cirkel.JPG (10616 bytes)

Homepage

Semjase's Weblog   

Ufo's

Graancirkels

OudeBeschavingen

SETI@HOME

Links

earth.jpg (12995 bytes)

 

Het Broeikaseffect

Inleiding

Hoofdstuk 1: Wat is het broeikaseffect?  

Hoofdstuk 2: Het klimaat van vroeger en van nu.

Hoofdstuk 3: De klimaatvoorspellingen

Hoofdstuk 4: De ozonlaag

Hoofdstuk 5: De oorzaken van het broeikaseffect.

Hoofdstuk 6: De gevolgen van het broeikaseffect.

Hoofdstuk 7: Zeespiegelstijging

Hoofdstuk 8: Hoe kunnen we het broeikaseffect tegengaan?

Literatuurlijst

Moeilijke woordenlijst

Helaas staat de rest van mijn werkstuk niet meer op mijn computer en kan ik de dit ook niet op internet zetten .

 

Inleiding

Het broeikaseffect verschijnt steeds vaker in de krant. Dat mag ook wel, want het gaat niet zo goed met het broeikaseffect op aarde. De temperatuur gaat stijgen, of beter gezegd, is al aan het stijgen. De hoeveelheid aan broeikasgassen neemt snel toe en de gevolgen hiervan zijn groot. Dit werkstuk geeft je informatie over het broeikaseffect en dingen die er bij horen zoals zeespiegelstijging, wat zijn de oorzaken van het broeikaseffect enz. Ook zijn er tabellen en illustraties in het werkstuk te vinden. Sommigen zijn aan te klikken voor groter formaat.

Waarom over het broeikaseffect?

Het leek mij interessant om wat meer over het broeikaseffect te weten te komen en hoe het in de toekomst verder gaat met de aarde. Ik wou voor mijzelf een paar vragen stellen zoals: hoeveel graden stijgt de temperatuur, hoe zit het met het gat in de ozonlaag en welke gassen zijn verantwoordelijk voor het broeikaseffect. Ook wou ik wat meer te weten komen over de zeespiegelstijging.

In het werkstuk kom je ook schuingedrukte woorden tegen. Deze woorden zijn wat moeilijker dan de andere woorden en staan daarom achterin de moeilijke woordenlijst.

Hoe ben je aan informatie gekomen?

De meeste informatie heb ik uit de bibliotheek en van mensen of organisaties die ik geschreven heb. Ook staat er tegenwoordig in elk milieutijdschrift of krant wel iets in over het broeikaseffect. Sommige dingen daarvan heb ik ook in mijn werkstuk verwerkt, maar lang niet alles, want dat paste niet.

Sicco

 

Wat is het Broeikaseffect?

1.1 Inleiding:

Een deel van hoofdstuk 1 ontbreekt nog.

1.5 De gevolgen

De gevolgen van het broeikaseffect zijn groot. Vooral de stijging van de zeespiegel zal grote problemen opleveren. Ook het aantal stormen in Nederland zal toenemen naarmate het klimaat warmer wordt. Toch blijft het nog de vraag of het in Nederland ook warmer zal worden, want als de luchtstroom zal veranderen door het broeikaseffect zou het hier wel eens kunnen worden (zie afbeelding 1.3). Toch mogen we blij zijn dat het broeikaseffect er is want anders zou het op aarde wel zo’n dertig graden kouder zijn.

wpe8.jpg (12492 bytes) 

1.3 In ons land is het vele graden warmer dan in Labrador dat op dezelfde breedtegraad ligt. Dit komt door de warme golfstroom. Als deze door het broeikaseffect verandert, kan het bij ons veel kouder worden.

 

Het klimaat van vroeger en van nu

2.1. Inleiding

Het klimaat van vroeger is niet altijd hetzelfde geweest. Zo zijn er ijstijden en warmere periodes geweest. De laatste, koude periode was ongeveer van de vijftiende tot de zeventiende eeuw. Deze periode wordt ook wel "De kleine ijstijd" genoemd (zie afbeelding 2.1). Een strenge winter in de kleine ijstijd was die van 1657-1658. Toen konden de Friezen de schaatsen al uit het vet halen op 20 oktober! Later in dat jaar vroor de Rijn en de Zuiderzee ook dicht.

2.1 Plaatje komt nog.

2.2. IJstijden

Er zijn ongeveer acht, echt koude periodes (ijstijden) geweest. Zo'n ijstijd kan soms tientallen miljoenen jaren duren. In een ijstijd (650 miljoen jaar geleden) is bijna de hele wereld dichtgevroren, toen kwam het ijs zelfs bijna tot bij de evenaar. Als de hele wereld wel was dicht gevroren zou dit het einde van het leven hebben betekent. De laatste ijstijd was ongeveer van 18.000 tot 10.000 jaar geleden. In een ijstijd had het zee-ijs veel water in beslag zodat de zeespiegel wel 100 meter lager was dan nu. Daarom worden nu nog regelmatig skeletresten van dieren op de bodem van de Noordzee gevonden. Deze dieren leefden vroeger op de drooggevallen bodem van de Noordzee. In de geschiedenis van de aardse temperatuur komen glacialen (koude periodes), en interglacialen (de tijden tussen de glacialen) voor. Als er een glaciaal was geweest kwam er weer een interglaciaal dit wisselt zich telkens af. Zelf zitten we nu in een wat koudere periode op weg naar het begin van een nieuwe ijstijd. Sommige deskundigen hebben dan ook als verklaring voor de opwarming van laatste tijd, dat er een nieuwe ijstijd aan komt. Wie weet?!

2.3. Hoe blijft het klimaat van nature zo constant?

De temperatuur is nooit erg verschillend geweest. Het grootste verschil is ongeveer tien graden Celsius (dit gaat over gemiddelde temperaturen). Er is dus blijkbaar een soort warmteregelaar die de temperatuur in evenwicht houdt. Eigenlijk is het heel vreemd dat de warmte op aarde zo constant is gebleven. Zeker als je bedenkt dat de warmtestraling wel met 40%. is toegenomen. De warmteregelaar kan veel aan, ook milieurampen. Bijvoorbeeld de meteoriet die een omtrek van 10 kilometer had, en met ruim 20 kilometer per seconde een klap op de aarde veroorzaakte van wel 4 miljard atoombommen! Wel stierven toen bijna alle planten en diersoorten uit (waaronder de dinosaurieers). Maar na enkele eeuwen had alles zich weer hersteld. Er zijn echter wel andere diersoorten gekomen. Een van de onderdelen van de warmteregelaar is de biologisch-geologische pomp. Deze pomp (geen echte pomp natuurlijk) haalt C02 uit de lucht. Ook nu werkt hij, want al de helft van alle CO2 die door de mens in de lucht gekomen is, heeft hij al weer veilig opgeborgen in de aarde. De pomp werkt dus snel. Overigens wordt deze pomp niet meeberekend bij klimaatvoorspellingen op de computer. Op afbeelding 2.2 zie je hoeveel CO2 er in de afgelopen 160.000 jaar was en hoeveel er voorspelt wordt. Het klimaat nu is ongeveer 1,5 graden warmer dan van de 14e tot de 18e eeuw, maar de voorafgaande middeleeuwen was de gemiddelde temperatuur weer een graad warmer. Het klimaat is nooit hetzelfde geweest.

co2min.jpg (23866 bytes)

2.2. De CO2 concentratie, de zeespiegel, en de temperatuur. Klik voor vergroting.

 

De klimaatvoorspellingen

3.1 Inleiding

De temperatuur zal de komende 100 jaar ongeveer 3 graden stijgen. Maar hoe weten ze dit nou? Hiervoor gebruiken ze klimaatmodellen die ze met de computer berekenen. Er zijn heel veel verschillende klimaatmodellen. Ze kunnen nu al kunnen zeggen wat voor klimaat het over honderd jaar is (met het klimaat bedoelen we de gemiddelde temperatuur over een bepaalde periode, bijvoorbeeld dertig jaar, ze kunnen niet zeggen hoe hoog het kwikstaat op 25 juli 2027). of deze berekeningen kloppen blijft altijd afwachten, zo zegt het ene klimaatmodel dat de temperatuur de komende honderd jaar 5 graden stijgt en een ander klimaatmodel dat het 1,5 graden zal stijgen. Daar zit nogal een verschil in.

3.2. Hoe werkt een klimaatmodel?

op verschillende punten op de hele wereld staan meetpunten. Deze meetpunten meten allerlei dingen zoals de temperatuur, luchtvochtigheid, windsnelheid, luchtdruk en windrichting. Ook hoog in de lucht wordt dit gemeten. De meetpunten liggen ver uit elkaar, zo’n 250 km (zie afbeelding 3.1).

meetpunt31min.JPG (15017 bytes)

3.1 Elk punt stelt een meetpunt voor. Klik voor vergroting.

Nederland heeft bijvoorbeeld maar een meetpunt (De Bilt). De computer berekent met behulp van deze, maar ook andere gegevens zoals over de atmosfeer, straling, verdamping en neerslag, hoe de temperatuur en het weer er over een half uur zal uit zien. Tegenwoordig doet de snelste computer dat in een seconde, maar vroeger ging dat veel langzamer. Pas in 1980 kwamen er wat snellere computers en wat betere programma's. De computer kan nu ook uitrekenen wat voor klimaat het over 100 jaar is. Hoeveel graden het precies warmer zal worden is niet helemaal zeker, maar waarschijnlijk ongeveer 2 tot 4 graden.

 

De ozonlaag

4.1. Inleiding

De ozonlaag is een laag op zo'n vijftien tot dertig kilometer hoogte in de atmosfeer van ozon (03) en andere gassen. Deze laag beschermd ons tegen U.V.-straling (Ultraviolette-straling). Het blauwachtige ozon bestaat uit drie zuurstofatomen en is giftig om in te ademen. Door het dunner worden van de ozonlaag bereikt steeds meer U.V.-straling de aarde en zou het zonnen in de toekomst weleens gevaarlijk worden.

4.2. Een gat in de ozonlaag?

Ze zeggen wel eens dat er in de ozonlaag een gat zit. In werkelijkheid is het gelukkig (nog) geen gat maar is de ozonlaag alleen dunner. Dat komt vooral door de C.F.K.'s die in koelkasten, in sommige spuitbussen (drijfgas) en bij piepschuimfabricage vrij komt (zie afbeelding 4.1).

cirkelschuim41min.JPG (16634 bytes)

4.1 Verreweg de meeste C.F.K.'s komen vrij bij piepschuimfabricage en koelmiddel. Klik om te vergroten.

4.3. Hoe wordt ozon gemeten?

Ozon wordt gemeten met behulp van een Dobsonspectrometer (Dobson vond dit apparaat in de jaren dertig uit). Er staan van deze Dobsonspectrometers meer dan honderd over de hele wereld verspreid . Dit apparaat meet vanaf grond de kracht bij een aantal golflengten in het golflengtegebied tussen 300 en 340 nm (nanometer). Licht met een kleine golflengte van 290 nm bereikt de aarde niet. Dit licht wordt onderweg door ozon geabsorbeerd of door luchtmoleculen en aerosol in allerlei richtingen verspreid. Ze vergelijken dan het verschil tussen twee golflengten waarvan de een sterk door ozon is geabsorbeerd en de ander haast niet. Zo kunnen ze aflezen waar veel ozon en waar weinig ozon is (zie afbeelding 4.2). Het meten van ozon kan ook op andere manieren.

hetgat42min.jpg (20842 bytes)

4.2 Dit is de ozonlaag. Het gat boven de zuidpool is de blauwe vlek. Klik voor vergroting. 

4.4. Waarom zit het "gat" boven de zuidpool?

Als je goed op afbeelding 4.2 hebt gekeken zie je dat het gat inderdaad boven de Zuidpool zit. Toen de wetenschappers dit voor het eerst merkten, kwam het dan ook als een volslagen verrassing. Ze hebben voor dit probleem nog geen oplossing gevonden maar wel theorieën. De twee belangrijkste theorie zijn de chemische theorie en de meteorologische theorie.

1. De chemische theorie

Boven in de stratosfeer boven Antarctica zitten soms dunne ijlewolkenlaagjes. Deze kunnen ontstaan bij hele lage temperaturen. Op de ijskristallen kunnen stikstofverbindingen condenseren zoals HN03 of N02. Normaal kunnen deze stikstofverbindingen van chloor (Cl) een stof maken die niet meewerkt aan de vermindering van ozon. Zo zal er chloor overblijven. Dit chloor kan ozon omzetten in C10 en 021 zodat er een vermindering van ozon is opgetreden. Als C.F.K.'s die ook chloor bevatten in aanraking met licht komen zal deze zich splitsen (ook wel een chemische reactie genoemd) zodat er chloor overblijft en er dus nog meer ozon zal verdwijnen.

Samenvatting: De stikstofhoudende verbindingen condenseren op de ijskristallen en deze houdt de verbindingen vast zodat de stikstofhoudende verbindingen geen chloor meer kunnen omzetten in een niet-ozonaantastbare stof. Het chloor dat overblijft kan nu ozon in een andere stof omzetten en zo zal er dus minder ozon zijn.

2. De meteorologische theorie

De verdeling van ozon in de lage stratosfeer boven Antarctica wordt in de eerste plaats bepaald door transport. Het transport komt door luchtstromen in de stratosfeer. Deze luchtstromen zorgen ervoor dat grote hoeveelheden ozon van de tropen naar de polen wordt verplaatst. Zonder dit transport zou er namelijk helemaal geen ozon zijn boven de polen. In de winter en in het begin van het voorjaar bereikt deze stroming het continent niet. De grote ijsbedekkingen en de uitgestrekte oceanen om het poolgebied zorgen ervoor dat de lucht als het ware geïsoleerd is. Deze lucht is afkomstig van grotere hoogte en gaat in een draaiende beweging om de Zuidpool heen. In het voorjaar breekt de zon weer boven Antarctica door en dan geldt dat proces niet meer, en kan er weer lucht met ozon naar binnen stromen. De meteorologische theorie wijst er op dat er in het begin van het voorjaar voordat de geïsoleerde luchtstroom doorbreekt, er een opwaartse stroming is die vanuit de troposfeer wordt aangevoerd. Over de vraag hoe deze kan verschijnen zijn een aantal suggesties gedaan. De verhoogde absorptie van zonnestraling door de toename van de ijskristallen. Of door de stijging van de zeewatertemperatuur.

De chemische theorie is het meest geliefd bij de wetenschappers (en ook bij mijzelf), zeker nadat er een meting is gedaan waaruit bleek dat de concentraties chloor hoog waren. Bovendien was er een verband tussen het chloor en het ozon, want als er van de een veel is, is er van de ander weinig. En andersom.

Binnenkort meer!

 

Niets uit deze uitgave mag op welke wijze dan ook overgenomen of verveelvoudigd worden zonder toestemming van de schrijver.

Heb je op- of aanmerkingen, ideeen, of wil je me gewoon mailen? Klik hieronder!

Last updated 20-03-01