De Bamboe-soorten van Japan
Verdere Bamboe-soorten

De Bamboe-soort genoemd "Shikakudake"

(Fig. No. 36)


N°. 38. Shikakudake, in vorm overeenkomende met de Madake N°. 1), is niet hard, slechts een duim dik en bija vierkant, aan welke laatste eigenschap zij haren naam te danken heeft ; men maakt er van : wandelstokken, pooten voor tafels en pilaren voor de zaaltjes, waar men stofthee presenteert.
Men zegt, dat deze bamboe afkomstig is uit Liou Kiou; zij wordt om hare schoonheid zeer bewonderd, en in warme landen meer dan 10 voet hoog; hare leden zijn 3 à 4 voet lang en 4 à 5 duim in omtrek ; aan de beide ondersten vormt zich eene wrat. Het beste oogenblik om deze bamboe te planten is de regentijd; men snijdt er dan stekken af van 2 à 3 knoop lengte, plant die in den grond en weldra ontwikkelen zich aan de sleuven jonge wortels. De bamboe heeft zeer veel levensvatbaarheid; de ruwe buitenhuid is roodachtig-blauw of purper, met kleine vlekjes, dat zeer aardig staat; hare bladeren zijn, in vergelijking met de Madake (N°. 1), kleiner en puntiger, en de zeer kleine takken ontwikkelten zich eerst van af de 12e of 13e knoop.
De zeer goed smakende jonge spruiten ontwikkelen zich in den zomer en in den herfst, en leveren loten op, welke, wat die uit het laatstgenoemde jaargetijde aangaat, eerst het volgende jaar takken en bladeren krijgen.