Koloniaal Museum

BULLETIN MAART 1894

DE CULTUUR DER BAMBOE IN JAPAN

DOOR

LÉON VAN DE POLDER


Reeds in 1889 heeft het Bestuur van het Koloniaal Museum de aandacht gevestigd op de Japansche Bamboe, die door hare uitstekende kwaliteit een gedurig toenemend gebruik vindt voor de fabrikatie van meubelen. De Japansche bamboe werd destijds hier te lande niet direct ingevoerd, maar moest uit Hamburg en Parijs, dus uit de tweede hand, worden verkregen. Van wege het Museum is toen een proef genomen om bamboe direct uit Japan in te voeren en onze bamboe-meubelmakers in de gelegenheid te stellen, met dien directen invoer voort te gaan, waardoor zij de grondstof tegen aanzienlijk minderen prijs konden bekomen. Tevens is door bet Museum een verzameling monsters der Japansche bamboe naar Ned. Indië gezonden, om de ondernemers aldaar opmerkzaam te maken op de voordeelen, die door een verbeterde cultuur der bamboe zouden kunnen behaald worden. Ook op de Tentoonstelling te Batavia, in 1893 gehouden, is een dergelijke verzameling ter bezichtiging gesteld. Het Bestuur van het Museum was er ook op bedacht om de belanghebbende bekend te maken met de kweeking en behandeling der bamboe, waardoor de Japanneezen in staat zijn, zulk een prachtige grondstof te leveren.

Het bestuur heeft zich daartoe gewend tot den heer Leon van de Polder, Nederlandsch zaakgelastigde te Tokio, die reeds herhaalde malen zijne groote bereidwilligheid getoond heeft om beroemde Japansche industrieën nader bekend te maken, gelijk o.a. in het vorige jaar, door zijn belangrijke mededeelingen over den Japanschen Lakboom en de lak-industrie. Met gelijke welwillendheid als vroeger is door den Heer Van de Polder aan het verzoek beantwoord door toezending van een Fransche vertaling der beste bescheiden, die in Japan over de bamboe en hare cultuur zijn uitgekomen. Bij deze vertaling is gevoegd het Japansche origineel, waardoor wij in staat zijn de daarin voorkomende afbeeldingen, al is het ook een verkleinde afmeting, terug te geven. De Nederlandsche vertaling danken wij aan den Heer H. Veen te Haarlem, wiens ijverige en belanglooze medewerking aan het Museum wij hier met erkentelijkheid vermelden. Wij vleien ons dat de uitgaaf van deze verhandeling de ondernemers in Nederlandsch Indië moge opwekken tot eene nieuwe toepassing der bamboe, waardoor dit voor de inlanders zoo onwaardeerbaar gewas, bij rationeele cultuur, ook in onze koloniën een grondstof zal leveren, wier belangrijkheid voor de Europeesche industrie van jaar tot jaar toeneemt.