullen vragen te stoppen, want we hebben enkele mooie plekjes gezien onderweg
naar de grot. Maar tot die tijd is het lekker even bijkomen… Onderweg nog even
een kort oponthoud in verband met een kleine kudde overstekende koeien. Jawel,
je hebt ze hier ook. Al zijn ze wat aan de magere kant en toch duidelijk van
een ander ras dan onze Berta 14 en Fientje 12. We kunnen onze weg na enkele
minuten weer vervolgen en dan komt de brug in zicht. Daar willen we wat foto’s
maken. Het is de River Kwai die we daar oversteken en er liggen enkele
woonboten op de rivier. Dit is écht mooi. De jungle, een rivier erdoor en
daarop wat woonboten. Schitterend! In de verte is een touwbrug te zien. Die
zullen we maar niet uitproberen. Hij is bovendien te ver weg. Maar de foto’s
die we hier maken, móeten wel mooi zijn! We genieten nog een tijdje van het
uitzicht en gaan dan verder. We besluiten om onderweg ergens langs de weg te
gaan eten. Misschien een beetje riskant, maar als ze er cola hebben, dan durven
we het aan! Cola, hét geheim tegen buikziekte tijdens een vakantie in een land
als Thailand! We vinden een eettentje. Simpel, maar zuiver. We eten er ook
simpel, maar lekker. Alles wordt op het bord geserveerd. Als we afrekenen,
blijkt het nog goedkoper te kunnen dan we al gewend zijn. Met vijf personen
gegeten en gedronken en dan rekenen we 200 bath af, inclusief fooi!! Even
omrekenen: € 4,00.
Dan snel terug naar het hotel en vlug door naar de stad om een
internetcafé te zoeken. Eindelijk lukt dat dan! Een uurtje achter de computer
zitten en contact leggen met het thuisfront. Naar de kosten wordt niet gekeken,
deze keer. Dus dat wordt betalen: 20 bath… als we dat maar overleven! Afsluiten
en op zoek naar de anderen. Die zijn in de tussentijd een poging aan het doen
om een grote winkel leeg te kopen. Dat is compleet mislukt. Verder dan twee
paar schoenen en wat kleding komen ze niet.
Tegen 20.00 uur zijn we terug in ons hotel. Even snel de airco
aanzetten op de slaapkamer en dan terug naar beneden om nog een paar biertjes
te drinken in de tv-ruimte. Het vochtgehalte moet immers op peil gehouden
worden… Ik drink hier ‘Sang’-bier. Het smaakt goed en is met z’n 6% bijna net
zo zwaar als het Nederlandse bier. We bespreken de volgende dag alvast en we
besluiten morgen de begraafplaats nog een keer te bezoeken (Lenie was er nog
niet) en ook het Train Museum te gaan bekijken. Dan zullen we doorgaan naar
Bangkok. De brug is niet de originele brug, dus die hoef ik niet persé te zien.
Het is wel een erg mooi gebied, dit tropische regenwoud met veel mooie plekjes,
veel bamboe, veel vlinders en een aantal olifanten.
Zaterdag
7 mei 2005
Ik ben gisterenavond vroeg naar bed gegaan en heb ook
redelijk goed geslapen en ben daardoor dan ook op tijd wakker. Ik was al klaar
met inpakken toen er op de deur van mijn kamer geklopt werd; het teken voor het
ontbijt. Opnieuw roerei met bacon en tomaat en vervolgens uitchecken.
Voordat we Kanchanaburi verlaten
en naar Bangkok gaan om van daaruit naar Chiang Mai te vliegen, gaan we nog een
keer naar het kerkhof om er wat bekende namen te zoeken. Bovendien is Lenie er
nog niet geweest en zij wil er ook een kijkje nemen. We lopen over het grote
veld met grafsteentjes en lezen heel wat namen. Ik zie een steen met de naam
‘De Veer’, misschien nog een ver familielid van Ad, de directeur van m’n school.
Ook de naam ‘Van Berkel’ kom ik tegen; familie van de meester van mijn zoon
Wesley misschien? Of is de ‘Van den Akker’ soms familie van Anita’s collega? Ik
weet het niet en het zullen ook wel altijd vraagtekens blijven. Net zoals de
namen ‘Onderstal’ en ‘Vermeulen’, in Zeilberg bekend en toen ook daar. Ik ken
immers niemand die er onderzoek naar doet.
Aansluitend bezoeken we het
‘Railway Museum’ ( www.tbrconline.com
), dat tegenover het kerkhof gevestigd is. Het is zeer indrukwekkend! Wat het
meeste opvalt, is de stilte die er binnen is. Niet dat wij de enige bezoekers
zijn, nee, zeker niet, maar het gebeurde dat hier wordt verteld, maakt
blijkbaar zoveel indruk dat een ieder het voor zichzelf moet verwerken. Enkele
jaren terug zijn Beatrix en Willem-Alexander ook op bezoek geweest in dit
museum, getuige een foto die er hangt.
Bijna centraal in de grote hal staat een prachtig gemaakt
beeldwerk, geschonken door Nederland. Het stelt twee krijgsgevangenen voor die
samen nog een lichaam meetorsen. Die gevangene is meer dood dan levend. Zijn
kin hangt op zijn borst, zoals je dat ook ziet bij de afbeeldingen van Jesus
aan het kruis. Zijn broek, of wat daar voor door moet gaan, is van zijn magere
heupen afgegleden en hangt op zijn knieën. Zijn voeten lopen niet, maar slepen
over de grond. Het is een beeldwerk op ongeveer ware grootte en daardoor vallen
de uitgemergelde lichamen nog meer op. Tot in detail is de slijtage vastgelegd.
Door slecht en weinig voedsel, door onmenselijk veel en zwaar werk en door
uitputting is er niets meer over van de eens zo krachtige jonge mannen die naar
Indonesië gingen om hun vaderland te dienen. Ze werden krijgsgevangen gemaakt
door de Jappen en vervolgens gedwongen te werken aan de spoorlijn Bangkok –
Birma. Zo ongeveer met blote handen hebben ze zich een weg moeten banen door
jungle en rotsformaties. Jammer, érg jammer, dat hier geen foto’s gemaakt mogen
worden.
Hoe een berg werd geslecht, is te
zien in een voorstelling. Van boven naar beneden werd laag voor laag steen
weggehakt en opgeblazen. Er ontstonden plateaus die je ook ziet bij
terrasverbouwing in het verre oosten.
Duizenden overleefden de aanleg
van die spoorlijn niet. Een Nederlander heeft in de verwarring die ontstond
rondom de capitulatie van Japan een heleboel gegevens veiliggesteld, zodat
later de waarheid over deze hel op aarde bekend werd. Enkele krijgsgevangenen
hebben tekeningen gemaakt en een flink aantal daarvan is ook uit de oorlog
gekomen. Naar een van die tekeningen is het beeld dat ik hiervoor beschreef,
gemaakt. De gelijkenis is frappant!
Nog een aantal gegevens over de brug:
Het materiaal voor de brug over de River Kwai werd uit Java
aangeleverd door de Japanse bezetters. In 1945 werd de brug verschillende keren
gebombardeerd en pas na de oorlog weer hersteld. De bogen op de brug zijn
origineel.
De eerste versie van de brug, die in februari 1943 gereedkwam, was
helemaal van hout. In april van dat jaar kwam er een stalen brug.
Veronderstellingen gaan uit van 16.000 gesneuvelde POW’s tijdens de
aanleg van de spoorlijn van Bangkok naar Myanmar (Birma). De brug maakte maar
een klein onderdeel uit van die spoorlijn en is vooral bekend geworden door de
beroemde film ‘Bridge over River Kwai’. De strategische betekenis van de brug
was een alternatieve aanvoerroute veiligstellen voor de Japanse aanval op
Birma.
De aanleg van de spoorlijn begon op 16 september 1942 met
aansluitingen op bestaande spoorlijnen in Thanbyuzayat (Birma) en Nong Pladuk
(Thailand). Japanse bouwkundig ingenieurs verwachtten toen dat de aanleg van de
spoorweg minstens vijf jaar zou kosten, maar de Japanse bezetters dwongen de
krijgsgevangenen en de Aziatische dwangarbeiders het traject van 415 kilometer
in 16 maanden te realiseren!
Ruwweg tweederde van de spoorlijn gaat door Thailand en het
grootste gedeelte werd aangelegd in moeilijk doordringbare gebieden. Daarom
werden hoge bruggen gebouwd en moesten diepe bergpassen uitgehakt worden. De
rails die dus van twee kanten naar elkaar toe gelegd werden, ontmoetten elkaar
uiteindelijk 37 kilometer zuidelijk van de Three Pagodas Pass. Twintig maanden
is de brug gebruikt totdat de geallieerden deze in 1945 bombardeerden. De
Jappen bonden zelfs geallieerde krijgsgevangen vast op de brug om de
geallieerde bombardementen tegen te houden…!
Nogmaals, het is jammer dat er geen foto’s gemaakt mochten worden
in het museum, maar eenmaal buiten heb ik een boek gekocht met daarin behalve
het ‘ware verhaal’ ook veel fotomateriaal.
Rond de middag vertrekken we naar Bangkok en de reis verloopt
voorspoedig. Tegen half vier arriveren we in de hoofdstad. We zoeken snel een
internetcafé op om wat mailtjes te versturen en kopen enveloppen om de kaarten
te versturen die we in Kanchanaburi gekocht hebben. Ik besluit het aantal te
versturen kaarten te beperken tot een stuk of tien, anders ben ik een avond aan
het schrijven en dat is ook jammer. Als onervaren globetrotter heb ik
natuurlijk geen adressen bij me en die moeten eerst opgezocht worden op
internet. Zo gaat er toch al veel tijd zitten in het simpele versturen van een
aantal ansichtkaarten!
Het is 16.30 uur en we zitten in het ‘kraaiennest’. Niet op een
schip, maar in een eettent door Lenie aangewezen, zitten we even uit te puffen en
drinken en eten we een tussendoortje. Het is een plek waar nogal wat personeel
van ambassades die hier in de buurt zijn, komt eten. Absoluut niet chique, maar
wel een tent waar westers eten te krijgen is. Al valt het vandaag tegen! De
broodjes die we bestellen zien er aan de buitenkant wel uit als wat we besteld
hebben, maar het beleg is blijkbaar een groter probleem. Heel duidelijk bestelt
Lenie tonijn, omdat ze de ham en kaas die hier door anderen geliefd zijn, niet
blieft. Ik doe met haar mee, maar als de bestelling wordt afgeleverd, klopt er
helemaal niks van. Tonijn is amper te vinden en ham en kaas is er zat. Troost
bieden de steeltjes friet die geserveerd worden bij de broodjes! Na een week
zijn er dan de eerste aardappelproducten! De zoute steeltjes laat ik me goed
smaken en ook het broodje is wel weg te krijgen. Dan hoort Lenie enkele
vrouwelijke ‘Pelleboertjes’ vertellen dat er regen in aantocht is. Volgens haar
klopt het ook als ze zoiets zeggen, dus we besluiten snel naar het hotel terug
te gaan.
Met dat hotel is niks mis. Het ziet er netjes uit, we hebben prima
kamers en het eten is zeer goed. Maar een aantal gasten dat hier verblijft,
bevalt me minder. We zitten in een buurt die bekend staat om het sekstoerisme.
Zo kom ik bij het in de lift stappen bij een kerel van midden dertig terecht,
die een Thais manneke van een jaar of 14 bij zich heeft. En ook bij de receptie
en in het restaurant is het een koppelen dat het een lieve lust is. Ik kan er
niet goed tegen!
’s Avonds eten we vrij laat (na de broodjes in het Kraaiennest kan
dat ook wel) maar het is erg goed! Het hotel heeft een waterbak van zo’n drie
bij drie meter bij het restaurant. Daarin zwemt een karper van zo’n kleine twee
meter lengte. Nou ja, zwemmen, het beest kan zich keren en daar is het ongeveer
mee gezegd. Nog nooit zag ik zo’n grote zoetwatervis. Theo heeft vroeger menige
karper aan de haak geslagen, maar al die karpers bij elkaar hebben volgens mij
nooit het gewicht gehad dat dit beest in z’n eentje op de weegschaal brengt…!
Zondag
8 mei 2005
Goed geslapen! Pas om 09.30 uur
ga ik naar beneden om te ontbijten en… jawel, scrambled eggs with bacon!!
Ondanks mijn ‘verslapen’ ben ik om kwart over tien, zoals afgesproken, in de
lounge van het hotel. Een kwartier later (Zeilbergs ketierke?) komen Lenie,
Theo en Maria ook beneden aan. We rekenen af en er wordt een taxibus geregeld
die ons naar het vliegveld kan brengen. Tijdens die rit valt pas echt op hoe
gigantisch groot Bangkok eigenlijk is! We verbleven dicht bij het vliegveld, dacht
ik, maar we rijden toch zeker een half uur over snelwegen die door de stad
voeren, voordat we er zijn! En het rijden door de Thaise chauffeurs gaat, zoals
ik al eerder gemerkt heb, bepaald niet op z’n elfendertigst!!
Om 11.10 uur checken we in en
twintig minuten later zitten we aan de (ijs)koffie te wachten op het vertrek.
Lenie moet natuurlijk nog snel even ‘peuken’, want in Thailand mag in geen
enkele ruimte waar een airco hangt (en die zijn toch verruit het populairst)
gerookt worden. Dat zou in Nederland hetzelfde zijn als er in geen enkele
ruimte gerookt mag worden waar de verwarming brandt en dat dan tijdens zo’n
ouderwetse Hollandse ijswinter…!
Ons toestel is een vrij klein vliegtuig
met een middenpad en aan elke kant drie stoelen. Hoeveel rijen er precies zijn,
is moeilijk in te schatten, maar als ik naar voren kijk (we zitten achterin),
schat ik de lengte in op ongeveer twee autobussen. Het vliegtuig is eigendom
van een price-fighter, zoals we die in Nederland ook wel kennen (Easyjet e.a.).
Dat merken we al bij het instappen. Geen slurf deze keer, maar een bus waarin
we staande worden vervoerd naar een ver achteraf-plekje op het vliegveld.
Gelukkig is de brandstof wel voor 100% betrouwbaar, want de take-off verloopt,
net als de rest van de vlucht, voorspoedig. Er is wel wat turbulentie af en
toe, maar die is niet echt hinderlijk. Na een vlucht van een uurtje, inclusief
lunch (twee sneetjes tonijn en een blikje icetea), wordt de landing al ingezet.
Dan blijkt het te regenen. Ik zie de waterdruppels tegen de ronde raampjes van
het vliegtuig spatten. En inderdaad, eenmaal beneden is er regen in Chiang Mai.
Regen die zal blijven vallen tot een eind in de avond.
Informatie over Chiang
Mai:
Chiang Mai is een stad gebouwd
op de wortels van een traditionele cultuur die tot diep in het verleden
terugvoert. Het is een stad met een mooie culturele persoonlijkheid van
zichzelf, gezegend met ook nog eens een prachtige natuur. Het volk zelf vormt
een onvergetelijk deel van Chiang Mai. Handwerk van zilver, zijde en teakhout
wordt aangeboden als tijdloze souvenirs voor bezoekers uit alle delen van de
wereld. Dat, maar ook een brede afwisseling in accommodaties, restaurants en
vermaak, maken van Chiang Mai een van de grootste toeristische attracties die
Thailand rijk is.
Zo’n 70% van de provincie Chiang Mai (dus ook weer met een
hoofdstad met dezelfde naam), bestaat uit bergen en oerwouden. Van daaruit
stromen verschillende rivieren met daarin prachtige watervallen richting de
zee. Dit water is belangrijk voor Chiang Mai. Voor irrigatie van de
landbouwgebieden. Chiang Mai’s grootste en belangrijkste rivier is de Ping, die
maar liefst 540 kilometer lang is. Aan de oevers van die rivier liggen de meeste
vlakke en vruchtbare gronden van Chiang Mai.
Ook de hoogste berg van Thailand, de Inthanon (2.575 m.) is te
vinden in Chiang Mai.
De rijke historie van Chiang Mai gaat honderden jaren terug.
Vanwege de vruchtbare grond en de belangrijke ligging (noorden van Thailand) is
de vallei tussen de Suthep Mountain en de Ping rivier verblijfplaats geweest
van verschillende etnische groeperingen, inclusief voor het Lua-volk. Later
bracht koning Mengrai de verschillende steden en dorpen samen tot wat later bekend
werd als het Lanna Thai koninkrijk. In 1296 liet hij de stadsmuur bouwen die
een rechthoek van anderhalf bij twee kilometer omzoomde. Een aantal delen van
die oude muur zijn nu nog terug te vinden in het gebied wat tegenwoordig de
oudstad genoemd wordt.
Koning Mengrai breidde zijn koninkrijk uit en noemde het ‘Nop Buri
Sri Nakorn Ping Chiang Mai’. Die stad werd het centrum van het Lanna Thai
koninkrijk dat zich later uitbreidde en het gehele noorden van Thailand
besloeg. Later volgde een aantal oorlogen in dat gebied en kwam het dan weer in
Birmese handen en dan weer in Thaise handen. Uiteindelijk kwam Chaing Mai onder
invloed van Krung Thon Buri, de hoofdstad van Thailand in die tijd en onder de
vijfde Rama werd het een deel van Thailand.
170.350 mensen wonen in de stad Chiang Mai en er wordt een lichte
variant op de Thaise taal gesproken. Landbouw is de belangrijkste bron van
inkomsten, met toerisme op een goede tweede plaats. Verder is handwerk
belangrijk in Chiang Mai. De schitterende bewerkingen van zilver en hout zijn
daar getuigen van.
Met z’n vieren kruipen we in een
veel te krappe taxi naar ‘Baan Jong Come’, een hotel dat Lenie kent van haar
jaren in Thailand. Voor zo’n 400 bath per nacht (€ 8,00) hebben we hier een
kamer met airco. Het is weliswaar exclusief ontbijt, maar dat is hier ook
makkelijk te betalen. Een standaard ontbijt kost er 60 bath. (€ 1,20)… ik
bedoel maar! Mijn eerste ontbijt, bestaande uit een kaasomelet, een toast met
kaas en een kop koffie komt op 100 bath. Maar eerst terug naar gisteren, de
aankomst in ‘Baan Jong Come’.
Zittend voor de kamerdeur op één hoog, drinken we een kop koffie.
Toch maar goed dat Lenie een waterkoker en nescafé heeft meegenomen, want zo’n
kop koffie op z’n tijd is écht lekker. We zitten overdekt, dus de regen die nog
steeds neervalt, doet ons niks. We besluiten enkele uren te gaan relaxen.
Slapen lukt me niet, dus ik lees weer veel nadat ik de was gedaan heb.
Om een uur of zeven gaan we eten. We gaan naar het ‘Art-café’. Een
mooie ruime gelegenheid. Lenie en ik houden het bij een pizza en een salade.
Lekker! Maria eet er een pasta en Theo blijft trouw aan de Thaise keuken: ‘Je
gaat in Thailand toch zeker geen pizza eten!’. Ondanks zijn kritiek is het eten
lekker. Na al die rijst is zo’n schijf bedekt ‘brood’ ook wel eens lekker.
Na het eten lopen we naar de night market. Bij de ‘Tae Pe Gate’
(een poort in de oude stadsmuur) is het begin van de markt en het is er een
drukte van belang. We slenteren over de markt en kopen flink in. Vooral spullen
voor de massagesalon die Lenie begint. Potten voor de kruiden en mooie lampen.
Ik koop zelf ook een paar lampen voor ons en voor Marij. Natuurlijk zijn die
lampen voorzien van een boeddha. Verder koop ik een setje (topje en broek) voor
Anita (eenmaal thuis blijkt het voor Patty te zijn…) en twee windvangers voor
Patty en Wesley. Bij het lokale postkantoortje (de uitbaatster blijkt een
vriendin van Lenie te zijn, zoals ze zelf trots vertelt) wordt alles in een
grote doos geladen en gaat het op de luchtpost. Als het goed is, komt het
ongeveer tegelijk met ons in Nederland aan. De kosten van het versturen liggen
ongeveer vijf keer hoger dan de kosten van de spullen, maar gemiddeld blijft
het heel goedkoop. Ik koop ook nog vijf potjes ‘wonderzalf’. Vraag me niet wat
het is en waarvoor het gebruikt moet worden, maar Lenie zegt dat het overal
voor en tegen helpt. We kopen nog wat gekoeld drinken voor ‘thuis’ en zijn
klaar voor vandaag.
O ja, voordat we gingen eten, hebben we bij de plaatselijke bakker
nog wat koek gekocht voor bij de koffie en daar beginnen we mee als we ‘thuis’
zijn. Ik heb een stuk bananen-/ notengebak. Het doet me aan Anneke van Ooij
denken (hoe zou het met haar en Jan zijn?). Zij bakt ook altijd van die
heerlijke notenkoek en dit komt er heel dicht bij in de buurt.
Nog een blikje bier, wat praten en dan om 23.30 uur naar bed om
lekker te gaan slapen. Mooi niet dus! Geen oog dicht gedaan tot een uur of
twee. En eindelijk slaap ik. Maar dan word ik wakker van de telefoon. Het
Eindhovens Dagblad! Waarom ik geen melding had gemaakt van het
periodekampioenschap van ZSV… Ik vertel dat ik in Thailand ben en dat ik het
stukje niet geschreven heb. Dat ze bij Jack Leenders of Gerrie Bouwmans moeten
informeren en dat ik eigenlijk wel weer wil gaan slapen. Ik zal straks mijn
telefoonrekening in de gaten houden. Als die door dit telefoontje flink hoog
is, heb ik weer wat te declareren! Wel is me door dit telefoontje duidelijk
geworden dat ZSV de vandaag gespeelde wedstrijd tegen Ysselsteyn gewonnen moet
hebben en ook in de nacompetitie actief zal zijn. Leuk! Maar dan zal Jack wel
wat meer wedstrijden over moeten nemen!
Maandag
9 mei 2005
Ik heb vannacht slecht geslapen.
Op een gegeven moment heb ik de airco uitgezet, want met de hitte viel het wel
mee. Op de poepdoos gezeten. Dit is de eerste plek die ik tegenkom waar het
toiletpapier niet in de wc-pot mag worden gegooid. Er hangt een bibsdouche bij
het toilet, maar het gebruik daarvan is een crime! Ik krijg het er niet mee
schoon…
Omdat de nacht zo slecht verliep,
hoopte ik uit te kunnen slapen, maar ook dat zat er niet in. Het is half negen
en ik ben klaarwakker. Even lekker douchen (wel een beetje op en neer springen
om nat te worden, want veel water komt er niet uit). Dan roept Lenie. Ze
vertelt me dat ze vandaag naar Yves gaat, om bij te praten met hem en met
Helen. Yves is een vrijwillige arts uit België die lang gewerkt heeft in het
hospice in Lopburi en Helen is een Britse verpleegster die ook al vele jaren
actief is in Thailand.
Eenmaal aan de ontbijttafel zeg
ik tegen Theo dat Lenie al weg is en dat we dus vandaag ‘vrij’ zijn. Na het
ontbijt schrijf ik nog wat in mijn notitieblokje en neem ik de ‘Lonely Planet’
door, om te zien wat die weet over Chiang Mai. Daarin lees ik dat Chiang Mai
een stad is met zo’n 170.000 inwoners. Heel andere koek dan Bangkok met z’n 12
miljoen! Chiang Mai ligt ruim 700 kilometer ten noordwesten van Bangkok en
heeft meer dan 300 tempels. Doi Suthep is het hoogste punt in de omgeving en
rijst met z’n 1676 meter inderdaad ver boven de stad uit. Het is een gezellige
en vriendelijke stad met een minder heet klimaat dan het zuiden en de nachten
zijn er sowieso koeler. Dat had ik dus al ervaren. De stadsmuren werden in 1296
gebouwd en in de 14e en 15e eeuw werd het een belangrijke
stad op cultureel en religieus gebied. Enkele keren werd Chiang Mai overgenomen
door Birma, maar voor de laatste keer werd het in 1775 heroverd door Thailand.
Het blijkt zware leeskost, want de tafel waaraan ik zit, begeeft het. Een
pinnetje is uit een uitsparing gesprongen; gelukkig eenvoudig te herstellen.
Plotseling zien we een mooie leguaan of hagedis of zoiets, met een blauwe kop
op het hek rondom ons terras zitten. Een prachtig diertje en natuurlijk probeer
ik ‘m op de foto te krijgen. Dat valt niet mee, want ze zijn schuw.
Na het ontbijt wandelen Theo,
Maria en ik de stad in. We verlaten onze ‘soy’ (een smal zijstraatje van de
hoofdstraat, waar een personenauto heel voorzichtig doorheen kan manoeuvreren.
Zo’n straatje is vergelijkbaar met de zoveelste Rietsedijk vroeger in
Zeilberg). Onderweg bekijken we de Wat (tempel) die op de hoek van onze Soy en
de hoofdstraat ligt. Het is een van de vele tempels hier. Hoe dichter een soy
bij het centrum gelegen is, des te meer activiteiten zijn er. Winkeltjes,
eettentjes, reisbureautjes, etc.
We internetten in de internetshop
waar je voor 30 bath per uur je mail
kunt checken. Ik lees er nog even digitaal het Eindhovens Dagblad, zodat ik ook
weer op de hoogte ben van het nieuws thuis en controleer of mijn tentamenuitslagen
binnen zijn. Nee dus… Na drie kwartiertjes hebben we het wel gezien en terwijl
Theo en ik in de internetshop zaten, heeft Maria haar zilvervoorraad uitgebreid
in een juwelierszaakje tegenover.
Het is intussen lunchtijd, dus we
gaan op weg naar het ‘Art-Café’. We kennen het daar, dus dat maakt het
makkelijker om er binnen te stappen. We weten wat we kunnen verwachten! Terwijl
we op onze bestelling zitten te wachten krijg ik een sms-je van Lenie. Daarin
vertelt ze dat ze onderweg is en dat ze honger heeft. Of wij naar het
‘Art-Café’ willen gaan, zodat we daar samen de lunch kunnen gebruiken… Leuk!
Wij hebben onze borden net leeg
als ze arriveert. Geen probleem, wij wachten nog wel even. Als ook Lenie haar
bord leeg heeft, besluiten we nog wat rond te wandelen. Een zaak met gebruikte
boeken in allerlei talen kan zich op een bezoek van ons groepje verheugen.
Boeken zat, al valt het aantal Nederlandstalige boeken wel wat tegen. Boeken
van Nederlandse schrijvers zijn helemaal zeldzaam en van schrijvers na 1985
blijken ze op één hand te tellen. En dat zijn nu net de boeken die ik nodig heb
voor mijn opleiding. Een opdracht voor literatuurkennis waarvoor ik maar liefst
acht boeken moet beoordelen op postmodernistische invloeden. Geen boeken dus.
Al lopende komen we dan uit bij ‘Angel’, een juwelierszaakje gespecialiseerd in
zilver. We zijn alweer bijna weg als hij snel de deur komt openen. Veel
verontschuldigingen natuurlijk, al is dat helemaal niet nodig… er zijn
winkeltjes zat.
Natuurlijk kent de zilversmid Lenie
van vorige bezoeken. Hij heeft echt mooie sierraden in de verkoop, variërend
van ringen, oorbellen en hangertjes tot armbanden. Ik koop voor onze Patty en
Wesley ieder een hangertje en voor Anita een ring. Voor Marij koop ik
natuurlijk oorbellen, want daar is ze gek op. Voor mezelf koop ik ook een
hanger en gezamenlijk kopen we voor Gerald, onze chauffeur in Nederland, een
prachtige en zware ‘prikkeldraad’-armband. De maker straalt er bij en vertelt
dat hij het ontwerp ‘Great escape’ heeft genoemd. Hij kwam op het idee van dit
ontwerp bij het kijken naar de gelijknamige film met Steve McQueen, waarin die
weet te ontsnappen en o.a. prikkeldraad tegenkomt. Voor mijn moeder kopen we
samen een zilveren pillendoosje. Tenslotte krijgen we nog een spoedcursus
zilverpoetsen. Met een simpele gum blijkt dat geweldig goed te gaan!!
Flink wat geld lichter en een
hoeveelheid zilver rijker, nemen we afscheid van de juwelier. Ik heb zijn
kaartje, dus als iemand een uniek, maar bovenal betaalbaar stuk zilverwerk wil,
dan kan er gekocht worden. Ook vanuit Nederland!
We gaan terug naar ons huis, Baan
Jong Come, en besluiten een dutje te gaan doen. Het is de bedoeling dat we
vanavond naar de oudstad gaan om met Yves en Helen wat te eten. Dus nog snel
even een dutje doen.
Op tijd word ik wakker en ga me
snel nog even douchen. Dan is het al tijd om te vertrekken. Met een songteaw
als taxi, spoeden we ons een soy of tien verderop. In de oudstad is het
helemaal een gezellige boel. Restaurantjes, jeugdherbergen, internetshops,
winkeltjes, winkeltjes en heel veel winkeltjes! Er zijn veel backpackers en
bovenal heel veel vriendelijke Thaise mensen. Bij winkel/restaurant ‘Grace’
confisqueren we twee tafels die we tegen elkaar schuiven. Terwijl we op de
dokter wachten kunnen we rustig rondkijken, want er is zat te zien in dit
winkeltje, annex restaurant.
Dan arriveren ze. Op de brommer
natuurlijk… Yves rijdt en Helen achterop. Helen vertrekt vanavond nog naar
Bangkok en heeft haar rugzak om. Ze is zo tenger, dat je bang wordt dat ze
onder de last van die rugzak zal bezwijken. Maar ze blijkt een sterke vrouw te
zijn!
En Yves? Lenie vertelde me dat hij erg onzeker is, zelfs wel
wat schuchter. Nou, daar merk ik niks van! Hij is zelfs heel open en begroet me
met de opmerking: ‘Ik wist niet dat je zo dik was…’. Hij is heel enthousiast en
vertelt honderduit. Helen blijkt pas nog in het hospice geweest te zijn en
vertelt over een vreemde ervaring die ze had met een patiënt. Hij had een
kalender bij zijn bed liggen en hield die heel nauwkeurig bij. Helen had gezien
dat hij wel bij de juiste dag was, maar dat hij een maand achterliep. Ze
twijfelde of ze het hem nou wel of niet zou vertellen. Ze was bang hem te
confronteren met de afnemende helderheid en hem daarmee te shockeren.
Uiteindelijk was er toch een reden om het te vertellen en wat bleek… precies op
de dag dat ze het hem vertelde (en toen de juiste maand er aan was gehangen),
was het de verjaardag van de patiënt! Of het zo moest zijn! Hij heeft niet lang
meer geleefd; blijkbaar had hij gehaald wat hij nog wilde halen…!
Het wordt een gezellige avond
met, alweer, heerlijk eten. Tijdens het natafelen komt Robert nog even
binnenlopen. Hij heeft als buurman van het restaurant een internetshop. Jaren
geleden was hij ook als vrijwilliger actief in het hospice en daarmee een goede
bekende geworden van zowel Yves als van Lenie. Later vertelt Lenie dat hij ook
hiv-positief is en dat hij vaker stoned is dan helder. Ook hij heeft heel wat
bij te praten met Yves en zegt dat Yves teveel is blijven hangen in het
‘goede’. Hij verwijst naar het hospice, waar het goede is weggevaagd door het
donkere.
Als Yves en Hellen op de brommer
vertrokken zijn, lopen we nog even bij Robert binnen. We checken de mail en
drinken een kop Lenie-koffie. Robert heeft die nog ooit gekregen van Lenie bij
een eerder bezoek en ik moet zeggen, hij smaakt prima! Dan terug naar huis. We
lopen nog even bij de 7/11 (seven eleven = buurtsuper) binnen en kopen een paar
blikjes Sjang-bier. Bij Lenie op de kamer sneuvelen er een paar van. Het is dan
23.00 uur en het wordt tijd om het nestje op te gaan zoeken. Zeker na de
slechte vorige nacht!
Voordat ik ga slapen bel ik Anita
nog even en die vertelt me dat het erg koud is in Nederland. Verder vertelt ze
dat onze Wesley ziek is geweest en heeft overgegeven in de vroege ochtend.
Gelukkig blijkt hij ondertussen alweer flink opgeknapt te zijn.
Dinsdag
10 mei 2005
Eindelijk weer een goeie nacht
gehad! Tot 09.00 uur geslapen en daarna gedoucht. Na het ontbijt –niet meer
raden wat- gaan Lenie en ik naar Doi Suthep, een tempel op een berg net even
buiten Chiang Mai. Het verhaal wil dat lang geleden de koning een witte
(heilige) olifant, waarop een relikwie (botje van Boeddha) geplaatst werd, los
liet en vrij liet lopen. Hij had aangekondigd dat op de plek waar de olifant
halt zou houden, er een tempel gebouwd zou worden. De zware olifant liep
helemaal naar boven (ja ja!) en zo werd een tempel gebouwd zo’n 1000 meter
boven de zeespiegel.
Op zoek naar een songteaw of een tuktuk, komen we bij de
‘buurman’ aan. Als hij hoort wat ons reisdoel is, biedt hij ons een taxi met
airco aan. Voor niet teveel geld accepteren we zijn aanbod en zo word Peepee
onze privé-chauffeur voor een middag. Terwijl Theo en Maria de winkels onveilig
maken (zij waren in 2001 ook al eens in Chiang Mai en bezochten Doi Suthep toen
al), gaan Lenie en ik op weg naar de berg. Bult op moet de airco uit; Peepee
kan anders niet genoeg snelheid maken. Maar met een geopend raam en een cd met
gouwe ouwe is het best vol te houden. Het laatste stuk omhoog kan met de trap,
maar kan ook met een soort van sleeplift. Na ons bezoek aan de grot weten we
wat een trap inhoudt in Thailand, dus we besluiten de lift te nemen. Eenmaal
boven kunnen we prachtige foto’s maken. Het is echt een toeristische attractie
en het is er flink druk. We zien gongen en klokken groter dan mensen en binnen
zien we boeddha’s in diverse posities. Zo leer ik dat er voor elke dag van de
week een aparte boeddha is. Kijk, zo steek je nog eens wat op! Er is zelfs een
internetruimte waarvan gratis gebruik gemaakt kan worden. Natuurlijk verwachten
ze een bijdrage voor het onderhoud van het een en ander, maar toch!
Als we de pracht en de praal die samengaan met de verering
van boeddha gezien hebben, dalen we weer af. Beneden staat onze trouwe Peepee
ons op te wachten. Precies zoals Lenie al had aangekondigd, rijdt Peepee ons
zonder te vragen naar een zilversmederij. Hij vangt er provisie voor en voor
ons is het een perfecte gelegenheid om met eigen ogen te aanschouwen hoe er in
Thailand met zilver gewerkt wordt. En dat is prachtig! Niet te geloven wat ze
met dat edelmetaal kunnen doen. We zien verschillende handige mensen aan het
werk. Priegelwerk…! Er staan ‘schilderijen’, helemaal bewerkt en
driedimensionaal. Een vriendelijke dame die ons rondleidt vertelt dat hier met
aluminium gewerkt is, omdat zilver te zwaar zou zijn. Doet er niet toe…’t
blijft gewoonweg schitterend! Dan worden we meegenomen naar de verkoopplaats:
een gigantische winkel. Veel glas, spiegels en lampen doen het zilver nog
mooier uitkomen dan het al is. Natuurlijk kan ik me ook daar weer niet
beheersen en ik sla weer aan het inkopen. Een ring en een hangertje voor
mezelf, een hangertje voor Marij, twee hangertjes voor Anita, voor de kinderen
nog ieder een. Het kan niet op… ik voel me hier als een miljonair! Waar een
plastic visa-kaartje goed voor kan zijn…
Na de zilversmederij is het nog
niet op met de ongevraagd door Peepee uitgezette route over dit
‘industrieterrein’. We worden afgezet bij een werkplaats waar allerlei van teak
gemaakte producten beschilderd worden. Dat gebeurt dus écht met de hand.
Priegelwerk en schitterend, maar deze keer weet ik me in te houden: ik koop
niks.
Dan naar een teakmeubelmakerij.
Daar had Lenie wel om gevraagd, dus daar viel niets van te zeggen. Onder grote
afdaken worden de planken gezaagd, geschuurd en de meubels in elkaar gezet. In
een ander vertrek worden die meubels bewerkt met guts en hamertje. Ik kijk bij
een vrouwtje dat een stoel aan het bewerken is. Met vaste hand tovert ze de ene
na de andere bloem in het hout. Ze vertelt dat ze er twee dagen op werkt om het
af te krijgen, maar dan gaat het volgens mij alleen om de bloemen. Ook hier
heeft ieder een eigen taak. De ene de bloemen, de ander weer andere figuurtjes.
Het is allemaal mooi spul, maar veel te duur. Bovendien valt het niet mee om
een stoel of kast in je koffer te duwen.
Dan is het tijd om naar huis te
gaan. Peepee brengt ons terug naar de ‘gate’, van waaruit we nog even langs de
bakker lopen. We kopen daar ons ontbijt in voor morgen, want we moeten al vroeg
vertrekken! We vliegen morgenvroeg terug naar Bangkok om van daaruit weer door
te reizen naar Ayutthaya. Daarom vragen we Peepee om morgenvroeg om tien voor
zeven klaar te staan om ons naar het vliegveld te brengen. Hij heeft het een
keer of vijf moeten bevestigen, voordat Lenie de zaak vertrouwde.
Eenmaal thuis pak ik mijn koffer
alvast een beetje in en ga wat liggen lezen en relaxen.
Om 18.15 uur gaan we naar de
night-market. Dat is schitterend! Heel nauwe gangetjes en een grote diversiteit
aan aangeboden spullen. Nog maar een ring gekocht en twee pyjama’s van zijde
voor Anita en Marij. Een voetbalsetje van Oranje met de naam van Ruud van
Nistelrooij erop voor onze Wesley en een mooie Chineese Boeddha (met zo’n bolle
buik). Ik heb er mooie Hawaï-shirts gezien. Net iets voor het dartsteam van de
‘Paddock’ en F1-blouses voor Geek Vullings. Hier zou je zo een handeltje kunnen
beginnen: bijna voor niks inkopen en in Nederland dikke winst maken…
Rond 20.30 uur beginnen we toch
wat honger te krijgen en we gaan naar de ‘plaza’. Een plein omzoomd met
kraampjes waar je eten en drinken kunt krijgen tegen inlevering van bonnen die
je vooraf bij de ‘kassa’ moet kopen. De bonnen zijn bij alle kraampjes geldig.
Er is een groot podium waarop traditionele Thaise dansen en muziek gebracht
wordt. Ik heb werkelijk genoten! Theo niet. Hij vertelt dat hij al de hele
middag en avond buikpijn heeft omdat hij ontdekte dat hij een fotorolletje
verloren is. Hij weet niet of het gebruikt was of niet, maar hij gaat van het
ergste uit. Hij is zelfs bang dat het gaat om een rolletje dat hij heeft
volgeschoten bij de opening van het ‘Arno House’. Het is niet te hopen!
Op weg terug naar ‘Baan Jong
Come’, vult Lenie haar garderobe nog wat aan in winkeltjes die ze van eerdere
bezoeken kent.
Eenmaal thuis, nog een paar
pilsjes bij Lenie op de kamer en rond middernacht naar bed. Morgen is het weer
vroeg dag!
Woensdag
11 mei 2005
Om 05.30 uur wakker. Nog voordat de
wekker afloopt! Niet geweldig geslapen. Veel en naar gedroomd en veel wakker.
Toch maar opstaan en douchen. Dan de koffers pakken en snel even een kop
nescafé drinken bij Lenie op de kamer. We eten een broodje uit de hand en zo
zit er alweer een ontbijt op.
Peepee heeft zich aan zijn
afspraak gehouden en staat ons keurig op te wachten. Hij schrikt even als hij
ziet dat er nog twee mensen meer mee moeten en dat die ook nog eens ieder een
koffer hebben. Maar och, het lukt allemaal. Hij brengt ons keurig naar het
vliegveld en prima op tijd zijn we klaar voor onze terugreis naar Bangkok.
Het inchecken verloopt zonder
problemen en het vliegen begint zelfs te wennen! Op een gegeven moment doe ik
zelfs het luikje dicht omdat de zon te fel en te warm schijnt en sluit ik mijn
eigen luiken even… Na een dutje van een minuut of twintig word ik wakker en we
blijken er al bijna te zijn. Net voor we landen wat geschommel en gebibber,
maar we komen heel op de grond.
Als we buiten het vliegveld zijn,
blijkt dat Too er nog niet is. Maar dat duurt niet lang. Deze ex-patiënt en
huidig chauffeur van Frits, een hoge UN-aids-medewerker in Bangkok, wil ons met
alle plezier naar Ayutthaya brengen. Helaas is zijn bus niet voorzien van airco
en dat is hier wel heel erg jammer! Het is weer goed heet in Bangkok. De reis
duurt gelukkig niet al te lang en na een dik uur komen we in Ayutthaya aan. Het
is even zoeken en navragen, maar dan is ons hotel al snel gevonden. Ook omdat
een vriendelijke Thai op een brommertje ons de weg wijst.
Informatie over
Ayutthaya:
Op ongeveer 75 kilometer ten
noorden van Bangkok ligt de voormalige hoofdstad van Siam, Ayutthaya, waar 33
koningen achtereen regeerden, tot de stad in 1767 door het Birmaanse leger werd
verwoest. Vele Europese naties, waaronder de Nederlandse V.O.C., hadden in deze
eens welvarende stad handelsposten.
De stad werd in 1350 gesticht
door koning U-Thong. Eeuwenoude tempels en paleizen liggen verspreid in de
omgeving. Een van de meest belangrijke, is de Wat Phra Sri Sanphet. Deze koninklijke
tempel, gebouwd in 1448 en twee keer gerestaureerd, stond binnen de muren van
het oude koninklijk paleis. De tempel wordt bewaakt door drie chedis. Van het
koninklijk paleis zelf is niets meer over. Ten zuiden van de tempel ligt de
modernere Viharn Phra Mongkol Bopit. Dit complex herbergt een van de grootste
bronzen boeddhabeelden van Thailand.
Het Ancient Palace werd
gebouwd door koning U-Thong. Tijdens het bewind van koning Barom Trailokkanat
en latere koningen zijn er veel gebouwen aan toegevoegd, waaronder de Wat Phra
Si Sanphet. Dit is de belangrijkste tempel binnen het koninklijk paleis. In
1500 werd hier een 16 meter hoge boeddha gebouwd door koning Ramathiplodi II.
Het beeld werd bedekt met goud, dat een gewicht vertegenwoordigde van ongeveer
170 kilogram! In 1767 smolt het Birmese leger al het goud eraf.
Hotel Ayotthaya is een behoorlijk luxe hotel, zeker in
vergelijking met ‘Baan Jong Come’. Op de derde verdieping liggen onze kamers.
Eén kamer aan de kant van het zwembad en twee kamers liggen aan de straatkant.
Theo verkiest de kamer aan de kant van het zwembad om niet gestoord te worden
door het wegverkeer en omdat de zon niet op de kamer aan de andere kant van de
gang staat. Maar na een middagdutje verhuist ook Lenie en niet lang daarna volg
ik ook. Het hotel is lang niet volgeboekt, dus waarom genoegen nemen met een
‘mindere’ kamer. In de kamer natuurlijk airco en televisie en op het
nachtkastje staat één kastje waarmee het licht, de televisie én de airco te
bedienen is! Een koelkast met drank en uitgebreide roomservice is voorhanden.
In de lounge staat een aantal wél werkende internetcomputers opgesteld en op de
tweede verdieping is een mooi zwembad waarvan vrij gebruik gemaakt mag worden.
Jongens, wat wil je nog meer… Maar ja, we ‘moeten’ hier dan ook vier nachten
doorbrengen!!
Eerst even de mail checken. Een
berichtje van mijn collega Inge. Ochèèrm… ze is het roostermaken al moe! Wel
begrijpelijk. Ze verdient de Thaise shawl die ik voor haar heb, dan ook dubbel
en dwars! Dan even een dutje doen.
Om 14.00 uur ga ik naar het
zwembad en heb het helemaal ‘an m’n eige’. Ik moet het delen met een paar
postduiven, die zo nu en dan met het chloorwater hun begrijpelijke dorst komen
lessen. Bij gebrek aan beter moet je nu eenmaal genoegen nemen met wat minder…
Na een uurtje arriveert er een
jong Nederlands stelletje. Ik maak even een babbeltje met hen en het gaat
vooral over Chiang Mai. Zij gaan er over enkele dagen naartoe en ik kom er net
vandaan… logisch dus. Ze zijn nu een dag of vier in Thailand en waren al op
olifantenkamp in Kanchanaburi. Ze blijven een maand in Thailand!
Na een poosje komt ook Lenie het
zwembad verkennen. Ze is inmiddels al naar de winkel geweest en heeft een koel
blikje icecoffee voor me meegenomen. Lekker! Ook heeft ze een tas lichees
gekocht. Een tas vol voor maar 20 bath! Ze zijn lekker fris en zoet.
Dan komen Theo en Maria ook een
kijkje nemen. Ze dachten dat ik nog op bed lag omdat er een kaartje ‘niet
storen’ aan de klink van mijn kamerdeur hangt. Maar nee...! Ik lig al drie uur
in en aan het water! We spreken af dat we om 19.00 uur in het restaurant van
het hotel eten. En dat is het zo! Even verhuizen, lekker douchen, aankleden en
het is zover.
In het restaurant zijn nog geen
gasten. Als we binnenkomen zit er een ‘harem’houder met zijn zes dames die de
live-muziek verzorgen. De dames zingen om beurten en ‘ome Charlie’ speelt
orgel, dwarsfluit, blokfluit en viool! De zang van de dames is al niet om over
naar huis te schrijven, maar het kattengejank dat ‘ome Charlie’ weet te toveren
uit zijn instrumenten, slaat alles. Ze bedoelen het niet slecht, zullen we maar
denken.
Het eten, daarentegen, is
voortreffelijk! Echt heerlijk. Samengesteld door ons allen, wordt het op tafel
geplaatst en dan is het smullen. Maar het brengt wel veel snotneuzen teweeg…
tjonge, wat pittig! Volgens mij staat het personeel zich verkneukelend toe te
kijken terwijl wij het eten naar binnen werkten, maar we geven geen krimp!
Alles gaat op, al komen er menige snottebel en waterlander aan te pas. Verreweg
de pittigste maaltijd tot nu toe. Wat vers fruit om te blussen na, en de eerste
dag op ons nieuwe adres zit er al bijna op! Nog vier nachten en het is voorbij!
Dan gaat het toch wel snel ineens. Eerder heb ik wel heimwee gehad naar Anita
en de kinderen, maar nu komt het vertrek steeds dichterbij en is dat
heimweegevoel eigenlijk alweer ver verdrongen.
Misschien komt Poo nog een dag en
gaan we nog naar Lopburi en Baan Gerda, maar dat is afwachten. Wat wel zeker
is, is dat mijn notitieblokje vol is. Dat is Theo en Maria niet ontgaan en ze
hebben op de markt tegenover het hotel twee nieuwe blokjes met potlood voor me
gekocht! Het feit dat u nu verder kunt lezen, hebt u aan hen te danken!
Na het eten naar de kamer.
Vanmorgen was het vroeg, dus nu lekker op bed liggen lezen, met de televisie op
de achtergrond aan. ’t Kan slechter gaan met iemand…
Donderdag
12 mei 2005
Het begint af te tellen! Nog maar
drie nachten en het zit er op!
Ik heb vannacht goed geslapen.
Gisterenavond heb ik nog even naar huis gebeld en hoorde van Anita dat Gerald
ons op Schiphol af zal komen halen. ’n Goei menneke!
Naar het ontbijt. Zeer
uitgebreid, maar dan alleen voor de Thaise mensen. Die eten werkelijk de hele
dag door rijst met allerlei lekkernijen. Maar aan deze Hollandse jongen is dat
niet besteed. Ik houd het dus maar weer bij mijn toast met ei. Zo heb ik de
laatste anderhalve week meer eieren gegeten dan dat ik normaal in een heel jaar
doe! Het gaat in dit hotel meer ieder voor zich. Lenie, een vroege eter, maar
ook Theo en Maria zijn al door het ontbijt heen als ik de eetzaal binnenkom. En
daardoor ook alweer weg als ik nog niet klaar ben. Dus ga ik na het ontbijt in
m’n uppie naar de markt aan de andere kant van de straat. Een ochtendmarkt. Zo
maak je veel verschillende markten mee in twee weken tijd…
In de vele kraampjes is veel te
zien en te koop. Het smalle looppad laat weinig mogelijkheid tot inhalen, dus
heel snel gaat het niet. Dan zie ik een zijgang en loop die in. Dit pad blijkt verder
het blok in te lopen en zich weer te kruisen met nog een marktgang. Als ik om
me heen kijk, zie ik het veranderen. Geen ‘farrang’ meer te zien. Echt een
markt voor de lokale bevolking. Hier zie je ook vlees, vis, garnalen en zoal,
wat in de gloeiende hitte gewoon staat opgesteld voor de verkoop. Niks koeling…
Ja, af en toe wat ijsblokjes. De straatjes worden nóg smaller en ik val écht
op. De vis- en vleessappen lopen over straat en het ruikt er niet echt fris.
Het is maar heel even leuk om te zien waar ons eten vandaan komt en dan vind ik
het wel genoeg geweest. Gelukkig laat mijn oriëntatiegevoel me niet in de steek
en vrij snel ben ik weer aan de buitenkant van de markt. Ik kijk nog even rond,
maar zit in dubio. Ik weet niet wat ik zal doen… de stad verder verkennen of
teruggaan naar het hotel en me wijden aan het leesvoer. Ik kies uiteindelijk
voor het laatste, omdat die opdracht bij het zwembad kan worden uitgevoerd.
Even later loop ik, met Mulisch
in de ene hand en een handdoek in de andere, richting zwembad. Als ik er
aankom, blijkt dat Lenie hetzelfde idee heeft gehad, want die heeft zich al op
een van de zonnebanken neergelegd. Niet lang nadat ik in het koele (ca. 30
graden) water lig, komen ook Theo en Maria. Zij overhandigen mij het al genoemde
nieuwe schrijfmateriaal, zodat ik verder kan met het verslagleggen.
Terwijl Theo, Maria en ik ons
slapend, lezend en zwemmend vermaken aan en in het zwembad, gaat Lenie lunchen.
Ze vraagt of ze nog iets mee kan nemen uit de stad. De bestelling is snel gedaan
en anderhalf uur later komt ze terug met heerlijke sticky rijst met mango en
kokosmelk. Een traktatie!! Echt lekker! Ons dagelijks blikje cola light als
toetje en we kunnen er weer goed tegen. Een blikje cola light kost in de winkel
ruim vijf keer minder dan in het hotel! Theo en ik discussiëren over de
prijzen. Hij vindt het, net als Lenie, belachelijk dat een blikje in het hotel
vijf keer meer moet kosten. Dan tel ik hem voor dat een glas bier in een
Nederlands café tien keer zo duur is dan een glas bier dat je uit een in de
winkel gekocht bierflesje vol schenkt…
Het is 17.15 uur. We spreken af
dat we tussen 18.00 en 19.00 uur aan tafel gaan. Ik weet zeker dat het dichter
bij 18.00 uur zal zijn, want ik begin al behoorlijk honger te krijgen. Wat wil je
na zo’n middag zwemmen. Heb net nog snel mijn laatste wasje gedaan; een shirt
en een blouse. Dat moet genoeg zijn. Nog snel even lekker douchen. Dan schrik
ik me kapot! Ik ben zo rood als een kreeft en dat terwijl ik niet in de zon heb
gezeten. Die heeft me duidelijk toch gevonden, al moest ie door het water heen!
Na het douchen aankleden en naar
beneden. Er is nog niemand, dus nog snel even naar de internetcorner. Ik maak
een kort verslag van de laatste dagen en stuur het naar Gerald en naar mijn
eigen mailadres. Dan kan ik het aanpassen en sturen naar Mario Wijnen, want ik
heb hem beloofd iets van me te laten horen. Maar die verdomde Chello… thuis nog
al eens een probleem en ook hier. Het zal wel aan de computers liggen of aan de
verbinding, maar het lukt niet! Theo kan ook al geen contact krijgen met z’n
mailbox. Ik probeer het straks nog wel een keer.
Dan gaan we eten. Of het komt
door de gloeiactiviteiten van de buitenkant van mijn lichaam, weet ik niet,
maar ik vind het eten nóg pittiger dan gisteren! Het is echt wel lekker, maar
ik heb constant een snotneus.
Na het eten nog een kopje koffie
op Lenie’s kamer en daarna weer op mijn eigen kamer televisie gekeken. Om 22.00
uur ben ik al gaan slapen en dat is ondanks de verbrande huid heel aardig
gelukt!
Vrijdag
13 mei 2005
Ik ben vannacht maar één keertje
écht wakker geweest en dat was om 04.00 uur. Niet vreemd, want ik moet er elke
nacht wel een keertje uit om te plassen en te drinken. De vochthuishouding is
hier duidelijk anders dan thuis.
Om half negen opgestaan en
gedoucht. Dan naar de ontbijtruimte. Lekker omeletje laten bakken. Lijkt op een
Chinese omelet, dus wel lekker. Theo, Maria en Lenie zijn er al.
Ik besluit om vandaag maar op
mijn kamer te blijven. Niet omdat het vandaag vrijdag de 13e is,
maar dan kan ik wat lezen en een samenvatting maken én ik blijf dan uit de zon.
Theo en Maria gaan wat Wats (tempels) bekijken in de stad.
Mijn voornemen om thuis te
blijven, blijkt overtuiging tekort te komen. Als Lenie vraagt of ik meega naar
een grote winkel (met airco), zie ik dat beter zitten dan die stille
hotelkamer.
Met een songteaw gaan we op weg
naar de grote winkel, die enkele kilometers buiten de stad is neergezet.
Groot is ie, maar hij valt wel
tegen! De grote ruimte is lang niet vol en doet af en toe wat kaal aan. Verder
valt het me tegen dat ze hier blijkbaar nog nooit van een Ipod gehoord hebben.
Ook het Engels is duidelijk een taal die maar weinig Thaise mensen een beetje
onder de knie hebben. Heel vervelend! We lopen wat rond en uiteindelijk kopen
we in de inpandige supermarkt nog wat spulletjes als cola, eten en aftersun in.
Onze chauffeur staat nog netjes op ons te wachten als we buiten komen en hij
brengt ons terug naar de stad. Eenmaal terug bij het hotel kijken we nog even
of we ergens een horloge voor Anita kunnen vinden. Ze wil er wel eentje, maar
dan moet het een goedkoop gevalletje zijn van niet meer dan een paar euro. We
vinden niets. Wel vinden we een soft-ijs-winkel. Heerlijk! Twee ijsjes
chocolade/ vanille voor 40 eurocent.
De lunch gebruiken we samen. We
gaan er niet de deur voor uit, want het is echt prima in het restaurant van het
hotel. Na het eten toch maar weer naar de kamer om te lezen. Maar opnieuw komt
er weinig van terecht. Het zwembad lonkt…
Met een T-shirt aan heb ik toch
weer mijn baantjes getrokken. Waar ken ik dat van? Antwoord: 1992, Portugal.
Opnieuw tref ik een Nederlands
stelletje bij het zwembad. Ze gaan ook zondag a.s. naar huis, maar zij zijn dan
ook al vijf maanden rond aan het trekken geweest door Azië! Gezellig wisselen
we wat ervaringen uit.
Om 17.00 uur naar de kamer. Even
m’n reisdagboek bijschrijven en een uurtje televisie kijken. Dan douchen en
(alweer!) aan tafel.
Het lezen vordert nu beter. De
vier geplande boeken uitlezen lukt me wel; het maken van de verslagen, zeer
waarschijnlijk niet. Gaat ook bijna niet zonder computer, dus dat moet maar
wachten totdat ik thuis ben.
Zaterdag
14 mei 2005
Heb toch wel behoorlijk last
gehad van m’n verbrande huid. Enkele keren wakker geweest, veel gedraaid en
mijn ogen deden echt pijn toen Lenie me wakker belde. Even later liep de wekker
af. We moeten er op tijd uit, want we gaan straks met de trein naar Lopburi.
Toch maar opstaan dus en douchen. Veel tijd hebben we niet meer, want de trein
vertrekt om 8.42 uur. Snel ontbijten, jawel, weer ei, maar ook een toast met
smeerkaas die Lenie heeft gekocht. Als ik klaar ben nog even bij Lenie kijken
hoever die is. Ook bijna klaar.
Snel naar beneden, een songteaw
en op naar het station. ’t Verkeer zit wat tegen, dus het schiet niet echt op,
maar we moeten het toch wel kunnen halen. Mooi niet dus! Als we bij het station
aankomen, blijkt het loket voor de kaartverkoop dicht te zijn. Dat voorspelt
niet veel goeds en inderdaad, de trein blijkt al vertrokken. Te vroeg, maar wat
doe je er aan. We kijken even reddeloos om ons heen en leggen ons dan maar neer
bij deze ‘nederlaag’. De volgende trein vertrekt pas om 10.36 uur en daarom
gaan we toch maar terug naar het hotel.
Na een uur een nieuwe poging.
Deze keer is onze chauffeur een oudere, niet zo’n lefhebbende, man. Lenie
spoort hem onderweg in het Thais aan om snelheid te maken, maar daar trekt hij
zich weinig van aan. We kijken elkaar aan en schatten in dat het ook deze keer
niet gaat lukken om op tijd op het station te zijn. ’t Zou wat zijn! Maar dan
blijkt ons vertrouwen in het Thais openbaar vervoer niet groot genoeg te zijn,
want ruimschoots op tijd staan we op het perron en in het bezit van kaartjes!
Op het perron zit ook het stelletje
uit Nederland te wachten, dat ik gisteren bij het zwembad heb gesproken en die
met de trein naar Bangkok zouden gaan vandaag. Ik zeg ze even gedag en wens ze
een goeie reis. Ze vragen hoe het met m’n sunburn is. Ik stel ze gerust en dan
is de trein er. Snel instappen, maar –net als bij de NS- geen zitplaatsen. Nu
is het staan in de loopgang niet echt een probleem en ik vind het ook niet erg.
Maar dat er om de halve minuut een verkoper of verkoopster met drank of eten
door wil, die zich bovendien als hij of zij het einde van de trein heeft
bereikt vrolijk omdraait en zo de trein heen en weer blijft wandelen, is
minder. Ik blijf wel in beweging zo!
Een aantal haltes verder –ik heb
intussen veel Thai in allerlei verschillende poses zien slapen!- komt er wat
meer ruimte. Op een gegeven moment kan ik op de leuning plaatsnemen en Lenie
zit zelfs al op een bank. Die bank is overigens net zo hard als de leuning,
want het is massief hout. Zonder luxe kussentje, dus. Dat heeft de NS dan weer
wel voor op de TS. Maar dat we voor een eurokwartje een dikke honderd kilometer
kunnen reizen, is iets dat bij de NS uit een ver vervlogen verleden stamt. De
familie bij wie we zitten, bestaat uit vier kinderen en hun opa en oma. Lenie
heeft opgevangen dat ze onderweg zijn naar de tempel in Lopburi. Waarschijnlijk
een crematie, dus…
Op een gegeven moment krijgen de
jongste drie (waarom de vierde niet?) een soort van ‘sluschpuppy’ van Lenie, of
hoe heet zo’n waterijs ook al weer. Die worden blij aanvaard en ook gedeeld met
opa trouwens. Een van de kinderen moest er een net ingezet dutje voor afbreken,
maar dat offer werd graag gebracht. Na verloop van tijd komt er ook voor mij
een plek op het houten bankje vrij. Van de kinderen worden wat foto’s gemaakt
en die lachen zich gek als ze de foto’s terugzien. Ik vermaak me met het
uitzicht, dat erg afwisselend is. Ik zie rijstvelden, oerwouden met palm- en
bananenbomen, bergen, rivieren… prachtig!
Zo bereiken we na ongeveer
anderhalf uur schudden het station van Lopburi. We zitten nog maar net buiten
te wachten, of onze ‘bob’ is er! Poo is prima op tijd en ze brengt ons eerst
naar het huis van father Michel. Lenie heeft daar nog wat spullen op een
zolderkamer staan, die ze mee naar huis wil nemen. Al gauw blijkt er niet veel
mee te hoeven. Flink wat spullen kunnen worden weggegeven aan de armen en
andere spullen zijn voor Lisa, een vrijwilligster die nog steeds in Thailand
actief is.
De broodmachine krijgt toch een andere bestemming. In eerste
instantie zou die ook naar Lisa gaan, maar als we uitleggen hoe gemakkelijk het
is om een heerlijk vers geurend brood te bakken, heeft father Michel er ook wel
oren naar. Hij wil het apparaat, dat eerst nog door hem werd afgewezen, toch
wel graag hebben. Oké… hij mag het hebben, en we beloven hem wat kant-en-klare
broodmix te laten bezorgen door Fenneke, die binnenkort naar Thailand komt. We
drinken een kop koffie, aangevuld met een heerlijke Franse cognac en na een
uurtje babbelen vertrekken we naar het huis waarin Lenie een aantal jaren gewoond
heeft. ’t Is maar een stukje rijden en als we er zijn, worden we welkom geheten
door de honden Cola, Pepsie en Pet. Dan komt ook de overbuurvrouw met haar
zoontje de weg overgestoken. Een feestelijk welkom voor Lenie en het wordt nóg
feestelijker! De overbuurman en zijn dochter komen er ook bij en ze vragen ons
mee te gaan naar een restaurant bij de Big C-supermarkt. Ze willen ons mee uit
eten nemen. Lenie wil ze niet teleurstellen en accepteert de uitnodiging.
Een kwartiertje later zitten we al aan tafel voor een
gezonde lunch. Twee grote pannen, gevuld met kokende bouillon, staan op tafel
te wachten op vulling. Die wordt binnengebracht in de vorm van een heleboel
schalen met verschillende soorten groente, vis, pasta, vlees, etc. Na een
minuut of zes borrelen in de pan blijkt het klaar te zijn en krijgen we het
sein ‘aanvallen’. Ik kom met mijn twee eetstokjes niet ver. Na veel getrubbel
lukt het me om een stukje eend binnen te krijgen. Maar dan word ik gered. Ik
word voorzien van een lepel en een vork. De lepel in de rechtse hand, ja dat
heb ik al geleerd, en de vork gebruiken zoals we in Nederland het mes
gebruiken: om het eten op de, in dit geval, lepel te schuiven. En dan begint
het smullen. Het is écht lekker! En veel, want we krijgen de pan lang niet helemaal
leeg. Volgens Poo hebben we gemiddeld 300 calorieën per persoon naar binnen
gewerkt. Dat is toch niks! Erg gezond dus. Nu een gat in de markt vinden in
Nederland, want daar moet interesse voor zijn bij onze caloriebewust levende
medemensen.
Natuurlijk bedanken we de
overburen heel hartelijk, al is Poo de enige die ze verstaan. Maar de wai (de
groet met gesloten handen naar het gezicht) is voor mij ook geen probleem meer.
Dus zo laat ik mijn eerbied voor deze prima mensen blijken. Daarna gaat het weer
richting Ayutthaya. De rit verloopt soepeltjes en eenmaal in de stad lukt het
ons ook nog om het hotel terug te vinden!
Amper in het hotel, liggen we in
het heerlijke water van het zwembad. Ook Theo en Maria zijn daar te vinden. Een
uurtje lekker zwemmen en dan douchen, want, jawel, het wordt eentonig, maar het
is alweer etenstijd.
Deze keer hebben we iemand aan
tafel die de taal spreekt en dat maakt het bestellen stukken eenvoudiger. Ik
ben het Thaise eten een beetje beu aan het worden en kijk uit naar een echte
Nederlandse maaltijd. Ik pluk her en der wat van een schaaltje en zo krijg ik
mijn portie toch wel bijeengescharreld. De muziek is als vanouds, dus om bij te
janken, maar zelfs dat went. En het ligt niet aan ons, zo ontdekken we, want
ook Poo ‘ergert’ zich aan het ‘gejank’. Ik aan mijn ‘pinnige’ tafelgenoten. Na
een glas of vier bier vinden ze dat er genoeg gedronken is en wordt de ober
verzocht de handen van de fles te houden. ’t Manneke deed zo goed z’n best.
Ik heb het wel gehad en ga nog
snel even internetten. Ook niet dus. De verbinding is niet te maken en met een
kwaje kop ga ik naar mijn kamer om een blikje bier uit de koelkast te pakken en
een boek te gaan lezen. Om 23.00 uur houd ik het voor gezien en laat de luiken
dichtvallen.
Zondag
15 mei 2005
Heel goed geslapen, vannacht! Ik
werd pas om zeven uur wakker voor mijn nachtelijke bezoek aan het toilet en ben
nog even teruggekropen. Direct ingeslapen en er nog een dik uur aan
vastgeplakt! Dit was de laatste nacht in Thailand en ik zorg dat ik klaar ben
in de wetenschap dat het misschien ook de laatste eieren voor lang gaan worden,
zodirect bij het ontbijt. Al blijft de kans groot dat er in het vliegtuig ook
nog wel zoiets zal worden aangeboden.
Als ik mijn ontbijt bijna achter
de kiezen heb, komen ook Lenie en Poo ontbijten. Lenie vertelt dat Poo zich
plotseling besefte gisterenavond, dat ze in de oudste stad van haar land is. Ze
was bang voor al die oude geesten. Toen heeft ze zich voor die geesten
opengesteld, volgens wat ze Lenie vertelde, en wat dat dan ook mag betekenen,
en vervolgens sliep ze gemakkelijk in. Ik denk dat ik me, al die tijd dat ik in
Thailand was, heb opengesteld zonder het in de gaten te hebben, want ik ben
eigenlijk steeds goed ingeslapen.
Nog even internetten en kijken
wat ZSV gedaan heeft in de nacompetitie. De eerste wedstrijd blijkt met 2-0
verloren te zijn. Dan nog een poging doen om aan een horloge voor Anita te
komen. Poo gaat mee, dus nu moet het lukken. Maar nee hoor. Een heleboel
kruiden voor Lenie’s massagesalon worden wel gevonden. Ze zal wel zelf aan de
gang moeten met een vijzel, want het is lang niet allemaal kant-en-klaar voor
gebruik! Het zijn nog zaden en knollen en daarmee smeer je de mensen toch niet
in, lijkt me…
Een horloge vinden blijkt een schier
onmogelijke opdracht te zijn. Niet blijkt, maar lijkt, want als Lenie en Poo
nog wat andere spullen gaan zoeken, steek ik de weg nog eens over en ga de
andere kant op. En jawel, binnen de kortste keren een paar kramen met horloges!
Bij de eerste kraam koop ik een horloge voor 100 bath (€ 2,00) en bij het
tweede kraampje koop ik er een voor 190 bath (€ 3,80). Niet slecht dus… twee
horloges voor nog geen zes euro! Maar als ik even later bij het hotel Lenie en
Poo tref, zegt Lenie: “Je hebt toch geen horloge gekocht, hè?” Ik antwoord:
“Ja, twee zelfs!”. Waarop Lenie zegt: “Oei…, ik heb er ook eentje!”. Het blijkt
om een exemplaar van 500 Bth te gaan. Haha, tien euro dus. Nou ja, dan drie
horloges. Dan kan Anita voorlopig vooruit!
Het is tijd om afscheid te nemen
van Poo. Ze gaat nu terug naar Lopburi, maar wie weet, komt ze ooit nog ‘ns
naar Nederland! Ik bedank haar voor haar prima ‘bob’-job (wij mochten drinken
en zij bleef nuchter omdat ze ons reed…) en we zwaaien haar uit.
Dan wordt het tijd om ons definitieve
afscheid voor te bereiden. Nog een kop koffie en een blikje bier bij Lenie op
de kamer om de koelkast leeg te maken en dan de koffer zover mogelijk pakken en
nog even relaxen. Ik wíl het boek van Harrie Mulisch uitlezen, voordat we
vertrekken, zodat ik maar één boek in de handbagage mee hoef te nemen. Dat
lukt; alweer een zorg minder! Na een piepklein dutje nog naar het zwembad, waar
de anderen ook al zijn. Nog een paar baantjes trekken en dan lunchen bij het
zwembad. Deze bestaat uit enkele Thaise krentenbollen (jaja!) en uit
overheerlijke mango. Dan terug naar de kamer om de zwemkleding de kans te
bieden droog te worden voor het vertrek. De koffer zover mogelijk inpakken en
dan is het tijd voor het laatste diner. En ook deze keer weer ‘aangekleed’ met
heerlijk vals gezang…
We laten flink wat eten komen.
Mini-loempia’s, garnalenkoekjes, salade en dan zes schalen met allerlei
lekkernijen als hoofdgerecht. Veel garnalen deze keer, maar ook kip en bief.
Nog niet eerder zo lekker gegeten, maar dat komt vooral door de sauzen en de
groenten: veel ui, lente-ui en paprika. Daar wat zoete en frisse ananas bij en
je krijgt een heerlijke zoetzure smaak. Onze vaste bediende, de 15-jarige
Samaas en zijn collegae worden goed bedacht met een fooi die groter is dan een
dagloon en dan nog snel even internetten. Too komt zo om ons op te halen en
naar Bangkok te brengen. Eak zal ons daar ontmoeten, voordat we vertrekken. We
gaan dus wat vroeger dan de vliegreis van ons verwacht. Om 19.30 uur zal Too in
Ayutthaya zijn.
En inderdaad, Too is er op tijd.
Hij heeft zijn vriendin, ook een ex-patiënt die ook bij Frits werkt,
meegebracht. De rit naar Bangkok verloopt zeer voorspoedig. Het gaat heel wat
sneller dan ik verwacht had en… met airco aan boord! Zo bereiken we zeer goed
op tijd het vliegveld. Het is nog geen half tien! Over vijf uren pas, vertrekt
ons vliegtuig. Dat wordt dus nog een lange zit!
We gaan op zoek naar de rookplek
waar Eak ons zal treffen. Die is snel gevonden, want Lenie weet als echte
Dragonstoker de weg! Theo en ik verkiezen het niet-rokersgedeelte, want daar is
een airco! We nuttigen enkele ice-coffees en zien de anderen in de rokersruimte
puffen. Terwijl we wachten kunnen we op een televisiezuil een wedstrijd van
Manchester United volgen. Die Thai zijn echt gek van met name Engels voetbal.
Dan komt Eak binnen. We maken kort kennis en dan verdwijnt ook hij in de
rookruimte.
Enkele uren verstrijken voordat we de douane door gaan. We betalen 500 bath om het land uit te mogen en kunnen dan in de belastingvrije zone inkopen doen. Ik koop er nog een slof shag voor Gerald en een slof sigaretten voor Marij. Voor in de Paddock een beschermengel, want Franka en Geek kunnen wel wat meeval gebruiken nu ze net een kroeg zijn begonnen. Zo wordt de tijd gedood totdat we eindelijk het vliegtuig in mogen.
Maandag
16 mei 2005
Het is opnieuw een lange zit.
Bijna een uur langer dan tijdens de heenweg. En omdat we om half drie ’s nachts
vertrekken, gaan de luiken dicht en de lampen uit. Geen film op het grote scherm
en dan zit je daar. Als je dan niet kunt slapen is het een martelgang! Dat werd
het dus voor mij… Twaalf lange uren, twee niet al te beste maaltijden en drie
erg flauwe films later, zijn we weer in Amsterdam. Gelukkig!
Het duurt nog wel even voordat we de koffers hebben. In de
tussentijd zien we dat Katja Schuurman met dezelfde vlucht gevlogen heeft. Ze
zal wel wat luxer gezeten en gelegen hebben, want ze ziet er niet moe uit.
Gelukkig zijn er geen problemen
bij de douane en aan de andere kant, in de ontvangsthal staan Gerald en onze
Wesley ons op te wachten. We gaan meteen door naar de bus, want ik wil naar
huis… Ik ben gaar!
Na een rit die lang lijkt te
duren, zijn we rond half een ’s middags in Zeilberg. Anita heeft gezorgd voor
koffie en vlaai en na een begroeting komt de tijd van cadeautjes uitdelen.
Marij is inmiddels ook gearriveerd en ’t lijkt wel pakjesavond. Het mooie is
dat de cadeautjes in goeie aarde lijken te vallen.
Na nog eens anderhalf uur, wankel
ik de trap op om eindelijk weer in mijn eigen nest te kunnen vallen…