De Burght 1 2010-2011

 

 

Eerste team 2010-2011

Rating

Speeldatum

Tegenstander

 

William Cornelissen

2031

 

 

 

Martijn Heere

1801

Di 5 oktober

De Donger

Uit

Peter Brouwer

1760

Ma 1 november

Sneek 3

Thuis

René Wolfslag

1720

Do 2 december

Schaakwoude 2

Uit

Theo Jellesma

1702

Ma 10 januari

Westergoo

Thuis

Michiel Takkebos

1717

Ma 7 februari

Knudde

Thuis

Gerard Veenstra

1804

Vr 11 maart

Emanuel Lasker

Uit

Rudolf Spijkerman

1698

Za 16 april

WES

Uit

 

 

Teamcaptain is Michiel Takkebos en als hij de spelers, net als vorig seizoen, op dezelfde manier informeert, komt alles goed.

Leuk zou zijn wanneer hij tevens per ronde een speler(s) aanwijst om een verslag te schrijven. Dat verschijnt dan vervolgens op de site. Uw gastheer doet dit al sinds de oertijd, dus heren…..U kunt uiteraard ook uw persoonlijk ervaring van die avond al schrijvend kwijt aan leeslustige Burghters.

 

E. Lasker 2 –  De Burght         3-5

 

Vrijdagavond 11 maart togen we met twee auto’s naar Sint Jacobiparochie om daar in de ‘aardappelbeurs’ te gaan spelen tegen het 2e team van Emanuel Lasker. Toen Theo de auto parkeerde op een desolate parking, naast het aftandse gebouw, bekroop me het angstige gevoel dat we op de set van de horrorfilm Jeepers Creepers terecht waren gekomen. Eenmaal binnen werd het niet veel beter en leek het wel dat we binnen waren getreden in een etablissement dat als labyrint dienst deed.  Het deed me gelijk denken aan het huis Rose Red in de gelijkwaardige film van Stephen King. Hoewel ik dit gevoel snel van mij af wist te schudden, kwam het toch nog een paar keer terug. Dit gebeurde onder andere toen ik tijdens de zoektocht naar het toilet in een obscuur ogende kamer terechtkwam. Aan het bord waarop ik speelde, kon ik niet in mijn normale denkhouding(en) gaan zitten omdat ik dan drie rijen in de schaduw zette. Ik ben daar met mijn -5, maar lenzen op sterkte erg gevoelig voor. Vreemd gevouwen achter het bord hervatte ik mijn berekeningen. Toen na een uur spelen ook nog eens de hel losbrak in het café beneden, leek het echt of we met De Burght 1 in een slechte B-film waren beland. Maar snel over naar de partijen. We waren door een zeer overtuigende witoverwinning van Peter al met een 1-0 voorsprong op pad gegaan.

Aan bord 1 trof William een zwakkere speler. Aan de opstelling van Lasker 2 is geen touw vast te knopen, dat is elke keer weer een tombola. Tegenstander Stellingwerf boette na een vreemde behandeling van het Weens een pion in en kon het verder vergeten. William kon daarna met zijn kennersoog de rest van de partijen nauwkeurig gadeslaan.

Aan bord 2 trof ik een speler met zo’n 170 ratingpunten minder. Toen de sympathieke Postma met wit na 1.d4 d5 2.c4 e6 op d5 sloeg, leek het alsof hij op een vervlakkende strijd wilde afkoersen, zeker nadat er daarna nog enige stukken van het bord verdwenen. Ik stelde mij extra riskant op, om maar stukken op het bord te houden, maar dit slaagde niet geheel. Mijn tegenstander kreeg een ruimtelijk overwicht, maar wel te veel naar voren geschoven pionnen en een koning onbeschermd in het midden. Toen mijn opponent dameruil uit de weg ging, kon ik met een kleine combinatie een pion winnen en had ik gelijk een technisch gewonnen stelling in handen. Hierdoor van slag gaf de witspeler plotsklaps een volle toren weg. Ik vreesde nog even dat hij zettenlang met meer dan een toren minder zou doorkrukken (dat gebeurt meer dan u denkt!), maar na nog twee zetten zag hij van verdere tegenstand af.

Aan bord 3 had Peter vooruit gespeeld tegen Kolthof.          Partijtje Peter

Op bord 4 speelde Martijn weer een typische partij met zijn vaste openingssysteem 1…g6. Er ontspon zich een loopgravengevecht met slecht 1 open lijn en de partij kwam potremise te staan. Tegenstander Tuinstra sloeg remise af, waarop ik, zoals gewoonlijk niet geremd door enige vorm van bescheidenheid, tegen William zei dat ik de stelling met zwart makkelijk remise zou houden tegen Magnus Carlsen. Helaas ging Martijn door concentratieverlies en/of vermoeidheid in de fout en speelde d6-d5. Hierop kon het witte paard op e5 verschijnen en dat was beslissend. Een zure nederlaag voor Martijn.

Aan bord 5 speelde invalster Marie Claire met wit tegen de op papier tweede speler van Lasker. Na een ongelukkige opening stond ze een pion achter, maar ze rechtte de rug en leek steeds dicht bij een halfje. Haar tegenstander speelde echter zeer nauwkeurig en bracht de vis op het droge. Goed gespeeld van MC, die zeer goed in vorm is, gezien ook haar meer dan uitstekende prestaties in de interne competitie. Als ze zo doorgaat, speelt ze volgend jaar vast in het eerste.

Aan bord 6 speelde mijn goede vriend Wolfslag weer een horrorfilm van een partij. Daar leek het eerst niet naar uit te zien want met goede en gezonde zetten kwam hij prima te staan, hetgeen ik na een kleine twee uur spelen verheugd vast kwam stellen. Hij won een stuk en gaf dat later weer terug (of dat nodig was weet ik niet) en wikkelde af naar een enkel toreneindspel met op een gegeven moment 4 pionnen meer. Wolf wist dit eindspel moeiteloos remise te maken.

Op bord 7 trof voorzitter Theo een invaller die niet te onderschatten viel. Theo kwam beter te staan en op de rand van de winst. Opponent Meijer wist echter een miraculeuze verdediging in de stelling te vlechten, waarna Theo naar eigen zeggen nog blij mocht zijn met remise.

Aan bord 8 kwam Rudolf gedrongen te staan en volgens William had hij ergens een stuk kunnen verliezen. Stukje bij beetje keerde echter het tij en Rudolf creëerde een sterke vrije a-pion. Hij overzag even later een fraaie winst, maar wist uiteindelijk de partij toch naar zijn hand te zetten. Knap werk!

Derhalve keerden wij met een verdiende 3-5 overwinning huiswaarts. Na nog wat nachtelijk en kostelijk sms contact met Peter kwamen wij allen weer heelhuids in Leeuwarden aan, alwaar ik de verleiding om het nachtleven nog in te duiken kon weerstaan en mij thuis tevreden stelde met het kijken van een aflevering van The Dukes of Hazzard.

Gerard Veenstra

 

Het kan verkeren..
Wederom een memorabele avond voor ons eerste team, en nu in positieve zin! Deze keer was Knudde het slachtoffer.. Zeker memorabel was de remise die ik speelde tegen (oud-Burghter) Reitze van der Veen: met wit kwam ik iets minder te staan (ik had, een hardnekkige en slechte gewoonte van mij, mijn pionnen te ver -dan wel onhandig- naar voren geschoven) maar dat is voor mij nooit een reden geweest de handdoek in de ring te gooien. Mijn clubleden zullen beamen dat ik soms in slechte stellingen vaak nog een winstvoortzetting weet te vinden (lees: rommelkansjes). Maar toch: het verlies tegen Johan Cnossen een week eerder, die mij na een remiseaanbod alle hoeken van het bord liet zien, deed mij besluiten om -als ik het goed heb binnen drie kwartier!- na "overleg" met de teamcaptain het eerste halve punt binnen te halen. En ik was niet de enige: ook Theo, Tak en Martijn (weliswaar met meer inspanning dan ik) wisten geen potten te breken. Ook zij moesten de punten delen. Rudolf zat op bord 8 en terwijl hij - in zijn overdonderende stijl- met een toren achter zat te vechten voor lijfsbehoud, ging de mobiele telefoon af van zijn tegenstander! (later op de avond al "het bel-incident" genoemd). Tsja.. en dit alles, let wel, in een fase van de avond dat volstrekt nog niet duidelijk was welk team zou gaan winnen. Rudolf raakte enigszins van slag en verzuimde om het punt te claimen, de wedstrijdleider hoorde het niet en er werd dus doorgespeeld. Spijtig, want het moet toch voor iedereen duidelijk zijn dat dit een nul oplevert. Persoonlijk zou ik, als mij dit zou gebeuren, de hand in eigen boezem steken (ook om de telefoon gelijk uit te zetten en niet ook nog eens, zoals in dit geval, de telefoon te beantwoorden!) en zou ik de partij hebben opgegeven. Maar de partij werd dus voortgezet en Rudolf wist zijn tegenstander nog behoorlijk onder druk te zetten, en -eerlijk is eerlijk- het was prachtig om naar te kijken. Helaas, mooi spel levert vaak geen punten op. William wist Abe er uiteindelijk onder te krijgen op het eerste bord, maar niet zo overrompelend als wij van William gewend zijn. Abe blijft een geduchte tegenstander. Gerard had, naar mijn mening, het mooiste slotstuk van de avond. Nadat zijn tegenstander Hosseini lange tijd goed had gestaan, pakte hij een pion die hij beter had kunnen laten staan. Mat was niet meer tegen te houden (en kon zelfs - wat een luxe- op verschillende manieren worden uitgevoerd) en Gerard maakte het resoluut af. Een opluchting, waardoor het bel-incident gelukkig niet de overhand kreeg die avond. Peter stond inmiddels meerdere pionnen voor, ging zelfs op zijn gemak aan het einde van de partij nog even roken, en was zo coulant - we hadden al gewonnen- zijn jonge tegenstander remise aan te bieden. Een stormachtige avond, dat zeker. En de volgende dag een mailtje van Peter, met de mededeling dat wij eerste staan. Het kan verkeren.
Wolf

 

 

Donkere tijden voor de Burght 1

Het vervolg tegen Sneek 3 was helaas niet veel beter. Het werd 3,5 – 4,5 voor onze gasten. Tegen dit wat verzwakte team hadden we moeten winnen, want zoveel zwakke broeders zijn er niet in de 1e klasse. Peter kwam goed uit de opening met een solide centrum, maar miste een opgelegde kans. Met de zet 24. …, Dg3 had hij wit de duimschroeven aan kunnen draaien. Na stukkenruil verdween zijn voordeel als sneeuw voor de zon, remise. Rudolf verloor een toren na een ongelukkige damezet en kon na 24 zetten opgeven. Ik was vrij snel klaar met één van de vele jeugdtalenten die Sneek opleidt. Nog schaakmoe van 9 dagen schaken in Hoogeveen, was ik niet gelijk scherp. In de opening moest ik dus goed opletten, maar jeugdspelers zijn gelukkig soms wat onnauwkeurig hier en daar.  Ik kon een stuk insluiten  en wat vaag counterspel pareren. Anna Maja Kazarian, net nummer vier geworden op het WK (!) meisjes tot 10 jaar, was er niet bij. Het was wel interessant geweest om te zien of zij de subtoppers van de Burght al de baas kan. Ik denk dat René zijn bekende grimas  bij een nederlaag wel weer had geëtaleerd, want het is ‘storend’ zoals Jan Timman zou zeggen om te verliezen van iemand die net bij de stukken kan. De lokale Jan Timman, Gerard Veenstra dus, verloor nipt van  het andere jeugdtalent Selwin Keuning. Gerard kon gelijk na de partij niet aangeven wat er nou eigenlijk fout ging. De remisemarge bleek overschreden nadat hij een pion ging dekken op 33e zet, waar hij zelf een pion op f7 had moeten aanvallen. Dit is een finesse die makkelijk te overzien is na lang spelen. Martijn won vrij eenvoudig. Zijn tegenstander probeerde wat over de open h-lijn, maar dat was allemaal niet erg overtuigend. Martijn fietste vrij eenvoudig door de witte stelling heen. Ik had inmiddels geen goed gevoel meer over een goede afloop. Theo kon alleen maar remise maken me een kwaliteit minder en William kwam met zwart niet door Erwin Denissen heen. Omdat René wat belangrijke pionnen weggaf en daardoor een aanval niet meer kon tegenhouden en dus verloor, moest William winnen om er een gelijkspel uit te halen.  Hij had echter met veel minder tijd de hoop op winst al  laten varen, want hij gaf remise in een stelling die dat eigenlijk ook wel was.  Ik liet hier en daar vallen dat hij had kunnen doorspelen, maar dat zal onverantwoord geweest zijn. De partijen zijn na te spelen op de site van Martin Zijlstra. Om het degradatiespook in de kast te houden, zullen we aan de bak moeten in onze volgende wedstrijd tegen Schaakwoude 2.

 

Michiel

 

Een debacle in Dokkum.

Een slecht begin voor ons eerste team. Als ik het goed heb was ik de eerste die tegen een verloren stelling zat aan te kijken, waarbij ik tegen de sympathieke Alle Vlasma een vroeg inkomende dame (in een over het algemeen overzichtelijke Budapester) volledig overschatte. (Zelfs ;-)) Gerard Veenstra wist mij enkele tellen na mijn opgave te vertellen dat simpelweg pion d6 mijn stelling had gered. Eén troost: hoefde ik me niet meer te ergeren aan de te kleine stukken op het bord, de rumoerige zaal en de beperkte ruimte achter de tafels. Tijdens mijn korte partij zag ik overigens aan mijn linkerkant dat Rudolf een spectaculair offer deed, waarbij hij keek alsof hij een winnende combinatie had gevonden, maar niet veel later stond ook hij in gezelschap van de andere verliezers (Martijn en ik) buiten te roken. Complimenten voor Theo, die nadat hij lang op zijn tegenstander had moeten wachten, als enige van ons wist te winnen (en naar eigen zeggen zeer overtuigend). Gerard liep brommend heen en weer, zeer ontevreden over zijn partij. Hij schaakt in het weekend beter, dus tsja.. wat geeft dat nou? Takkebos was goed geconcentreerd bezig, maar ook hij moest laat in de avond opgeven. William en Peter maakten remise, een schamele troost, waarbij Peter probeerde te winnen door zijn tegenstander uit te putten, maar vervolgens zelf, laat in de avond, volledig uitgeput in remise moest berusten. Na zoveel onheil durfden Gerard en ik bij het wegrijden niet bij Takkebos in de auto plaats te nemen, die vlakbij de gracht voor Van der Meer stond geparkeerd.
René