OORSPRONG TAKKEN KOEWACHTGrensperikelen

 

Grensperikelen in 1914.

(uit een artikel van George van Vooren, uit dagblad De Stem van 2 Juni 1987)

Te Koewacht waren er andere problemen. Op zondag 20 december 1914 werd er van de preekstoel bekend gemaakt dat volgens besluit van het Duits bestuur, zolang de betreurenswaardige scheiding tussen Belgen en Nederlanders zou duren, het de parochianen van Nederlands Koewacht in de week niet geoorloofd was de katholieke kerk op Belgisch grondgebied te bezoeken.

Op Nederlands grondgebied stond toen in Koewacht nog geen Katholieke kerk. Voor de zondag was er een speciale regeling getroffen. Er zou voor de op Nederlands gebied wonende katholieken een mis gelezen worden om zes uur en een hoogmis opgedragen om tien uur.

Die eerste mis mocht niet langer dan een uur duren. Wie na kwart over zeven nog in de kerk was, moest daar blijven tot na de hoogmis van tien uur. Die eerste zondag was de hele weg van de grens naar de kerk door Duitse soldaten afgezet, zodat het niet mogelijk was voor de Nederlandse kerkbezoekers om met de Belgen in aanraking te komen. Ook de zijdeur van de kerk was afgezet, zodat iedereen door de hoofdingang moest.

Belgen mochten op die uren niet binnen. De kapelaan moest de diensten voor de Nederlanders regelen.

De pastoor was er voor de Belgen. Hij mocht niet in aanraking komen en mocht tijdens de missen van zes en tien uur zijn kerk niet binnen.

In de week vonden de diensten plaats in de kapel van de zusters op Nederlands gebied en ook dopen moesten daar geschieden. De eerste doop had daar plaatsgevonden op zaterdag 18 december. Toen was de kapelaan van Belgisch Koewacht afwezig en werd de doop verricht door een pater die uit Frankrijk was gevlucht en tijdelijk in Nederlands Koewacht verbleef.

Bij sterfgevallen mocht het stoffelijk overschot in de kerk worden gebracht.

Begin januari 1915 werd er dan ook over gedacht om, zo gauw als de tijdsomstandigheden gunstiger zouden worden, over te gaan tot de bouw van een kerk in Nederlands Koewacht.

De behoefte aan zo’n gebouw deed zich steeds dringender gevoelen. Men was echter nog niet tot een beslissing gekomen over de plaats waar die gebouwd zou worden.

Omdat men bij de jaarwisseling van 1914/1915 ongeregeldheden wilde voorkomen, gaf de militaire commandant in Oost-Zeeuwsch-Vlaanderen bevel dat alle cafés op oudejaarsavond niet langer dan tot tien uur open mochten zijn.