problemen met informatieverwerking

Wat is een centrale auditieve inperking?

Onze zintuigen (zien, horen, ruiken, proeven, tast) geven net als ons korte en lange termijngeheugen voortdurend informatie door.Voor elke alledaagse activiteit zoals aankleden, de bus nemen of de hond eten geven moeten we beslissen welke informatie van belang is om het te volbrengen. Informatieverwerking gaat over het beheren van alle opgeslagen of net ontvangen informatie, over hoe je die effectief gebruikt. Kinderen met informatieverwerkingsstoornissen gebruiken de informatie niet op een efficiŽnte manier bij leren, bij het oplossen van  problemen of het volbrengen van taken. Dit onvermogen om informatie goed te verwerken resulteert in frustratie en leerproblemen.

Wat is het centraal verwerken van geluid ?

Horen is een complex proces: wanneer geluidstrillingen het trommelvlies bereiken, worden geluiden (akoestische signalen) omgezet in signalen die vanuit het oor via ingewikkelde netwerken van  zenuwbanen worden doorgegeven naar verschillende delen van de hersenen voor aanvullende analyse en uiteindelijk herkenning en begrip. Het verwerken van geluid door het centrale zenuwstelsel is dus het vermogen van de hersenen om binnenkomende geluidsprikkels te analyseren. Geluiden worden door de hersenen geÔdentificeerd door de fysieke kenmerken ervan te onderscheiden:de frequentie (aantal trillingen per seconde), de intensiteit en tijdsfactoren zoals toonhoogte, volume en duur. Na het analyseren van de fysieke eigenschappen construeert het brein een "beeld" van het signaal uit de diverse elementen, waaruit het geluid bestaat en vergelijkt dat met opgeslagen "beelden". Als er iets herkend wordt, er een mal wordt gevonden,die past,  kunnen we begrijpen wat er gezegd werd ofwel de geluiden herkennen met hun respectieve, soms belangrijke (huilen, sirene, deurbel) betekenis.

De meeste mensen denken, dat alle hoorproblemen voortkomen uit het onvermogen van het oor om een geluid te onderkennen. Maar niet al het luisteren is werk van het oor. Het oor levert alleen de prikkels aan vanuit de omgeving. Het sorteren en verwerken begint na het binnenkomen net boven de ruggenmerg in de hersenstam. Wat gebeurt er tijdens dit verwerkingsproces:

Om dit alles te laten lukken moeten er voldoende zenuwbanen intact zijn en mogen er geen cellen beschadigd zijn na zuurstofgebrek bij de geboorte  of door problemen tijden de ontwikkeling van het embryo. De zenuwbanen moeten de informatie op de juiste snelheid door kunnen geven. Het brein moet voldoende hoeveelheden chemische neurotransmitters produceren om de cellen hun berichten te laten doorgeven.

Een stoornis in het centraal verwerken van geluidsprikkels ( Centrale Auditieve Inperking)bestaat, wanneer er problemen zijn bij het verwerken van geluidsstimuli zonder dat er sprake is van verminderd gehoor- of begripsvermogen.

Het is het onvermogen de aandacht te richten op, te onderscheiden , te herkennen of te begrijpen wat er wordt gehoord. Dit onvermogen om geluid goed te verwerken heeft grote consequenties voor  de taal en de spraak  als ook voor alle gebieden van het leren zoals lezen en spellen.  Lesinstructie op scholen is bijna  alleen op gesproken taal gebaseerd, waardoor kinderen met CAI behoorlijk in de problemen komen. CAI wordt bovendien meestal vergezeld door andere handicaps zoals taal en spraakproblemen,dyslexie, leerproblemen, concentratieproblemen en sociale en emotionele problemen. Als  het gesprokene onduidelijk is of de akoestische omstandigheden slecht zijn zoals bij een storend achtergrond geluid, werkt de CAI helemaal sterk door.

Nogmaals het verwerken van auditieve informatie is absoluut nodig bij het leren. In alle klassen wordt de meeste informatie in de klas via geluid gegeven. Zijn rond het 7e levensjaar geluidsdiscriminatie, taal en spraakontwikkeling bij de gewone kinderen tot op een bepaald niveau gerijpt; kinderen met CAI blijven daar ver bij achter. Het onthouden van opdrachten en het maken van aantekeningen van wat er gezegd is is moeilijk voor kinderen met een gebrekkig auditief geheugen, die al hun energie gebruiken met puur volgen van wat er nu eigenlijk gezegd wordt.

Wat zij de oorzaken van CAI ?

Er is niet ťťn oorzaak aan te wijzen. Bij veel kinderen is het een gevolg van vertraagde rijping van het gehoorcentrum in  de hersenen. De mogelijkheden van het brein nemen met de groei toe, maar problemen kunnen er heel het leven blijven. Cai kan neurologisch gezien worden toegeschreven aan wonden, tumoren, bepaalde progressieve ziektes, virusinfecties,operatieve ingrepen, zuurstofgebrek, loodvergiftiging, zuurstof gebrek of geluidsdeprivatie.

Hoe vaak komt het voor?

Het komt twee keer zo vaak voor bij jongens en is tussen 2 en 3 (% of promille?).

Wat voor soorten CAI zijn er ?

Het onderscheiden van geluid: de vaardigheid om op te merken, isoleren, onderscheiden, scheiden van fonemen (geluiden) in woorden. Als geluiden niet goed worden geÔsoleerd, kun je bijv. net iets anders horen, dan werd gezegd. "je mag" i.p.v. "ja, daag".Kinderen vinden het moeilijk om:

Figuur-achtergrond onderscheiden bij geluiden: de vaardigheid om de belangrijke informatie te filteren tegen een achtergrondlawaai. Kinderen vinden het moeilijk om:

Het auditieve geheugen: het vermogen om zowel op korte als op de lange termijn informatie op te slaan en weer terug te halen op basis van mondelinge instructie. Kinderen hebben moeite met:

Het omgaan met rijtjes of opeenvolgingen op auditief vlak: de vaardigheid om onderdelen van een lijst (woorden, geluiden)in een bepaalde volgorde te reproduceren; bijv. ofilant i.p.v. olifant. Kinderen vinden het moeilijk om woorden in een zin in de juiste volgorde te zetten of te spellen.

Het samenvoegen van geluidselementen: het proces om fonemen samen te voegen tot woorden. Bijv. de k, de a en de t maken samen het woord kat.

Omdat spraak- en taalvaardigheden het meest efficiŽnt ontwikkeld worden op basis van het gehoor, zijn taal- en spraakproblemen niet ongebruikelijk bij bij kinderen met Cai. Als kinderen moeite hebben bij het verwerken van de korte en snel veranderende geluidsinput van gesproken taal, hebben ze logischerwijs ook problemen met het herkennen met de spraakgeluiden van een taal.  Als er problemen zijn bij herkennen van het geluidssysteem van een taal, zal het kind het moeilijk vinden spraakgeluiden te koppelen aan de letters van het alfabet en dit is het begin en de basis van het ontwikkelen van lees- en schrijfvaardigheid. Dat kan weer het begin zijn van problemen bij de ontwikkeling van het begrijpen  en zo leiden tot leerproblemen.

Wat is het verschil tussen gehoorverlies en CAI?

Gehoorverlies heeft te maken met het proces van horen door het oor en het einde van de gehoorszenuw, die de informatie doorgeeft aan de hersenen. Omdat het om twee verschillende problemen gaat kunnen kinderen gehoorverlies hebben en geen CAI en omgekeerd. Het kan zijn dat gehoorverlies leidt tot beperking van de hoeveelheid en aard van de  gehoorstimulatie, die nodig is voor de optimale ontwikkeling en rijping van de centrale gehoorzenuwen. Dan kan hier CAI uit voortkomen.  CAI kan net zo belemmerend zijn als niet onderkend gehoorverlies. Als gehoorbeperkingen niet vroegtijdig wordt vastgesteld en behandeld, zullen Cai kinderen moeilijk leren spreken en taal leren, op school falen, onder hun mogelijkheden presteren, gebrek aan zelfvertrouwen ontwikkelen en sociale en emotionele problemen ondervinden.

Werken aan een klassensituatie, die inspeelt op de beperkingen die Cai kinderen hebben:

probleem: de geluidsinput: te zacht, vervormd, niet goed te onderscheiden van achtergrond geluid

gedrag: zegt vaak "wat?", praat hard, zet de tv heel hard,dagdromen, verveeld of ongeÔnteresseerd, negeert toch belangrijke geluiden, kijkt naar wat anderen doen op verkeerde momenten,stelt vaak vragen,werkt prima als ie rustig of alleen kan werken; lijkt soms storend onverschillig en afwezig

Typisch gedrag: beweert dat je iets anders gezegd hebt; veel slorgdige fouten in een taak die omprecies werken vraagt; kwaliteit van werk kan erg verschillen met vergelijkbare stof.

Aanpassing: laat het kind dicht bij de spreker zitten, voorkom afleidend geluid; vul je info aan via de intacte zintuigen(kaartjes, flappen; doe een onderzoek om gehoorverlies uit te sluiten.


probleem: het onthouden van geluid: slecht korte termijn geheugen voor geluid, slecht in het leren van lijstjes, problemen met de volgorde

typerend gedrag: slaat een of meer stappen over in een reeks, bij rekenen veel beter in begrip dan in het rekenen zelf; krijgt graag achtergrond informatie of geheugensteuntjes

Aanpassing: 1.geef niet meer aanwijzingen tegelijk, doseer ze; 2.leg spraak vast op kaarten of bandjes (zodat het meermaals beluisterd kan worden); 3.probeer zoveel mogelijk in logische, coherente verhalen te leren, het verhaal achter de feiten, visualiseer de leerstof, ezelsbruggetjes,4. vervang in het hoofd stampen ( door samen hardop te lezen) door hulpmiddelen als kaartjes en ondersteunend materiaal.


probleem: Betekenisgeving:komt niet op het idee van een andere betekenis, leert moeizaam nieuwe woorden,kan zich bij een richtsnoer weinig voorstellen; krijgt geen beelden bij woorden

typerend gedrag: kan iets erg letterlijk opvatten, snel gekwetst; kan soms hinderlijk veel vragen stellen, maar werkt daarna, na beantwoording wel goed door: Als ie een aanmaning krijgt:" wees eens stil", krijg je een reactie van: "zeg dat dan"

Aanpassing:1. leer abstracties, woordstammen, synoniemen, tegengestelden; 2. doe rollenspel om sociale situaties en ander dagelijks taalgebruik te oefenen; 3. laat anderen vast met een opdracht beginnen en geef extra aanwijzingen en beantwoordt vragen; 4. laat meer zien, dan dat je uitlegt.


 

Probleem: het verbinden met andere hersenfuncties: het verbinden tussen geluid en symbolen is moeilijk, moeite om zich in woorden uit te drukken; problemen bij het lezen de woorden om te zetten in klanken.

Typerend gedrag: kan niet onbekende woorden verklanken; moeite om gelezen tekst te begrijpen door verkeerd gelezen woorden, niet door gebrek aan redenatie vermogen, een  verhaal dat wordt voorgelezen is minder moeilijk.

Aanpassing: 1.gebruik oefenbandjes waarbij fonemen worden verbonden tot woorden; 2. gebruik oefeningen die ook gebruikt worden als je wilt leren snel lezen; 3. leeroefeningen met bewegingen, ontwikkelingsgerichte therapie of neurolinguistisch programmeren.

 

Andere manieren om te helpen bij CAI

 

Voorbeelden van moeilijke situaties

"Ok, klas let op; voor we ons natuurkundeboek open leggen op pagina 95 en met de volgende les beginnen , wil ik dat jullie je huiswerk van gisteren tevoorschijn halen; leg het rechts boven op je tafel, zodat ik het na kan kijken; dan kunnen we verder met de les."

Kees haalt zijn boek over maatschappijleer te voorschijn en staart in de verte. Waarom volgde Kees de aanwijzingen van de leraar niet op? Luisterde hij niet? Dacht ie aan iets anders? Werd ie afgeleid? Onwil? Hoort ie slecht? Elk van deze verklaringen is mogelijk. Maar het kan ook dat Kees het wel hoort, maar de gegeven informatie niet kan verwerken, of begrijpen omdat de taal die gebruikt werd te ingewikkeld was, te snel gesproken, te lang of dat er een hoop herrie om hem heen was of veel te zien. Het onvermogen om gesproken taal te kunnen volgen zonder dat er sprake is van gehoorverlies noemt men Centrale Auditieve Inperking (CAI of CAPD in het Engels).

1. Sommige spraakgeluiden worden vervormd.

Wanneer je met iemand praat met een buitenlands accent moet je een aantal aanpassingen in je hersenen maken om het te kunnen begrijpen. Gewoonlijk baseer je je daarbij op de context; welk woord lijkt er het meest op en past in de samenhang; en op ervaring, bijv. dat een bepaald accent klanken op een bepaalde manier verdraait. Het decoderen van de   gesproken taal wordt na verloop van tijd wel iets makkelijker, maar het blijft vermoeiend. En wat als je te jong bent en nog geen uitgebreide woordenschat hebt of kennis over het onderwerp zelf wat je kan helpen bij het giswerk. Sommige kinderen, die alsmaar dezelfde fouten blijven maken bij de uitspraak, zeggen gewoon wat ze horen. Stel je voor hoe het voor jou op school zou zijn als je niet kon vertrouwen op je gehoor; als je zou moeten omgaan met allerlei verschillende geluidsvervormingen bij verschillende sprekers, maar als er toch van je verwacht zou worden dat je een klassengesprek goed zou kunnen volgen.

2. Het achtergrondlawaai is te hard.

Als we alles op alles zetten om op en groot feest toch te kunnen blijven praten met iemand, merk je soms dat de geluiden uit te omgeving te overvloedig zijn, zich opdringen in je bewustzijn en het gesprek verzuipen. Een manier om er toch uit te komen is om je heel goed te focussen op waar het geluid vandaan komt en alle andere geluiden proberen weg te drukken. Stel je voor dat je een belangrijke berekening aan het maken bent, terwijl de tv aanstaat en twee mensen tegelijk tegen je aan het praten zijn. Normaal gesproken vermijden we dit soort situaties zoveel mogelijk omdat we ons anders niet kunnen concentreren op onze taak en stomme fouten gaan maken. In het ingewikkelde samenspel van motoriek, visuele en auditieve waarneming kan te veel herrie ons blokkeren. 

3. Geluiden en combinaties daarvan (woorden) worden niet makkelijk verbonden met hun betekenis.

Dit omvat vele soorten van mislukt auditief verwerken en heeft betrekking op de meest algemene menselijke interactie zoals onderlinge communicatie, leren en met elkaar meeleven. Je hebt over mensen die niet om kunnen gaan met aanwijzingen, de gesproken sociale hints missen, die niet voor zichzelf opkomen of zich opvallend weinig uitspreken, die niet "tussen de regels kunnen lezen" en allerlei sociale subtiliteiten niet pakken. Soms legt iemand je uit hoe je bij zijn huis moet komen en je merkt dat je halverwege de draad verliest of op je werk legt iemand je nieuwe sofware uit en al gauw snap je er helemaal niets meer van. Ook al heb je ieder woord gehoord, je kon het je op een of andere manier niet voorstellen. Je zou kunnen zeggen 'teken even en kaartje' of 'Laat me het even uitproberen, terwijl jij nog even meekijkt'; je visuele, motorische of tastsysteem ondersteunen dan het begrijpen van de auditieve informatie. Maar wat als je in een klas zit met dertig medeleerlingen en je merkt dat je leraar daar geen tijd voor heeft? Of als de leerling geen idee heeft wat ie eigenlijk moet vragen, als ie om hulp vraagt? Als je jezelf verplaatst in een vreemde cultuur, kun je misschien je een beetje voorstellen wat het betekent om allerlei sociale codes te missen ( heb je in de Franse les geleerd hoe je om een beleefde manier naar de WC vraagt?), een grap niet te begrijpen ( omdat je de dubbelzinnige betekenis van een woord of het plaatselijk jargon niet kent). Of dat je iemand niet begrijpt omdat je de betekenis van zijn intonatie niet oppikt. Dit zijn wat elementen van de sociale problemen die deze kinderen ondervinden.

Tenslotte om volledig te begrijpen welke zware last kinderen met CAI torsen, moet je beseffen dat dit probleem zelden op zichzelf staat. Een kind dat niet ongewenst achtergrondgeluid kan wegdrukken, heeft misschien ook wel moeite om zijn ogen goed te richten en de leesregels goed te volgen. De geluidsvervorming kan nog versterkt worden door andere hoorproblemen zoals een middenoor infectie. Alles is mogelijk.

engelse tekst