De Bamboe-soorten van Japan
Verdere Bamboe-soorten
De Bamboe-soort genoemd "Rakandjiotchiku"
(Fig. No. 52)
N°. 52 Rakandjiotchiku, hetgeen vertaald, wil zeggen bamboe
riet der dicipelen (of apostels van Boeddha). Dit is ook geen
natuurlijke soort, doch wordt kunstmatig voortgebracht op de
volgende wijze : Men verplant een jonge Madake (No. 1) en
wacht den tijd af, dat er zich aan den wortel een jonge spruit
ontwikkelt; deze spruit laat men groeien tot even voor het
oogenblik dat zij hare schil of huid zal afwerpen en ontneemt
haar dan die schil kunstmatig maar behendig, zonder den stengel
te beschadigen. Na deze kunstbewerking ontstaat er aan elken
knoop eene kronkeling als van eene slang en haar telkens
herhalende, wanneer zich weder eene jonge spruit voordoet, krijgt
men stengels van allerlei grillige vormen en bochten; maar men
moet daarvoor den groei der spruiten nauwkeurig bespieden en
één schil of huid per dag wegnemen. De Chineezen beweren, dat
er bamboes zijn, welke op natuurlijke wijze aldus groeien. (?).
|