|
Artikel door George Sponselé Wij zijn oud genoeg om ons de geheime wapens van de Duitsers aan het eind van de Tweede Wereldoorlog nog te herinneren. Akelige rotdingen waren het die V-wapens. De V stond voor Vergeltungswaffe. Vergelding voor de bombardementen door de geallieerden op Duitse steden. De V-l was een robotvliegtuig, de V-2 een raket. Met een angstaanjagend kloppend en brommend geluid kwam de V-l aanvliegen, tamelijk snel want het door een straalmotor aangedreven tuig haalde een snelheid van 650 kilometer per uur. Daar was toen alleen de Gloster Meteor, een straalvliegtuig van de RAF, aan toe. Zolang de motor van de V-1 ronkte was er geen gevaar. Stopte die, dan dook de zeven meter lange en vijf meter brede bom pijlsnel omlaag. Verschillende malen zijn we er voor op de loop gegaan, hetgeen in wezen zinloos was, want je wist nooit hoe dat ding bij het neerstorten afdraaide. De V-2 zagen we bij ons thuis alleen 's nachts als een
lichtende stip hemelhoog de lucht ingaan. Pal in noordelijke richting was dat;
achteraf gezien moet dat de lanceerplaats bij Wassenaar geweest zijn. V-2's
joegen geen angst aan: die waren bestemd voor Londen, Antwerpen en dergelijke.
Ook die laatste plaats lag ver genoeg weg, dachten we, om er niet benauwd voor
te zijn, al zijn er dan alles bij elkaar toch zo'n 2100 afgevuurd op Antwerpen,
Luik en Brussel. Toch raakte er wel eens een uit de koers en het gemene van die
dingen was dat je ze niet hoorde aankomen. Zo was er niks en zo waren ze er. Ze
vlogen sneller dan het geluid, konden 400 kilometer ver komen en hadden, net als
de V-l, duizend kilo springstof aan boord. Vier mensen waren op slag dood, te weten: Arthur Buijs uit de Klapstraat, een toevallige passant die van de kapper afkwam. Camille de Schepper, caféhouder. Hij woonde recht tegenover de inslagplaats en stond aan het biljart. Zijn dochter Georgette, een meisje van zeven jaar, was ook net in het café en als vierde werd Petrus van Goethem, die vlak bij het café van De Schepper een winkel uitbaatte, gedood. Naast 4 doden waren er 27 gewond, waaronder de vrouw van de Schepper, Lena Geerts en Ch. Synaert. Verschillende gewonden van toen leven nog (2004), onder andere mevrouw De Schepper. Ter hoogte van de inslagplaats stond aan de Nieuwstraat -thans nummer 102 - toen het huis van Edemon Vermandel, gemeenteambtenaar van Koewacht en Overslag en iemand die er aan meegewerkt heeft dat het bedrijf Linex zich in Koewacht vestigde. Vermandel en zijn dochter Els mankeerden niets, zijn vrouw was gewond. Het huis was volledig onbewoonbaar, het gezin Vermandel moest in de stal slapen. Maria werd ziek, kreeg 'pleuris', was gelijktijdig in verwachting en overleed begin januari 1946, op 29-jarige leeftijd, als indirect gevolg van de V-2-inslag.Herbouw Na het puinruimen op 24 februari werd direct met de herbouw begonnen. Reeds op 10 oktober was het huis weer bewoonbaar. Als herinnering liet Vermandel in het trapportaal door schilder Rini de Caluwé een tweetal opschriften en een afbeelding van een V-2 aanbrengen. - Vorig pand werd verwoest den 24sten februari 1945 toen er een V 2 hier plm. 50 m vandaan ontplofte. - - Na het puinruimen werd direct met de herbouw begonnen en 10 october 1945 was c pand weer bewoonbaar. -In 1978 betrok de uit Ransdaal, Zuid-Limburg, geboortige beeldend kunstenaar Jean Kamps het huis. Bij een verbouwing zijn de teksten overgeschilderd er zijn wel foto's van bewaar Aan de voorgevel, midden boven het raam, is een andere herinnering nog wel aanwezig Het is gemaakt van brokken metaal van de bewuste V-2. Dat moet gedaan zijn door smid Etienne Baes en het is al direct in 1945 aangebracht. Het is echter niet het enige overblijfsel van de fatale V-2.Bloembak Bij Peter en Georgette Freijzer op Nieuwstraat 20 staat een wat merkwaardige bloembak in de tuin. Hij wordt wel aangeduid als de kop van de V-2 maar het lijkt er meer op da het een deel van de motor is namelijk het mondingsstuk van de straal- of stuwbuis. Dat ding stond bij De Smet op het tegenwoordige Kerkplein bij de smidse Na de sloop van die smidse kwam het in het bezit van René de Block, die het bij zijn café in de Nieuwstraat plaatste. Toen hij verhuisde naar de Kerklaan ging het mee. Het kwam te staan op ongeveer honderd meter van de inslagplaats destijds. Toen René stierf werd de 'bloembak' overgebracht naar dochter Georgette, die er erg zuinig op is. Het spruitstuk is gemaakt van ijzer van slechte kwaliteit, samengeperst schroot min of meer. Het is vanaf de straat zichtbaar. Met dank aan Emelda Vermandel-de Block, mevrouw Vermandel-Suy, Jean Kamps en Peter en Georgette Freijzer, allen te Koewacht.
Als 10-jarige woonde ik vlakbij de inslagplaats (Nieuwstraat 49), omdat het donker begon te worden liepen wij (verkenners) bovenlangs de inslagplaats langs de boerderij van Buijs naar de achterkant van het patronaat.Aangekomen daar werden wij door de luchtdruk naar binnen geblazen. Bekomen van de eerste schrik liep ik voorlangs over de Nieuwstraat naar huis. De elektriciteitsdraden lagen op de straat te vonken, mijn ouders waren niet te zien daarom liep ik het café naast ons huis binnen. Wat ik me nu nog herinner is Lena zittend op een stoel vlak bij de deur met een verdwenen onderbeen. Verder lag Georgette met opengeklapte schedel op de grond en haar vader met de ingewanden eruit op het biljart. Omdat mijn familie in de achterbouw woonde zijn zij er zonder kleerscheuren vanaf gekomen. Wat daarna gebeurde is mij volledig ontgaan. Hoe erg het huis beschadigd was volgt wel uit het taxatierapport dat mijn vader op heeft laten maken. Deze gebeurtenis heeft bij mij geen mentale problemen opgeleverd. Nummer 49 is nu nummer 115 en ziet er zo uit. |