In
gesprek met...
In
gesprek met…
ruim
anderhalve eeuw onderwijservaring
“Deze tijd is veel kindvriendelijker dan dat het vroeger was!”

Er zat een periode van vrije dagen tussen het
verzoek voor het afnemen van een interview dat we kregen vanuit de basisschool
en het moment dat het interview plaats kon vinden, met als gevolg dat er wat
haast geboden was. We besloten daarom met twee schrijvende redactieleden deze
klus aan te gaan; een groepsgesprek met de aanwezigen en daarnaast een ‘afgezonderd’
persoonlijk interviewtje. Dat ziet u ook aan de uitwerking van dit ‘In gesprek
met…’, dat gelardeerd wordt door persoonlijk blokjes, met foto.
De reden voor het verzoek is waarschijnlijk wel
breed bekend: aan het einde van het lopende schooljaar neemt Basisschool
Zeilberg afscheid van maar liefst zeven onderwijsmensen en daar zal in januari
2012 nog een achtste persoon bij komen! Zes van de zeven mensen die echt aan
een ‘grote vakantie’ gaan beginnen, doen dat omdat ze ‘hun tijd hebben
uitgezeten’. Voor Elmie Bos is er een andere reden,
namelijk haar gezondheid. Het was de bedoeling om in ieder geval de zes mensen
aan tafel te krijgen, die vanwege hun leeftijd de school gaan verlaten, maar
dat is niet gelukt. Els Meijer en Jan Linskens moeten verstek laten gaan. Maar
dat betekent niet dat we een gebrek aan onderwijservaring aan tafel hebben…,
integendeel! Jeanne Aarts, Albert van Berkel, Hans
Mikkers en Peter van Dinther zijn samen goed voor ruim anderhalve eeuw
onderwijzend werken! Bovendien is ons toegezegd dat er van de mensen die er nu
niet bij kunnen zijn, nog wat gegevens worden aangeleverd, inclusief foto. Daar
helpt initiatiefnemer Jan van der Loo ons mee, waarvoor dank!
Voordat ik het vergeet, de achtste persoon die in januari
afscheid zal nemen, is Jeanne Teeuwus.
Als we een plaatsje hebben gevonden in de
koffiekamer van de basisschool en hebben besproken hoe we de opzet van dit
interview voor onszelf zien, geeft Peter van Dinther aan dat het dan toch wel
in een uurtje bekeken moet kunnen zijn. We starten om kwart voor acht en we
gaan ervan uit dat het inderdaad wel haalbaar moet kunnen zijn om er rond een
uur of negen mee te stoppen.
Een kop koffie met een lekkere stroopwafel tekenen
voor de start van de avond en dan is het zover: de pennen zoeken het
schrijfpapier op, terwijl de verhalen zich aaneenrijgen.
Peter van Dinther heeft zich, zoals het een goed
voorganger betaamt, goed voorbereid. Met een notitieblock bij de hand, stelt
hij voor om het onderwijs in Zeilberg, zoals dat door de vier mensen hier
aanwezig is beleefd, in blokken van ongeveer tien jaar aan de orde te stellen.
Elk decennium heeft zijn eigenheid. Eigenheid in onderwijsontwikkelingen,
veroorzaakt door ingrijpen van het ministerie en de inspectie, maar ook door de
wisselende tijdsgeest die een belangrijke invloed blijkt te hebben gehad.
Een prima voorstel, want zo kunnen we wat structuur
houden in een ‘In gesprek met…’, met zoveel mensen.
|
Jeanne Aarts
|
Jeanne Aarts (1953) is
na de lagere school naar de Mulo (mavo/havo) gegaan en nadat ze haar diploma
had, is ze een opleiding gaan volgen aan de KLOS (KLeuter
Opleiding School). Jeanne: “Toentertijd
was dit een driejarige opleiding. Op mijn 16e begon ik ermee en op
mijn 18e stond ik met mijn diploma in de hand. Weliswaar werd ik
een paar weken later negentien, maar ik vond dat toch leuk. |
|
Ik ben toen direct in Someren op een
kleuterschool terechtgekomen. Daar stond ik met mijn 19 jaar voor een klas
met veertig kleuters; meteen een goede leerschool! Acht jaar heb ik in
Someren les gegeven; toen ben ik een aantal jaren thuis gebleven omdat ik
zelf kinderen kreeg. In 1980 heb ik in twee jaar op de Kempel
de bevoegd-heid voor de basisschool gehaald. Dit
was voortaan verplicht, ook al had je alleen kleuters in de groep. In 1987 ben ik begonnen als vervangster op
allerlei scholen. Alle groepen heb ik vervangen van 1 tot 8. Ik merkte wel
dat mijn hart echt bij de kleuters lag en nu nog trouwens. Na acht jaar was
ik het vervangen beu. Elke keer had je iets opgebouwd en dan kon je weer naar
een andere school, waar op dat moment iemand nodig was. Maar omdat ik op
zoveel scholen had vervangen, was het voor mij wel duidelijk waar ik het
liefst wilde werken. Of op d’n Bogerd in de Sint
Jozef of hier in Zeilberg. Uiteindelijk kreeg ik in 1995 een vaste aanstelling in Zeilberg, waar ik nu
ongeveer 25 jaar actief ben.” Ze vertelt heel eerlijk dat de Zeilberg in eerste
instantie nou niet echt iets speciaals had voor haar. Ze woonde met haar
gezin in de Koolhof en heeft haar kinderen naar de
Piramide laten gaan. Pas later, toen ze al een flinke poos in Zeilberg
werkte, begreep ze het bijzondere van Zeilberg. Die eenheid, dat eigen zijn,
het chauvinisme, kortom, de eigen identiteit waar de mensen in Zeilberg heel
zuinig op zijn. “Ik ben nog één jaar lang op de woensdagmiddag
naar school gegaan, om mijn hoofdakte te halen, om zo nog hoofd
kleuterleidster te kunnen worden. Zolang ik al lesgeef, voel ik dat ik een echte
kleuterjuf ben. Het is zo’n dankbaar werk en de kinderen zijn zo aandoenlijk.
Voor een kleuterjuf is het dan ook heel belangrijk om een kind goed te
observeren. Wat zijn de interesses van een kind, hoe beredeneert een kind
iets; daaruit kun je al heel veel halen als juf.” Echte dieptepunten zijn er voor Jeanne niet. Hoogtepunten daarentegen, zijn er voldoende.
“Met het 90-jarig bestaan van de school in 2004 heb ik samen met Lisette een werkgroep opgericht. Het begon heel klein,
maar het was uiteindelijk uitgegroeid tot een megafestijn! Een lange
nostalgische optocht trok door de straten van Zeilberg. Dat was super.
Daarnaast organiseer ik samen met Lisette de
jaarlijkse feestdagen op school, wat ook ieder jaar weer goed verloopt. Wat
ik ook belangrijk vind, is dat het hele team op school geweldig goed met
elkaar omgaat. Als ze ooit hulp nodig hebben bij de kleuters, wil ik altijd
komen helpen. Als ik tenminste nog vrije tijd over heb als ik straks thuis
ben, want mijn man heeft een druk bedrijf waar ik altijd in kan helpen. Een
zoon woont in China daar gaan we ook graag naartoe. En er is een kleinkind dat
ook wat aandacht wil van oma.” Het is wel duidelijk: Jeanne
zal zich niet vervelen als ze gestopt is met werken! |
|
Aan Peters hand maken we dus een wandeling door de
tijd en we beginnen in de zeventiger jaren. “Eigenlijk”, zo begint Peter, “is
die periode vergelijkbaar met de periode die er nu aan staat te komen. Als ik
die periode een omschrijving moet geven, dan wordt het ‘teambuilding’. Gerard
van Kalken was in die tijd hoofd van de meisjesschool en er stond een fusie op
stapel. De jongensschool en de meisjesschool gingen samen. Van Kalken had de
oudste rechten en werd directeur. Bert Sperber, was
hoofd van de jongensschool en was door zijn vooruitstrevende opstelling erg
populair bij veel ouders. Niet iedereen was het daarom eens met de
vanzelfsprekendheid dat Gerard van Kalken directeur zou worden van de nieuwe
basisschool. Niet alle ouders, maar ook niet alle personeelsleden en een aantal
koos eieren voor hun geld en besloot elders te gaan. Een behoorlijk aantal
vacatures ontstond en die moesten ingevuld worden. Bovendien waren er twee
teams van de fusiescholen die ook nog ‘gemengd’ moesten worden. Al met al stond
Gerard van Kalken een zware opgave te wachten. Bovendien liep men in Zeilberg op
de een of andere manier al voor op de landelijke tendens, want ook de
kleuterschool, die onder leiding stond van Jeanne van
Someren, maakte deel uit van het nieuwe geheel. Daarmee moest Gerard van Kalken
proberen van drie eilanden, één continent te maken!”
|
Jan Linskens
|
Jan Linskens werd
62 jaar geleden in Sevenum geboren. Hij behaalde zijn onderwijzersdiploma aan
de Pedagogische Academie in Roer-mond nadat hij
eerst nog o.a. de Mulo in Deurne had gevolgd. Schoolhoofd
Gerard van Kalken had hem blijkbaar dringend nodig en na een
sollicitatiegesprek op een zondag (!) werd Jan in 1973 aangesteld in
Zeilberg. Hij startte in
groep 4 van de toen- |
|
malige meisjesschool in
de hoogbouw, waar de klassen overigens al gemengd waren. Jan heeft de tijd
op school als heel prettig ervaren: “Spontane en ook ‘gemoedelijke’ mensen.” Echte hoogtepunten
kan Jan niet noemen, maar de komst van ruim 40 computers met
internetaansluiting, etc., heeft hem toch wel goed gedaan, zeker omdat hij
zelf een “computermens” is en bovendien ICT-er aan onze school. “Gelukkig
zijn er geen echte dieptepunten geweest…” Na 39 jaar gaat
Jan de Zeilbergse basisschool verlaten en genieten
van zijn vervroegde pensioen. “Ik heb genoten van het lesgeven aan kinderen
en hoop dat de jongere garde aan wie ik graag het stokje overgeef, dat zo ook
zal ervaren”. Hij gaat samen met Trees verder werken aan de
verbouwing van hun huis en als het eventjes kan, stappen ze samen in de
camper… en… de laptop zal ook wel meegaan denken we. |
|
Het was dus eigenlijk een flinke uitdaging om van
die vernieuwing deel uit te maken?
“Om eerlijk te zijn, had ik in eerste instantie
helemaal geen zin om in de Zeilberg te gaan werken. Ik las in de krant dat het
er bij een overlegavond over de fusie, die plaatshad bij café Jacobs nou niet
echt vredelievend aan toe was gegaan. Toen ik dat las, zei ik tegen m’n
echtgenote Mieke: ‘Daar in de Zeilberg, daar ga ik niet werken!’, maar ja, je
ziet wat er uiteindelijk toch van gekomen is!”
Het opbouwen van een voor een groot deel nieuw
team, was dus waar het in de zeventiger jaren om draaide en dat is inderdaad
vergelijkbaar met de taak die de nieuwe directeur met zijn team met ingang van
het komende schooljaar staat te wachten. Alle vier de onderwijsmensen zien dat
echter zeker als iets positiefs. “Natuurlijk mis je expertise, maar het biedt
ook veel kansen! Er gaat een frisse wind waaien en de mensen die er zijn,
beschikken allemaal over veel talenten!”, zo wordt eensgezind vastgesteld.
“Zo’n groot afscheid biedt zelfs meer kansen, dan wanneer er heel geleidelijk
mensen stoppen”, zo verzekert Albert van Berkel me. En dat was zo’n veertig
jaar geleden ook zo. Er ontstond toen een nieuw team dat zo’n dertig tot
veertig jaar de Zeilbergse school vorm heeft gegeven.
|
Hans Mikkers
|
Hans Mikkers is 63 jaar en is na de lagere school
naar het PIUS XII college in Deurne gegaan. (Tegen-woordig
het Peellandcollege) Na deze school te hebben afgerond, was de volgende stap
Hemelrijken in Eindhoven. Daar behaalde Hans zijn middelbare acte en drama-tische expressie. Met deze opleiding was Hans nog
niet helemaal tevreden; vandaar dat hij daarna naar de Katholieke Leergangen
in Tilburg is gegaan. Daar bleef Hans |
|
op vrijdag en zaterdag intern. Uiteindelijk is hij
afgestudeerd in pedagogie en onderwijskunde. Hans heeft via SKOD (Stichting Katholiek Onderwijs
Deurne) op de BS Tijl Uilenspiegel gewerkt en in 1998 maakte hij de overstap
naar Zeilberg. Daarnaast werkt hij samen met De Kempel,
als begeleider en coach van studenten. Bij de vierdejaars studenten is Hans
een graag geziene leraar. Veel studenten hebben namelijk ook in het eerste of
tweede jaar Hans als begeleider gehad en vragen hem of ze in het 4e jaar
mogen afstuderen onder zijn begeleiding. Ook zit Hans ‘in het veld’, wat
betekent dat hij op verschillende scholen in en om Deurne eerste- en
tweedejaars studenten begeleidt. Kortom een veelzijdige leraar. Echte hoogte- of dieptepunten in Hans carrière
zijn er niet. Wat wel elk jaar weer
een moeilijke dag is, is de laatste schooldag. “Je steekt veel energie in de
leerlingen, waardoor je toch een band opbouwt met elkaar. En wat ik als
positief ervaar, is dat er een goed contact is met de leerlingen.” Hans wil, nadat hij gestopt is met werken, zeker
nog wel iets blijven doen in het onderwijs. Maar hoe en wat is nog allemaal
een groot vraagteken. |
|
We stappen een nieuw decennium binnen: de tachtiger
jaren. De periode van vernieuwingen, waarbij direct gedacht wordt aan de
ouderparticipatie. Ouders gingen een steeds grotere en belangrijkere rol spelen
binnen de school.
Ook de invoering van de basisschool mag dan niet
vergeten worden. Dat was in 1985. Kleuterscholen en lagere scholen werden samengevoegd,
klassen verdwenen, groepen kwamen. Kleuterjufs moesten zich gaan bijscholen om
ook in de hogere groepen les te kunnen en mogen geven, onderwijzers werden
leraren en moesten ook de kleuters kunnen begeleiden. Die brede inzetbaarheid
was niet voor iedereen een favoriete vernieuwing, maar de gedachte erachter was
eigenlijk helemaal niet zo gek. Er waren al veel specialisten en zo werden het
allemaal allrounders!
Jeanne Aarts reageert: “Mijn keuze destijds was een
bewuste keuze. Ik wilde kleuters begeleiden bij hun eerste jaren op school en
in de aanloop naar de lagere school. Mijn hart lag ook bij de kleuters. En dat
was zo bij veel mensen het geval. Ik denk dat daarom die herschikking best
beperkt is gebleven. Uiteindelijk kwamen de meesten weer daar terecht waar ze
vandaan kwamen.” Peter valt haar bij: “Ja, dat klopt. Wij zijn toch meer voor
de specialisten gegaan.”
Zoals eerder al opgemerkt was het toenmalige hoofd
van de jongensschool, Bert Sperber, al op een spoor
beland dat later door veel meer scholen gevolgd zou worden. Op het gebied van
de ouderparticipatie liep hij namelijk ver voorop. Hij betrok de ouders bij de
school op velerlei manieren. Toen de fusie eenmaal had plaatsgevonden, kwam dat
in sterk uitgebreide vorm terug. Een aantal ouders was van mening (na de opgedane
ervaringen met Sperber) dat ook ouders inspraak
moesten hebben in het reilen en zeilen binnen de school. Dat lukte niet in één
keer, maar snel bleek dat de ouders inderdaad best hun inbreng konden hebben.
Ook het team stond open voor een nieuwe kijk op de samenwerking tussen ouders
en school. Nu bestaat deze ouderparticipatie nog altijd en wordt het door alle
partijen heel normaal gevonden.
Peter: “Onderwijsmensen kregen in de gaten dat het
niet zo was zoals vroeger altijd werd gezien. De meester stond niet op een
voetstuk en dat werd vroeger wel zo gezien. De pastoor, de dokter, de agent, de
meester, dat waren de notabelen van het dorp; daar werd tegen opgekeken. Nu
zagen leraren en ouders dat de school er was voor het dorp en het dorp voor de
school.”
Jeanne: “De kundigheid en de mondigheid van de ouders
werd steeds groter en daarmee groeide ook de belangstelling voor het
schoolleven van hun kinderen. Ze spelen een belangrijke rol bij de vorming van
hun kind en doen dat samen met school.”
Daar sluit Hans zich bij aan: “Vóór de jaren
zeventig kreeg iedereen hetzelfde onderwijs. Nu wordt veel meer naar het
individu gekeken en wordt ingezet op de eigen talenten van het kind.”
|
Albert van Berkel
|
Albert van Berkel (bijna 62) heeft in Zeilberg op
de lagere school gezeten. Daarna is hij in Deurne naar de Havo gegaan en van
daaruit naar de Pabo (Kweekschool) in Eindhoven. Tijdens zijn opleiding aan
de Pabo heeft Albert stage gelopen op de basisschool in Zeilberg. En het
blijkt dat Albert een goede indruk achtergelaten heeft. Immers tijdens een
feestje, waar ook de toenmalige directeur Gerard van Kalken aanwezig was,
werd gevraagd |
|
of Albert na het behalen van zijn diploma in
Zeilberg als leraar wilde komen werken. Na een sollicitatiebrief te hebben
geschreven, is Albert als invaller begonnen en later als vaste leerkracht.
Albert is begonnen in de 4e klas (nu groep 6). “Ik heb nooit de kleuters en
de groepen 7 en 8 lesgegeven. Mijn kwaliteiten liggen bij de groepen 4, 5 en
6. De verschillen tussen mijn beginjaren hier op
school en nu, is dat je vroeger met een bus kinderen naar het witgele kruis
moest omdat ze een spuit moesten. En daar zat je dan als leraar met een hele
groep kinderen; de ene moest getroost worden, de ander had schrik van
spuiten. Dat is nu een taak voor de ouders, gelukkig. En dan had je nog de
schooltandarts en het schoolzwemmen, en niet te vergeten de communie; daar
ging erg veel tijd in zitten. Dit wordt nu allemaal buiten schooltijd door de
ouders zelf geregeld. Maar ondanks dat alles, heb ik er toch een heel fijne
tijd op zitten.” Er zijn ook verschillende activiteiten waar Albert
zich voor inzet op school: “De sportdag, de atletiekdag
en de verschillende sponsorlopen zijn
toch activiteiten waar veel vrije tijd in gaat zitten. Maar ik doe dat met
veel plezier, zoals ik hier alles met plezier heb gedaan. Er zijn eigenlijk geen dieptepunten in mijn
carrière voor-gekomen. Een van de hoogtepunten was
wel dat ik koninklijk onderscheiden ben, hier op het schoolplein. Maar dat
heeft natuurlijk niet alleen met school te maken gehad. Ik kreeg die
onderscheiding ook voor het vrijwilligerswerk dat ik voor de
diabetesvereniging doe, het werk voor Unicef en de Derde Wereldgroepen, die
hier zijn. Daar blijf ik me ook voor inzetten als ik gestopt ben met werken. Wat ik zelf ook wel uniek vind, is dat ik dit
jaar voor het eerst in mijn hele carrière kinderen in de klas heb die op dezelfde
dag jarig zijn als ik. En dan praat ik niet over één kind, maar over drie!” Dat laatste weet ik als redactielid natuurlijk
ook, want het zijn namelijk twee zonen van mij en nog een meisje dat ook vaak
bij ons over de vloer komt…! |
|
‘Het onderwijs past
bij de tijd waarin het gegeven wordt’ en ‘Kinderen
zijn nog hetzelfde als vroeger; alleen de omstandig-heden
en de maatschappij zijn veranderd’, het zijn twee waarheden die staan als
een huis!
|
Els Meijer
|
Els Meijer is 63 jaar jong. In 1970 slaagde zij
aan de Nutskweekschool in Eindhoven voor de hoofdakte “volledig bevoegd
onderwijzer”, uiteraard met alle aantekeningen die er mogelijk waren. In Eindhoven begon ze ook haar loopbaan aan de
Tweede Open-bare school, gelegen in een
nieuwbouwwijk in Woensel. “Hier moest al worden geïmproviseerd omdat er twee
‘eerste klassen’ waren gecreëerd door middel van een scheidingswand”, zegt
Els. |
|
Omdat haar man Geert in Deurne een baan kreeg,
ging Els mee en in 1973 werd ze aangesteld in Zeilberg. Haar baan was een tijdelijke en ter ondersteuning
van de leerkrachten van groep 3. Hoe tijdelijk, kan tijdelijk zijn!! Els heeft het in Zeilberg als heel prettig en
positief ervaren. Voor haar was de afbraak van de “hoogbouw” en de
ingebruikname van het huidige nieuwe gebouw in 1998 zeker een hoogtepunt! Dieptepunten kan ze gelukkig niet noemen. Els weet wel hoe ze haar tijd gaat besteden:
“vooral rustig aan gaan doen!” En meer tijd gaan besteden aan haar hobby’s
handwerken en lezen. |
|
De jaren tachtig en negentig kunnen gezien worden
als het tijdperk waarin er dus veel meer de tijd was voor het individu. Men
kwam meer op voor zichzelf.
Het onderwijs is een afspiegeling van de
maatschappij. Vaak loopt de school er nog wat achteraan! “Deze tijd is in ieder
geval veel kindvriendelijker dan het vroeger was”, is
de algemene conclusie.
Hans: “Je gaat op dit moment op een veel prettigere
manier om met de kinderen.”
Jeanne: “Een kind blijft een kind, een onbeschreven blad.
Daarom was het vroeger vaak zo vreemd dat het ene kind wel buiten de boot viel
en het andere niet. Tegenwoordig weten we veel meer. Een kind met dyslexie kan
zonder de nodige hulp en begeleiding zo’n kind zijn dat buiten de boot zou
dreigen te vallen. Maar dankzij de kennis van nu, is er tegenwoordig veel meer
mogelijk!”
|
Peter van Dinther
|
Peter van Dinther, geboren in 1949, ging na de
lagere school in de Walsberg naar het PIUS XII College
in Deurne (later werd dit het Peellandcollege). Na het behalen van zijn
diploma, ging Peter naar Hemelrijken in Eindhoven om daar een lerarenopleiding
te volgen. Toen hij zijn diploma op zak had, werd hij al snel door Gerard van
Kalken (het toenmalige hoofd van de BS Zeilberg) gevraagd om les te komen
geven op zijn school. Eigenlijk had Peter zelf in gedachte om een
tijdje vakantie te houden omdat hij in militaire dienst moest. |
|
Maar dit was een mooie kans dus greep hij die
aan. Toen de oproep van militaire dienst kwam, was er een lerarentekort en
daarom zorgde Gerard van Kalken voor een nette brief, waarin werd uitgelegd
dat Peter nodig was op de basisschool. Het lukte, Peter hoefde niet in
dienst, maar dan moest hij wel vijf jaar in Zeilberg op school blijven
werken. In 1971 kwam Peter vast in dienst bij de
basisschool. Toen de vijf jaren om waren en Peter kon gaan en staan waar hij
wilde, was er een lerarenoverschot. Een extra reden om niet uit Zeilberg weg
te gaan. Peter werd plaatsvervangend hoofd, omdat de
school vroeger in Zeilberg uit twee gebouwen bestond. Aan de Zeilbergsestraat
stond de jongensschool en aan de Margrietstraat de meisjesschool en omdat
Gerard niet op twee plaatsen tegelijk kon zijn, mocht Peter een oogje in het
zeil houden op de jongensschool. De scholen werden nog zo genoemd, maar inmiddels
zaten de jongens en de meisjes wel gemengd. Dit werd in 1971 gerealiseerd. In
die tijd waren er 18 klassen en daar hoorden de kleuters toen nog niet bij,
want dat was een aparte groep. In 1984 werd directeur Gerard van Kalken ziek;
hij had veel oogproblemen. Peter werd toen aangesteld als directeur. “Het leiderschap vond en vind ik nog een
fantastische job. Je hebt veel uitdagingen en je moet vooruit durven kijken.
Je moet ook heel actueel zijn. Wat voor mij al heel lang vaststond, was de
integratie van de kinderopvang. Ik vind dat een basisschool voor kinderen van
0 tot 12 is. Dus toen hier lokalen vrijkwamen, doordat het aantal kinderen op
school flink daalde, stond voor mij al vast dat ik daar een kinderopvang
wilde plaatsen. Dat zijn van die bepaalde dingen waar je al jaren voordat het
speelt, mee bezig moet zijn! Ik ben trots op deze school… De betrokkenheid met
de kinderen en de ouders is heel groot. De verstandhouding met het team is
erg goed en de school staat goed aangeschreven. Dieptepunten zijn er voor mij niet. Wat ik wel
anders zou doen als ik nu jong was, is dat ik niet zo lang op één werkplek
zou blijven. Puur voor de ontwikkeling van mezelf. Maar dat neemt niet weg
dat ik het hier altijd enorm naar mijn zin heb gehad. Wat ik echt als een
hoogtepunt zie, is de verbouwing van de school in 1998. Overdag was het
gewoon les geven en avonds kwamen er veel ouders en leraren hier vrijwillig
mee de school verbouwen. Dat was een mooie tijd! Het was wel zwaar, maar zo
dankbaar. Ik ben nog trots op deze mensen!” (En dat blijkt want als we naar
huis gaan, wijst Peter vol trots de foto aan met alle vrijwilligers en hij noemt
ze nog eens een voor een bij naam!) Peter was eigenlijk nog niet van plan om te
stoppen, totdat hij een oud-collega tegenkwam die vroeg: “Wanneer ga jij
eigenlijk stoppen?” “Zolang ik nog goed kan, ga ik door”, was Peters
antwoord. En toen zei de oud-collega iets wat Peter aan het denken zette:
“Let wel op, want de jaren tussen de 60 en de 70 tellen dubbel!”. Daar ging Peter mee naar huis. Dat was natuurlijk
wel een punt. “Er zijn nog zoveel dingen die ik samen met mijn vrouw Mieke
wil doen. We hebben het erover gehad om nog een keer samen naar Spanje of
Oostenrijk te fietsen. En we hebben vijf kleinkinderen, dus wat extra
vrijheid is ook fijn!” “Potverdorie, ik ga stoppen!”, dacht ik toen.
Lang hebben we het er thuis niet over gehad. Mijn voornemen stond vast: Ik ga
genieten!” |
|
“Opvallend was in de jaren negentig, dat er van de
wat ‘softere aanpak’ afgestapt werd; er werd ook meer naar resultaten gekeken.
Het is immers zo, dat als je zorgt voor goede resultaten, er niemand zal vragen
hoe je die bewerkstelligd hebt.”
Als je dan kijkt naar de resultaten, kan er iets
opmerkelijks geconcludeerd worden: In de jaren zeventig stond de basisschool
Zeilberg er ‘niet geweldig op’. Het team waar deze afscheidnemende leraren deel
van uitmaakten, is erin geslaagd dat om te buigen. Als er nu een leerling uit
Zeilberg op een school voor voortgezet onderwijs wordt aangemeld, zullen ze
daar niets zeggen, maar wel denken: “Die komt uit een goed nest!”
Dan zijn we dus in de huidige tijd aanbeland. En al
lijkt het allemaal beter, er zijn ook negatieve klanken. “In het onderwijs van
tegenwoordig lopen we achterstanden op. Er zijn te weinig mannelijke leraren,
te weinig ‘meesters’. Dat is erg jammer, vooral voor jongens. De persoon voor
de klas is toch ook een rolmodel en voor jongens is het dan niet goed als ze
alleen maar juffrouwen voor de klas hebben gehad.”
Verder kenmerkt deze tijd zich als een periode
waarin ‘opbrengstgericht werken’ als belangrijk wordt gezien en ook daar staan
deze mensen helemaal achter. “Je moet zoveel mogelijk uit de leerling halen; de
talenten moeten ten volste aangesproken en benut worden!”
“Maar het is ook ontzettend fijn als een ouder van
een leerling die onze school verlaat, je toevertrouwt: ‘Bedankt! Het is hier
heel fijn geweest.’
En, om nog even terug te komen op de resultaten van
dit team…, die zijn alleen maar mogelijk geweest door een eigenschap die niet
te missen is in het onderwijs: De kracht van het team is de samenwerking!”,
aldus een trotse directeur Peter van Dinther.
We wisselen nog wat van gedachten over het
onderwijs in de huidige tijd, maar er moet toch echt een einde aan gebreid
worden. Het verwachte uurtje is uiteindelijk meer dan drie uur geworden! Och,
eigenlijk niet gek. Vier onderwijsmensen het woord geven, dan weet je dat je
‘bijgeschoold’ wordt…!
Wij wensen de mensen die vertrekken heel veel geluk
toe in hun volgende etappe van het leven. De mensen die blijven, wensen we heel
veel sterkte en succes toe in weer een nieuwe episode van de te vormen historie
van de basisschool Zeilberg!
Net als de vertrekkende mensen, zijn wij ervan
overtuigd dat het jullie heel goed gaat lukken om gebruik te maken van de
nieuwe kansen en de ruimte die jullie geboden wordt!
Maar eerst genieten van een geweldige feestweek.
Een tipje van de sluier die de afscheidsactiviteiten nu nog bedekt, kunnen we
dankzij Jan van der Loo toch alvast oplichten:
Ma 18 juni: Schoolreis voor alle groepen
Di 19 juni: Creamorgen en bioscoop – Matinee in Driedee
Wo 20 juni: Musicalvoorstelling groep 8 in Den Draai
Do 21 juni: ‘Anniematie’,
de school loopt op rolletjes
Vr 22 juni: Kinderafscheid van de meesters en juffen
16.30 uur:
Afscheidsreceptie Meneer van Dinther