Bamboe
Een korte inleiding
Bamboe behoort tot de grassen (Gramineae). Bamboe komt vooral voor in de
tropische en subtropische gebieden op aarde. Enkele soorten komen ook
voor in gebieden waar het 's winters behoorlijk koud kan zijn. Temperaturen
van -20 °C zijn geen uitzondering. In het begin van de 19e eeuw zijn de
eerste bamboeplanten naar het Westen gebracht. De plant is dus al lange tijd
bekend bij de botanici maar in de tuin wordt bamboe pas de laatste
jaren toegepast. Waarom is niet geheel duidelijk maar waarschijnlijk heeft
het te maken met het exotische karakter van de plant. Veel mensen hebben
nog vaak twijfels over de winterhardheid van bamboe in onze soms strenge
winters. De tropische soorten kunnen uiteraard absoluut niet tegen enige vorst.
Er zijn echter meer dan 150 soorten die onze gemiddelde winters goed
kunnen verdragen. En er zijn zelfs soorten die met gemak onze strengste winters
goed doorstaan. Deze zeer winterharde soorten (B.v. het geslacht Fargesia)
komen uit streken waar het 's winters streng kan vriezen. Dat maakt ze
gelukkig geschikt voor ons klimaat.
De hoogte van de bamboeplant loopt sterk
uiteen. De laagste soorten worden niet hoger dan 10 a 20 cm. De hoogste kunnen
wel 35 m worden. In Nederland is de hoogste bamboe nu ongeveer 8 m. Er zijn
nieuwe soorten geïntroduceerd die waarschijnlijk wel 10 tot 12 m hoog
zullen worden. In Frankijk worden de hoogste bamboeplanten ruim 20 meter of
zelfs iets hoger. De variatie in stengeldiameter is ook enorm. De soorten met
de dunste stengels zijn maar ongeveer 1 mm dik en de soorten met de dikste
stengels kunnen wel een doorsnede hebben van ruim 25 cm. In Nederland is de
verwachting dat de dikste stengels een doorsnede zullen bereiken van ongeveer
10 cm. De tijd zal leren of dit werkelijkheid gaat worden.
De stengel kan
diverse kleuren hebben. Groen en geel komen veelvuldig voor. Zwart komt minder vaak
voor. In de tropen is feloranje of rood niet ongewoon. Er zijn diverse
soorten waarbij verticaal gekleurde strepen over de stengel lopen. Een prachtig
voorbeeld is Phyllostachys vivax 'Aureocaulis'. Deze plant heeft een
gele stengel met groene lengtestrepen. Gevlekte stengels komen ook voor zoals
bruine vlekken op een groene stengel bij b.v. Phyllostachys nigra 'Boryana'.
Bladeren van bamboe kunnen forse afmetingen bereiken. De bladeren van de
Indocalamus tesselatus behoren tot de grootste. De bladeren kunnen 45 cm lang en 9 cm
breed worden. De plant zelf is echter maar 1 m hoog ! De bladeren van de
Pleioblastus pygmaeus 'Minimus' behoren zonder meer tot de kleinste. De plant
zelf wordt niet hoger dan 10 cm. De bladeren kunnen diverse kleuren aannemen.
Groen in verschillende gradaties is het meest voorkomend. Geel komt echter ook voor.
Bladeren kunnen ook strepen vertonen in de lengterichting. Bekende
verschijningsvormen zijn gele of witte strepen op een groen blad. Soms zijn de
strepen zo breed dat men meer kan spreken van b.v. een wit of geel blad met
groene strepen. Het is niet ongewoon dat aan een plant zowel gestreepte als
egaal gekleurde bladeren voorkomen.
Het wortelstelsel van de bamboeplanten is grofweg
te onderscheiden in 2 groepen. De tropische soorten behoren meestal tot de
polvormende groep. De meer winterharde soorten behoren tot de groep die makkelijk
lange uitlopers maakt en daardoor aan de wandel gaan. Er zijn natuurlijk weer
enkele uitzonderingen zoals het zeer winterharde geslacht Fargesia dat mooie
pollen vormt. Enorme woekeraars zijn te vinden in het geslacht Sasa, Sasaella en Pleioblastus.
Planten uit die geslachten zijn ongeschikt om zonder wortelbegrenzer in een kleine tuin aan te planten.
Bamboe bloeit niet vaak tot zelden. Sommige soorten bloeien maar
1 maal in de 120 jaar ! Gaat de bamboe bloeien dan breekt er een moeilijke
tijd voor de plant aan. Vaak gaat de plant dood.
|