De Bamboe-soorten van Japan
Verdere Bamboe-soorten

De Bamboe-soort genoemd "Daizantchiku"

(Fig. No. 27)


N°. 27. Daizantchiku of Taimeitchiku. Op 't oogenblik is deze bamboe zeer gezocht bij de bloemkweekers als sierplant voor potten en voor den open grond, doch zij acclimatiseert niet gemakkelijk en er bestaat nog geen voorbeeld van, dat men er bosschen van heeft kunnen verkrijgen. Zij werd indertijd ingevoerd en in den gouvernementstuin te Nagasaki, in de provincie Hizen, geplant; thans zijn er vooral veel in Satsuma, waar zij zeer groot wordt; de stengel bereikt eene lengte van 20 à 30 voet en een omtrek van 8 à 9 duim tot 1 voet en 3 à 4 duim; hij is aardig om te zien en de sleuven der knoopen weinig geprononceerd, ja eer wat bol. De jonge spruiten vormen zich tegen Augustus en September (in Satsuma in den zomer); zij zijn vrij groot en goed om te eten, wel te verstaan na eerst doorgesneden te zijn en één à twee dagen in het water gestaan te hebben; dan is de smaak fijn.