R E N T M E E S T E R S C H A P

een cursus in 10 lessen

David L. Richards

 

 

 

 

INTRODUKTIE:

 

Heb je ook opgemerkt wat een van de eerste woorden is, welke een kind leert uit te spreken? "Mijn"... Later komt er een ander woord bij: "van mij". Deze gewoonte groeit totdat het een deel van het leven zelf wordt. Zo praten volwassenen mensen: mijn auto, mijn boek, mijn huis, mijn geld en de lijst gaat door. Wel, zijn al die dingen werkelijk van jou? Moet God hier niet ergens in ons leven geplaatst worden? Dus, voordat we kunnen verstaan wat het onze is, moeten we zien wat aan God toebehoort.

 

WAT IS VAN HEM?

 

A. Op grond van de schepping Ps. 24:1

B. OP grond van de verlossing 1 corr. 6:19, 20

   Wij zijn tweemaal van Hem.

C. De basis van het rentmeesterschap is:

   geven... joh.3:16

   Christus gaf          gal. 2:20

   Wij geven             II Cor. 8:5

   Alles geven           Rom. 12:1,2

 

LES EEN  WAT IS HET RENTMEESTERSCHAP ?

 

De betekenis van het woord rentmeester: iemand die voor zijn heer de renten, d.i. de pachten of huren int; beheerder van een landgoed.

 

A. Hij is in de eerste plaats een Dienstknecht of/en slaaf. Zie:    Matth. 25:14-30 en Lukas 19:11-17.

   Je moet zaken doen voor je meester totdat Hij terugkomt. Je    moet je meester verrijken. Je moet Zijn Koninkrijk opbouwen en    niet je zelf trachten op te richten.

 

B. Hij is een deelgenoot.

   Zie: 1 cor.3:9 en 11 cor 6:1.

   Deelgenoten leggen alles wat ze hebben bij elkaar, geef alles     aan Christus en Hij zal op zijn beurt alles aan jou geven.

 

C. OPSOMMING: Het rentmeesterschap is de houding en reaktie van    de mens tot God en Zijn schepping. God is de eigenaar van    alles en de mens is de verantwoordelijke dienstknecht, die de    uitvoering van Gods programma toevertrouwd kreeg.

 

D. Wat verwacht God van mij?

   1. Voorbereiding.

   2. onberispelijkheid

   3. getrouwheid 1 cor. 4:2

   4. liefde 11 cor. 5:14, joh. 21:15-17

 

E. Rentmeesterschap is niet facultatief.

   Als je een christen bent, bwen je niet vrij om naar eigen    keuze een rentmeester te zijn. Wanneer je een christen wordt    ben je een rentmeester op grond van je verlossing. Het is

   echter wel zo, dat je volgens je eigen keuze een bepaald

   soort rentmeester wordt; bijvoorbeeld: goed of slecht,    betrouwbaar of onbetrouwbaar.

   Matth.: 6:33

   Christus is op de eerste plaats in je leven.

   De bijbel is het eerste boek voor je.

   De gemeente komt op de eerste plaats, daarna andere    instellingen.

   De tienden komen op de eerste plaats in je financien.

   In je werk komt het getuigen van de Heer op de eerste plaats.

 

   Wanneer je op Gods weg wandelt zal Hij je leiden en laten zien    wat je leven behoort te zijn en hoe het voor Hem gebruikt moet    worden.

 

LES TWEE  SCHRIFTUURLIJKE BASIS VOOR HET RENTMEESTERSCHAP

 

I. OUD TESTAMENTISCH RENTMEESTERSCHAP

   A. Rentmeesterschap in het Oude Testament had te maken met het       beheer van huishoudelijke zaken.

      Nationaal.....gezin.......persoonlijk

      Mozes    Hebr. 3: 1-5

      Salomo   1 Kon. 4: 1-6

 

   B. De soevereiniteit van God

      God sprak door Job  41:2

      Israel geloofde dit Lev. 25:23

      Exodus 19:5,6

      Deut. 7:6-8

 

   C. Vaders in het rentmeesterschap

      Adam  Gen.2:15

      Abraham Gen. 14: 18-20, Ex. 6:1

 

   D. Het levitische systeem

      Numeri 18:21, Deut. 5:21, Deut. 19:14

 

II HET NIEUWE TESTAMENT

   A. Een Oud Testamentisch pricipe overgenomen door christus. 

      Matth. 6:33

   B. Christus toonde Zichzelf soeverein. Marcus 2:28

   C. Wat de Evangelien leren over het rentmeesterschap

      Lucas 16: 1-8

      Matth. 25: 14-30

   D. Jezus leerde in woord en in daad

      Jezus betaalde zijn belasting...

      "geef aan de keizer"

 

III RENTMEESTERSCHAP VOLGENS PAULUS

    A. Principes voor het rentmeesterschap

       1 Cor. 4:1

       11 Cor. 8: 1-7

       Corinthe 8:8

       Thessalonica "Indien een man niet werkt, zal hij ook niet        eten".

       1 Tim. 5:18 "Muilband de os niet"

 

IV DE EERSTE GEMEENTE

   A. Handelingen

      Rentmeesters van het evangelie Hand. 1:8

      Het samen delen van bezittingen. Hand. 4:32 en Hand.       2: 44,45

      Hulp voor behoeftigen Hand.:6

 

   B. De plaatselijke gemeenten leerden het rentmeesterschap-      principe.

      Philippi       Ph. 1:5

      Colosse        Col. 1:16-19, 3:11

      Epheze         Eph. 1:10

      Corinthe       1 Cor. 3:22-23

   Het gehele nieuwe testament leert me dat ik in Christus ben en    alles wat ik heb is van Hem.

 

LES DRIE  LICHAAM.....GEEST....EN ZIEL ZIJN VAN GOD

 

I   HET LICHAAM

 

    A. Dit is het huis waarin je woont en de verblijfplaats van        God. 1 Cor. 6:19,20

       Adam kreeg een lichaam voor gemeenschap.

       Onze lichamen moeten heerlijkheid aan God brengen 1        Cor.6:20

       Scheiding 11 Cor. 6:17, 1 Kor. 1:17, Eph. 5:30

 

    B. De gezondheid van mijn lichaam.

       Voedsel, rust, verzorging, oefening.

 

    C. Mijn lichaam een getuigenis.

       Als Zijn heilige tempel. Rom. 12:1 en 1Kor. 9:27

 

    D. Het verstand is belangrijk

       1 Cor. 2:16   Phil. 2:5   Marc. 12:30

       Het verstand moet voor je werken.

       Houdt het rein Phil.4:8

       11 Cor. 10:5   Jesaja 26:3

 

II  ZIEL EN GEEST ZIJN VAN GOD

 

    A. Het lichaam is de tempel hier op aarde, maar de ziel leeft        door.

       Een levende ziel. Gen.2:7

       Het terrein van geestelijk leven en dood.

    B. God is geest

       Joh. 4:24  Lucas 24:39

       Onze gelijkenis aan God is in de geest.

       Je geest en ziel....je geestelijke natuur

       Wij moeten de foto van Jezus zijn.

 

    C. Je persoonlijkheid.. Gods

       Dit zijn de houdingen in het leven. Je persoonlijkheid        openbaart wat je in je ziel bent.

       De houding van de rentmeester openbaart het gezicht van        zijn ziel.

     

       Hulp voor persoonlijkheidsproblemen

       1. Vrees, bezorgdheid en onzekerheid 11Tim.1:7, Jozua 1:9           Hebr. 13:6  Phil. 4:6,7

       2. Schuld, falen, teleurstelling, minderwaardigheidsgevoel           1 joh. 1:9, Phil.3:13,14, Ps. 1:3,4,12 Romeinen           8:1,17.

       3. Haat, wrevel, onvergevingsgezindheid, zelfhandhaving 1           joh.4:7,8,20,21  Matth. 6:14,15   Romeinen 12: 19,20

       4. Arrogantie, zelfzucht, jaloersheid, nijd. Matth. 11:29,

          Rom.12:3, 1 Cor. 13:4,5 Phil. 2:3  lukas 14:11,            Jacobus 4:6, 1 petrus 5:6

       5. Moedeloosheid, neerslachtigheid, uitzichtloosheid,           droefgeestigheid. Rom. 5:1,2  Phil.:4:4, spreuken 23:7            phil. 4:8 Eph. 4:22-24.

       Je lichaam groeit door voedsel, rust enz. Je verstand        groeit door ontwikkeling en gebruik, en je persoonlijkheid        en karakter groeien door associatie met christus in gebed,        meditatie, etz. Rom.8:9,16 en Gal. 4: 4-6.

 

LES VIER   UW BEKWAAMHEDEN EN TALENTEN

 

I   POTENTIEEL

    A. Een ieder is met meer of minder geboren...omstandigheden        kunnen hun ontwikkeling veranderen. Matth. 25 geeft ons        een sleutel tot wat God vereist (zie vers 14-27)

       De man met een talent.

       Talent is uw potentieel niet een eindprodukt.

       De pianospeler was niet groot voordat hij zijn talent ont-       wikkeld had.

    B. Uw bekwaamheden

       Werken met de handen

       Een bekwame zakenman

       Het bezoeken en ontmoeten van mensen.

       Leider of administrateur

       Goed spreker

    C. Vergelijken met anderen

       Vermoei je niet door jezelf met anderen te vergelijken.        Zij hebb meer of minder dan jij, en waarvoor zij        verantwoordelijk zijn.

       De talenten zijn van God, voor gebruik aan ons gegeven.

    D. Ontwikkeling en het gebruik

       Wanneer wij onze talenten gebruiken, zullen wij andere        ontdekken...want de man met de vijf talenten eindigde met        10.

       In plaats van te huilen over hetgeen dat we niet hebben,        moeten we de twee nemen en er vier van maken.

       Illustratie: piano...

       Breng niet veel tijd door met wat je niet kunt doen..maar        breng meer tijd door met het ontwikkelen van hetgeen dat        je wel kunt.

 

II   HET ONTDEKKEN VAN JE BEKWAAMHEDEN

     A. Ze zijn door God gegeven. Rom. 12:6-8

        Wat kun je doen? Verven, een instrument bespelen,         tekenen, met mensen omgaan, spreken, werken met anderen.

        Hoe kan ik dit weten? Door te trachten ze op te merken.

     B. Ontwikkeling

        Romeinen 12:6-8

        1. Gebruik dat ene talent dat God zegent en datgene wat u            het beste kunt doen. Werk ermee...

        2. Gebruik ze voor de heerlijkheid van God. 1 Cor. 10:31

        3. Je kunt talent en bekwaamheid hebben, maar misschien            wordt het verkeerd gebruikt. Houding en beweegreden            zijn belangrijk 2 Cor.5:10

        4. Gebruik deze om anderen op te bouwen.

        5. 1 Cor. 12 "Bouwt het lichaam op.."

        6. Gebruik ze om jezelf te versterken.

 

LES VIJF RENTMEESTERS VAN TIJD, ROEPING EN LEVEN

 

I TIJD

  A. Heb je ooit het volgende gehoord? "Ik wil graag dit of dat      doen voor de gemeente en voor de Heer, maar ik heb er geen      tijd voor".

     Wij zijn ook rentmeesters van de tijd van God.

     Tijd is het enige, dat voor ons allen hetzelfde is, een uur      voor de een is een uur voor de ander.

  B. Als U een karwei wilt laten opknappen, geef het aan hen, die      reeds bezig zijn.

     Wat betreffende het geven van een tiende van onze tijd,zoals      we met ons geld doen? Dat zou dan 16.8 uur per week voor God      en Zijn werk zijn.

  C. De tijd is een gave van God..

     Rentmeesterschap van de tijd, betekent een systematisch en      schematisch gebruik van de aan ons gegeven tijd.

     Tenzij je een plan voor de dag maakt zal het verspild      worden.

     Gebruik een dagelijks programma voor je werk.

     Tijd voor gebed, bijbellezen, studie, werk, eten, bezoeken      afleggen. etc.

     Het maken van plannen zal je helpen de kleinigheden en      onbeduidende zaken uit het dagelijks leven te bannen.

     Hierdoor kun je ook zien hoeveel tijd je aan God geeft.

     Je hebt niet slechts werk nodig, maar ook rust en      ontspanning, lezen en er kan tijd zijn voor hobbies.

  D. Rentmeesters weten dat de tijd waarin ze leven belangrijk      is.

     Een kennis van de eindtijd, en hoe Gods werk in verband      staat tot deze laatste dagen. Deze tijd (de laatste dagen)      heeft grote waarde en moet verstandig geinvesteerd worden.

 

II ROEPING EN LEVEN

 

   A. Je bediening en roeping... joh. 15:16

      Je werk is Gods werk. Hij koos het voor je.

      God zal jouw roeping openbaren.

      Maak het beste van hetgeen dat Hij je riep te doen.

      II Tim. 4:1-5.

      Het is een voorrecht geroepen te zijn, maar ook een verant-      woordelijkheid  Ezra 8:21-34.

   B. Jouw leven is van God.

      "Het leven is een bundel dagen, waarvan de einden tezamen       gebonden zijn".

      Psalm 118:1,24     Rom. 12:1

      Het leven is opgebouwd uit beslissingen.

      Jij bent nu de 'manager'van Zijn leven in jou.

      Het is niet een kwestie van wat ik met mijn leven zal doen,

      maar wat ik met dat van Hem zal doen.  2 Cor. 5:10

 

ZESDE LES   "JE GELD EN JE BEZITTINGEN'

 

I  GELD

   William Gladstone, Engels staatsman van de 19e eeuw, zei:"Wan-   neer je weet wat een man doet met zijn geld, hoe hij het    krijgt, hoe hij het bewaart en wat hij ervan denkt, weet je    enkele zeer belangrijke dingen over die man".

   A. Jouw geld is van God.

      Geld maakt een belangrijk deel van ons leven uit.

      Als Gods rentmeester ben je verantwoordelijk tot God voor       je geld, hoe je het krijgt, het uitgeeft of wat je ervan       denkt. 1 kron 29:14 Haggai 2:8-9

   B. Gods bevelen

      Lukas 12:34

      Hoe meer je ergens in investeerrt, hoe meer aandacht je       eraan zal schenken. 1 Tim.6:10  Col. 3:5-6

      Wanner we geven bevechten we elk greintje zelfzucht dat er       mogelijk in ons kan zijn.

   C. God heeft belangstelling voor de wijze waarop wij ons geld       verdienen.

      Jij bent een deelgenoot. Kan Christus je met jouw werk       helpen?

   D. Welk deel van ons geven is van God?

      Hier volgen acht redenen voor het geven van de tienden.

      1. het is een schriftuurlijk principe.

      2. Het is een bijbels minimum/basis.

      3. Een christelijk getuigenis.

      4. Erkenning van het eigendomsrecht.

      5. Een teken van toewijding.

      6. Een uitdrukking van onze dankbaarheid.

      7. Een avontuur en zegen Mal.3:8-10

      8. Een hulp voor wereld-evangelisatie.

   E. Wat kan gezegd worden van de overblijvende negen tienden?

      Alles hoort aan Jezus.

      1. Leer naar je vermogen te leven.

      2. Leer om Gods geld verstandig uit te geven.

      3. Leer om een weinig te sparen.

      4. Wees voorzichtig met die 'gemakkelijke          koopmogelijkheden'.

 

II  JOUW BEZITTINGEN ZIJN VAN GOD

    A. Het is niet belangrijk hoeveel bezittingen je hebt, maar        belangrijk is hoe je gebruikt wat je bezit Luk. 12:15

       Het is niet een zonde om bezittingen te hebben. Job,        Abraham, Jacob, Jozef enz.

       Het is een zonde wanneer de dingen ons in hun macht        hebben, of wanneer men het bezit is van de bezittingen.

       Matth. 19:16-22.

       Onze wereld wordt vandaag geteisterd door de besmettelijke        ziekte, die materialisme wordt genoemd.

       Laten we ervoor oppassen. Matth. 6:20.

 

LES ZEVEN 'RENTMEESTERSCHAP EN DE TIENDE'

 

I   FINANCIEN IN HET OUDE EN NIEUWE TESTAMENT

    A. Het geven van de tiende een principe.

       1. Voor het in stand houden van de Levitische orde.

          NUm. 18;21, Lev 27:30-33

       2. Het geven van tienden voordat de wet er was. Gen 14;20

       3. Als een symbool van Gods zegen Mal.3:8-10

          Niet een wet..maar een goddelijk principe voor altijd.

    B. Zes verwijzingen in het nieuwe testament.

       1. Matth. 23:23

       2. Lukas 11:42

       3. Lukas 18:12

       4. 1 Kor.9:13,14

       5. Hebr. 7:1-10

       6. Hebr. 7:20-25

 

II  WAT IS HET TIENDEN GEVEN?

    A. Het teruggeven aan de Heer van een tiende van het gehele        inkomen, de opbrengst of oogst. 1 Cor. 3:9

    B. De tiende is noodzakelijk voor Gods werk.

       1. Voor O.T. feesten  Deut. 14:22-24

       2. Onderhoud van de Levieten  NUmeri 18:21

       3. Voor de mensen elk derde jaar. Deut. 14:28

       4. Voor het gehele werk Gods  Mal.3:10

    C. Iedereen kan tienden geven.

       Men heeft ontdekt dat de negen tienden verder gaan,        wanneer één aan God is gegeven, dan tien tienden        vastgehouden voor de vervulling van zelfzuchtige        verlangens.

    D. Het geven van de tiende verdiept het geestelijk leven

       'God heeft de blijmoedige gever lief'2 Cor. 9:7

       Het op de eerste plaats stellen van God.

       Het is niet een kwestie van 'kan ik me veroorloven de        tiende te betalen, maar kan ik me veroorloven God niet op        de eerste plaats te stellen in mijn financien.

       De tiende omgekeerd gezien;Äls God me tienmaal meer gaf        dan ik aan Hem, zou ik dan daarvan kunnen leven"?

 

LES ACHT 'DE HOOGSTE ZALIGSPREKING'

 

I  GEVEN IS ZALIGHEID  Hand. 20:35b

   A. We bekijken het niet op een negatieve wijze.

      Een zegen en een voorrecht.

      Men kan blijmoedig blijven.

   B. De Grootste Zaligspreking.

      Het woord 'gezegend'of 'zegen'komt ongeveer 600 maal voor       in de bijbel.

      Geloven we deze tekst? Handelingen 20:35

      "Zelfzuchtigheid is de kanker van onze maatschappij"

      Dit is waarom mensen Christus liefhadden: Hij gaf.

   C. Christus leerde het juiste motief en het geven. Matth. 6:19

      "Mot en roest"zullen alles aantasten hier. Maar in de hemel       blijft het veilig bewaard.

      Wanneer we geven storten we in onze "Hemelse bankrekening"

      "Wat ik uitgaf, had ik...wat ik vasthield, verloor ik...wat       ik gaf, heb ik".

      De beloningen voor het geven zijn een deel van het "Goud,       zilver en kostbaar edelgesteente"1 Cor.3:10-15.

      Het bedrog van de rijkdom. Matth.13:22, Matth. 16:24,25

      Vervang het woord leven hier door geld.

   D. Het leven wordt verrijkt wanneer we geven Lukas 6:38.

      Dit kan worden toegepast op geld of op andere dingen.

      Geef liefde en je krijgt liefde terug.

      Geef vreugde en je krijgt vreugde terug.

      Geef vriendelijkheid en ontvang vriendelijkheid terug       enz.

      Geef meer dan van je vereist wordt.

      Geef een zegen aan uw vijanden. Matth. 5:40-44

 

   PREDIK HET RENMEESTERSCHAP.. PREDIK DE BELANGRIJKHEID VAN HET    GEVEN ALS JE EEN GELUKKIG VOLK WILT HEBBEN.

 

II HOE DE EERSTE GEMEENTEN GEVEN

   A. Het geven in handelingen...2:44,45, 4:34,35

   B. In de gemeente II Cor.8:1-5

      Paulus laat het geven van deze christenen zien.

      De gemeente te Philippi gaf..

      De enige gemeente zonder een ernstig probleem.

      Het was een zendingsgemeente, de eerste om het evangelie       naar Europa te zenden..

      De eerste, die de predikers en het evangelie-werk ter       plaatse ondersteunde.

      Paulus maakte geen tenten toen hij in Philippi was.

      "Het is geweldig als een prediker bereid is tenten te maken       zodat het evangelie gepredikt kan worden, waar de nood       groot is, maar het is nog geweldiger wanneer de mensen hem       willen onderhouden zodat hij geen tenten hoeft te maken en       al zijn tijd in de prediking van het evangelie kan       doorbrengen.

      DEZE GEMEENTE TE PHILIPPI ONDERSTEUNDE DE ARMEN EN       BEHOEFTIGEN TE JERUSALEM

   C. Dit gezegend geven van Handelingen 20:35 voorziet in Brood       voor het huis de heren Mal. 3:10

      God bedelt om brood. Hij die eigenaar van de wereld is...         vraagt om brood...

      Hij is rijk in de hemel, maar al te vaak is Zijn werk hier        beneden in een arme toestand.

 

LES NEGEN   'TOEWIJDING EN RENTMEESTERSCHAP'

 

I TOEWIJDING OMVAT ALLE ASPECTEN VAN HET LEVEN

  A. Het omvat alles dat ik heb en ben en wat mij toevertrouwd      is.

     Mijn gehele geestelijke en materiele leven moet aan God           gewijd zijn. Lukas 16:1-13

     MAAKT U VRIENDEN MET BEHULP VAN DE MAMMON

  B. Toewijding omvat overgave 1 Cor.6:19

     Niet slechts van geld.. maar geld kan gewijd worden aan God,       als wij zelf innerlijk aan God gewijd zijn.

     OVERGAVE BETEKENT HET HOGEROP TE ZOEKEN.

  C. Toewijding vraagt om het geven van offers.

     Lukas 14:26-33

     De noden in de wereld kunnen slechts gelenigd worden door         offervaardig leven en geven.

   D.Een gewijd rentmeesterschap geeft voldoening

     Mal.3:10 "zegeningen, welke u niet kan bevatten".

     Matth. 25:14-21

     Nehemia 12:43

     Markus 14:8

 

LES TIEN  'VOLLEDIGE RENTMEESTERSCHAP'

 

I   VOLLEDIGE RENTMEESTERSCHAP HOUDT HET GEVEN VAN ONDERWIJS EN       PRAKTIJK IN....HET GEZIN....DE GEMEENTE....DE PLAATS WAAR JE      WOONT EN IN DE WERELD.

    A. Kinderen moeten onderwezen worden in hun tiende te geven.

    B. De huisvrouw en het geld.

    C. De mannen in het rentmeesterschap.

 

II  HET LEREN VAN HET RENTMEESTERSCHAP IN DE GEMEENTE II Tim.4:2

    A. Leer wat de plaats van de voorganger in de gemeente is.

    B. Methoden om te geven.                                          C. Predik het onderwerp 'geven'

 

III HET RENTMEESTERSCHAP IN DE STAD

    A. Geef het voorbeeld in de stad of dorp waar je woont.           B. Een getuige voor de mensen.

   

IV  DE CHRISTELIJKE RENTMEESTER IN DE WERELD

    A. Wij hebben íets'voor de wereld.

       Paulus "Ik ben een schuldenaar"Rom 1:14

       Openbaring 12:11

    B. Onze grootste verantwoordelijkheid is het evangelie.

    C. Wanneer beginnen we?

       Wat is mijn?

       Wat is Gods?

       ALLES IS NIET VAN MIJ...HET IS VAN GOD EN HIJ WIL DAT IK          HET NU GEEF...

       1 Cor. 6:19,20 "VOLLEDIG RENTMEESTERSCHAP HOUDT ALLES IN          VAN WAT IK HEB EN BEN".

 

 

Als men tienden betaalt stelt men God op de eerste plaats.

Het principe van tienden betalen:

   werd reeds in acht genomen door de Assyriërs en Egyptenaren in    3800 v. Christus.

   werd erkend door Abraham en Jacob (Gen. 14:20;

   Gen. 28:22)

   werd bevolen onder de wet als een Joodse instelling (Lev.    27:30-32)

   werd door Jezus aanbevolen (Matt. 23:23)

De God die alles geschapen heeft, alles bezit en alles geeft, heeft ook beloofd om degenen die Hem eren overvloedig te zegenen. "Brengt de gehele tiende.... beproef Mij toch daarmede, zegt de Here der heerscharen, of Ik dan niet voor u de vensters van den Hemel zal openen en zgen in overvloed over u uitgieten."Mal. 3:10.

De betrouwbare rentmeester zal voortdurend sterkte vinden in het doen van Gods wil en gezgend worden door geestelijke groei en kracht.

De tiende is de basis voor het geven, niet het plafond.

U kunt nooit meer geven dan God.

Van Gods kant gezien

Het betalen van de tiende was gangbaar vóór de Joodse wet. Abraham betaalde de tiende 400 jaar vóór Mozes. Daar hem dit nooit bevolen was moet hij wel gehandeld hebben in overeenstem­ming met een reeds lang betaande gewoonte (Gen. 14:18-20).

Als Jezus geen tienden had betaald zou Pilatus niet hebben kunnen zeggen van Hem: "Ik vind geen schuld in Hem."(Joh. 18:38).

Gedurende de eerste 900 jaar van het Christelijk tijdperk hebben tenminste 10 concilies verkondigd dat Christenen verplicht zijn tienden te betalen.

Geef zoals God heeft gegeven.

De tiende werd gebracht naar de voorraadkamer en beheerd door degenen die daartoe apart waren gezet. (Lev. 27:30,32; Mal. 3:10).

De zegen van het geven

God beveelt niet alleen dat wij geven, maar dat wij gaven brengen. (Ex. 35:5, Jes. 66:20; Mal. 3:10).

Het Hebreeuwse volk betaalde de tiende onder een wet zonder liefde. Kunnen Christenen minder doen onder de wet der liefde?

Tienden geven vergroot uw visie.

U zult meer vreugde zien naarmate het percentage van uw gave toeneemt.

God geeft:

Overvloedige zegeningen;

Een dieper geestelijk leven;  dan betalen wij onze tienden

God heeft alles gemaakt, bezit alles en geeft alles. Ps. 24:1; Hag. 2:8; Jak. 1:17; Deut. 8:18.

De tiende is het minste dat een Christen kan geven. Lev. 27:3; Deut. 14:22; Mal. 23:23; Markus 12:17.

Wij moeten rekenschap afleggen. Luk. 16:2; Rom. 14:12; 1 Cor. 4:2.

Omhoog, naar God toe.

Een toegewijde Christen vindt zijn grootste vreugde in het stellen en bereiken van hogere doelen in toewijding en dienstbe­toon, in het aan God toewijden van een hoger percentage van hetgeen God hem heeft toevertrouwd...in het brengen van de tiende en meer.

Hoe meer u geeft des te meer kunt u geven

De Here zegent de blijmoedige gever. 2 cor. 9:7

De Christenen die werkelijk blij zijn, zijn degenen die God eren door een leven van dienstbetoon en met hun eerstelingen...Die Christus de eerste plaats toekennen, wiens huizen en zaken volgens Christelijke principes draaien..zij zijn het die de tiende betalen.

"Gij zijt niet van uzelf," (1 Cor. 6:19). Ook het geld dat gij hebt ontvangen behoort u niet toe (Ps. 24:1). Hij legt het in uw handen. (Deut. 8:18). Hij verwacht tenminste één tiende terug. (Matt. 23:23).

Geeft zoals God u heeft gegeven

Wat het geven van de tiende voor u doet.

1. U krijgt een deel in Gods grote plan voor de redding van de mens.

2. Uw ijver voor Christus en de verbreiding van het evangelie wordt ontwikkeld.

3. U wordt geholpen betere zakenprincipes te verkrijgen.

4. U krijgt een ladder waarmee u kunt klimmen tot nieuwe hoogten van toewijding en trouw in het Christelijk leven.

5. Uw geestelijke horizon wordt uitgebreid.

6. Uw financiën worden op Gods basis geplaatst.

7. U wordt in staat gesteld om echt van het Christelijke leven te genieten.

No. 4 Het tienden geven is de maatstaf van uw liefde.

Jezus gaf zichzelf, niet vanwege trots, vrees of plichtsgevoel, maar vanwege Zijn liefde. "Want alzo lief heeft God...dat Hij gaf." (Joh. 3:16). Als God zoveel voor u heeft gegeven, kunt u minder doen dan tienden betalen?

De tiende is het begin-niet het einddoel.

Tienden geven

1. Verleent waardigheid aan uw bondgenootschap met God.

2. Geeft u een zuiver geweten ten opzichte van God.

3. Bevordert innerlijke vrede en vrede met anderen.

4. Draagt bij tot een doeltreffender gebedsleven.

5. Houdt het pad vrij tussen God en de mens.

6. Vermenigvuldigt geestelijke zegeningen voor de tiendengever.

7. Verrijkt de gemeenschap met God.

8. Stelt u in staat om een deelgenoot te zijn in Gods eeuwige ondernemingen.

De Tiende

Afgezonderd voor God:

Adam werd uit het hof van Eden gezet toen hij naliet Gods eigendomsrechten te erkennen. Achan werd ter dood gebracht toen hij zich vergreep aan hetgeen God toebehoorde. De Farizeeën werden door Jezus gezegd dat zij de tienden behoorden te betalen.

De tiende is het minimum dat gegeven kan worden.

Opbrengsten van de tiende.

1. meer belangstelling voor anderen.

2. toegenomen meeleven met de programma's van de gemeente.

3. begrip van hoe iemands verhouding ten opzichte van het geld behoort te zijn.

4. uw verlangen naar geestelijke groei en genade wordt versterkt.

5. uw visie op de wereldnood wordt verbreed.

6. u leert afhankelijkheid van God.

Voordelen van het tienden geven.

1. Innerlijke rust bij het doen van God wil.

2. Persoonlijke voldoening door het helpen financieren van Gods boodschap.

3. Verdiepte gevoelens van dankbaarheid jegens God.

4. Toegenomen gezindte van gehoorzzamheid aan God.

5. Besef van deelgenootschap met God.

6. Verhoogde kracht in uw gebedsleven.

7. Meer liefde voor een verloren mensheid.

Als u met God afspreekt om de tiende te gaan geven dan legt u uw hand in Zijn hand, uw geld onder Zijn toezicht, uw leven onder Zijn zorg.

Het hart en de handen die door een trouwe rentmeester zijn toegewijd aan Zijn dienst weerkaatsen Gods licht nog meer. De tiende geven brengt tot uitdrukking uw vertrouwen in Gods kracht, een erkenning van Zijn goddelijke kracht.

"MAar gij zult aan den HEERE, uw God, denken, want Hij is het, die u kracht geeft om vermogen te verwerven." ( Deut. 8:8).

"Ook is alle tiende..van de HERE." (Lev. 27:30).

Tienden geven zegent.

door het hart met liefde te vervullen...

door de handen te helpen bij het doen van Gods werk...

door de oren af te stemmen tot de noden van de zending...

door de ogen te bepalen bij nieuwe horizons...

door het leven gevoeliger te maken voor Gods wil.

 

De Christen heeft het blijde voorrecht om een getrouwe rentmees­ter te zijn. Uw tiende vertegenwoordigt u. Het maakt deel uit van wat u verdiend hebt. Als u het afgeeft aan Zijn gemeente dan helpt u Zijn werk te financieren, om Zijn boodschap te brengen aan de verlorenen overal Werkelijk een onsterfelijke taak voor sterfelijke mensen.

"Gij zult ....stipt vertienden." (Deut. 14:22)

Een beschrijving van de tiende.

Het richt uw hart op God

Het zet uw leven binnen een liefdesraam

Het vergroot uw zorg voor anderen

Het verscherpt uw denken over geestelijke zaken

Het ontwikkelt uw belangstelling voor de zending

Het corrigeert uw instelling ten opzichte van het geld

Het beeldt uit de Geest van Christus-een zichzelf opofferend verlangen dat tracht te geven liever dan te ontvangen.

Gods afrekendag

 

Een dichtere wandel met God.