De Bamboe-soorten van Japan
Verdere Bamboe-soorten
De Bamboe-soort genoemd "Hakonedake"
(Fig. No. 8)
N°. 8. Hakonedake, eene bamboe-soort uit de familie der
Medake (N°. 5.) Zij groeit hoofdzakelijk in de bergen van Hakone;
de jonge spruiten verschijnen tegen de 7e maand (Augustus) en
vormen tegen September en October stengels van 9 voet; vandaar
wordt zij ook Akidake of herfst-bamboe genoemd. De geheele
stengel, behalve de top, is bedekt met een huid, welke in
de maand Mei afvalt, als wanneer zich de takken en bladeren
beginnen te vormen. De grootste exemplaren bereiken eene hoogte
van 10 voet en een omtrek van hoogstens 2 ½ voet; de leden
zijn ruim een voet lang. De Hakonedake wordt op het einde
van den herfst gekapt, dat is de beste tijd. De landlieden bezigen
deze bamboe om er het vuur mede aan te maken, en daar hij
onder het branden niet uitéén spat, ook voor flambouwen of
toortsen, doch het meest voor roeren van pijpen of voor kokertjes
om veeren of schrijfpenseelen in te doen. Ook maakt men er eetstokjes
van of, na ze gevlochten te hebben, hekken en binnenwanden
voor huizen, verder manden van allerlei soort en zelfs
bezems en vele andere zaken.
|