De Bamboe-soorten van Japan
Verdere Bamboe-soorten
De Bamboe-soort genoemd "Taïshotchiku"
(Fig. No. 31)
N°. 31. Taïshotchiku of Kowatchidake, te Liou Kiou Madekodake
genoemd, op het oog geheel gelijk aan N°. 30, doch met zeer
wijde holten in de leden, zoo wijd zelfs, dat men, volgens zeggen,
in de holte van een enkel lid een shio (1 1/3 liter) rijst kan bergen.
De plant groeit voornamelijk in de provincie Bungo bij het dorp
Okadomura, waar men haar den naam van Daikakudako geeft;
doch ook in Satsuma op het eiland Iwodjuna. Zij wordt 15 à 16 voet
lang en 2½ à 2 6/10 duim in omtrek; de leden bereiken eene lengte
van 1 voet en meer; het blad is lang en gelijkt op dat van de
Madake (N°. 1). In China heeft deze bamboe zeer vele bladeren
en men zegt, dat zij daar soms leden maakt van 10 voet (?) lang.
In warme landen groeit zij overigens het sterkst; daar neemt men
de jonge spruiten beneden de onderste knoop weg, plant die en
er ontstaat een nieuwe sterke stoel.
|