M. Scheffer
M. Scheffer
Alles over pinguins
Alles over pinguins
ALLERLEI WEETJES OVER PINGUINS
ALLERLEI WEETJES OVER PINGUINS
Algemene informatie
Waarom heet de pinguïn, pinguïn ? Observeren van pinguïns in de vrije natuur
Sinds wanneer zijn er pinguïns? Eerste wetenschappelijke beschrijving
Lichaamsbouw en eten
Kunnen pinguïns vliegen? Overleven op Antarctica
Moeten pinguïns drinken? Kunnen pinguïns onder water kijken?
Hebben pinguïns knieën? Hebben pinguïns oren?
Waarom zijn pinguïns zwart/wit? Hoe oriënteren pinguïns zich in de oceaan?
Aanpassen aan de prooi Voedsel van de pinguïn
Hoe diep duikt een pinguïn? Hoe snel zwemt een pinguïn?
Gestroomlijnde lichaamsbouw? Pinguïns en de duikersziekte
Verschil tussen mannetjes en vrouwtjes? Lichaamsgrootte en leefruimte
Voortplanting
De balts De schreeuw van de pinguïn
De broedtijd van pinguïns? De rui
Bedreiging
Bedreigingen door de mens Natuurlijke vijanden
Welke pinguïns worden beschermd? Gedragsregels in de omgang met pinguïns

Waarom heet de pinguïn, pinguïn?

Een van de verklaringen voor de naam van de pinguïns is de volgende:
Oorspronkelijk komt de naam uit het Waals en heet daar "Pen Gwen" (uitgesproken als het engelse penguin ). Dit betekent zoveel als "Witte Kop".
Zeelieden uit Wales zouden de pinguïns als eerste gezien en zo genoemd hebben.
Er word echter ook verteld, dat oorspronkelijk de naam pinguïn een beschrijving was van de in 1844 uitgestorven en ook niet in staat zijnde te vliegen, reuze alk van het Noordelijk halfrond was.
Een andere theorie luid, dat de naam van het Latijnse "penguis" stamt. Dit betekent "vet". Voor zeelieden was vet erg belangrijk en dat werd uit de pinguïns gewonnen.

Observeren van pinguïns in de vrije natuur

© Kevin Shafer De Magelhaenpinguïn kan men elk jaar in Punta Tomba, een kuststreek in Patagonien, in een kolonie met meer dan 1 miljoen dieren bezichtigen. Met de auto is dit gebied probleemloos te bereiken. Ook vind men de Magelhaenpinguïn op het schiereiland Valdez in noord Argentinie. Hier is de natuur in tegenstelling tot Valdez nog behouden. Deze plaats kan men vanuit Buenos Aires met het vliegtuig bereiken.
In Zuid Chili broed de Magelhaen- en de Humboldtpinguïn. Het broedgebied van de Humboldtpinguïn strekt zich uit tot aan de kust van Peru. De Galapagospinguïn is de noordelijkste van alle soorten. Hij broed in de buurt van de evenaar, op de Galapogos eilanden. In Australië en Nieuw-Zeeland kan men de dwergpinguïn vinden. In Australië, op Philips eiland in de buurt van Melbourne, heeft men speciaal voor toeristen een tribune opgesteld vanwaar men 's nachts de pinguïns kan zien als zij terug keren uit de zee. Er zijn paden aangelegd op 40 cm hoge palen zodat de pinguïns ongestoord hun weg kunnen vervolgen. De Brilpinguïn kan men op sommige Zuid-Afrikaanse stranden vinden. Bijvoorbeeld bij Lamerts Baai, 200 km noordelijk van Kaapstad. In Simons Town, een stadje 10 km van Kaap de Goede Hoop, leven de pinguïns tussen de mensen. De eerste keer in 1985 gingen ze daar aan land en sindsdien worden het er steeds meer.

Sinds wanneer zijn pinguïns?

De ontwikkeling van de pinguïn begon ongeveer 65 miljoen jaar geleden. Hun oorsprong wordt in de buurt van Nieuw-Zeeland vermoed, er heerste daar toen een subtropisch klimaat. De pinguïn ontstond zelfs eerder dan Antartica. Antartica was 3 miljoen jaar geleden zelfs nog bebost.

De oudste bekende pinguïn is de Pachydyptes ponderosus uit Nieuw-Zeeland. De vondst van fossiele pinguïns (32 fossiele soorten zijn bekend) spreid zich over een tijdbestek van 65 miljoen jaar tot 1,5 miljoen jaar geleden. Vaak worden maar weinig botten gevonden die na veel moeite aan de pinguïns toegerekend konden worden. Een groot deel van de fossiele werd in Patagonien (Argentinie) en Nieuw-Zeeland gevonden, sommigen in Australien en Zuid Afrika. Opvallend is dat er in Antarctica maar op één plaats, nl. Seymour Eiland, soortgelijke fossielen werden gevonden.

De tot hiertoe gevonden fossielen leiden tot de conclusie dat er vroeger meer soorten waren en ze ook een stuk groter waren dan de huidige soorten. Eén soort, nl. de Anthropornis nordenskjoeldi was 1,7 m en dus zo groot als een mens. Een andere soort Pachydyptes ponderosus woog vermoedelijk 100 kg en was 1,6 m. Daar tegenover is de huidige grootste soort, de keizerspinguïn met z'n 1,2 m maar zo groot als een kind en de 30 cm metende dwergpinguïn werkelijk een dwergje.
De pinguïn onderscheid zich zo uitgesproken van alle andere vogel soorten dat zijn ontstaansgeschiedenis jaren lang controversieel ter discusie stond

Eerste wetenschappelijke beschrijving

  • 1758 Bril- en rotspinguïn, beschreven door Carl van linne
  • 1768 Koningspinguïn, beschreven door thomas Pennant
  • 1776 Ezels- en Magelhaenpinguïn, beschreven door Pierre Sonnerat
  • 1837 Grote kuifpinguïn, beschreven door Johann Friedrich Brandt
  • 1841 Adelie- en Geeloogpinguïn, beschreven door Jacques-Bernand Hombron en Charles Hector Jacquinot
  • 1844 Dikbek- en keizerspinguïn, beschreven door George Robert Gray
  • 1871 Galapagospinguïn
  • 1874 Witvleugelige pinguïn, beschreven door Otto Finsch
  • 1876 Kuifpinguïn
  • 1953 Diksnavelpinguïn

Kunnen pinguïns vliegen?

Er bestaat geen pinguïn soort die vliegen kan. Pinguïns zijn vogels, die miljoenen jaren het vermogen om te vliegen hebben verloren.

Pinguïns behoren vanwege het totale gebrek aan vliegvermogen en het grote vermogen zich aan land en onder water te redden tot de best gespecialiseerde vogels. Zij hebben de fundamentele structuren en functies van vliegende vogels behouden, maar hun vlucht gebeurd onder water en niet in de lucht.

De pinguïns stammen waarschijnlijk van vliegende voorouders af, vergelijkbaar met de stormvogels en de albatros. Zij gebruiken hun vleugels zowel in de lucht als onder water. Deze veronderstelling wordt tegenwoordig algemeen aangenomen en ook door G.G.Simpson vertegenwoordigd, die de pinguïns het meest nauwkeurig heeft onderzocht.
Grondig onderzoek van de beenstructuur en de eiwitproteïne heeft tot de conclusie geleid dat de pinguïns dichter bij de albatrossen en stormmeeuw staan dan bij enig andere vogel soort.
En in tegenstelling met wat vroeger werd aangenomen, zijn ze dus niet verwant met de uitgestorven vliegonbekwame reuzenalk hoewel ze er heel sterk op lijken.

© Peter Krohn Men gaat ervan uit dat de ontwikkeling van de "onderwatervleugels" als volgt heeft plaats gevonden:
In eerste instantie werden de vleugels alleen gebruikt om te vliegen. Daarna vond er een overgangsstadium plaats waarbij ze de vleugels ook in het water konden gebruiken. Daarna vond het laatste stadium plaats en nu gebruiken ze de vleugels alleen nog om te zwemmen.

Pinguïns en Alken worden gedachteloos door elkaar gehaald, want oorspronkelijk werd de naam pinguïn gebruikt voor de uitgestorven vlucht onvermogen reuzenalk van het noorderlijk halfrond. De laatste reuzenalk werd in 1844 gedood. De pinguïns zijn hun hele bestaan alleen op het zuidelijk halfrond voorgekomen. Alleen de galapagospinguïn leeft praktisch op de evenaar.
Tot het verlies van het vliegvermogen heeft hoogstwaarschijnlijk ook mee gespeeld dat de pinguïns in een gebied leven waar zich geen landroofdieren bevinden. In tegenstelling tot de Noordpool is de Zuidpool geheel omgeven door een oceaan waardoor het voor indringers onmogelijk is het grondgebied van de pinguïns binnen te dringen. Door de afwezigheid van grote roofdieren was het voor de pinguïns mogelijk om niet meer te hoeven vliegen. Nu bestond de mogelijkheid om zich geheel aan te passen aan een leven in het water. Hierdoor konden zij ook voedselbronnen aanboren die voor andere vogels onbereikbaar zijn.

De botten zijn bij de pinguïns, in tegen stelling tot de vliegende soorten, met beenmerg gevuld en zwaar. De pinguïn heeft een erg grote maag die, als hij gevuld is, wel een derde van het lichaamsgewicht uitmaakt. Hierdoor ligt hij diep in het water en komen alleen rug, hals en kop boven water uit. Daardoor is de opwaartse druk voor hem zeer gering en kan hij makkelijk afdalen in de diepte. Pinguïns hebben een luchtzak die het ze mogelijk maakt zonder al te veel moeite weer naar de oppervlakte terug te keren. Zij bewegen hun vleugels van voor naar achter alsof ze echt vliegen. De ver achter op het lichaam geplaatste beenderen dienen als hoogte roer en het korte staartje als stuurrad. Bij hoge snelheden duiken ze als dolfijnen afwisselend omhoog en omlaag. Hierdoor is het ze mogelijk om zonder vaart te minderen regelmatig te ademen. En de ontstane luchtbellen laten zij over hun lichaam glijden waardoor de weerstand verminderd word.
Bij de "landing" aan land, gaan ze de laatste meter lopend, of ze schieten pijlsnel uit het water en landen op een ijsschots of het land. Pinguïns brengen de meeste tijd door in zee, waar zij hun voedsel vinden. Alleen voor het groot brengen van de jongen en tijdens de rui zijn zij langere tijd aan land.

Overleven op Antarctica?

Een mens zou bij de heersende temperaturen (tot -40°C) zonder kleding binnen enkele minuten sterven. Maar een pinguïn maakt zelfs een duik in het koude water (-1°C) niets uit. Een pinguïn heeft een lichaamstemperatuur van 39°C. Hoe lukt het hem om deze temperatuur te behouden?

© Peter Krohn De pinguïn heeft een perfecte warmte isolatie die bestaat uit zijn verenkleed en de onderliggende vetlaag. Een dik veren kleed van 12 stuks per cm² bedekt zijn hele lichaam. De veren zijn ongeveer 3 cm lang en licht gebogen. Aan het begin bestaan ze voornamelijk uit dons. De veer uiteinden liggen dakpansgewijs over elkaar. Door constant onderhoud vormt zich een water ondoorlaatbaar laagje over de veren. De dons laag eronder is zo waterdicht en vormt een isolerende luchtlaag direct op de huid die de warmte vast houd. Op het land kan de pinguïn de isolerende werking nog verhogen door de veren wat op te zetten. Hierdoor word de donslaag groter.

Bij windstilte is de buitenkant van de pinguïn niet warmer dan de buiten temperatuur. Zo kan de sneeuw die bv. een broedende pinguïn bedekt niet smelten. Bij zeer lage temperaturen beweegt de pinguïn soms heftig om de bloedsomloop en daarmee de warmteproductie op gang te houden.
Zo gauw een pinguïn uit het water komt stort hij zich op de verzorging van zijn verenkleed. Veertje voor veertje wordt gepoetst en in de olie gezet. Deze olie beschermt de veren tegen uitdrogen en maakt ze waterdicht. Ook voorkomt het dat schimmels of algen zich aan de veren hechten. Zijn de pinguïns weken lang op zee of verzorgen zij zich niet goed kan dat tot ernstige vervuiling van de vacht leiden.
Schijnt de zon op hun zwarte jacquet dan spreiden ze de vleugels om het lichaamsvlak en daarmee de afkoeling te vergroten. Ook door klapperen met de vleugels proberen ze voor wat verkoeling te zorgen. Door zachtjes schudden van de donslaag wordt de temperatuur ook wat naar beneden gebracht. Ook via de voeten raken ze warmte kwijt. Is dit alles niet genoeg dan hijgen ze als hondjes.
Poten en vleugels worden maar van zeer weinig bloed voorzien als het erg koud is. Zij zijn dan slechts enkele graden boven nul.

De keizerspinguïn die op het ijs broed staat alleen met de hakken op het ijs om zo het contact zo klein mogelijk te houden. De aders en slagaders liggen dicht tegen elkaar aan. Zo kan het warme bloed uit het hart, het koude bloed uit de aders weer opwarmen. Zo heeft de pinguïn wel koude voeten maar zullen ze niet snel bevriezen. Onder zijn poten heeft de pinguïn ook nog een dikke laag eelt.

Moeten pinguïns drinken?

© Matthijs Scheffer Pinguïns eten vaak wat sneeuw, maar ze drinken ook wel zee water. Ook met het voedsel wordt zout opgenomen. Daarom hebben ze zoutklieren boven hun ogen waarin een teveel aan zout word opgeslagen. De heldere zout vloeistof word door de neus en snavel uitgescheiden.

 

Kunnen pinguïns onder water kijken?

© Kevin Shafer Tijdens het duiken hebben de pinguïns hun ogen wijd open. Zij vertrouwen op hun scherpe blik en lichtgevoeligheid. Deze lichtgevoeligheid is te vergelijken met die van een uil. Het verschil om op land of onder water te kijken is heel klein voor pinguïns. Dit komt omdat hun hoornvlies slechts heel licht gewelfd is. Door deze kleine welving is de vertekening onder water heel klein. Doordat de pinguïn zijn hoofd wel 80 graden kan draaien is zijn zichtshoek heel groot. Dit maakt hem zo'n goede jager. Pinguïns kunnen geen rood zien maar blauw-groene kleurtinten kunnen ze zeer goed onderscheiden.

Hebben pinguïns knieën?

Een veel gestelde vraag is of pinguïns knieën hebben. En het antwoord is : ja.
Net als alle vogels hebben ook pinguïns knieën. Zit de pinguïn gehurkt, dan bevind de knieschijf zich boven in het gewricht. Bij een volwassen keizerspinguïn is het kniegewricht 10 cm. Strekt hij zich uit dan is de pinguïn dus 10 cm langer.

Hebben pinguïns oren?

Ja, op de zelfde plek als wij, maar met dat verschil, dat ze inwendige oren hebben.
De oren worden door de veren bedekt.

Waarom zijn pinguïns zwart-wit?

Zo beschermen hij zich tegen roof- en prooidieren. Van onder is de witte buik tegen het heldere licht niet te zien. En van boven is de donkere rug tegen de donkere bodem ook slecht te zien.

Hoe oriënteren pinguïns in de oceaan?

Men gaat er van uit dat de pinguïn zich door middel van de zonnestand en de sterrenhemel oriënteert.

Aanpassen aan de prooi

Aan het einde van de snavel zit een scherpe haak en de kanten van de snavel zijn zeer scherp. Hierdoor kan de pinguïn zijn gladde visje goed vast houden en doden. Om te voorkomen dat de vis weer uit de bek kan zwemmen wordt hij eerst met de kop naar binnen geslikt.
Door hun gestroomlijnde lichaamsbouw zijn pinguïns onder water pijlsnel. De pinguïn is een zichtjager. Bij het jagen houden ze rekening met de hoeveelheid licht. Als het erg helder is duiken ze dieper om te jagen. Is het donker kunnen ze dichter aan het oppervlak jagen. Doordat hun hoornvlies slechts licht gebogen is kunnen pinguïns onder water bijzonder scherp zien. Hoe ze hun kortzichtigheid aan land opvangen is echter onbekend.

Voedsel van de pinguïn

De meeste eten sardientjes grote zwermvissen en kleine inktvissen. De Antarctische soorten (adele, ezels- en Kinbandpinguïn) eten ook kril. Kril is een kleine garnaal die overvloedig in de oceaan aanwezig is. Keizers- en koningspinguïns eten ook wel kril maar hoofdzakelijk sardientjes en inktvissen.
Ze zwemmen een school vissen binnen en zigzaggen dan heen en weer. Daarbij happen ze naar alles wat voorbij zwemt. De prooi gemaakte buit wordt onder water naar binnen geslikt . Alleen een grote prooi brengen ze eerst naar boven.
Keizerspinguïns kunnen bij een maaltijd wel 10 kg eten. Zij kunnen echter maar een kwart in hun maag kwijt. Zij moeten dus razend snel verteren. Zij verwerken hun maaginhoud in slechts zes seconden. Zij kunnen de vertering echter ook "uitschakelen" om zo onverteerd eten voor hun jongen mee te brengen.
Een kolonie van 20.000 keizerspinguïns verbruikt per dag zo'n 20 ton voedsel. De koude oceaan is echter zo voedselrijk dat dat geen probleem is. Tenminste zolang de mens dit ecosysteem niet verstoort.

Hoe diep duikt een pinguïn?

  • keizerspinguïn tot 535 meter
  • brilpinguïn 30 á 130 meter
  • koningspinguïn tot 325 meter
  • adélpinguïn tot 240 meter (90 % van de tijd echter maar tot 90 meter)
  • dwergpinguïn 10 á 30 meter

De duikdiepte schijnt in verhouding met de lichaamsgrootte te staan.

Hoe snel zwemt een pinguïn?

  • Brilpinguïns zwemmen het liefst met een snelheid van 7 á 9 km /uur. Zij kunnen echter snelheden van wel 20 km/ uur halen
  • Keizerspinguïns zwemmen voornamelijk 11 km/uur. Hun topsnelheid kan wel oplopen tot 25,5 km/uur.

Pinguïns met kleine jongen leggen dagelijks wel 30 km af op de zoek naar voedsel. Pinguïns met grotere jongen leggen dan wel 80 km af.

Gestroomlijnde lichaamsbouw

© Matthijs Scheffer De stromingsweerstand van een pinguïn is tot drie keer zo klein als die van de modernste onderzeeër. Een moderne sportauto heeft een luchtweerstand die zes keer zo groot is. Dit houdt in dat een pinguïn tijdens het zwemmen slechts weinig weerstand ondervindt en ook weinig energie verbruikt. De lichaamsbouw is te vergelijken met die van een zeppelin of een onderzeeër. Het lichaam gaat echter niet gelijkmatig van smal naar dik en terug. Naar de smalle snavel volgt de dikke kop dan de smalle hals en dan weer het dikke lijf. Het heeft een golfstructuur. Samen met het verenpak zorgt dit ervoor dat de stroming nauw langs het lichaam gaat en niet te vroeg afbreekt. Zo worden er geen storende en remmende wervelingen veroorzaakt die de pinguïn veel energie zouden kosten. Deze eigenschap maakt de pinguïn ook voor de wetenschap erg interessant . Pinguïns leggen in hun eigen omgeving dagelijks 100 km af en bereiken daarbij kortstondige pieken van wel 7 m/s. Hierbij komt nauwelijks extra energie verbruik bij kijken. Het pinguïn-ontwerp heeft daarom extra aandacht bij de luchtvaart omdat het het energieverbruik zou kunnen terug dringen.

Pinguïns en de duikersziekte

Een mogelijke verklaring van het feit dat pinguïns de duikersziekte niet krijgen is de volgende: bij het duiken laten de pinguïns hun lichaamstemperatuur dalen. Het gevolg is dat ze maar weinig zuurstof verbruiken en ze dus weinig lucht uit hun luchtzakken verbruiken. Zo kan er geen stikstof in het bloed terecht komen. Een duiker neemt stikstof mee in zijn longen, hoe dieper hij duikt, hoe meer stikstof in het bloed terecht komt. Zo zou het ook zijn als de pinguïn hier geen bescherming tegen zou hebben.

Verschil tussen pinguïnmannetje en pinguïnvrouwtje

Een uiterlijk verschil tussen de twee geslachten is er niet. Alleen bij de paringsdaad kun je ze onderscheiden, het mannetje ligt dan op de rug van het vrouwtje. Sommige wetenschappers kunnen de dieren b.v. de diksnavelpinguin aan de dikte en grote van hun snavel herkennen. Voor een leek is dit bijna onmogelijk te zien.

Lichaamsgrootte en leefruimte

© Matthijs Scheffer Als men kijkt naar de lichaamsgrootte van de pinguïns en hun leefruimte dan kan men vaststellen dat de grootste pinguïns in de koudste gebieden leven. De keizerspinguïn die op de Antarctica leeft is 100 cm groot, de galapagospinguïn die op de evenaar leeft is slechts 40 cm groot. Dit verband word beschreven in de "bergmanns regel". Die zegt dat familie leden in een koud gebied groter zijn dan de familie leden in een warmer gebied. De oorzaak hiervan ligt in de verhouding lichaamsgrootte en lichaamsvolume. Als men het volume verdrievoudigd wordt de lichaamsgrootte maar twee maal zo groot. Dit houdt in dat een groter dier meer warmte kan opslaan en minder warmte verliest.

De balts

Pinguïns paren meestal met dezelfde partner. De partners van de meeste soorten brengen de winter apart op zee door. Aan het begin van de broedtijd moeten ze elkaar dan eerst weer zien te vinden. Dit gebeurd door luid schreeuwen. Om veel volume te kunnen bereiken strekken ze dan hun hals ver uit.
Als jonge pinguïns die voor de eerste keer paren, of oudere wier partner is gestorven, proberen uit te vinden wie er bij wie hoort, komt het vaak tot gevechten. Maar na enkele weken keert de rust terug in de kolonie.

De schreeuw van de pinguïn

Pinguïns communiceren met elkaar door verschillende bewegingen en soms uiterst merkwaardige geluiden. Ze zuchten, kraken, piepen en trompetteren. Als een pinguïnpaar elkaar naar langere tijd weer ontmoet, begroeten ze elkaar in een soort ritueel dat bestaat uit beweging en geluid.
Elke soort heeft zijn eigen typische geluid, dat per individu ook weer verschilt. Een pinguïn kan zijn partner in een kolonie van duizenden soortgenoten aan het geschreeuw herkennen.

De broedtijd

Nadat elke pinguïn zijn partner heeft gevonden en een goede broedplaats, kan met de nestbouw begonnen worden. Een pinguïn broed voor het eerst, afhankelijk van de soort, tussen zijn tweede en zesde levensjaar.

  • Keizerspinguinvrouwtjes leggen het ei en het mannetje legt het dan met behulp van zijn snavel tussen zijn poten. Daar broed hij het tussen de huidplooien uit. Een keizerspinguin hoeft dus geen nest te bouwen. Daar waar hij leeft zou hij niet eens nest materiaal kunnen vinden. Het jong word tot het volwassen is tussen de poten van de ouders rondgedragen.
  • Koningspinguins gebruiken de zelfde techniek
  • Galapagos-, magelhaen-, humbolt-,bril- en dwergpinguins hebben hun nest in gaten en hollen. Zij proberen zo ook beschutting te vinden tegen de zon.
  • Adele-, ezels- en keelbandpinguins bouwen hun nest met kleine steentjes.
  • De andere soorten pinguïns bouwen hun nest net als vogels, met bladeren takken en gras. Het nest bevind zich op de grond of is iets verhoogd.

De paring is een ware balanceeract voor het mannetje. Hij klimt op de rug van het vrouwtje dat dan zeer stil moet blijven liggen. Als hij de goede positie bereikt heeft opent zij de staart veren en drukken ze de openingen tegen elkaar.
De eieren worden enkele dagen naar de bevruchting gelegd.

  • Keizers- en koningspinguins leggen 1 ei (ca.11 cm groot).
  • De andere soorten leggen meestal 2 eieren. De macaronipinguin kan er ook wel eens 3 leggen.

Nadat het keizerspinguin vrouwtje het ei gelegd heeft geeft ze het direct door aan het mannetje. Op zijn voeten onder de huidplooi broed hij het dan uit. Na de ei-overgave verlaat het vrouwtje de kolonie om haar vet voorraad aan te vullen. Daartoe moet ze wel 100km naar de zee terug gaan omdat die in de winter dicht gevroren is. Als naar twee maanden het ei uitkomt, staat het vrouwtje klaar met de eerste maaltijd. Dan verlaat het mannetje de kolonie om zijn vet voorraad aan te vullen.

© Peter Krohn Bij de andere pinguïn soorten duurt de wissel van de wacht tijdens de broedtijd maar tussen de 1 tot 14 dagen. Het mannetje houd meestal als eerste de wacht bij de jongen. Als naar drie weken de partner niet terug is verlaat de ander het nest om voor zichzelf te gaan zorgen.

Het duurt tussen 32 en 68 dagen voor de eieren uit komen. Hoe groter de pinguïn hoe langer het duurt. Als de kuikens uitkomen zijn ze hulpeloos. Ze zijn blind en slechts met een dun laagje dons bedekt. Enkele uren later openen ze hun ogen en kunnen hun kop al optillen om naar voedsel te bedelen. Naar een paar dagen kunnen ze al wat stapjes maken. De kuikens krijgen hoogwaardig voedsel te eten.

Bij paren met twee kuikens geeft het steeds weer gevechten om het eten. Eerst word de sterkste gevoerd en is deze verzadigd dan komt de zwakkere aan de beurt.

De kuifpinguins lossen dit probleem al eerder op. Zij leggen twee eieren van verschillende grote. Het eerste ei is daarbij beduidend kleiner dan het tweede. Meestal komt alleen uit het tweede een kuiken, naar het eerste ei word nauwelijks omgekeken. Bij de diksnavel pinguïns komen beide kuikens uit. Maar eentje word er maar volwassen.

De adele-, kinband- ezelspinguins brengen in de regel beide kuikens groot. Adelepinguin kuikens groeien als snelst op, naar 45 dagen zijn ze al volwassen. Bij de meeste andere soorten duurt de opvoeding 55 tot 100 dagen. Alleen de koningspinguin heeft 12 maanden nodig tot het volwassen stadium.

Bij veel soorten verzamelen de enkele weken oude kuikens zich in de zo genaamde kindercréche. Dit is een samenscholing van kuikens die niet meer door de volwassenen bewaakt worden. Als groep zijn de kuikens sterk genoeg om niet door roofvogels bedreigd te worden. Ook binnen deze groep worden ze nog wel door hun ouders gevoerd.

Zijn de kuikens volwassen en hebben ze de rui achter zich, dan maken ze zich op voor de eerste duik in het water. Zij zijn dan onervaren en van hun ouders is geen spoor meer te bekennen. Er volgt dus letterlijk een duik in het diepe. Ze kunnen zwemmen, maar hoe ze leren duiken en jagen weet niemand.

De rui

© Peter Krohn Na het groot brengen van hun jongen hebben de pinguïns slechts enkele weken om hun vet reserves aan te vullen. Dan moeten ze aan land terugkeren om hun verenkleed te vernieuwen. Dit duurt afhankelijk van soort en conditie tussen de 2 en 5 weken. Het volwassen verenkleed krijgen de jonge naar de rui aan het eind van hun eerste levensjaar.

Gedurende de rui kunnen de pinguïns niet zwemmen en verliezen ze 40% van hun lichaamsgewicht. De nieuwe veren groeien al voordat de oude uitvallen, zij drukken de oude eruit. Op deze manier hoeft de pinguïn niet bang te zijn dat hij bevriest. Zo gauw de veren vernieuwt zijn keert de pinguïn terug in zee om te jagen en eten. Al gauw word het winter en daar moeten ze op voorbereid zijn.

 

Bedreiging door de mens

  • Het aantal brilpinguins in zuidafrika nam tussen 1956 en 1978 met 50% af. Dit kwam door overbevissing van hun voedingsgebied
  • Begin 19e eeuw werden pinguïns steeds weer voor hun olie afgeslacht. Pas in 1919 kwam er een einde aan deze brute moorden.
  • Al in 1897 werden eieren uit de nesten geroofd, waardoor er steeds minder nakomelingen kwamen. Nog steeds worden op de Falkland eilanden eieren weggehaald.
  • Ook in 1982 kwam men nog met het idee om van de huid handschoenen en andere luxe leer artikelen te maken en het vlees als delicatesse te verkopen. Gelukkig was de afzet markt te klein en ging de firma failliet.
  • De zeer zeldzaam voorkomende geeloogpinguin is in zijn soort bedreigd. En toch gaat men door met de beboste kustgebieden van Nieuw-Zeeland te kappen. Wetende dat dit de broedgebieden zijn van deze pinguïn.

Vanaf het moment dat het Antarctische verdrag in 1959 van kracht ging, is Antarctica alleen nog gebruikt voor vreedzame en wetenschappelijke doeleinde. Ondertussen telt het verdrag 39 deelstaten.

© Peter Krohn In de ijsvrije gebieden op Antarctica (2 a 3% van het totale oppervlak) zijn ongeveer 70 onderzoeksstations. Daarvan zijn er 45 het hele jaar door bemant. Ook hier moet de mens er voor waken dat hij de pinguïn geen broedruimte wegneemt. Deze stations hebben straten, landingsbanen, gebouwen en vuilstort plaatsen. Telkens als een vliegtuig over een kolonie vliegt, verstoort hij de rust. Soms verlaten de pinguïns zelfs hun nest en komen pas terug als het gevaar geweken is. Ook de voor de kust liggende schepen verontreinigen het water. Deze vervuiling komt in het verenpak van de pinguïn. Daarbij komt ook nog de olie die de schepen bij het bevoorraden van de stations verliezen. Als de veren hiermee vervuild raken kunnen de pinguïns zich niet meer beschermen tegen de kou.

Pas met het ondertekenen van het Madrid protocol in 1990 werd er vast gelegd dat vuil terug gebracht moest worden en niet ter plaatse verbrand mocht worden. Veder werden alle deelstaten het er over eens dat grondstof winning de komende 50 jaar niet gebeurd.
Het ecosysteem schijnt de aanwezigheid van de mens tot nu toe nog goed te doorstaan. Aangerichte schade werd te niet gedaan en verwijderd. Het is zeker zinvol gebleken meerdere stations uit verschillende landen samen te voegen, ipv. Steeds weer een nieuw station in te richten.

Het ozongat zorgt ervoor dat de ijslaag op de oceaan vermindert, het leef gebied van de pinguïn smelt langzaam weg. Het massatoerisme op de Antarctica moet beperkt blijven. Het aantal toeristen zou wettelijk vast gelegd moeten worden.

Natuurlijke vijanden van de pinguïn

  • Walrussen: De walrus wacht de pinguïns in ondiep kustwater op, hij jaagt alleen in de Antarctische wateren. In de buurt van de kust kunnen de pinguïns hun manoeuvres niet optimaal uitvoeren en zijn zo een makkelijke prooi. Om het risico zo klein mogelijk te houden gaan ze met grote aantallen tegelijk in het water. Als ze terug aan land willen komen ze met grote snelheid aanzwemmen om dan uit het water op land te springen.
  • Robben en zeeleeuwen: Robben bedreigen de Australische dwergpinguin. Zeeleeuwen bedreigen de Zuid-Amerikaanse soorten.
  • Orka's, haaien en grote roofvissen: Ook orka's wachten op de pinguïns in de kust wateren. Haaien en grote roofvissen bedreigen de Zuid-Amerikaanse soorten.
  • Kleinste jager: Deze Antarctische vogel veroverd zowel eieren als zwakke jongere. Ze eten ook dode dieren. Bij het veroveren van eieren werken ze in groepen. Een roofmeeuw leid de pinguïns af terwijl de ander dan het nest leeg haalt.
  • Reuzen stormvogel: Deze zuid-antarctische vogel voed zich met dode kuikens en achtergelaten eieren. Maar ook verschalkt hij wel eens een levend kuiken of rooft een onbewaakt nest leeg. De jacht op levende kuikens is alleen succesvol als de kuikens ziek en zwak zijn. Gezonde kuikens kunnen zich meestal wel in veiligheid brengen.
  • Fretten, ratten, muizen, katten en slangen: Deze voornamelijk door de mens ingevoerde dieren bedreigen de in de warmere gebieden levende soorten pinguïns vooral aan land. Zij plunderen de nesten.
    En aangesleepte konijntjes veranderen door hun gangen stelsels de bodem. Er worden ook koeien meegebracht (op Amsterdam-eiland in de zuidindische oceaan) die de pinguinkolonie vertrappen. Dit geld ook voor de rendieren op de Kerguelen eilanden.

Welke pinguïns worden beschermd?

Conform aan de Washington soorten bescherming bepaling valt de Humboldtpinguin onder het eerste supplement (met uitsterven bedreigde diersoort). Brilpinguins vallen onder het tweede supplement (bedreigde diersoorten), vast gesteld in 1994.
© Kevin Shafer Deze bepaling regelt alleen de handel met de op de lijst voor komende diersoorten. De dieren vermeld in supplement 1 mogen alleen in uitzonderlijke gevallen verhandelt worden. De dieren uit supplement 2 alleen met een exportvergunning. Met diersoorten die in de handel geen rol spelen, wordt door het washington soortenbeschermings bepaling ook geen rekening gehouden.

De VN-organisatie UNEP-WCMC omvat alle bedreigde diersoorten. Volgens hen zijn met uitsterven bedreigt (status endangered) de geeloogpinguin, de grote kuifpinguin en de galapagos pinguïn. Tot de bedreigde diersoorten (status vulnerable) rekent men de bril-, dikbek-, snaardiksnavel-, humboldt-, rotsspringer-, kuif-, en macaronipinguins. Een licht bedreigde staat (status threatened), hebben de ezels- en magelhaenpinguin.

De bedreigings status is als volgt gedefinieerd:

Critical Waarschijnlijk dat 50 % is uitgestorven binnen 5 jaar
Endangered Waarschijnlijk dat 20 % is uitgestorven binnen 20 jaar
Vulnerable Waarschijnlijk dat 10 % is uitgestorven binnen 100 jaar;
Vulnerable Er bestaat in de toekomst kans dat ze terecht komen in de vulnerable status

Gedragsregels in de omgang met pinguïns

Mocht je in de gelegenheid zijn om pinguïns te bezoeken houdt je dan aan deze regels.

  • Blijf minstens 30 meter uit de buurt bij pinguïns op hun nest.
  • Houdt ook afstand bij lopende dieren - zij willen naar de zee of hun nest. Dieren hebben voorrang. Bij twijfel moet de mens een stapje terug doen.
  • Maak geen onverwachte bewegingen. Hierdoor kunnen pinguïns schrikken.
  • Benader een pinguïn gebukt of gehurkt; hou tussendoor even stil.
  • Gooi geen afval op de grond.
  • Neem niets mee, laat alles zo achter als je het gevonden heb.
  • Pinguïns nooit aanraken.
  • Loop nooit door een kolonie.
  • Houd rekening met beschermde gebieden en wetenschappelijk terrein.