OORSPRONG TAKKEN KOEWACHTMASEREELS

Het fort Masereels

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog speelde Zeeuws-Vlaanderen een belangrijke rol. Toen het in 1586 door Prins Maurits Axel op de Spanjaarden werd heroverd werden de dijken doorgestoken. Hierdoor werd Axel een eiland en dat zou tot 1790 zo blijven. Op de Staatse gebieden werd een forten- en schansenlinie aangelegd. Aan de andere kant van het water, dat ook wel het "Canael van Axel" werd genoemd, werd door de Spanjaarden eveneens een forten- en schansenlinie aangelegd.

De forten aan beide kanten bestonden doorgaans uit aarden omwallingen met eenvoudige kampementen voor de soldaten. De versterkingen aan de Spaanse kant droegen doorgaans namen van heiligen. Na de verovering van Hulst op de Spanjaarden in 1645 door Prins Frederik Hendrik viel de Spaanse fortenlinie in handen van de Republiek. Met de vrede van Munster in 1648 verliezen de fortenlinies hun militaire waarde.

Bij het beleg van Hulst door Prins Maurits van Nassau werden in 1590 een aantal forten gebouwd om te weerstaan aan invallen uit het Noorden.
Deze forten hadden meestal afmetingen van 50 bij 50 meter, vierkante aarden wallen met een houten bouwwerk in het midden.
Zij moesten zo'n 40 soldaten met hun wapens kunnen herbergen.

Het fort Masereels (of Coewagt) lag op de plaats waar nu de kerk staat van de Belgische Koewacht.
De eigenaar van de gronden was Pieter Masereels (Masureel(s)).
Het fort moest de doorgang tussen de Moerbekepolder en de Riedepolder bewaken.

Andere schrijfwijzen zijn: Coewacht, Coeywacht, Coywacht, Koeywacht, Coewaght, Koeyewaert.