De Bamboe-soorten van Japan
Verdere Bamboe-soorten

De Bamboe-soort genoemd Gomadake"

(Fig. No. 12)


N°.12. Gomadake of Shitchiku. Deze bamboe gelijkt veel op de Madake (N°. 1), maar zij is donker van kleur en in het 2e jaar eenigzins violet. Zij wordt 10 à 20 voet hoog en 7 à 8 duim in omtrek, groeit overal, zelfs op den armsten grond en dient tot vervaardiging van velerlei zaken, voornamelijk wandel en parapluie-stokken, hekken, gordijnen, zolderingen voor de kleine veranda's rondom de theehuisjes, plafonds, lambriseeringen in badkamers enz., en bij het bouwen spijkert men ze veel over de naden der planken, hetgeen een aardig effect maakt. De plant verkiest armen grond, is gemakkelijk te telen en hare wortelen dringen niet zeer diep door; vandaar dat zij, als zeer aardige sierplant, zelfs in potten gezet wordt. Er is in het dorp Shinso Utchimamura bij Tokio een streek, waar de grond zeer arm, steen- en zandachtig is en waar bijna niets wil groeien; dáár heeft iemand deze bamboe geplant en eene oppervlakte van 7 tan (2100 tsubo) brengt hem thans jaarlijks aan wandel- en parapluie-stokken enz, die hij verkoopt, eene som van 500 Yen op ¹)

¹) 7 Tan = 89½ Are,  500 Yen = F 1295 (Red.)