LEESLAB is een pakket computerprogramma's dat werd ontwikkeld in het Laboratorium voor Neuropsychologie van de K.U.Leuven, om het verwerven van technisch lezen te ondersteunen en te remediëren, aanvankelijk bij kinderen met CVI (Cerebrale Visuele Inperking).
Een gestoorde
visuele aandacht, een vorm van blikapraxie en andere diffuse visuele perceptiestoornissen, al of niet gecombineerd met slechtziendheid, en ook andere handicaps (multihandicap, bvb. motorisch) verhinderen of vertragen hier de verwerving en het automatiseren van het leesproces.
De ontwikkelde methodes doet het echter ook goed bij andere en bredere groepen kinderen met visuele (attentie)stoornissen, ontwikkelings
dyslexie, 'trage' lezers in het algemeen, en volwassenen analfabeten of met alexie na een hersenbloeding of -letsel.
 
De programma's doen uitgebreid aan aandacht-, blik- en leesrichtingsturing in een woord (op letter- en op foneemniveau), in een regel, en over de regels van een doorlopende tekst. Woorden kunnen op allerlei manieren worden voorgesteld (eerste of laatste letter versterkt, kopje-buikje-staartje, tweeklanken aangeduid, enz...). Om het crowding-effect te vermijden kan de afstand tussen letters en woorden worden opgedreven.
Dat alles op een
arm scherm, dat verder de aandacht niet afleidt.
Stimuli (lettervergroting, kleur, contrast) en antwoordmodussen (meerkeuze, typen, verbaal) worden aangepast aan de mogelijkheden van het kind, dat immers ook motorisch gehandicapt kan zijn.
 
De klank-teken-begrip koppeling wordt verwezenlijkt door een multimodale aanbieding van het materiaal: tekst, plaatjes, en gesproken. Hierbij wordt de spraaksynthese van Lernout&Hauspie gebruikt, maar ook origineel ingesproken woorden (3700) en fonemen (70) zijn voorhanden.
Daarnaast zijn 4200 plaatjes met concepten, scènes en objecten beschikbaar, alsmede 6000 woorden in tekstformaat. Een 6000 kant-en-klare oefeningen en leeslesjes die dit materiaal gebruiken zijn reeds aangemaakt.
 
De programma's zijn open, dit betekent dat zowel de methode als de inhouden kunnen worden aangepast aan het kind, en aan elk kind afzonderlijk. Lesjes kunnen worden overgenomen, ingescand of ingetypt, methoden kunnen op ruime instellingsbladen worden aangepast. Het gaat hier dus om een echt LeesLaboratorium. Een aantal hulpprogramma's is trouwens voorzien voor de vlotte aanmaak en beheer van eigen materiaal.
 
Kinderen zijn erg gemotiveerd om langer met deze programma's te werken dan met klassieke middelen, zo blijkt uit de praktijk. Zij kunnen deels autonoom oefenen, wat de leerkracht in klasverband kan ontlasten. Hiertoe is dan ook een ruime rapportering voorzien.
 
Er zijn thans twee basisprogramma's in het pakket.
WOORDLAB is meer woordgeoriënteerd, LEZER meer zin- en tekst georiënteerd.
 

Naar boven

  [ KULeuven ]     [ CVI ]     [ LeesLab 

Copyright Katholieke Universiteit te Leuven, 1999-2000
Informatieleverancier:
Laboratorium voor Neuropsychologie (Faculteit Geneeskunde)
Opmaak en auteur:
Hugo Maes tenzij anders vermeld
Jongste wijziging aan dit document: 20 november 2000