WIE DENKEN DE EVANGELISCHEN
WEL DAT ZE ZIJN?
kaart van Evangelisch Nederland
maart 1996
dr. Paul N. van der Laan
INHOUDSOPGAVE
Deel 1 ALGEMENE KENMERKEN
1.1 Poging tot definitie
1.2 Omvang en Groei
1.3 Historische wortels
1.4 Grootste gemene deler
1.5 Evangelische groeperingen
1.6 Theologische differentiatie
Deel 2 EVANGELISCHE DENOMINATIES EN ORGANISATIES
2.1 Evangelische denominaties in Nederland
2.2
Evangelische organisaties in Nederland
Deel 3 LEVEN MET DE EVANGELISCHEN
3.1 Evangelisch-Reformatorisch
3.2 Evangelische gevoeligheden
NOTEN
DEEL 1 ALGEMENE
KENMERKEN
1.1 POGING TOT DEFINITIE
Door de eeuwen heen is de
term "evangelisch" verschillend gebruikt. In Duitsland betekende het
vooral "Protestants" tegenover de Roomskatholieken.
In Nederland werd de term
tot in de vijftiger jaren vooral in verband gebracht met de z.g. Groninger
richting (of school) uit de 19e eeuw, die een tussenpositie innam tussen
orthodoxie en modernisme. Overeenkomsten met de huidige
"evangelischen" is hun nadruk op de Heer in plaats van de leer, op
praktisch chris tendom en geloof des harten.
Het huidige begrip van
"evangelisch" komt vooral overeen met de term
"evangelical", waarmee vanaf het midden van de 18e eeuw de orthodoxe
stroming binnen de Anglicaanse staatskerk in Engeland werd aangeduid. Toch
wordt de term tot op de dag van vandaag op vele verschillende wijzen gebruikt,
men denke slechts aan de verschillende betekenissen van het woord bij bv de
Evangelische Omroep, de Evangelische Volks Partij, de Evangelisch-Lutherse
Kerk, de Molukse Evangelische kerk.
Vanwege de historische begripsverwarring
wordt daarom ook wel de term "evangelikaal" gebruikt[1].
In de Evangelische Omroep
hebben de evangelischen in Nederland ongezocht een belangrijke en zichtbare
katalysator gevonden, waardoor de term "evangelisch" in het moderne
taalgebruik vooral staat voor christenen met drie hoofdkenmerken:
a. De aanvaarding van de absolute autoriteit van de Bijbel als
richtsnoer voor geloof en leven;
b. het leven uit een persoonlijk geloof in Jezus Christus, op basis
van bekering en wedergeboorte;
c. het aanvaarden van de Grote Opdracht om het evangelie aan alle
volken te verkondigen, door evangelisatie en zending[2].
1.2 OMVANG EN GROEI VAN DE
EVANGELISCHEN
De evangelischen of
evangelicals vormen een substantieel deel van het christendom. De schattingen
lopen uiteen van 300 tot 500 miljoen wereldwijd[3] c.q. 20 tot 25% van de
het totale chris tendom. Daarbij neemt het getalsmatig in betekenis sterk toe.
In een wat ruwe schatting berekende dr. C. van der Laan in 1992 het aantal
evangelischen in Nederland op 800.000[4]. Een kwart hiervan is lid
van een van de vele evangelische kerken, die ons land rijk is. Driekwart
behoort tot de historische kerken.
De ontwikkeling en groei
van de evangelischen is moeilijk te voorspellen. Godsdienstsociologen als
Hijme Stoffels[5] en Sipco Vellenga[6] vragen zich af of de evangelische
beweging wel voldoende weerstand zal bieden tegen de toenemende secularisatie
en vermoedden dat de grenzen van de groei zijn bereikt. Dr. R. Kranenborg
verwacht daarentegen dat de evangelische geloofshouding de revitalisering van
de christelijke kerk in Nederland zal bewerkstelligen. Hij voorziet dat aantal
evangelische chris tenen uiteindelijk het aantal kerkmensen van nu zal
overtreffen[7]. De spectaculaire groei
van de Evangelische Omroep in de jaren negentig onderstreept de vitaliteit van
de hedendaagse evangelischen in Nederland.[8] Wereldwijd lijkt de groei van de evangelischen nauwelijks te
stuiten en zal het wellicht in de loop van de volgende eeuw het grootste
segment van het christendom beslaan.
1.3 HISTORISCHE WORTELS
Dr. K. Runia onderscheidt
drie lagen in de evangelische traditie[9]:
1. De onderste laag is de
Reformatie van de 16e eeuw. Nagenoeg alle evangelischen voelen zich verwant met
de oorspronkelijke Reformatie. Daarbij is het in dit kader interessant om op te
merken, dat in ons land de Doperse beweging in deze periode onder het
Nederlandse volk het beste leek aan te slaan. De hedendaagse evangelischen zijn
in leer en beleving sterk verwant met de Dopersen uit die tijd. Theologisch
zijn evangelischen echter vaak als Arminiaans te duiden. Hierdoor hebben
evangelischen in de praktijk moeite hebben om de drie formulieren van enigheid
te onderschrijven. Met name de Dordtse Leerregels (oftewel de vijf artikelen
tegen de Remonstranten) staan haaks op een hartestuk van hun beleving.
2. De tweede laag is de
bevindelijke stroming van de 17e eeuw. In de omliggende landen heeft dit
verschillende verschijningsvormen gekend. In Engeland het
"Puritanisme", in Duitsland het "Piëtisme"[10] en in de Nederland
de "Labadisten" en de
"Nadere Reformatie". In de zogenaamde "conventikels"
(gezelschappen) stond in deze tijd de praktijk van de geloofservaring centraal[11].
3. De derde laag wordt bij
velen gevormd door de invloed van de verschillende opwekkingsbewegingen in de
18e en 19e eeuw. Onder invloed van het Methodisme, ontstonden in Engeland en
Amerika massale opwekkingsbewegingen, waarbij de persoonlijke bekering en
levensheiliging centraal stond. Belangrijke namen in dit verband zijn John
Wesley (1703-1791), Jonathan Edwards (1707-1758), George Whitefield (1714-1770)[12], Timothy Dwight
(1752-1817), Charles G. Finney (1792-1875) en Dwight L. Moody (1837-1899). In
Duitsland ontstond in de 18e eeuw een piëtistische zendingsbeweging onder
impuls van Graaf Nicolas Ludwig von Zinzendorf (1700-1760), waaruit het
kerkgenootschap de "Evangelische Broedergemeente", ook bekend als
"Hernhutters" of "Moravische Broeders" groeide. In de 19e
eeuw beleefde Duitsland haar eigen "Erweckung", waaruit onder meer de
"Gemeinschaftsbewegung" voortkwam. In Nederland beleefde men in deze
periode het z.g. Reveil, dat vooral beperkt bleef tot de aristocratische elite.
Belangrijke namen in dit verband zijn: Merle d'Aubign (1794-1872), de
hofprediker van koning Willem I, de messiaanse jood Isaäc da Costa (1798-1860),
de politicus Guillaume Groen van Prinsterer (1801-1876) en de stichter van de
"Vereniging Tot Heil des Volks" ds. Jan de Liefde (1814-1869)[13].
In 1846 vond te Londen de
oprichting plaats van de Evangelical Alliance, een bundeling van protestantse
gelovigen uit Noord Amerika en Engeland. Met name in Noord Amerika waren de
evangelicalen een dominante groep. Na de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865)
kreeg het Amerikaanse evangelicalisme een overwegend conservatief karakter. De
nadruk kwam sterker te liggen op persoonlijke bekering en levensheiliging en
minder op sociale hervormingen[14]. In Nederland werden
vanaf 1867 al pogingen ondernomen om een Evangelische Alliantie op te richten,
maar deze kwam pas in 1907 officieel tot stand. Haar doelstelling was:
"De openbaring van de
eenheid der gelovigen in Jezus Christus, de instandhouding en bevordering van
de Week der Gebeden; de handhaving van het gezag van Gods Woord; de bevrijding van de vervolgde
Christenen; de bevordering van godsdienstvrijheid en de ondersteuning van Evangelisatie-arbeid[15]"
In het interbellum ging
zowel de internationale als nationale Evangelische Alliantie aan interne
meningsverschillen ten onder. In Amerika verenigden de evangelicals zich in de
1942 in de "National Association of Evangelicals" (N.A.E.) als tegenhanger
ten opzichte van de fundamentalisten die zich ondermeer binnen de
"American Council of Christian Churches" organiseerden[16]. In 1951 werd te Zeist de
World Evangelical Fellowship (WEF) opgericht met als doelstelling de
bevordering, de verdediging, de bevestiging en de gemeenschappelijke beleving
van het Evangelie[17]. Als tegenbeweging tot
het sociaal en politiek engagement van de Wereldraad van Kerken, richtten de
evengalischen in 1974 het Lausanne Wereldcomité voor Wereldevangeliastie op en
werd de "Verbintenis van Lausanne opgesteld[18]. Het duurde tot 1979 tot
er weer een Nederlandse tak van de Evangelische Alliantie tot stand kwam.
1.4 GROOTSTE GEMENE DELER
Naast de drie eerder
genoemde kenmerken (gezag van de bijbel, persoonlijke bekering en zending) zijn
er nog een aantal andere leerstellige en pragmatische overeenkomsten, die het
merendeel van de evangelischen verbinden:
1.4.1 Sterk Christocentrisch. De dood en opstanding
van Jezus Christus staan centraal in het christelijk geloof. Overigens zijn
nagenoeg alle evangelischen trinitariërs;
1.4.2 De verwachting van de (spoedige) persoonlijke
wederkomst van Jezus Christus en de vestiging van Zijn duizendjarig vredesrijk.
Deze eschatologische stellingname verklaart ondermeer de a-politieke houding
van de meeste evangelischen;
1.4.3 Er wordt onderscheid gemaakt tussen de
bovennatuurlijke en natuurlijke wereld (onzichtbaar en zichtbaar). Beide zijn
even reëel, maar omdat het bovennatuurlijke de leefwereld van God is, en die
van engelen en demonen, is er wel sprake van een zekere hiërarchie. Het
bovennatuurlijke kan ongeremd doordringen in de natuurlijke wereld, maar dit
kan niet andersom. Nauw verwant hiermee is het dualisme. In deze opvatting valt
de wereld in twee delen uiteen: een deel waar de duivel regeert en een deel
waar God heerst. Een grijs tussengebied is er niet of nauwelijks.
1.4.4 In het algemeen vindt men bij de
evangelischen een absolutistisch geloof. Met grote stelligheid spreekt men over zaken als het bestaan van
God, de inspiratie en het gezag van de bijbel, de verzoening die men ontvangt
als men Jezus Christus aanneemt als persoonlijke Verlosser, het feit dat men na
dit leven naar de hemel (of de hel) gaat. Het zijn absoluten waar niet aan
getornd kan of mag worden. Twijfel over geloofszaken lijkt wel een typisch
evangelisch taboe;
1.4.5 Grote waarde wordt gehecht aan gebed en bijbelstudie, zowel persoonlijk
("stille tijd") als in groepsverband. Zij ervaren gebed als zeer
invloedrijk en zullen geen belangrijke beslissingen nemen zonder er intensief
voor gebeden te hebben;
1.4.6 Het leven met God is voor de evangelischen
persoonlijk en reëel. God is als het ware heel dichtbij. Zij kunnen zich door
een bijbeltekst of ingeving direct door God aangesproken voelen en aarzelen dan
vaak niet om hier naar te handelen;
1.4.7 Er is een algemeen bewustzijn dat christenen
zich door levensheiliging en het naleven van bijbels-ethische normen dienen te
onderscheiden van de wereld c.q. de niet-bekeerde christenen;
1.4.8 Hoge mate van activiteit. Van alle leden
wordt verwacht dat men actief met het geloof bezig is en dat dit de hoogste
prioriteit heeft in hun leven, niet alleen in de kerk, maar ook thuis en in de
samenleving;
1.4.9 Veel aandacht voor onderling contact. Men
drinkt na de kerkdienst vaak samen koffie, zoekt elkaar op enz.. De eigen
sub-cultuur van veel evangelischen beperkt zich tot familie en geloofsgenoten.
Contact met buiten-kerkelijken moet in de regel gelegitimeerd worden door de
drijfveer, dat men ze zo kan bereiken met het evangelie.
1.4.10 Zoeken naar een organische in plaats van een
organisatorische eenheid. De Paulinische metafoor van de Gemeente als
"Lichaam van Christus" wordt algemeen aanvaard als de enige
waarachtige basis voor eenheid. Evangelischen zijn niet exclusivistisch of
elitair, maar weten zich deel van de wereldwijde kerk van Jezus Christus.
1.5 EVANGELISCHE
GROEPERINGEN
Ondanks de vele onderlinge
overeenkomsten zijn er minstens zo veel verschillen, die van de evangelischen
een bont gezelschap maken. In een samenvatting van de Engelse Evangelische
Alliantie worden wel twaalf verschillende groeperingen genoemd[19]. In dit bestek beperk ik
mij echter tot de zesdeling die Prof.dr. Peter Beyerhaus maakte op het Congres
voor Wereldevangelisatie in Lausanne in 1974:
1.5.1 De "Neo-Evangelicals"
Deze staan ongeveer in het
midden. Billy Graham kan als een van de belangrijkste voortrekkers worden
beschouwd. Zij proberen zich zoveel mogelijk los te maken van de angst voor
wetenschap en van het politieke conservatisme van de vroegere Fundamentalisten.
Wereldwijd vertegenwoordigt de W.E.F. deze stroming. In Nederland kunnen de
leiders van de Evangelische Alliantie hier onder worden geschaard.
1.5.2 De fundamentalisten
Het
"fundamentalisme" is in het begin van de 20ste eeuw ontstaan als
benaming van een stroming binnen het Amerikaanse protestantisme, die zich
krachtig verzette tegen moderne theologiën en de evolutietheorie in de
wetenschap. Inmiddels wordt de term veel algemener gebruikt en wil men er
vooral extreem-orthodoxe groeperingen mee duiden. Wellicht verklaart dit het
feit, dat men zich hier niet graag meer mee wil identificeren. Vellenga schaart
organisaties als de Evangelische Hogeschool, het Instituut voor Evangelisatie
(Agapè) en deels de Evangelische Omroep hier onder[20], maar mijns inziens mag
men geen van deze als exponenten van deze stroming beschouwen. In Nederland is
er niet een duidelijke organisatie of kerkgenootschap, waarin de
fundamentalisten zich hebben verenigd. De meeste van haar aanhangers vindt men
in de kringen van de Vergadering van Gelovigen, het Zoeklicht en de Nederlandse
Christelijke Gemeenschapsbond, maar ook deze geloofsgemeenschappen mag men
zeker niet als pur sang fundamentalistisch betitelen.
Overigens ben ik het met
Stoffels eens, dat men het fundamentalisme en de evangelische beweging als twee
deels overlappende cirkels dienst voor te stellen[21].
1.5.3 De confessionele evangelischen
Zij leggen grote nadruk op
de vernieuwing van de kerk door de integratie van het evangelische elan. Zij
keren zich tegen de vrijzinnigheid en moderne schriftopvattingen, maar kiezen
er bewust voor binnen hun confessionele kerken te blijven. Zij verlangen naar
vernieuwing van binnen uit en zoeken naar nieuwe vormen, waardoor evangelische
waarden beter tot hun recht komen. In
Nederland heeft een deel van deze groepering zich in 1995 georganiseerd in het
"Evangelisch Werkverband binnen de VPKN".
1.5.4 De charismatische evangelischen
Binnen de charismatische
stroming maakt men onderscheid tussen de "Pentecostals" en de
"Neo-Pentecostals" of tussen de "klassieke
pinksterbeweging" (1906-heden) en de "charismatische beweging"
(1960-heden). Hier wordt naast de vaste evangelische waarden grote nadruk
gelegd op de doop in de heilige Geest en de uitoefening van de gaven van de
heilige Geest. In Nederland vindt men de eerste groepering met name binnen de
Pinkster- en Volle Evangelie Gemeenten en de tweede binnen de Charismatische
Werkgemeenschap Nederland (CWN). Anders dan in de meeste omringende landen is
de CWN in Nederland sterk oecumenisch gericht.
1.5.5 De radicale evangelischen
Deze stroming kwam in de
jaren zestig van deze eeuw op in de Derde Wereld en in de Verenigde Staten
rondom de communiteit Sojourners. Het
gaat bij deze evangelischen niet alleen om de bekering van individuen, maar ook
de maatschappij dient zich te bekeren. Zij onderscheidden zich door politiek
engagement en sociale hulpverlening. Hoewel deze stroming diepe historische
wortels heeft, is het in Nederland toch van marginale betekenis geweest. Tot de
redactiewisseling in 1987 was het opinieblad Reveil spreekbuis van deze
stroming.
1.5.6 De oecumenische evangelischen
Een klein deel van de
evangelische beweging heeft zich aangesloten bij de Wereldraad van Kerken. Hoewel zij kritiek hebben op bepaalde
aspecten van deze oecumenische beweging, kiezen zij bewust voor de dialoog en
integratie. In Nederland vindt men deze vooral binnen de kringen van de
Evangelische Broedergemeente en de CWN (zie 4 hier boven).
.
1.6 THEOLOGISCHE
DIFFERENTIATIE
Zoals uit deze indeling
blijkt zijn er binnen de evangelischen diepliggende verschillen. Dit wordt op
een andere manier tot uitdrukking gebracht als wij kijken naar de belangrijkste
theologische geschilpunten:
1.6.1 Vrije keuze van de mens
Hoewel men naar de aard
van het tweede hoofdkenmerk van de evangelischen (persoonlijke bekering) zou
verwachten dat alle evangelischen Arminiaans zouden zijn, is dit niet altijd
het geval. Veel confessionele evangelischen benadrukken dat ook de persoonlijke
bekering het werk van God is.
1.6.2 Waterdoop
Binnen de evangelischen
wordt zowel de kinderdoop als de volwassendoop gepraktiseerd. De kinderdoop
kent men ondermeer bij de Evangelische Broedergemeente en de Bond van Vrij
Evangelische Gemeenten. De volwassendoop wordt onder andere toegepast in de
Baptistengemeenten en de Pinkster- en Volle Evangelie Gemeenten.
1.6.3 Ecclesiologie
Zoals al eerder is betoogd
zijn vele evangelischen lid van de historische kerken en komt men ze in
allerlei kerkelijke verbanden tegen.
Binnen de
niet-confessionele evangelischen in Nederland is de synodale kerkstructuur niet
populair. Soms is er sprake van een presbyteriaanse kerkopvatting, maar in de
regel is men congregationalistisch. Hier binnen kent men echter een rijke
variatie, van centralistisch georganiseerd (Rafaël Gemeenten) tot vrijblijvend
collegiaal contact (Broederschap van Baptistengemeenten, Federatie van Volle
Evangelie Gemeenten). Het is opvallend
dat vele zelfstandige Pinkster- en (volle) evangelie gemeenten die in deze
eeuw zijn ontstaan geen enkele binding willen hebben met een landelijke
organisatie.
1.6.4 Dispensationalisme
Met name in de tweede
helft van de 19e eeuw werd het "dispensationalisme" ook wel
"bedelingenleer" genoemd populair onder een deel van de
evangelischen. Hierbij gaat men er ruwweg van uit dat in elke
"bedeling" (tijdperk) de mens op de proef wordt gesteld ten aanzien
van zijn gehoorzaamheid aan een bepaalde specifieke openbaring van Gods wil.
Men maakt onderscheid tussen de bedeling van de onschuld (paradijs), geweten
(tot aan de zondvloed), menselijke besturing (tot aan Abraham), de belofte (tot
aan Mozes), de wet (tot aan Golgotha), de genade (huidige bedeling) en het koninkrijk Gods (Millennium). Deze leer
werd populair door John N. Darby (1800-1882) en de Scoffield Reference Bible
(eerste uitgave 1909).
Met name in de kringen van
de Vergadering van Gelovigen (ook wel "Darbisten" genoemd) is deze
leer nog erg populair, maar ze wordt ook daar buiten door evangelischen van
allerlei pluimage aangehangen.
1.6.5 Eschatologie
Vanwege de brede
kerkelijke vertegenwoordiging zijn er allerlei opvattingen over de toekomst en
vindt men onder de evangelischen pre-, post- en a-millennialisten. Vanwege de
letterlijke bijbeluitleg is het accent vooral toch op het pre-millennialisme of
het chiliasme (duizendjarig vredesrijk) komen te liggen. Alleen de
(zevende-dags) adventisten zijn post-millennialisten.
Ook in Nederland is, met
name door de bediening van Johannes de Heer (1866-1961) en de
Marantha-beweging, het merendeel van de evangelischen pre-millennialistisch,
met uitzondering van een deel van de confessionele evangelischen. Bij de eerste groep is er wel
meningsverschil over het tijdstip dat de gemeente zal worden opgenomen. Zo
onderscheid men pre-, inter- en
posttribulationisten, afhankelijk van de vraag of men de opname der gemeente
voor, tijdens of na een periode van grote verdrukking situeert.
1.6.6 Pneumatologie
Merkwaardig genoeg hebben
de pinkstergelovigen de felste tegenstand ontmoet van hun evangelische
geloofsgenoten, die soms niet aarzelen om de hernieuwde uitstorting van Gods
Geest af te doen als demonische imitatie. Door de fenomenale groei van de
Pinksterbeweging wereldwijd, worden de Pentecostalen steeds meer door de
evangelischen aanvaard en soms omarmd. Dat laat onverlet dat er, ook in ons
land, op het punt van de pneumatologie diepe meningsverschillen zijn. De vraag
spitst zich dan toe of de doop in de heilige Geest een afzonderlijke ervaring
is na de bekering en al dan niet gepaard dient te gaan met het spreken in
tongen. Tevens is er onenigheid over de vraag of de geestelijke gaven zoals
deze in het Nieuwe Testament voorkomen, ook wel bedoeld zijn voor onze tijd.
Over de pneumatologie in engere zin (persoon en wezen van de heilige Geest)
bestaat nauwelijks verschil van mening.
De voorstanders van het
actief beleven van de charismata in deze tijd vindt men onder de Pinkster- en
Volle Evangelie Gemeenten en de CWN. Tegenstanders met name in de kringen van
de I.C.C.C. en de Vergadering van Gelovigen. Overigens waren in het begin van
deze eeuw ook de Baptisten en de Vrije Evangelische Gemeenten fel tegen de leer
van de Pinksterbeweging gekant.
DEEL 2 EVANGELISCHE
DENOMINATIES EN ORGANISATIES
2.1 EVANGELISCHE
DENOMINATIES IN NEDERLAND
Uit het bovenstaande
blijkt al de rijke schakering van evangelischen in Nederland. Dit blijkt tevens
uit de rijke variatie van evangelische denominaties, die sinds de 18e eeuw in
Nederland zijn ontstaan. Hieronder volgt een overzicht op chronologische volgorde
en groepsgewijs. Met enige aarzeling neem ik hierbij ook de adventisten en
apostolischen op. Gelet op hun specifieke leerstellingen en levenspraxis is het
de vraag of zij wel tot de evangelische familie gerekend moeten worden. Voor de
volledigheid sluit ik ze er in dit overzicht toch bij:
2.1.1 Evangelische Broedergemeenten in Nederland
(andere namen:
Hernhutters, Moravische Broeders, Unitas Fratrum).
Het betreft hier een
geloofsgemeenschap, die uiteindelijk teruggaat naar de Reformator avant la
lettre Johannes Hus (1369-1415). Na eeuwenlange vervolgingen vonden zijn
volgelingen in 1722 een onderkomen op het landgoed van Nikolaus Ludwig graaf
van Zinzendorf. In 1737 wordt de eerste Nederlandse gemeente in IJsselstein
gesticht en in 1746 de tweede in Zeist, waar nog altijd hun hoofdkwartier
zetelt.
Zij zijn
piëtistisch-luthers georiënteerd, en hebben zich door de eeuwen heen
onderscheiden door hun grote zendingsdrang. Het bestuur is episcopaals. De
wetgevende macht ligt bij de synode. In Nederland telt men zeven gemeenten en
twee gemeenten in wording met in totaal 20.000 leden. Zij zijn lid van de Raad
van Kerken en hebben weinig contact met de overige evangelischen in Nederland.
Hun bijbelgebruik is niet typisch evangelisch te noemen, maar historisch gezien
horen zij toch in deze categorie thuis.
Lectuur: J.M. van der
Linde, Hernhutters in Nederland, 1968
Hoofdkantoor: Zusterplein
20, 3703 CB Zeist, 030-6922213.
2.1.2 Bond van Vrije Evangelische
Gemeenten in Nederland
Ontstaan onder invloed van
de 19-eeuwse opwekkingsbewegingen zoals het Reveil, maar ook als reactie op de
vrijzinnigheid in de Nederlands Hervormde Kerk. Blijmoedige gelovigen die om
die reden de Hervormde Kerk verlieten, konden moeilijk in de wat zwaardere
afgescheiden gemeenten aarden en richtten hun eigen gemeenten op. In 1881
verenigden deze zich tot de Bond van Vrije Christelijke Gemeenten; in 1923
veranderde deze in de huidige naam. Zij beschouwen zich als de rechtmatige
erfgenamen van de Hervorming[22], maar in hun leer en
leven zijn zij toch vooral als evangelisch te karakteriseren. Liturgisch komt
men er vele vormen tegen, maar men herkent toch wel de reformatorische erfenis.
Men praktiseert de kinderdoop en de geloofsbelijdenis en legt sterke nadruk op
het ambt van alle gelovigen. Men is in de regel chiliastisch. De gemeente wordt
congregationalistisch bestuurd. In Nederland heeft de Bond 43 gemeenten met
ca. 7.000 belijdende leden en 4.000 gedoopte kinderen. Daarnaast zijn er nog
een aantal Vrije Evangelische Gemeenten, die niet bij de Bond zijn aangesloten,
die ca. 5.000 leden tellen.
Lectuur: M. Nijkamp e.a.
(red.), Ten antwoord op een stem,
Kampen: J.H. Kok, 1981.
Periodiek: "Ons
Orgaan"
Hoofdkantoor: President Kennedylaan 311, 6883 AK Velp,
tel. 026-3648249.
2.1.3.1 Unie van
Baptistengemeenten
Nederland kwam reeds in
1610 in contact met de Baptisten door de Engelse dissenters Smyth en Herwys.
"Grootvaders" van de huidige Unie zijn de voormalige Hervormde
predikant dr. Johannes E. Feisser (1805-1865/gedoopt in 1845) en de doopsgezinde
predikant ds. Jan de Liefde (1814-1869/gedoopt in 1849).
In 1881 verenigden de
verschillende gemeenten zich in de "Unie van Gemeenten van Gedoopte
Christenen", later de "Unie van Baptistengemeenten.
Kenmerkend is de
"volwassendoop" of "doop der gelovigen", die geschiedt op
belijdenis van het geloof en door onderdompeling. Elke gemeente is volkomen
autonoom en de gemeentevergadering heeft het hoogste gezag. De Unie omvat 87
autonome gemeenten met 12.331 gedoopte leden. Inclusief kinderen en aanhangers
is het totaal ongeveer op 28.000 te stellen.
Lectuur: J. van Dam, Geschiedenis van het Baptisme in Nederland,
Bosch en Duin: Unie van Baptsitengemeenten, 1979.
Periodiek: "De
Christen"
Hoofdkantoor: Biltseweg 10, 3735 MC Bosch en Duin, tel.
030-2284457
2.1.3.2 Boederschap
van Baptistengemeenten
In 1982 hebben 22
zogenaamde "vrije baptistengemeenten" zich verenigd in de
"Broederschap van Baptistengemeenten in Nederland". Theologisch is er
nauwelijks verschil met Unie, maar men kiest hier voor een nog losser
samenwerkingsverband, die zich voornamelijk beperkt tot onderling contact. In
totaal telt men 33 plaatselijke kerken met 6.496 leden (telling 11-11-1994) Het
totaal kan op ca. 15.000 aanhangers worden gesteld.
contactadres: ds. H.G. Koekkoek, St. Jorisplein 6, 2405 CL
Alphen aan de Rijn, tel. 0172 - 475860.
2.1.4 Vergadering
van Gelovigen
(andere namen: Darbisten,
Plymouth Brethern, Broeders van de Vergadering)
Komt voort uit een aantal
opwekkingsbijeenkomsten in de winter van 1827-1828, onder meer te Plymouth, als
reactie op de vrijzinnige opvattingen binnen de Anglicaanse kerk. John N. Darby
(1800-1882) voormalig predikant van de Anglicaanse kerk in Noord-Ierland kan
als de leerstellige grondlegger worden beschouwd. In Nederland vond het veel
van zijn aanhangers onder de piëtistische en tolerante stroming van het Reveil.
De eerste gemeente ontstond in 1851.
Elke kerkorganisatie en
binding aan belijdenisgeschriften wordt afgewezen. In de gemeente gaat niet één
persoon voor, maar iedere broeder die iets wil delen mag dat doen (1 Cor.
14:26). Het avondmaal wordt elke zondag bediend (Hand. 2:42). Bij de "gesloten
broeders" (Exclusive Brethern) wordt dit uitsluitend aan de eigen leden
bediend, bij de "open broeders" (Open Brethern) mag een ieder die een
"gezond geloof" heeft hier aan deelnemen. Men heeft in de regel een
grote bijbelkennis, waarbij de eschatologie een belangrijke plaats inneemt.
Hoewel bij de gesloten
broeders lang meningsverschil is geweest over de volwassendoop of kinderdoop,
hanteert men tegenwoordig voornamelijk de volwassendoop. De kinderdoop van
iemand, die vanuit een kerk tot hen toetreedt wordt wel aanvaard. Elke gemeente
is volkomen autonoom; er is geen landelijke synode of organisatie. In Nederland
tellen de gesloten broeders 87 plaatselijke geloofsgemeenschappen met ongeveer
10.000 leden. De open broeders tellen 37 gemeenten, met ongeveer 1.500 leden.
Lectuur: J. Jongesburger, De Vergadering van Gelovigen, H.V.
Voorhoeve, 1966.
W.J. Ouweneel, Het verhaal van de Broeders, Winschoten,
1977/1978
W.J. Ouweneel, Gij zijt allen broeders, Apeldoorn:
Medema, 1980.
Periodieken: Blijde
Boodschap, Bode van het heil in Christus.
Contactadressen:
Gesloten broeders:
Secretariaat Vergadering
van Gelovigen in Nederland: Postbus 113, 8170 AC VAASSEN, tel. 0578-574867
Open Broeders:
Hiervoor is geen landelijk
secretariaat. De Filadelfia Zending heeft wel een verbindende functie. Hiervan
is het secretariaat: W. van Dam, Slenerbrink 197, 7812 HR Emmen, tel.
0591-619766.
2.1.5 Adventisten
Sterk eschatologisch
gerichte stroming. Historisch geworteld in de niet uitgekomen profetie van de
Noordamerikaanse boer en lekeprediker William Miller (1782-1849), die in 1831
voorspelde dat Christus in 1843/1844 zou wederkomen. Centraal hierbij stond
zijn exegese van Daniël 8:14. Toen de profetie niet uitkwam ontstonden er verschillende
theorieën waarom de komst was uitgebleven. Hieruit ontstonden verschillende
stromingen, waarbij de "Kerkgenootschap der Zevendedagsadventisten"
(ZDA) zich numeriek het sterkst ontwikkelde. Dit kerkgenootschap werd in 1898
in Nederland opgericht en stond tot aan het einde van de tweede wereldoorlog
sterk onder invloed van zending vanuit Duitsland[23]. Karakteristiek voor deze
stroming is de terugkeer naar de joodse sabbat (zaterdag). Dit staat zo
centraal in hun beleving dat het ook wel "zegel van de levende God" -
"teken van heiligmaking" - "bewijs van onze trouw". Daar
waar het zelfs een "testing truth" voor ware gelovigen wordt genoemd,
krijgt het een sektarisch accent[24]. Een andere "geloofspilaar"
is de zogenaamde "heiligdomsleer". Merkwaardig genoeg is deze
voornamelijk gebaseerd op profetische openbaringen van Hiram Edson en Ellen
White. Zij stelden dat Jezus in 1844 niet was wedergekomen, maar in de hemelse
tempel van het heilige naar het heilige der heiligen was gegaan. Andere
karakteristieken voor de ZDA zijn de doop door onderdompeling,
post-millennialisme (duizendjarig rijk is in de hemel), onthouding van onrein
vlees, alcohol en tabak, actief in evangelisatie en zending. Hun diensten zijn
tamelijk liturgisch.
In Nederland telden de ZDA
in 1984 40 gemeenten met 3.953 leden.
Periodiek: Advent
Kerkelijke Uitgeverij: Veritas
Contactadres: Landelijk Buro Kerkgenootschap Zevendedags
Adventisten, Amersfoortseweg 18/1, 3712 BC Huis ter Heide, tel. 030-6939375.
2.1.6 Apostolischen
Een wijd vertakte
geloofsgemeenschap met accent op de herstelde instelling van apostelen in de
19e eeuw. Ontstaan vanuit de charismatische opwekkingen op het landgoed Albury
(1826-1830) bij Londen. Centraal hierbij stond de spoedige wederkomst en de rol
van Israël hierbij. Er wordt melding gemaakt van gebedsgenezingen, profetieën
en tongentaal. Ds. Edward Irving (1792-1834) kreeg in de beweging, die hieruit
ontstond een leidende rol. In 1833 werd hij als predikant van de Schotse kerk
afgezet. Er ontstaat een roep om apostelen, die profetisch worden aangesteld.
De apostelen stellen op hun beurt weer "engelen" (voorgangers) van de
gemeente aan[25]. In 1835 wordt de 12e
apostel door loting aangewezen. Gemeenten ontstaan in Duitsland (1852), België
(1852), Zwitserland (1855) en Nederland (1867). Kenmerkend voor de
apostolischen zijn: de leer der ambten (Ef. 4:11), de verwachting van de
spoedige terugkeer van Christus, gemeentetucht, het sacrament van de
verzegeling (Heilige Geest ontvangen door handoplegging en zalving). Hierdoor
behoort men bij de wederkomst tot degenen die gespaard worden voor de grote
verdrukking. Men praktiseert de kinderdoop en kindercommunie. Het heilige
avondmaal speelt een belangrijke rol in de geloofsbeleving.
Met name over de vraag of
men na de dood van de eerder aangewezen apostelen, nieuwe apostelen mocht
aanstellen ontstond in 1862 de nodige deining. Vele twisten volgden, waardoor
er nu alleen in Nederland reeds negen apostolische kerkgenootschappen zijn (zie
overzicht bijlage). De grootste daarbij zijn het "Apostolisch Genootschap",
op 31-12-1980: 26.290 leden - in 1985: 97 gemeenten, en de Nieuw Apostolische
Kerk met 98 plaatselijke gemeenten en ca. 12.500 leden.
Lectuur:
Dr. M.J. Tang, Het apostolische werk in Nederland: tegen de
achtergrond van zijn ontstaan in Engeland en Duitsland, Den Haag:
Boekencentrum, 1982
Dr. M.J. Tang, De
Apostolische Geloofsgemeenschappen in Nederland, in: Religieuze bewegingen in Nederland 8, Amsterdam: V.U., 1984, p.
7-43.
2.1.7 Leger
des Heils
Ontstaan vanuit het
Methodisme in Engeland onder de bezielende leiding van William Booth
(1829-1912). Booth wilde terug naar de oorspronkelijke evangelisatie-ijver die
het oorspronkelijke Methodisme had gekenmerkt. Toen hij hiervoor binnen de
Methodisten geen steun vond, richtte hij in 1865 met zijn vrouw Catherine
"The East London Revival Society" op. De naam veranderde in 1878 in
"Salvation Army". In feite geen kerkgenootschap maar een
internationale christelijke organisatie, die zich richt op evangelisatie en
sociaal hulpbetoon. Kenmerkend is hiërarchische structuur, die op militaire
wijze wordt toegepast, inclusief uniformen, rangordes en krijgsartikelen. Alles
staat in dienst van de verkondiging van het evangelie. In 1887 werd het vuur op
Nederland geopend, waar vanuit Amsterdam al snel een aantal korpsen ontstonden.
Aanvankelijk was er grote weerstand, maar inmiddels geniet het Leger des Heils
brede maatschappelijke acceptatie en waardering.
Overige bijzondere
kenmerken zijn: Men past zelf geen sacramenten toe, wel worden kinderen
opgedragen. Nadruk op levensheiliging; de heilssoldaat onthoudt zich van
alcohol en tabak. De eredienst is gericht op evangelisatie, waarbij de oproep
tot bekering (bij de zondaarsbank) centraal staat. Vanaf het begin kent men een
principiële gelijkheid tussen mannen en vrouwen. In Nederland telde men in 1995
drie divisies met 85 korpsen (in 1990 waren dit er nog 99), ca. 9.500
heilssoldaten en ca. 500 officieren.
In 1921 ontstond na een
conflict over de dirigerende rol van het internationale hoofdkwartier in Londen
het "Nederlands Leger der Heils". Men herkent ze aan de paarse H op
de kraag en rode pet. In Nederland zijn er twee divisies en zeven korpsen
(telling: 1983).
Lectuur:
Henk Mochel, In de frontlinie: 100 jaar Leger des Heils in
Nederland, Kampen: J.H. Kok, 1987.
Periodiek Leger des Heils:
De Strijdkreet
Periodiek Nederlands Leger
des Heils: De Heilsbode
Hoofdkwartier Leger des
Heils: Spoordreef 10, 1315 GN Almere, tel.
036-5398111.
Hoofdkwartier Ned. Leger
des Heils: Lg der A 19, 9718 BK
Groningen, tel. 050-3135957.
2.1.8 Pinkster-
en Volle Evangelie Gemeenten
John Wesley (1703-1791)
kan als de theologische grootvader van de huidige pinksterbeweging worden
beschouwd. Vanuit zijn drie-stappenleer van bekering-heiliging-doop in de
heilige Geest, ontstond in de 19e eeuw de heiligingsbeweging
(Holiness-movement), die met name in de Verenigde Staten grote vormen aannam.
Allengs ontstond een groeiende behoefte naar een herkenbaar teken voor de doop in de heilige Geest. In de
evangelistenschool van Charles Parham (1873-1920) te Topeka, Kansas, raakte men
vanuit de studie van het boek Handelingen ervan overtuigd, dat dit teken het
spreken in tongen (glossolalie) was.
Toch bleef de beweging onbeduidend tot er in Los Angeles onder leiding
van de zwarte evangelist William J. Seymour (1855-1920) in 1906 een opwekking
uitbrak. Alle geestesgaven (charismata) die beschreven staan in 1 Corinthe 12
kwamen hier tot bloei. Drie jaar lang werden onafgebroken samenkomsten gehouden
in het voormalige pakhuis aan de Azusa Street 312. Voor Seymour was de liefde
en het doorbreken van de rassenscheiding het ultieme teken van de doop in de
heilige Geest. In 1907 "waaide" de beweging over naar Nederland. De
voormalige Leger-des-Heilsofficier Gerrit Polman (1868-1932) was de eerste
decennia de onbetwiste leider. De numerieke doorbraak vond echter pas plaats na de grote openluchtcampagnes met de
Amerikaanse evangelist Tommy L. Osborn in 1958 op het Haagse Malieveld en
Groningse Bodenterrein.
Tot aan 1950 noemde men
zich bij voorkeur "Pinkstergemeente", "Gemeente des Heren"
of "Gemeente Gods", daarna kwam vooral de naam "Volle Evangelie
Gemeente" in zwang. Vanaf de tachtiger jaren gebruikt men ook wel de iets
minder pretentieuze titel "Evangelie Gemeente". De benamingen worden
kris-kras door de verschillende pinksterdenominaties heen gebruikt, waardoor
het verschil tussen pinkster- of volle evangelie gemeente nauwelijks is aan te
geven.
Karakteristiek voor de
pinkstergemeenten is de toepassing van de geestesgaven in deze tijd. Met name
de tongentaal, profetie en gebedsgenezing nemen daarbij een prominente plaats
in. Andere kenmerken zijn volwassendoop door onderdompeling, grote nadruk op
evangelisatie en zending, een blijde triomfalistische geloofsbeleving, grote
aandacht voor het gebed, overtuiging dat we in de eindtijd leven, een strikt
piëtistische benadering van de persoonlijke leiding van de heilige Geest en
nadruk op de rol van de plaatselijke gemeente. Wie een pinksterdienst bezoekt
zal al snel opvallen hoe de hele gemeente in de samenkomst participeert, door
ondermeer het klappen in de handen, opheffen van handen, staande lofprijzing,
vrij gebed, spontane profetie, getuigenissen enzovoorts. De specifieke leer
van de Pinkstergemeente over de geestesgaven vond vanaf de zestiger jaren ook
veel ingang in de historische kerken (inclusief de Roomskatholieken), waardoor
de Charismatische Beweging ontstond[26], ook wel de tweede golf
genoemd. De vernieuwingsbeweging die in de tachtiger jaren met name de
evangelisch-charismatische groepen beroerde wordt dan de derde golf genoemd[27], waarbij de amerikaan dr.
John Wimber vaak als vader wordt geduid. Bijzondere kenmerken voor deze derde
golf zijn ononderbroken lofprijs, ruimte voor lichamelijke manifestaties als
werk van de Geest, pastoraat door middel van gebed en uitoefening van de
geestesgaven waarin vele leden van de gemeente participeren (z.g.
"body-ministry") en een ontspannen geloofsbeleving.
Inmiddels is de kaart van
Pinkster-Nederland (zie bijlage) al een landschap op zichzelf geworden. In
vogelvlucht noem ik de belangrijkste:
2.1.8.1 Broederschap
van Pinkstergemeenten in Nederland (BvP)
Opgericht in 1952,
gereorganiseerd in 1959 en 1966. Vertegenwoordiger van de zogenaamde
"klassieke pinksterbeweging", door tegenstanders ook wel
oud-pinksteren genoemd. Geaffilieerd met de Amerikaanse "Assemblies of
God". Men telt 65 aangesloten gemeenten, die in totaal ongeveer 12.000
leden vertegenwoordigen en 145 persoonlijke leden. Opleidingsinstituten:
Centrale Pinkster Bijbelschool te Lunteren (4-jarige HBO) en discipelschool
Vorming en Aktie te Ede. Teen Challenge, Zendingsvereniging Kleine Kracht en
Comité Gemeentehulp Israël zijn met de BvP geaffilieerd.
Periodiek: Parakleet
Hoofdkantoor: Bergweg 1, 3941 RA Doorn - tel. 0343-416426.
2.1.8.2 Volle
Evangelie Gemeenten in Nederland (VEGN)
Opgericht in 1980. Een
samensmelting van de zogenaamde Stromen-van-Kracht gemeenten. De naam
"Stromen van Kracht" is ontleend aan het maandblad van de evangelist
Karel Hoekendijk (oor spronk elijk heette dit "Levend Water"). Deze
beweging begon in de vijftiger jaren met doordeweekse interkerkelijke
samenkomsten. Naast de klassieke pinkstertheologie, leerde men dat alle negen
geestelijke gaven die in 1 Corinthe 12 worden genoemd bedoeld zijn voor elke
gelovige. De gemeenten die uit dit werk ontstonden verenigden zich in de
Federatie van Volle Evangelie Gemeenten. Deze fuseerden op hun beurt in 1972
met een aantal andere zelfstandige gemeenten , die zich hadden verenigd tot de
"Volle Evangelie Gemeenschap".
In 1987 sloten zich hierbij ook de gemeenten van de z.g.
"Utrecht-groep" (een afsplitsing van de Kracht-van-Omhoog gemeenten,
zie hieronder) aan. Het is een zeer los verband, waarbij in landelijk verband
de nadruk ligt op onderlinge ontmoeting. In totaal telt men ongeveer 55 gemeenten
met 10.000 leden.
Secretariaat: A.H. van Leeuwen, Aquamarijnlaan 116, 3525 EM
Utrecht, tel. 030-2883709
2.1.8.3 Kracht
van Omhoog Gemeenten
Deze gemeenten zijn vooral
ontstaan in de zestiger jaren naar aanleiding van de opwekkingsbijeenkomsten in
het conferentie-oord Beukenstein te Driebergen. Hierbij sprongen met name de
duiveluitdrijvingen (exorcisme) in het oog. J.E. van den Brink (1909-1990), de
toenmalige eindredacteur van het maandblad "Kracht van Omhoog",
ontwikkelde van hier uit een gnostisch aandoende leer van de "hoge
weg" of van de "strijd in de hemelse gewesten". De zonde was
vooral te wijten aan de demonische machten, die een mens (ook christenen)
binden of bezetten. Verzoening betekende dan in de praktijk bevrijding van deze
machten. Later verwierp hij ook de leer van de erfzonde en ontwikkelde hij de
voor pinksterkringen nieuwe leer dat de gemeente de bijbelse rol van Israël had
ingenomen (geestelijk Israël). Hoewel men geen officieel landelijk verband kent
telde men in 1989 nog 37 bevriende gemeenten met 6.000 aanhangers. Inmiddels is
men nog meer versnipperd en is met het overlijden van Peter Bronsveld (de
schoonzoon en opvolger van Jo van den Brink) in 1995 ook het blad "Kracht
van Omhoog" opgehouden te bestaan.
Contactadres:
Postbus 84, 4200 AB Gorinchem, tel. 0183-630973.
2.1.8.4 Johan
Maasbach Wereldzending
Johan Maasbach kreeg in
1958 landelijke bekendheid door zijn rol als tolk tijdens de campagnes van T.L.
Osborn. Hij ontwikkelde een eigen imperium, waarbij hij ten opzichte van de
rest van de beweging volstrekt in een zelf gekozen isolement werkte. In feite
was er nauwelijks sprake van gemeentevorming en hadden de samenkomsten meer het
karakter van een evangelisatiedienst, waarbij bekering, genezing en
fondswerving centraal stond. In 1989 telde zijn aanhang nog 12 gemeenten met
ca. 3600 aanhangers. Inmiddels is dit aantal door interne strubbelingen sterk
gereduceerd.
Periodiek: Nieuw Leven
Hoofdkantoor: Apeldoornselaan 2, 2573 LM 's Gravenhage, tel.
070-3635929.
2.1.8.5 Bethel
Pinksterkerk Nederland
Vanuit de gerepatrieerde
Indische Nederlanders ontstonden in de vijftiger jaren een aantal gemeenten.
Binnen deze groep werd de zogenaamde "tabernakelleer" van F.G. van
Gessel en C.J.H. Theijs populair. Deze leer werd later door C. Totijs verder
uitgewerkt tot wat de "Bruidsleer" genoemd werd. Deze leer heeft een
tamelijk elitair karakter Ingewijden van deze bruidsleer hebben het heilige
der heilige bereikt, de pinkstergelovigen het heilige en de rest van de
christenen vertoeven nog in het voorhof. Opvallend in deze gemeenten is de
zondebelijdenis, die in de regel gepaard gaat met heftige emoties en veel
tranen. Men heeft zich in de loop der jaren tot een hechte organisatie
ontwikkeld. In 1990 telde men 20 gemeenten en 3.500 aanhangers.
Vanuit de gerepatrieerde
Nederlanders ontstonden ook nog de kleinere denominaties "Bethel
Pentecostal Temple Fellowship Nederland" (ontstaan in 1960 - in 1994 telde
men 10 gemeenten met 700 leden) en de "Volle Evangelie Bethel Kerk" (ontstaan
in 1975- in 1994 telde men 10 gemeenten met 1500 leden).
Contactadressen:
Bethel Pentecostal Temple: A. Nix, Stoelmatter 180, 2401 HG Alphen aan
de Rijn, tel. 0172-419164
Volle Evangelie Bethel
Kerk: G. Gruppelaar, Wennink Hof straat 36, 7556 VS Hengelo, tel. 074-2421860
2.1.8.6 Rafaël
Nederland
Dit kerkgenootschap is de
Nederlandse tak van "The International Church of the Foursquare
Gospel", een van de kleinere wereldwijde pinksterdenominaties die
wereldwijd 1,5 miljoen leden en 20.000 lokale gemeenten telt[28]. Directeur en animator is
Henk Rothuizen, die in 1989 met een vijftal bevriende gemeenten Rafaël
Nederland oprichtte. Inmiddels is men gegroeid tot 28 gemeenten met 2.375
leden. Men kent een voor pinksterbegrippen redelijk centralistische organisatie
en legt grote nadruk op het stichten van nieuwe gemeenten.
Landelijk hoofdkantoor: Postbus 638, 4200 AP Gorinchem, tel.
0183-629200.
2.1.8.7 Vriendschap
Geestelijke Leiders
Vanuit de Berea
Gemeenschap in Haarlem, ontstond in de negentiger jaren met name op initiatief
van Rob Allart een contact tussen een aantal gemeenten. Er is veel aandacht
voor onderlinge gemeenschap en bemoediging. Hoewel het nog in een pril stadium
is zijn hier al ruim 20 gemeenten mee verbonden en is er sprake van een
spectaculaire groei. Een aantal van deze gemeenten worden ook wel afzonderlijk
als "Beréa-gemeenschap" geduid[29].
Contactadres: V.G.L., Eksterlaan 1, 2026 XA Haarlem, tel.
023-5390204.
Een aantal
pinksterdenominaties (Broederschap van Pinkstergemeenten, Volle Evangelie
Gemeenten Nederland, Rafaël Nederland en de Volle Evangelie Bethel Kerk) werken
vrijblijvend samen in het z.g. "Landelijk Platform van de Pinkster- en
Volle Evangelie Beweging in Nederland". Er zijn gesprekken om dit met
andere pinksterdenominaties uit te breiden. Dit platform is ontstaan vanuit een
gebedscontact tussen de VEGN en de Broederschap. In 1994 werd een gezamenlijke
vereniging opgericht met als drieledig doel:
1. De bevordering van de onderlinge eenheid en geestelijke groei;
2. het beleggen van gebedsbijeenkomsten voor land en volk, kerk en
gemeente;
3. het in samenspraak bepalen en naar buiten brengen van standpunten
betreffende problematieken, van belang voor de Nederlandse samenleving en de
kerkgenootschappen van de vereniging[30]
2.1.8.8 Andere
pinkster- en volle evangelie gemeenten
Niet genoemd zijn
ondermeer: de "Gemeente des Heeren" (ontstaan in 1931), "Spade
Regen" (ontstaan in Nederland in 1948), "De Deur" (ontstaan in
Nederland in 1978) vanwege hun kleine aantal en sektarische trekken. De
"Vineyard Christian Fellowship" (verbonden met John Wimber), laat ik
buiten beschouwing omdat de geschiedenis nog te pril is. De eerste gemeente in
Nederland heeft zich nog maar twee jaar geleden hierbij aangesloten.
Zoals blijkt uit bijgaand
overzicht zijn er naast de bovengenoemde kerkgenootschappen, minstens even
zovele pinkster- en volle evangelie gemeenten die nergens bij zijn aangesloten
en volledig zelfstandig opereren. De laatste telling van de Pinkstergemeenten
vond plaats in 1989. Uitgaande van een jaarlijks culminerende groei van 5% zal
het aantal momenteel ongeveer ruime 600 gemeenten met 94.000 aanhangers
bedragen[31].
Lectuur: C. van der
Laan/P.N. van der Laan, Pinksteren in
Beweging, Kampen: J.H. Kok, 1982.
H.C. Stoffels (red.),
Pinksteren, Religieuze Bewegingen in
Nederland 20, Amsterdam: V.U., 1990.
2.1.9 Kerk
van de Nazarener
De Kerk van de Nazarener
is een internationaal kerkgenootschap, werkzaam in 106 landen. Zij is ontstaan
uit de grote opwekkingsbeweging in de laatste helft van de 19e eeuw in de
Verenigde Staten en is onderdeel van de z.g. heiligingsbeweging[32]. De rechtvaardiging wordt
gezien als de eerste crisiservaring, waarna de heiligmaking (ook wel doop of
vervulling met de heilige Geest genoemd) dient te volgen. Zij werd in 1906 in
Pilot Ponit, Texas, opgericht en telt inmiddels wereldwijd ruim 1 miljoen leden
en meer dan 1.000 gemeenten. De eerste gemeente in Nederland begon in 1967 in
Haarlem en telt inmiddels in ons land 10 gemeenten met ruim 2.000 leden.
De Kerk van de Nazarener
neemt in evangelisch Nederland een gematigde tussenpositie is. Hoewel men
wereldwijd zowel de kinder- als volwassendoop toepast, praktiseert men in
Nederland uitsluitend de volwassendoop. Een districtsadviesraad ontwikkelt een
masterplan, met strategische beleidslijnen voor ondermeer gemeentestichting.
Contactadres: ds. J. Overduin (districtssuperintendent),
Grevelingen 98, 1826 AR Alkmaar, tel. 072-5640291.
2.1.10 CAMA
Parousia Gemeenten
Op lokaal niveau noemt men
zich Evangelische Gemeente Parousia (EGP), op nationaal niveau wordt de titel
CAMA Parousia Gemeenten gebruikt.
In 1882 ontstond in de
Verenigde Staten onder leiding van de Presbyteriaanse dominee A.B.
Simpson, een kerk-zendingsbeweging,
die in 1897 de Christian and Missionary Alliance (CAMA) zou gaan heten. Van
meet af aan werd grote nadruk gelegd op het stichten van nieuwe gemeenten. Men
benadrukt de viervoudige bediening van Jezus als Redder, Heiligmaker, Genezer
en komende Koning. In 1990 telde men wereldwijd 1.785 gemeenten met 244.296 leden[33]. Per jaar worden er
wereldwijd 500 gemeenten gesticht[34] Hoewel men als
zendingsorganisatie al langer in Nederland bezig was, ontstond hier pas in 1975
de eerste CAMA-gemeente te Den Bosch. Het echtpaar Leen en Coby Kolle
(voormalige CAMA-zendelingen in Peru) fungeerden daarbij als pioniers.
Inmiddels zijn er 15 gemeenten met ongeveer 2.500 aanhangers.
Hoewel de Parousia
gemeenten wel eens als reformatorisch-evangelisch worden bestempeld, zijn zij in
leer en leven voluit evangelisch. Dit blijkt ondermeer uit hun
schriftopvatting, nadruk op persoonlijke bekering en zending. Men is
pre-millenialistisch en praktiseert de volwassendoop, die voorwaarde is voor
lidmaatschap. Men hecht aan de ambten en kent een goede organisatie. De kerkstructuur
zit tussen presbyteriaans en congregationalistisch in. De plaatselijke gemeente
is autonoom. In landelijk verband werkt men samen in alliantie-vorm. Er is
grote nadruk op zending en evangelisatie.
Contactadressen:
Secretariaat: Postbus 12, 2630 AA Gouderak
Directeur: Anno Post, Schild 1, 3641 LW Mijdrecht, tel.
0297-285207
2.1.11 Zelfstandige
en Allochtone Gemeenten
Hiermee is de lijst van
evangelische gemeenten in Nederland nog lang niet compleet. Naast de
bovengenoemde denominaties zijn er nog vele zelfstandige gemeenten van allerlei
evangelisch pluimage. Volgens een adressenlijst van D.B. van de Waals[35] waren dat er in 1994
tenminste 200. Daarnaast zijn er nog talloze allochtone gemeenten. In 1994 telde
men alleen al in Amsterdam ongeveer 70 (!) buitenlandse en Surinaamse of
Antilliaanse gemeenten[36] De gemeenten van
Afrikaanse origine hebben zich verenigd in de stuurgroep GATE (`the Gospel from
Africa To Europe), die weer onderdeel is van de Association of Evangelicals of
Africa and Madagascar (ALPS). Hierbij zijn ca. 40 gemeenten aangesloten met ruim
3.000 leden
Contactadres: G.A.T.E., D.
Sijtsma, Van Hamelstraat 132, 3762 JH Soest, tel. 035-1606606
2.2 EVANGELISCHE ORGANISATIES IN NEDERLAND
Naast de vele denominaties
is er een keur aan evangelische organisaties, die vaak interkerkelijk of
interevangelisch werken. Het is onmogelijk hier volledigheid te betrachten,
maar toch wil ik een aantal van de belangrijkste organisaties in alfabetische volgorde
karakteriseren[37]:
2.2.1 Agapè
Interkerkelijk. Voorheen
Instituut voor Evangelisatie. De Nederlandse versie van Campus Crusade for
Christ. In 1969 opgericht in Nederland. Zij coördineerden in de tachtiger jaren
de landelijke "Er is hoop" evangelisatie-aktie. Publiceren sinds 1970
het maandblad "Uitdaging" en geven regelmatig
"Er-is-Hoop"-magazines uit. Zij ontplooien diverse
evangelisatie-activiteiten en organiseren ondermeer de nationale gebedsdag,
conferenties, seminars, toerustingsavonden enz..
contactadres: Buurtweg 3/Postbus 271, 3940 AG Doorn, tel.
0343-415741.
2.2.2 Charismatische
Werkgemeenschap Nederland (CWN)
Confessioneel/Oecumenisch/Charismatisch.
De Charismatische beweging wortelt in Nederland in "Stromen van
Kracht" (zie 2.1.8.2). Toen binnen deze kringen avondmaal en doop werden
bediend, kozen een aantal voor een strikt kerkelijke voortzetting. Zo kwam in
maart 1957 het maandblad "Vuur" tot stand, waaraan aanvankelijk naast
eindredacteur ds. Wim Verhoef ook ds. Wim Glashouwer (de latere EO-voorzitter)
en ds. Albert van de Heuvel (de latere VARA-voorzitter) samenwerkten. In 1972
werd de CWN opgericht, waarin "Vuur", "Oase" (verbonden met
dr. K.J. Kraan) en de "Near East Ministry" participeerden. Vanaf 1974
deden hier ook de katholieke charismatici rond het blad "Bouwen aan een
nieuwe aarde" volop in mee. De CWN geeft naast het maandblad Vuur ook het
"Bulletin voor Charismatische Theologie" en een aantal boeken en
brochures uit. Zij organiseert twee keer per jaar een conventie en houdt
theologische studiedagen. De Oud-katholiek Dr. M. Parmentier bezet namens de
CWN een bijzondere leerstoel aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
contactadres: K.v.d.Bergelaan 55a, 3054 EP Rotterdam, tel.
010-4181755.
2.2.3 Continental
Art Centre
Interkerkelijk/charismatisch.
De Stichting Continental Sound werd in 1989 in Rotterdam opgericht door o.a.
Leen la Rivière, die nog altijd als directeur fungeert. De stichting geeft het
maandblad Gospel Music Magazine uit, coördineert de muzikale tournees van de
Continental Singers in Europa, organiseert seminars van "Christian
Artists" en beheert auteursrechten onder meer via Stichting Licentie.
contactadres: Postbus 81065, 3009 GB Rotterdam, tel. 010-
4568688.
2.2.4 Evangelische
Alliantie
Interkerkelijk.
(Her)opgericht op 21 augustus 1979 met als doel christenen en christelijke
organisaties samen te binden in een werkgemeenschap. Zo'n 90 organisaties van
evangelische en reformatorische signatuur zijn bij de E.A. aangesloten.
Daarnaast heeft men persoonlijke leden en zijn een aantal kerkgenootschappen
(o.a. Broederschap van Pinkstergemeenten, Cama Parousia, Kerk van de Nazarener,
VEGN) geaffilieerd. Wereldwijd is men verbonden met de World Evangelical
Fellowship. De EA heeft dwarsverbindingen met vele netwerken zoals de
Evangelische Zendings Alliantie, Visned en het Lausanne Comité
voor Wereldevangelisatie.
In 1993 begon een eerste kennismaking met de Raad van Kerken in Nederland[38]. Men geeft het
kwartaalblad "Idea" uit en belegt conferenties en seminars. Grote
nadruk wordt gelegd op gemeente-opbouw.
contactadres: Hoofdstraat 51A, 3971 KB Driebergen, tel.
0343-513693.
2.2.5 Evangelische
Hogeschool
Fundamentalistisch
evangelisch. De stichting Evangelische Hogeschool werd in 1977 opgericht om te
voorzien in de stijgende behoefte naar een evangelische instelling op het
gebied van hoger beroeps- en wetenschappelijk onderwijs. Er is een eenjarige
opleiding, met als doel studenten geestelijk en cognitief te wapenen tegen de
geseculariseerde tendenzen op de Nederlandse universiteiten. De binnen de EH
ontwikkelde "Evangelische School voor Journalistiek" (3-jarige
vakopleiding) is inmiddels overgebracht bij "de Vijverberg" in Ede.
De EH geeft het maandblad "Bijbel en Wetenschap" uit.
contactadres: Postbus 957, 3800 AZ Amersfoort, tel. 033-4621731.
2.2.6 Evangelisch
Werkverband binnen de V.P.K.N.
Confessioneel evangelisch.
Op initiatief van een achttal predikanten binnen de Hervormde en Gereformeerde
kerken werd in 1995 de vereniging "Evangelisch Werkverband binnen de
VPKN" opgericht. Op 31 mei presenteerden zij een evangelisch manifest. Het
Evangelisch Werkverband wil zich niet alleen richten op de "evangelische
predikanten" (voorzichtig geschat 5% van alle predikanten), maar ook
samenbindend werken voor de vele duizenden gemeenteleden, die zich rekenen tot
de evangelische beweging in Nederland en als actieve leden staan in hun
Hervormde, Gereformeerde of Lutherse kerk.
contactadres: mevr. W.L. Bosman-van der Maas, Muntslag 49,
3991 WT Houten, tel. 030-6378511.
2.2.7 Evangelische
Zendings Alliantie
Interevangelisch. De
Evangelische Zendings Alliantie werd in mei 1973 te Gouda opgericht. Doel was
een samenwerkingsverband te vormen voor de bestaande geloofszendingen. Er zijn
ruim 60 organisaties bij aangesloten, waaronder de Belgische Evangelische
Zending, Near East Ministry, Open Doors, Tear Fund, Zending en Gemeente. Zij
belegt ondermeer de jaarlijkse "Wereldwijde Zendingsdag" en geeft het
blad In-Formatie uit.
contactadres:
Eendrachtstraat 29a, 3784 KA Terschuur, tel. 0342-462198.
2.2.8 FEO
Evangelische Zorg-Organisaties
Interevangelisch. In 1979
werd te Dordrecht de Federatie van Evangelische Opvangcentra opgericht. Zij wil
als koepelorganisatie de gezamenlijke belangen voor de bestaande opvang
behartigen. Daarnaast wil zij studiebijeenkomsten en projectleidersdagen
beleggen en het contact met de politiek intensiveren. Aangesloten zijn: de
Vereniging tot Heil des Volks (Amsterdam), Stichting De Hoop (Dordrecht),
Nehemia (Heerhugowaard), Saron (Beuningen), de Schuilplaats ('t Harde),
Stichting Chris (Dordrecht en Teen Challenge (Vlaardingen).
contactadres: N. Bodenheimstraat 19, 4207 MD Gorinchem, tel./fax 0183-647505.
2.2.9 IFES-Nederland
Studentenvereniging (Ichtus)
Interkerkelijk. De
Evangelische Studentenbeweging "Ichtus" werd op 25 februari 1960 te
Utrecht opgericht. In de beginjaren werd het accent vooral gelegd op
evangelisatie en ontstonden er in Utrecht enkele woongemeenschappen (z.g.
Ichtus-huizen). Vanaf de zeventiger jaren werd het accent vooral gelegd op
wekelijkse bijbelstudie in kringen en breidde het langzaam uit naar alle
universiteitssteden. Er wordt grote
waarde gehecht aan gebed en stille tijd. Ichtus is de Nederlandse tak van de
IFES (International Fellowship of Evangelical Students) en is vertegenwoordigd
in de Evangelische Alliantie.
contactadres: J. de Meesterstraat 1, 3532 EJ Utrecht, tel.
030-2942800.
2.2.10 In de
Ruimte
Evangelisch charismatisch.
De stichting In de Ruimte werd in 1960 opgericht door Herman ter Welle, die nog
altijd predikant-directeur is. Naast
kinderkampen ontwikkelde zich op het grote complex te Soest, een vormingscentrum
c.q. Bijbelschool (3/4 jaar) , het rehabilitiecentrum "De Palz", een
bloeiende Evangelie Gemeente en een uitgeverij. De bekendste uitgaven zijn het
kinderblad "De Goede Herder" en de "Studiebijbel". Er zijn
verregaande plannen om hier een school voor Evangelisch Voortgezet Onderwijs
op te zetten.
contactadres: Insingerstraat 39, 3766 MA Soest, tel.
035-6024433.
2.2.11 Jeugd
met een Opdracht
Interkerkelijk-charismatisch.
Youth with a Mission ontstond in 1960 te Los Angeles uit het evangelisatiewerk
van Loren Cunningham. In 1973 werd Jeugd met een Opdracht Nederland (JMEO)
opgericht. Op de woonboot "de Ark" achter het Centraal Station te
Amsterdam werd een leefgemeenschap gevormd. In 1975 ging het trainingscentrum
Heidebeek te Heerde van start. JMEO is op tal van terreinen actief:
discipelschap-training, seminars en works hops, toneel- en muziekteams,
uitgeverij, boekdistributie enzovoorts. Door de leiderschapsconferenties had
JMEO in de tachtiger jaren een belangrijke rol in de ontwikkeling van de
pinkstergroepen.
contactadressen: JMEO internationaal: Samaritan's Inn, Prins
Hendrikkade 50, 1012 AC Amsterdam, tel. 020-6269233.
JMEO nationaal: Mussenkampseweg 32, 8181 PK
Heerde, tel. 0578-691534.
2.2.12 Navigators
Interkerkelijk. In 1933
startte Dawson Trotman (1906-1956) een evangelisatiewerk onder de matrozen van
de Amerikaanse vloot aan de westkust. Trotman streefde er naar op elk
marineschip een "Navigator" (stuurman) te hebben, die twee andere
matrozen in bijbelkennis en geloofsopbouw zou stimuleren. In 1948 bezocht hij
Nederland, waarna Gien Karssen zijn bijbelstudiemateriaal vertaalde. In 1966
zette Gert Doornenbal het Navigatorwerk onder studenten op en begon het werk te
groeien. Later ging men zich ook op scholieren (Captain's Clubs) en echtparen
richten. Het doel van de navigators is:"het vermenigvuldigen van arbeiders
in ieder land om Christus zendingsopdracht te helpen uitvoeren door
evangelisatie, opbouw en toerusting. Hiertoe worden gespreks- en bijbelkringen
georganiseerd, conferenties en congressen belegd en lectuur uitgegeven.
Kenmerkend is de individuele benadering en nadruk op persoonlijke groei van elk
individu.
contactadres: Postbus 18, 3970 AA Driebergen, tel.
0343- 520104.
2.2.13 Nederlandse
Christelijke Gemeenschaps Bond (NCGB)
Interkerkelijk-fundamentalistisch.
De Gemeenschapsbond, zoals de NCGB in de wandelgangen wordt genoemd, werd in
1923 in Nederland opgericht. Zij werd geïnspireerd door de Gemeinschaftsbewegung,
de 19-eeuwse Duitse tak van de heiligingsbeweging. Ds. H.J. Couvée was een van
haar oprichters en de leidende figuur in de eerste decennia. De
Gemeenschapsbond stelt zich ten doel om:"Geestelijk leven te wekken en te
versterken, voornamelijk binnen de bestaande kerken, de interkerkelijke
gemeenschap der gelovigen te bevorderen teneinde de gelovigen toe te rusten
voor de taak welke zij in eigen kerk of kring hebben." In tal van plaatsen
ontstonden gemeenschapskringen. In de na-oorlogse jaren was Joh. H. van
Oostveen (een van de oprichters van de Evangelische Omroep) lange tijd algemeen
leider van de NCGB. In 1977 kreeg de Bond "Kasteel Rhederoord" te De
Steeg in eigendom. Hier worden de meeste landelijke activiteiten georganiseerd,
daarnaast worden kinderclubs, jeugdgroepen, vrouwenbijbelstudiegroepen en
buitenlandse reizen georganiseerd.
contactadres: Parkweg 19, 6994 CM De Steeg, tel. 026-4952241
2.2.14 Opwekking
Charismatisch. In 1960 gaf
Ben Hoekendijk, zoon van Karel Hoekendijk (zie 2.1.8.2) en kleinzoon van de
bekende vrij-evangelische predikant ds. C.J. Hoekendijk, voor het eerst het blad
"Opwekking" uit. In 1974 werd dit tevens de naam van de Stichting die
ondermeer de massaal bezochte jeugdmanifestaties (One Way Day) in de zeventiger
jaren organiseerde. Sinds Ben's vertrek heeft zijn zwager Peter Vlug de
algehele leiding. Een van de bekendste activiteiten van de stichting Opwekking
is de jaarlijkse vierdaagse pinksterconferentie. Van 1974 tot 1995 vonden deze
plaats in Vierhouten, vanaf 1996 worden deze in de Flevopolder georganiseerd.
Daarnaast geniet Opwekking landelijke bekendheid door het organiseren van de
"Mars voor Jezus" en het verspreiden van de Gele Gids (Evangelische
Adressenlijst). Maar het meest bekend is zij toch door de uitgave van de z.g.
"Opwekkingsliederen". Deze zangbundel, die inmiddels tot 456 liederen
is uitgegroeid en jaarlijks wordt aangevuld, begint zo langzamerhand de
belangrijkste oecumenische bijdrage te worden van de pinkstergroepen. De
liederen worden in allerlei kerken en kringen gezongen.
contactadres: Da Costastraat 53, 3881 JE Putten, tel.
0341-362656.
2.2.15 Youth
for Christ (YfC)
Interkerkelijk. Youth for
Christ is rond 1944 in de Verenigde Staten ontstaan. Al kort na de Tweede
Wereldoorlog werden er in Nederland Youth for Christ jeugdrallies
georganiseerd. Het Youth for Christ logboek verscheen toen nog als bijblad van
het tijdschrift "Kracht van Omhoog" (zie 2.1.8.3). De geloofskeuze
voor Jezus stond in deze rallies centraal. In de jaren zestig kreeg het
YfC-werk een nieuwe impuls toen onder leiding van ds. George Bucks de
evangelisatie-koffiebar werd geïntroduceerd. YfC wil de oude boodschap van
bekering en verlossing door Jezus Christus presenteren in een nieuw en aan de
tijd aangepast jasje. Men doet dit ondermeer door de ruim 100 koffiebars (1990), hun maandblad Aktie, het organiseren
van jeugdconferenties, het jaarlijkse Flevo-festival en vele andere
activiteiten.
Contactadres: Postbus 73, 3970 AB Driebergen, tel.
0343- 515744.
2.2.16 Het
Zoeklicht
Interkerkelijk/neo-evangelical.
Op 1 juli 1919 richtte Johannes de Heer (1866-1961) een eigen blad op met de
naam "Het Zoeklicht". Centraal stond het onderzoek der Schriften en
het letten op de tekenen der tijden. Vanaf 1920 werden de bekende
Maranatha-conferenties georganiseerd. Vóór de Tweede Wereldoorlog bereikte
"Het Zoeklicht" een topoplage van
30.000. Na de dood van
Johannes de Heer werd evangelist Jan Kist sr. (een van de oprichters van de
E.O.) een van de leiders. Naast de uitgave van het blad, wordt jaarlijks de
Zoeklicht Toogdag gehouden en worden er in diverse plaatsen in het land
conferenties georganiseerd. In het landelijk centrum te Doorn worden wekelijkse
samenkomsten gehouden, die thans geleid worden door Feike ter Velde. De
Evangelische Bijbelschool (EBS) is de onderwijstak van "het
Zoeklicht". De EBS verhuisde in 1995 naar Veenendaal.
contactadres: Postweg 18,
3941 KA Doorn, tel. 0343-413300.
DEEL 3 LEVEN MET DE
EVANGELISCHEN
3.1 Evangelisch-Reformatorisch
Over de verhouding over
evangelisch en reformatorisch is al het nodige geschreven[39] en gesproken. Persoonlijk
vind ik dat het niet een kwestie is van kiezen maar delen. Daarvoor moeten wij
van twee kanten ons best doen bestaande spanningsvelden te overbruggen.
Hieronder zet ik een aantal van deze spanningsvelden op een rijtje:
3.1.1 God de koning-vriend
De Evangelischen leggen in
hun relatie met de Here God de nadruk op intimiteit en liefde, daarentegen
accentueren reformatorischen eerder de almacht van en eerbied voor God.
Brug: God van harte liefhebben met een diep respect
voor Zijn wezen en almacht.
3.1.2 Leer
en leven
De geloofsbelijdenis is
voor evangelischen in de regel secundair, van veel groter belang wordt geacht
hoe je vanuit dat geloof leeft. Er is daardoor meer aandacht voor levensheiliging
dan de leer.
Brug: Leer en leven bij elkaar houden en
integreren. Leer omzetten in praktische geloofsdaden.
3.1.3 Expressie
of ingetogenheid
Duidelijk en vrijmoedig
blijk geven van je geloof wordt bij evangelischen eerder als een deugd gezien,
dan een ingetogen levenshouding. Evangelischen vinden dat men vooral de
"blijheid en vrijheid door het geloof" moet uitstralen. Dit komt tot
uiting in een extraverte geloofsbeleving, opgewekte liederen etc.. Als men
dit niet gewend is kan dit tamelijk dwingend overkomen en zelfs tegen gaan
staan als er geen sprake meer is van
wederzijds respect of waardering voor een andere levensstijl vanuit hetzelfde
geloof.
Brug: Zowel blijde expressie als ingetogen
dankbaarheid erkennen als legitieme en aanvullende vormen van geloofsbeleving.
3.1.4 Activisme
en overgave
Evangelischen hebben door
hun theologie en eschatologische opvatting een ongebreidelde drang om het
evangelie te verkondigen. Dit begint al bij het accent op de eigen keuze om de
Here Jezus aan te nemen. Wellicht kan men stellen, dat zij het geloof meer
vanuit de menselijke kant bekijken en de reformatorischen vanuit het goddelijk
perspectief. Dit komt expliciet tot uiting in de leer van de uitverkiezing.
Brug: Zoals iemand eens zei:"Voor mijn bekering
was ik Arminiaan en na mijn bekering een volgeling van Gomarus". Actief
leven vanuit een diep besef en erkentenis dat alles uit God en tot God is.
3.1.5 Organisme
en organisatie
De reformatie heeft m.i.
maar ten dele het middeleeuws centralistisch machtsdenken doorbroken. In de
reformatorische kerkvormen vindt men de verschuiving terug van de
machtsbeheersing via Rome naar de regenten. De organisatievorm is daardoor voor
veel kerkleden te dwingend. Evangelischen leggen meer de nadruk op de kerk als
organisme (of Lichaam) waarin men elkaar vanuit een levende verbondenheid
aanvult.
Brug: Een goede orde in een levende relatievorm
3.2 Evangelische Gevoeligheden
Waarmee moet je in de
omgang met evangelischen rekening houden? Wat doet hen pijn? Wat geeft hen
aanstoot? Gelet op de rijke variëteit is hier nauwelijks een afdoend antwoord
op te geven. Wat voor de één een gruwel is, is voor de ander acceptabel. Als men
theologische of ethische verschillen heeft, aarzelen evangelischen soms niet om
elkaar als duivelskinderen te beschuldigen. Ondanks al deze verschillen wil ik
toch in willekeurige volgorde enkele zaken noemen, waar je in de omgang met
evangelischen op kunt letten. Overigens impliceren deze algemene kenmerken niet
dat dit bij de reformatorischen tegenovergesteld zou zijn.
3.2.1 Grof
of oubollig taalgebruik
Vloeken of verbasterde
vloeken doen evangelischen uitermate veel pijn en moeten te allen tijde
vermeden worden. Ook met oubollig taalgebruik, zoals men dat soms in typisch
reformatorisch jargon tegenkomt, hebben zij moeite. In het verlengde hiervan
kunnen zij ook weinig waardering opbrengen voor bijvoorbeeld de Psalmen in de
oude berijming. Men mag niet zondermeer verwachten, dat een evangelisch
christen zich hier op dient aan te passen. In de onderlinge samenwerking moet
gezocht worden naar een compromis, bv Here, in plaats van HEERE of Heer.
3.2.2 Een
onheilig leven
Over de praktische en
ethische normen van een heilig, Gode toegewijd leven bestaan onder de
evangelischen vele verschillende opvattingen. Toch is het goed om te weten dat
veel evangelischen roken en stevig drankgebruik als zondig oormerken. Ook is er
een hoge huwelijksmoraal en wordt overspel of echtscheiding in de regel niet
geaccepteerd. Vaak is men ook tegen samenwonen vóór het huwelijk.
3.2.3 Wetticisme
Tegelijkertijd hechten
evangelischen aan de "vrijheid in Christus". Een te ver doorgevoerde
zondagsheiliging wordt als "wetticisme" beschouwd. Ook hebben zij een
weerzin tegen overmatige betutteling op grond van dit "wettisch"
bijbelgebruik.
3.2.4 Ongevoelige
veroordeling
Het doet evangelischen
pijn als anderen minderwaardig doen over hun intieme relatie met God. Als
geloofsgenoten hier op afgeven, dan worden ze diep in het hart geraakt. Hierbij
moet rekening gehouden worden met het feit dat de historische kerken zich in de
afgelopen eeuwen meer veroordelend dan waarderend over de evangelischen hebben
uitgelaten. Daarom herkent men bij de evangelischen vaak een zekere defensieve
houding in het onderling contact met reformatorische christenen.
3.2.5 Te
weinig aandacht voor de evangelische spiritualiteit
In de omgang met andere
christenen van een andere spiritualiteit kunnen evangelischen wel eens wat
drammerig overkomen. Voor hen is de inbedding van hun activiteiten in het gebed
zo vanzelfsprekend, dat zij zich nauwelijks kunnen voorstellen dat kinderen Gods
van een andere traditie dit heel anders beleven. Aan de andere kant voelen
evangelischen zich leeg als er tijdens een vergadering of bijeenkomst niet of
alleen liturgisch is gebeden. Evenzo wordt een enkele bijbellezing zonder
persoonlijke toevoeging niet echt door evangelischen gewaardeerd. Als het hart
niet spreekt, heeft het hoofd niets te zeggen.
Bijlage 1:
EVANGELISCHE DENOMINATIES
IN NEDERLAND ANNO 1996
Aantal Gemeenten Leden/Aanhangers
Evangelische
Broedergemeente 9 20.000
Vrije Evangelische
Gemeenten 43 16.000
Baptisten 120 43.000
Vergadering van Gelovigen
124 11.500
Adventisten 40
4.000
Apostolischen 210 42.790
Leger des Heils 92 13.000
Pinkstergroepen 600 94.000
Kerk van de Nazarener
10 2.000
Cama Parousia Gemeenten
15 2.500
Zelfstandige gemeenten
200 32.000
Allochtone Gemeenten
100 16.000
Totalen 1.563 296.790
NOTEN
[19] Zij onderscheidden in Engeland de volgende twaalf "stammen": 1. Anglican Evangelicals 2. Pentecostals 3. Ethnic Churches 4. Renewal Groupis (Charismatic) 5. Separatists 6. Reformed Evangelicals 7. Evangelical Majorities 8. Evangelical Minorities 9. Evangelical Non-Denominational Groups 10. The New Churches (House Church Movement) 11. Independants 12. Evangelical Denominations. In totaal vertegenwoordigen zij ongeveer een kwart van het christendom in Engeland.
Clive Calver, Ian Coffey, Peter Meadows, Who do Evangelicals think they are?, London: Evangelical Alliance, 1992, p. 11.
[39] Ds. H. Veldhuizen, Vrije groepen, evangelische bewegingen en de kerk, Kampen: J.H. Kok, 1988
Hoofdbestuur Gereformeerde Bond, Gereformeerd en Evangelisch, 1990.
K. Runia e.a., Evangelisch en gereformeerd: verkenning en herkenning, Driebergen:Evangelische Alliantie, 1992.