De Bamboe-soorten van Japan
Verdere Bamboe-soorten
Sasashimedji, Sasako, Suzume notamago
(Fig. No. 64, 65, 66)
N°. 64. Sasashimedji of takeshimedji en N°. 65. Sasako.
De Sasako en de sasashimedji zijn eene soort champignons,
welke in zeer dichte bamboe-bosschen, voornamelijk van
de Madake (N°. 1) groeien. De steel is lang en dun, de hoed grijs
achtig-geel van kleur en slijmerig aan de oppervlakte. Deze champignons
zijn goed om te eten en zeer fijn van smaak. Na de
regens vormen zich aan den wortel der bamboes ook champignons,
die veel op de straksgenoemde gelijken, doch een witten
hoed hebben en zeer vergiftig zijn. De Sasako groeien gemeenlijk
in troepjes bijeen; de sasashimedji daarentegen afgezonderd.
N°. 66. Suzume notamago. Eene soort uitwas, die in verschillende
provinciën verschillende namen draagt. Dit uitwas
vormt zich aan de knoopen der bamboes; het is eigenlijk de geel
gekleurde, hard geworden sap of hars der bamboe. Het
wordt veel door kinderen afgeplukt, geroosterd en gegeten en
is fijn en zoet van smaak. In de boeken wordt gezegd, dat
deze soort uitwas bij de Madake (N°. 1) daarentegen zeer vergiftig
is en dat kinderen, na het gebruik er van, zijn overleden.
|