Aangepaste Ontwikkelingsgerichte Software

Waaraan moet naar mijn idee ontwikkelingsgerichte software voldoen ?

Dit  verhaal is geschreven voor ICT specialisten en  leerkrachten in het speciaal  onderwijs en is natuurlijk ook interessant voor ouders van gehandicapte kinderen .

Ik ga daarbij uit van de inzichten, die het intensief  werken met Kiki me opgeleverd hebben. Deze software moet inspelen op met name waarnemingshandicaps, zoals cvi, centrale gehoor inperking, slechtziendheid, maar ook op ingewikkelder beperkingen zoals dyslexie, concentratiestoornissen, en andere factoren die op het niveau van het centraal zenuwstelsel het leren bemoeilijken.

Ik wil een uitzondering maken voor beperkingen  in het begripsvermogen, omdat software voor dit probleem weer haar eigen eisen stelt. Daarover gaat het hier niet. Daarbij gaat het vooral om het organiseren van de leerinhoud in kleine te behappen stapjes. Waarbij het natuurlijk reële gevoel van minder kunnen  ondervangen wordt, door de ervaring, wat er wél kan. Het zal er bij deze groep er vooral om gaan ze ervan te overtuigen, dat ze kúnnen leren; het opbouwen van zelfvertrouwen is noodzakelijk om tot motivatie te komen. De mens heeft nu eenmaal de neiging te vermijden wat moeilijk is en wat hij niet kan; bij deze kinderen is motivatie het grote struikelblok. 

Motivatieproblemen doen zich trouwens ook veelvuldig voor bij de groep van waarnemingsgehandicapte kinderen, die we veelvuldig aantreffen in het speciaal  onderwijs. Zoals ik elders al aangegeven heb, worden de problemen vaak niet onderkend, worden  de noodzakelijke aanpassingen niet gerealiseerd, blijft heilzame therapie vaak achterwege en wordt het kind verstandelijk onderschat. Het kind, dat deze onrechtvaardigheden instinctief ervaart, sluit zich vaak af of blijkt opstandig en ongemotiveerd.

Typerend voor deze groep is dat geen één kind goed beschouwd op het andere lijkt ; kinderen kunnen  bijvoorbeeld naast de duizend mogelijke combinaties van handicaps verschillen wat betreft begripsniveau, hoe snel ze leren en de motivatie  om te leren. 

Bovendien hebben deze kinderen vaak meervoudige handicaps, zodat zelfstandig werken  door motorische beperkingen ook weer om eigen aanpassingen  vraagt of zelfs soms, zoals bij Kiki, nagenoeg geheel onmogelijk is. Soft- en hardware moeten hier ook weer op inspelen. 

Inhoudsonafhankelijke software

 

Kortom de inhoud van de software moet geheel af te stemmen zijn op het individuele kind. Leerstappen ( zie het als treden van een trap) moeten aangepast zijn aan de momentane intelligentie van het kind; niet te groot, maar ook niet te klein. Er moet een geschiedenis van succes worden opgebouwd ( dus niet te groot: vergroting van het zelfvertrouwen: dat kan ik toch allemaal maar). Maar het moet ook uitdagend zijn; dus niet te kleine stapjes, want dan wordt het saai of gaat het faalangstige kind  dubbele bodems zoeken, die er niet zijn; “dit is zo makkelijk; er moet wel een addertje onder het gras zitten.”

Kennis kan bovendien  door de waarnemingshandicaps met vreemde hiaten zijn opgebouwd . De inhoud van wat wordt aangeboden, de leerstof, moet dus helemaal aangepast  aan de behoeften van het kind door de leerkracht ( of ICT ondersteuner) zelf in te voeren zijn in het softwareprogramma. Met een moeilijk  woord contentonafhankelijk.

Deze zeer specifieke oefeningen zouden dan via een goed gedocumenteerde database op internet uitgewisseld moeten worden; de praktijk wijst uit dat er dan in een aantal jaren erg veel tot stand kan worden gebracht.

 Het bovenstaande impliceert overigens niet dat er niet gebruik zou kunnen worden gemaakt van bestaande kant en klare programma’s, zoals Goedspel en Kompro2000.  Maar het perspectief van waaruit gedacht wordt bij softwarekeuze moet het kind zijn met zijn specifieke leerbehoeften en contentvraag. En niet, zoals nu de regel is, uitgaan van kant en klare programma’s, die vaak puur opgezet zijn vanuit de gedrukte leermethoden van het reguliere basisonderwijs ( de diverse lees- en rekenmethodes van de grote uitgeverijen). Op zich zijn deze programma’s natuurlijk  niet slecht; maar ze maken totaal geen gebruik van de vele adaptieve mogelijkheden van de actuele softwareprogrammatuur.

Visuele presentatie

Het gaat hier over venster- of beeldindeling, grootte van afbeeldingen en hun grafische kwaliteiten, plaatsing van afbeelding t.o.v. tekst, lettergrootte en –afstand, instelbare spatiëring, regelafstand, accentuering van (groepen) letters door letterkleur, bliksturing; dit allemaal  moet instelbaar zijn, zelf vorm te geven.

Vaak wordt gedacht dat vergrotingssoftware visuele problemen  wel ondervangt.

Dat is zijn algemeenheid beslist onjuist: waar is dat sommige programma’s toegankelijk kunnen worden gemaakt, maar niet alle. Immers aan slechte grafische eigenschappen, warrige (tekst)lay-out, gebrekkige contrasten valt ook met vergroting niet veel te verbeteren.

 

Geluidsondersteuning

Deze kan bestaan uit illustratieve geluidsbestanden (bijv. diergeluiden) en of spraaksynthese; kan dienen ter illustratie of ter instructie. Indien mogelijk moet in samenhang met het leerdoel geluidsondersteuning worden gegeven. De wijze van aanbieden van deze geluidsondersteuning  moet ook weer zo configurabel mogelijk zijn; bijv. vóór, tijdens of na de oefening; door eigen bediening of automatisch, met tijdsvertraging of direct.

In de begintijd van computertoepassingen in het basisonderwijs werd geluid vaak alleen maar als overbodig en storend ervaren; om onderlinge hinder te voorkomen zijn zeker bepaalde faciliteiten nodig. Maar geluidsondersteuning  biedt wel een zeer duidelijke stimulus, die op vele verschillende manieren ingezet kan worden.

 

De wisselwerking tussen visuele  en auditieve presentatie, moet ook weer aan te passen zijn. Wat dit betreft levert Leeslab een goudmijn aan ideeën en mogelijkheden.

Het komt erop neer, dat kind niet doorlopend met de waarneming bezig hoeft te zijn (Wat staat er; hoor ik het goed?), en alle aandacht  kan richten op de leerstof. Omdat het verwend in de sensorische aanbieding (visuele en auditieve  presentatie  zijn optimaal), voelt het kind zich zekerder.

Dit vereist ook de beste hardware, die op dit moment betaalbaar is. Grote 22inch monitoren bijvoorbeeld, snelle computers, die de moderne spraaksynthese  aankunnen en goede geluidsboxen en headsets. Het Speciaal Onderwijs loopt erg achter in dit soort voorzieningen.

 

Bediening

We laten hier de hardware kant van de bediening (knoppen, joysticks, Ad Remo) buiten beschouwing. Wel mag gezegd worden, dat de ontwikkelingen nauwelijks bij te benen zijn.

Wat betreft software moet je onderscheid maken tussen specifiek ondersteunende software, zoals onscreen toetsenborden, muisvervangers, tekst-naar-spraak en spraakherkenningssoftware en muisklikken vertalen naar knopbediening aan de ene kant én geďntegreerde bedieningsmogelijkheden in een programma aan de andere kant. Als voorbeeld van het laatste: Clicker4 heeft met het ingebouwde Switch Clicker Plus zeer uitgebreide mogelijkheden om het scannen met een of twee knoppen of  een beperkt en via een hardwareaanpassing naar knoppen te vertalen gebruik van het toetsenbord.

Het laatste  soort vind ik het meest waardevol, omdat bij het opstellen van de leerinhoud al rekening kan worden gehouden met eventuele bedieningsproblemen, maar vooral ook –mogelijkheden.

 

Bestaat dit soort software wel ?

Ja, echt wel; al lijkt ze in het speciaal  onderwijs nog nauwelijks ontdekt of toegepast. Sommige ICT specialisten, die dit soort software wel kennen worden ontmoedigd door de gebrekkige computervaardigheid van leerkrachten of stuiten op duizend andere belemmeringen, niet in het minst op het financiële vlak.

Maar de grootste hindernis zie ik liggen in de onwennigheid te werken met contentvrije programmatuur, hoeveel oefeningen, ook in het Nederlands, er toch voor de diverse programma’s gemaakt zijn. Dit vraagt om een bepaalde visie in de toepassing van de software; het matchen van kind en leerstof op een manier, die tot nu toe niet mogelijk leek; maar dat gebrek aan keuze was en is ook wel makkelijk, als je immers over allerlei impliciete keuzes, zoals geboden door kant en klare programma’s niet hoeft na te denken.

De twee beste programma’s vind ik Leeslab (dat eigenlijk Leerlab zou moeten heten; de mogelijkheden om rekenen of andere vakken in dit programma op te nemen zijn onbeperkt, omdat het geheel contentonafhankelijk  is) en Clicker4.

Beiden beantwoorden ze geheel aan het profiel, dat ik hierboven schetste; al zijn bij Leeslab de bedieningsvariaties tot nu toe zeer beperkt (éénknopsbediening via het toetsenbord).

Tot zover. Meer informatie vind je op de website Kiki wil praten (http://members.chello.nl/~p.kavelaars/index.html )

Paul Kavelaars, 12-4-2002                           volgende pagina

site overzicht