Bamboe
In dit overzicht worden een groot aantal soorten beknopt beschreven.
Sommige soorten zijn nog zo nieuw in Nederland en België dat erg weinig
informatie over beschikbaar is. De aangegeven hoogte en winterhardheid
moet worden gezien als een indicatie. Temperatuur, bodemgesteldheid, watervoorziening
etc. spelen een grote rol in de maximale hoogte die een bamboe kan bereiken.
Ook de winterhardheid en wintergroenheid wordt o.a. door deze factoren
beïnvloed.
Arundinaria
A. fangiana (Tung Chuan 2) ; moeilijk te classificeren; sierlijke bamboe met smalle blaadjes;
groeit goed op een half beschaduwde plaats in enigzins zure grond; matige
uitbreidingsdrang; 1 tot 2 m hoog; goed/zeer w.h.
A. funghomii ; jonge stengels zijn wit bepoederd; tot 3 m hoog;
matig w.h.
A. gigantea tecta ; Noord Amerikaanse soort; 1 tot 3 m hoog; matig/goed
w.h.
A. gigantea tecta 'Omega' ; goed tot zeer w.h. selectie; wintergroen
in winter '97-'98.
Bambusa
B. glaucescens 'Alfonse Karr' ; jonge stengels zijn groen roze
gestreept; 2 tot 4 m hoog.
B. glaucescens 'Golden Goddess' ; sierlijke bladeren op dunne stengels.
B. glaucescens 'Stripestem Fernleaf' ; lage vorm met kleine bladeren
en geelgroen gestreepte stengels.
B. tuldoides ventricosa (Buddha Bamboo) ; verkorting en verdikking
van de noden onder droge arme omstandigheden.
B. tuldoides ventricosa 'Striata'? ; halmen met witte en roze lijnen.
B. vulgaris "Vittata ; gele halmen met groene lijnen.
Opmerking : de planten behorende tot het geslacht Bambusa zijn niet winterhard.
Bashania (Arundinaria)
B. fangiana ; tot 2 m hoge goed w.h. en sierlijke bamboe met vrij kleine bladeren.
B. fargesii ; een reus uit het koele bergklimaat van Midden-China;
stugge opgaande groei met grote bladeren; grote ondergrondse uitbreidingsdrang;
4 tot 8 (10) m hoog; goed w.h. maar het blad is gevoelig voor kombinaties
van harde wind, zon en vorst.
B. qingchengshanensis (Bash. fargesii Shanghai) ; afwijkend van Bash. fargesii door een
meer behaard schutblad met onderaan een haarring, een iets kleiner blad en een groeihoogte
tussen 2 en 4 m.; goed/zeer w.h.; deze decoratieve en waardevolle bamboe valt hoogstwaarschijnlijk
binnen de natuurlijke variatie van Bash. fargesii.
Brachystachium
B. densiflorum (Semiarundinaria densiflora) ; 2 tot 3 m. hoog met opgaande dichtbebladerde
halmen; jonge scheuten hebben roze, witte en groene lengtestrepen en opvallende oortjes; goed/zeer w.h.
Chimonobambusa
C. macrophylla f. intermedia ; 1 tot 2 m hoog; matig w.h.
C. marmorea ; kleine dicht bij elkaar staande bladeren; gemarmerde
schutbladen aan de nieuwe kale stengels; vaak begint de groei al in de
herfst; matig w.h.
C. marmorea 'Variegata' ; dunne witte strepen in het blad; gele naar rood verkleurende halmen.
C. tumidinoda (Qiongzhuea tumidinoda) ; chinese wandelstok-bamboe
met opvallende verdikte knoken; 2 tot 3 m hoog; matig w.h
C. quadrangularis ; opgaand met sierlijk hangende bladeren; dikkere
stengels zijn voelbaar vierkant; niet w.h.
C. quadrangularis 'Suow' ; gele halmen meestal met groene strepen of sulcus; sommige
bladeren hebben witte lijnen; matig w.h.
Chusquea
Ch. breviglumis (Ch. aff. culeou; Ch. gigantea - Demoly) ; indrukwekkende chileense reus; in Zuid Engeland
goed winterhard maar heeft moeite met onze koudste winters.
Ch. culeou ; de bekendste meest zuidelijk groeiende Zuid Amerikaanse
soort met gevulde stengels; matig w.h.
Ch. quilla ; matig w.h.
Ch. ramosissima ; Braziliaanse soort; niet w.h.
Drepanostachyum
D. falconeri ; de sierlijke overhangende stengels dragen massa's
smalle bladeren; matig w.h.
D. hookerianum (Himalayacalamus falconeri 'Damarapa') ; sierlijke vorstgevoelige bamboe met op 'Alfonse
Karr' gelijkende gele, groene en rode halmstrepen; 1 tot 4 m hoog; niet w.h.
D. khasianum ; sierlijk; niet w.h.
D. microphyllum (Himalayacalamus asper) ; niet w.h.
D. scandens (Ampelocalamus S.) ; vitaal groeiende bamboe; niet w.h.
Fargesia (Sinarundinaria - Thamnocalaumus)
F. adpressa (Borinda adpressa ?) ; niet w.h.
F. angustissima (Borinda angustissima ?) ; kleinbladige en fors groeiende bamboe
voor een mild klimaat; 4 tot 7 m hoog; matig w.h.
F. aristata ; sierlijke bamboe uit Sikkim en Bhutan; 2 tot 4 m hoog;
matig w.h.
F. crassinoda 'Kew' ; prachtige bamboe met zeer fijn blad; 2 tot
4 m hoog; matig w.h.
F. crassinoda 'Pitt White' (Merlin) ; meer doorhangende vorm met
groene stengels.
F. denudata ; sierlijke op F. murielae gelijkende bamboe, maar met
dunnere, kleinere bladeren en later uitlopende scheuten; in 1986 als zaailing
uit China meegebracht; nieuwe generatie; 3 tot 5 m hoog; goed w.h.
F. dracocephala ; lijkt op F. murielae lijkende soort; 2 tot 3 m
hoog; goed w.h.
F. ferax (Yushania ferax) ; smalle sierlijke gebogen bladeren;
3 tot 5 m hoog met halmen tot 3.5 cm doorsnee; goed w.h.
F. fungosa (Borinda fungosa) ; zaailing; niet w.h.
F. sp. Jiuzhaigou I (F. nitida aff. 'Jiuzhaighou') ; kleurrijke,
sierlijke bamboe met kleine, smalle blaadjes en van groen naar purperrood
verkleurende, weinig bemeelde opgaande halmen; diepgele herfstkleuring; 2 tot
4 m hoog; verdraagt zon; zeer w.h.
F. murielae ; helgroene bladeren en geelgroene berijpte stengels;
veel gebruikte bamboe; 3 tot 4 m hoog; zeer w.h.
F. murielae 'Harewood' ; nieuwe generatie; net als 'Simba' een wat doorhangende schaduwvorm; 1 tot 3 m hoog;
zeer w.h.
F. murielae 'Jumbo' ; nieuwe generatie; losse open groei met geel-groene halmen; 2 tot 4 m hoog; zeer w.h.
F. murielae 'Kranich' ; een van de beter hogere selecties; 2 tot 4 m hoog; zeer
w.h.
F. murielae 'Mary' ; nieuwe generatie; in groeiwijze gelijkend op 'Kranich' 2 tot 3 m hoog; zeer w.h.
F. murielae 'Simba' ; een bossig overhangende selectie; halfschaduw of schaduw; tot 2 m
hoog; zeer w.h.
F. murielae 'Weihenstephan' ; = F. murielae ?
F. nitida (Sinarundinaria n.) ; uiterst winterharde soort met kleine
bladeren en tot purper verkleurende opgaande halmen; de in de zomer uitlopende
stengels blijven het eerste jaar kaal; 2 tot 4 m hoog; zeer w.h.
F. nitida 'Anceps' (F. nitida 'Göteborg') ; visueel identiek aan Farg. nitida 'Nymphenburg';
met mogelijk grotere warmte tolerantie; goed w.h.
F. nitida 'Chienevieres' ; dicht bij elkaar staande geel tot oranjerode
lichtoverhangende halmen; 2 tot 4 m hoog; zeer w.h.
F. nitida 'De Belder' ; dicht bebladerde vorm met in verhouding
kort blad; zeer w.h.
F. nitida 'Eisenach' ; de halmen staan wat verder uit elkaar en
hangen dieper door. Voor de meeste Fargesia soorten is halfschaduw tot
schaduw ideaal; 2 tot 4 m hoog; zeer w.h.
F. nitida 'McClure' ; imponerende vorm met lange overhangende takken; schaduwminnende vorm; bladeren
als Farg. nitida 'Nymphenburg' maar groter; 3 tot 6 m hoog; zeer w.h.
F. nitida 'Nymphenburg' ; sierlijker door zijn smaller en kleiner
blad, wat zich bij elke weersverandering oprolt; vaak foutief onder de
naam Arundinaria anceps (A. jaunsarensis) verkocht; de vele bladeren laten
de stengels doorhangen; 2 tot 4 m hoog; zeer w.h.
F. nitida 'Wakehurst' ; vrij kleine bladeren; zeer w.h.
F. robusta ; de papierdunne witte schutbladeren kontrasteren prachtig
met de glanzende olijfgroene bladeren en halmen; de zeer vroeg uitlopende
scheuten moeten beschermd worden tegen late nachtvorst; een van de beste en mooiste
niet woekerende soorten; 3 tot 5 m hoog; goed
w.h.
F. rufa (Gansu 95/1) ; moeilijk in te delen bamboe met een geheel eigen karakter; F. rufa en
F. dracocephala kenmerken; heldergroene weelderige bladeren aan sierlijk doorhangende takken; vosrode
contrasterende schutbladeren; na de strenge winter van '96/'97 een van de beste groenblijvers; tot ruim 2 m
hoog; goed/zeer w.h.
F. utilis (Tung Chuan 3) ; 2 tot 3 cm dikke halmen met sierlijke
blaadjes richten zich vanuit de basis in een bocht omhoog; een soort met
een geheel eigen karakter; 4 tot 5 m hoog; goed w.h. wanneer uitgerijpt.
Opmerking : de planten behorende tot het geslacht Fargesia woekeren niet.
Hibanobambusa
H. tranquillans ; de groene hoofdvorm van de hierna genoemde
variëteit; verondersteld een hybride te zijn van een Sasa en een Phyllostachys.
2 tot 4 m hoog.
H. tranquillans 'f. Shiroshima' ; opvallende grootbladige bonte
soort; 2 to 4 m hoog.
Himalayacalamus
H. hookerianus ; sierlijke bamboe uit het oosten van de Himalaya;
blauw bemeelde halmen; niet/matig w.h. niet te verwarren met de H. falconeri
'Damarapa'.
Indocalamus
I. latifolius ; groot overhangend diepgroen blad; tot 2 m hoog;
goed/zeer w.h.
I. latifolius 'Hopei' ; hogere vorm; tot 3 m hoog; goed/zeer w.h.
I. solidus ; vrij grote glanzende bladeren en massieve halmen; 2 m hoog; goed/zeer w.h.
I. tesselatus (Sasa tesselata) ; winterharde bamboe met zeer grote
bladeren; bladgrootte 45 x 7 cm; tot 120 cm hoog; te gebruiken als oeverplant;
goed w.h.
Neosinocalamus
N. affinis cv. Striata ; niet echt vorstbestendig zoals wel was verondersteld;
de onstabiele moederplant 'Flavidorivens' is bij het vermeerderen teruggevallen tot deze vorm;
groene stengels met dunne gele strepen.
Olygostachyum
O. lubricum (Semiarundinaria lubrica); 2 tot 5 m hoog; stug opgaand; matig/goed w.h.
Otatea
O. acuminata aztecorum ; mexicaanse soort; niet w.h.
Phyllostachys
P. acuta ; op P. vivax gelijkende bamboe, maar meer opgaand;
produceert weinig maar in verhouding wel dikke halmen; 6 tot 8 m hoog;
goed w.h.
P. angusta ; opgaande tot iets overhangende groeiwijze; 2 tot 6
m hoog; goed/zeer w.h.
P. arcana ; vrij opgaande soort; tot 6 m hoog; goed w.h.
P. arcana 'Luteosulcata' ; een van de beste nieuwe variëteiten
met opgaande diepgroene halmen en een prachtig contrasterende gele sulcus
(platte kant); tot 6 m hoog; goed/zeer w.h.
P. atrovaginata ; halmen zijn dik in verhouding tot de hoogte; typische
wierrookgeur bij wrijving van de stam; samen met de gelijkende Ph. virella
een van de beste dikhalmige soorten; goed/zeer w.h.
P. aurea ; de soortnaam omschrijft een bamboe met gele stengels
maar zeker in ons klimaat kleuren deze nauwelijks of niet; 'Holochrysa'
en 'Koi' voldoen wel aan deze verwachting; de noden aan de basis van de
stugge opgaande stengels verkorten zich vaak; te gebruiken op een goed
beschutte plaats met winterbescherming; gevoeliger dan werd aangenomen;
bij -12 °C is er bladschade en bij -18 °C kunnen de takken invriezen;
een prachtige bamboe; 2 tot 4 m hoog; matig/goed w.h.
P. aurea 'Albovariegata' ; nieuwe scheuten lijken na de bloei terug te vallen naar groen.
P. aurea 'Flavescens Inversa' ; met diepgele sulcus.
P. aurea 'Holochrysa' (Golden Bamboo) ; met dezelfde eigenschappen,
alleen verkleuren de stengels onafhankelijk van de zon in het tweede jaar
van groen naar geel en in de zon van geel naar oranje-rood; sommige bladeren
zijn crème gestreept.
P. aurea 'Koi' ; als 'Holochrysa' maar met een oplichtende groene
platte kant; zeer decoratief.
P. aureosulcata ; olijfgroene stengels met aan de platte kant een
ei-gele tekening; sommige stengels hebben een opvallende zig-zag groei
aan de basis; goed aan ons klimaat aangepaste bamboe met vrij kleine bladeren;
5 tot 7 m hoog; zeer w.h.
P. aureosulcata 'f. Alata' (P. Pekingensis) ; geheel groene stengels;
wordt iets hoger dan de andere vormen.
P. aureosulcata 'Alata albovariegata' ; zie P. bambusoides 'Albovariegata'.
P. aureosulcata 'Aureocaulis' ; schitterend kleurcontrast tussen
de diep okergele halmen en groene bladeren; de kleurintensiteit is nog
sterker als bij 'Spectabilis'; de halmen krijgen vaak een roodachtige waas
met her en der een groene streep; de eerst gevormde bladeren zijn crème
gestreept; een van de beste geelhalmige variëteiten voor ons klimaat;
5 tot 7 m hoog; zeer w.h.
P. aureosulcata 'Harbin' ; deze variëteit met gegroefde gele
lengtestrepen is enkele jaren geleden in de V.S. ontdekt; kleinere bladeren
en gedrongenere groei; zeer w.h.
P. aureosulcata ' Spectabilis' als 'Aureocaulis' maar met meer decoratieve
groene sulcus (afgeplatte kant); 5 tot 7 m hoog; zeer w.h.
P. bambusoides ; een van de meest verspreide en hoogste soorten
in China en Japan; matig/goed w.h.
P. bambusoides 'Albovariegata' ; deze nieuwe als P. aureosulcata
'Alata-albovariegata' ingevoerde bonte Phyllostachys lijkt vooralsnog eerder
bij bambusoides of een hieraan verwante soort te horen; lijkt beter winterhard
als de bij ons bekende 'bambusoides'-vormen; nieuwe scheuten zijn rozerood
en wit gestreept; de eerst gevormde bladeren zijn wit met dunne groene
strepen; later gevormde bladeren neigen meer naar groen; in het centrum
van de plant bevinden zich vaak koperkleurige bladeren; sommige halmen
hebben witte strepen; 3 tot 6 m hoog; matig/goed w.h.
P. bambusoides 'Castillonis' ; diepgele halmen met groene sulcus;
3 tot 6 m hoog; matig/goed w.h.
P. bambusoides 'Castillonis inversa' ; groene stengels met gele
sulcus.
P. bambusoides 'Holochrysa' ; diep gele stengels met soms
een groene streep.
P. bambusoides 'Kawadana' ; blad met dunne witte strepen; stengels
groen met gele lijnen.
P. bambusoides 'Subvariegata' ; blad met verwaterde groene strepen.
P. bambusoides 'Tanakae' ; donkerbruine ronde vlekken op oudere halmen; een
van de meer winterharde bambusoides vormen.
P. bissetti ; licht overhangende diepgroene tot geelgroen verkleurende
dichtbebladerde halmen; de donkergroene bladeren zijn iets gewelfd; opvallende
bamboe met vele toepassingen; een van de vroegst uitlopende soorten; tot
6 m hoog; zeer w.h. en goed wintergroen.
P. circumpilis ? ; interessante onder deze naam geïmporteerde soort; lijkt op Ph. nuda
maar heeft een korter en breder blad; zeer w.h.; na 3 jaar niet hoger dan 2 m !
P. decora ; de bladeren bij oudere halmen staan in dichte groepen;
opvallend contrasterende roze rode scheuten in het late voorjaar; 5 tot
7 m hoog; goed/zeer w.h.
P. dulcis ; een van de beste eetbare soorten; 5 tot 8 m hoog; matig/goed
w.h.
P. flexuosa ; sterke overhangende soort; 3 tot 5 m hoog; goed w.h.
P. flexuosa 'Hanchiku ; kleine vorm.
P. glauca ; wat gelijkend op P. flexuosa maar hoger; jonge scheuten
zijn wit bepoederd; goed w.h.
P. glauca 'f. yunzhu' ; oudere stengels met purper bruine ronde
vlekken; jonge scheuten diepgroen; onbemeeld; tot 5 m hoog; goed w.h.
P. heteroclada 'Purpurata' ; matig w.h.
P. heteroclada 'Solida' ; zwaar bebladerde wat doorhangende halmen;
bij deze vorm kan de basis van de stengel gevuld zijn; 2 tot 4 m hoog;
goed w.h.
P. heteroclada ' Straightstem' ; wat hogere en meer opgaande vorm;
tot 6 m hoog; goed w.h.
P. heterocycla f. pubescens (P. edulis) ; in China en Japan de meest
aangeplante bamboe en daar tot 25 m hoog; heeft warme zomers nodig om echt
hoog te worden; matig w.h.
P. humilis ; laagblijvende opgaande soort; 2 tot 4 m hoog; gebruikt
in bonsai; goed w.h.
P. incarnata ; opgaande donkergroene halmen; de voorjaarsscheuten
zijn bloedrood; 4 tot 6 m hoog; goed? w.h.
P. iridescens ; sommige halmen zijn vaal geelgroen of paars gestreept;
deze forse bamboe wordt hier 6 tot 8 m hoog; goed/zeer w.h.
P. lufoshanensis ; sterk gelijkend op Ph. nidularia maar goed w.h.;
overleefde de winter '95/'96 in goede toestand in het noorden van Nederland
(harde wind en -17°C); enige halmschade in winter '96/'97; in de zon
naar oranje-bruin verkleurende halmen; 2 tot 5 m hoog.
P. meyeri ; gelijkend op P. aurea maar zonder verkorte internoden;
tot 6 m hoog; matig/goed w.h.
P. nidularia ; matig w.h.
P. nigella ; goed w.h.
P. nigra (lakbamboe) ; de overhangende stengels verkleuren wanneer
ze ouder worden, van groen naar zwart (purper); kleine glanzende bladeren
en hier tot 5 m hoog; goed w.h.
P. nigra 'Boryana' ; groene stengels met bruine vlekken ; hoogte
in Prafrance (in Zuid Frankrijk) tot 20 m; hier tot 10 m hoog (Arboretum Kalmthout);
goed w.h.
P. nigra 'Henonis' ; een van de mooiste winterharde hogere bamboesoorten;
sierlijke overhangende geelgroene stengels; als solitair; tot 10 m hoog;
goed w.h.
P. nigra 'Megurochiku' ; eigenlijk een vorm van 'Henonis' maar purper
gepuncteerd, vooral op de sulcus; goed w.h.
P. nigra nigra ; naar verwachting sneller zwart kleurend; 3 m hoog;
goed w.h.
P. nigra ' Othello' ; lage, mogelijk nog sneller zwartkleurende
vorm; goed w.h.
P. nigra 'Tosaensis' ; op P. nigra 'Boryana' gelijkende variëteit;
de bruine vlekken zijn langgerekt; goed w.h.
P. nuda ; diepgroene op oudere leeftijd steenkleurige halmen; opvallende
witte ringen; 3 tot 6 m hoog; goed/zeer w.h.
P. nuda 'Localis' ; bruine verkleuring rond de ringen van de oudere halmen; goed/zeer
w.h.
P. nuda 'Zipoutouchizhu' ; = 'Localis'
P. parvifolia ; opvallende reus met kleine bladeren en dikke halmen; 5 tot 10 m hoog;
wordt wel de Ph. pubescens voor onze streken genoemd; zeer w.h.
P. praecox ; vroeg uitlopende soort; eetbare zoete scheuten; tot
8 m hoog; goed w.h.
P. praecox 'Notata' ; met gele sulcus goed w.h. (ingevoerd als Ph.
propinqua 'Yellowstripe'; bloeineiging)
P. prominens ; sterke groeier met dikke halmen en opvallende uitstekende ringen; 5-8 m hoog;
goed/zeer w.h.
P. propinqua (Peking 'Li Yu Gan'-kloon) ; sterke opgaande tot iets doorhangende halmen met
vrij grote bladeren; meestal matig woekerend; 5 tot 8 m hoog; zeer
w.h.
P. rubromaginata ; bamboe met een geheel eigen karakter; goed bestand
tegen droge wind; 5 tot 8 m hoog; goed/zeer w.h.
P. rutila ; tot 8 m hoog; goed w.h.
P. stimulosa ; (verwarring over de soortechtheid)
P. violascens ; lange tijd ten onrechte bij P. bambusoides ondergebracht;
de halmen hebben vaak violette lengtestrepen; zeer vroeg uitlopend; in
verhouding vrij dikke stengels; woekerend; 4 tot 8 m hoog; matig w.h.; uit de wind op lemige bodem goed w.h.
P. violascens 'Ussy' ; een in deze franse plaats gevonden vorm met
diepere kleuring van de violette lengtestrepen; matig w.h.
P. virella ; in verhouding tot de hoogte zijn de halmen dik; met
dezelfde wierrookgeur als Ph. atrovaginata; 4 tot 7 m hoog; goed/zeer w.h.
P. viridis (Mitis) ; rechtopgaande dikke stengels; heeft veel zomerwarmte nodig; matig w.h.
P. viridis 'Houzeana' ; groene stengels met gele sulcus.
P. viridis 'Sulphurea' ('Robert Young') ; van lichtgroen naar geel verkleurende
stengels met her en der groene lengtestrepen.
P. viridis 'Sulphurea x Houzeana' ; mengvorm van deze twee vormen.
P. viridi-glaucescens ; stengels van groen naar geel verkleurend
en doorhangend; vrij grote bladeren; hoogte tot 7 m maar op sommige plaatsen
in Duitsland tot wel 10 m hoog; goed w.h.
P. vivax (McClure-kloon); een van de sterkste snel volwassen wordende hoge bamboesoorten
met in verhouding dikke halmen; vrij grote wat doorhangende bladeren; 8
tot 12 m hoog; goed w.h. wanneer de halmen zijn uitgerijpt.
P. vivax 'Aureocaulis' ; de meest tot de verbeelding sprekende winterharde
bamboe; na de schutbladval zijn de stengels meteen diep-geel gekleurd met
wisselende heldergroene strepen; de uiteindelijke hoogte zal tussen de
8 tot 12 m liggen; goed w.h.
P. vivax 'Huanwenzhu' ; stabiele variëteit met groene halmen en gele sulcus;
8 tot 12 m hoog; goed w.h. wanneer de halmen zijn uitgerijpt.
P. yunhoensis ; glanzend papierachtig blad; goed w.h.
Pleioblastus (Arundinaria)
Pl. altiligulatis ; forse groeier; matig w.h.
Pl. amarus 'Hangzhouensis'; opgaande bamboe met vrij dikke groene halmen en grotere bladeren; 3 tot 6 m hoog;
goed/zeer w.h.
Pl. amarus 'Pendifolius'; meer doorhangende halmen; goed/zeer w.h.
Pl. argenteostriatus albostriatus ; eigenlijk een bonte Pl. pumilus;
goed w.h. maar vorstgevoelig boven de grond.
Pl. argenteostriatus 'Kimmei' ; bladeren met contrastrijke gele strepen.
Pl. chino ; diepgroen blad; voor grotere ruimten of de uitlopers
beperken; tot 2 m hoog; matig wintergroen; goed w.h.
Pl. chino 'f. Angustifolius' ; fijne witte strepen op de smalle
bladeren.
Pl. chino 'gracilis' ; sierlijk gebogen hangende bladeren.
Pl. chino 'Variegata' (elegantisimus) ; het lange smalle blad heeft
dunne verwaterde witte strepen; 1 tot 2 m hoog; goed w.h.
Pl. chino 'f. hisauchii' ; sierlijke en decoratieve variëteit
met smalle bladeren en decoratieve schutbladeren aan de eenjarige halmen;
hoogte 2 tot 4 m; onder gunstige omstandigheden tot 6 m; goed w.h. maar
de jonge onuitgerijpte halmen zijn wat vorstgevoelig.
Pl. chino 'Murakamianus' ; mooie variëteit met scherp afgetekende
witbonte bladeren; 1 tot 2 m hoog; goed w.h.
Pl. fortunei ; helder gestreepte wit-groene bladeren; vooral in
de schaduw een opvallende bodembedekker; boven de grond vorstgevoelig;
dus het blad in maart tot de grond terug knippen; tot 1 m hoog; goed w.h.
Pl. gramineus ; sierlijke smalle bladeren; de laat uitlopende scheuten
vertakken zich op 2/3 van de hoogte in het eerste of tweede jaar; 4 tot
5 m hoog; goed w.h.
Pl. hindsii ; lange smalle naar boven gerichte bladeren; vanuit
de stengel bossig vertakt; zeer moeilijk te definiëren soort; 2 tot
5 m hoog; goed w.h.
Pl. humilis ; donkergroene bladeren op stugge stengels; tot 120
cm hoog; goed w.h.
Pl. juxianensis; bemeelde dikke halmen; tot ruim 3 m hoog; opvallende witbonte
jonge scheuten; goed/zeer w.h.
Pl. kongosanensis f. aureo-striata ; vrij grote zachte bladeren
met hier en daar een gele streep.
Pl. kodzumae ; 2 tot 3 m hoog.
Pl. linearis ; zeer smal grasachtig blad en nauw verwant aan Pl.
hindsii; 2 tot 3 m hoog; matig/goed w.h.
Pl. oleosus ; onder de naam Brachystachyum densiflorum in Europa
verspreid; tot 3 m hoog; sierlijk overhangende bamboe; goed/zeer w.h.
Pl. pumilus ; weinig opvallende; matig woekerende en veel gebruikte bamboe;
tot 60 cm hoog.
Pl. pygmaeus ; lage bamboe tot maar 30 cm hoog; als bodembedekker
eventueel te gebruiken als gras; goed w.h.
Pl. pygmaeus distichius ; afwijkende varenachtige bladopbouw; opvallende
bodembedekker; boven de grond vorstgevoelig, dus terugsnijden in het voorjaar;
tot 120 cm hoog.
Pl. pygmaeus 'Minumus' ; tot nu toe de kleinste winterharde bamboe
met zeer kleine bladeren; 20 tot 30 cm hoog; goed w.h.
Pl. shibuyanus 'Tsuboi' ; helder getekende bonte soort met vooral
in het midden van het blad een brede witte streep; woekerend; 1 tot 2 m hoog; goed w.h.
Pl. simonni ; 3 to 5 m hoog; matig/goed w.h.
Pl. simonni f.heterophyllus ; brede en smalle, groene en bonte bladeren
aan één plant.
Pl. viridi-striatus (Ar. auricoma) ; het blad heeft oplichtende
goudgele strepen, die vooral in de schaduw opvallen; boven de grond vorstgevoelig;
terugsnijden in het voorjaar geeft ruimte aan de felgele vroeguitlopende
nieuwe scheuten; tot 80 cm hoog.
Pseudosasa
Ps. amabilis; opgaande halmen met korte zijtakken; productie tokin stokken; matig w.h.
Ps. cantori; verspreid onder de naam Arundinaria funghomii; jonge
halmen zijn wit bepoederd; matig w.h.
Ps. hamadae; tot 50 cm lange bladeren; hoogte 1 tot 2 m; goed
w.h.
Ps. japonica ; de bekendste grootbladige soort met stugge opgaande
halmen; 3 tot 5 m hoog; goed w.h.
Ps. japonica 'Akebono' en 'Akebono-suji' ; twee regelmatig naar
elkaar terugkerende variëteiten; bij 'Akebono' loopt de kleur van
de jonge bladeren vanuit de groene basis over naar een witte bladpunt;
bij 'Akebono-suji' zijn de bladeren bont gestreept; 2 tot 4 m hoog; muteert
soms terug naar groen; goed w.h.
Ps. japonica 'Tsutsumiana' ; als de vorige maar met verdikte noden
onderaan bij oudere stengels; heeft niet gebloeid; tot 3 m hoog; goed w.h.
Ps. viridula (Ps. pleioblastoides) ; op Ps. japonica gelijkende
bamboe met opgaande halmen; 2 tot 4 m hoog; goed w.h.
Sasa
S. bitchuensis ; tot 150 cm hoog; matig w.h.
S. borealis ; (Sasamorpha borealis) ; stug opgaande halmen met grote
bladeren; 1 tot 2 m hoog; goed/zeer w.h.
S. kagamiana ; grote op S. palmata gelijkende bladeren; tot 2 m
hoog; goed w.h.
S. kurilensis ; de meest noordelijk groeiende bamboe heeft een opvallend
breed glimmend blad; woekerend; deze vorm wordt tot 1 m hoog; goed/zeer
w.h.
S. kurilensis 'Shimofiuri'; fijne witte lijntjes op het blad;
zwak groeiend; tot 2 m hoog; goed w.h.
S. nipponica ; de papierachtige bladeren staan sierlijk op dunne
stengels; de bladranden drogen in de herfst in; hoogte tot 40 cm; goed
w.h.;
S. oshidensis ; mogelijk behoort het in Europa verspreide
plantmateriaal van deze soort tot S. kagamiana, terwijl S. kagamiana zoals
wij die kennen eigenlijk S. oshidensis heet; tot 2 m hoog; zeer w.h.
S. palmata f. nebulosa ; grote overhangende bladeren (30 x 7
cm); één van de weinige soorten die als oeverplant te gebruiken
is; het massieve palmachtige groen valt vooral in de winter op; voor grotere
ruimten of de uitlopers beperken; 150 tot 250 cm hoog; goed w.h.
S. quelpartensis (S. palmata quelpartensis) ; 40 tot 50 cm hoog
; veronderstelde kleine vorm van S. palmata.
S. seikoana (S. suwekoana ?) ; 1 tot 2 m hoog.
S. senanensis ; afkomstig uit de botanische tuin in Boston; tot
2 m hoog; goed w.h.
S. tsuboiana ; de bladeren zijn wisselend in grootte en tot 20
cm lang; frisgroen tot donkergroen verkleurend in de herfst; weinig eisende
bamboe voor grotere ruimten; tot 150 cm hoog; goed w.h.
S. veitchii ; de witte ingedroogde bladranden in de herfst contrasteren
opvallend met het diepgroene blad; 80 tot 150 cm hoog; goed w.h.
S. veitchii 'Minor' (S. asahinae ?) ; voornamelijk onder deze naam als kleinere
vorm van de S. veitchii verspreid maar het spitser toelopende meer glanzende
blad, de enorme verbreidingsdrang en het later indrogen van de rand, doen
een ander soort vermoeden (S. hayatae); 60 tot 120 cm hoog; goed/zeer goed
w.h.
Sasaella (Sasa)
Sa. atropurpurea (Ar. purpurea) ; tot 150 cm hoog; goed w.h.
Sa. masamuneana ; groene vorm van de hierna beschreven variëteit.
Sa. masamuneana 'Albo-striata' (Sa. glabra 'Albo-striata) ; strakke
crème en wit gestreepte maar ook helemaal groene bladeren' één
van de mooiste bonte vormen, waarvan het blad zich in de loop van een normale
winter goed houdt; meestal matig woekerend en vroeg uitlopend; tot 1.5
m hoog; goed/zeer w.h.
Sa. masamuneana 'Aureostriata' ; sommige bladeren hebben gele lengtestrepen; goed w.h.
Sa. ramosa ; woekerende lage bamboe voor grotere ruimten; de bladpunten
drogen in de herfst contrastrijk in; tot 50 cm hoog; zeer w.h.
Semiarundinaria
Sem. fastuosa ; stugge opgaande halmen met korte zijtakken; weinig
woekerend maar maakt meestal één (of enkele) meterslange
uitlopers; opvallende tot roze verkleurende schutbladeren aan de nieuwe
halmen; deze verkleuren naar oranje purper in de zon; tot 8 m hoog; goed
w.h. maar het blad heeft te lijden van snelle wisselingen tussen wind,
zon, ijzel en vorst.
Sem. fastuosa f. viridis ; in groeikracht en winterhardheid superieur
aan Sem. fastuosa en aan te bevelen in winterkoude streken; halmen blijven
groen; 6 tot 8 m hoog; goed/zeer w.h.; jonge, niet uitgerijpte halmen
zijn vorstgevoelig.
Sem. kagamiana ; opgaande groei; oudere stengels verkleuren naar
oranje; tot 5 m hoog; goed w.h.; lijkt identiek aan Sem. makinoi.
Sem. makinoi ; zie Sem. kagamiana.
Sem. okuboi (-villosa) ; in verhouding breed blad; tot 5 m hoog;
goed w.h.
Sem. yamadorii ; 2 tot 5 m hoog; matig w.h.
Sem. yamadorii 'Brimscombe' ; het nieuw gevormde blad in het
voorjaar is geelgroen met groene strepen; 2 tot 4 hoog; matig w.h..
Sem. yashadake ; stug opgaande halmen; tot 6 m hoog; goed w.h.
Sem. yashadake 'Kimmei' ; de groeiwijze lijkt op Sem. fastuosa maar
dan met alle "Kimmei" kenmerken; gele stengels met groene lengtestrepen
en bladeren met hier en daar een witte streep; windbeschut; 3 tot 5 m hoog;
matig/goed w.h.
Sem. yashadake 'spec. Korea' ; matig wintergroen; goedw.h.
Shibataea
Sh. chiangshanensis ; het blad is wat breder, dikker en glanzender
als bij Sh. kumasaca en lijkt meer weerbestendig; tot ruim 50 cm hoog; goed
w.h.
Sh. chinensis ; op Sh. kumasaca gelijkende soort; goed w.h.
Sh. lancifolia ; sierlijke lange toegespitste; 50 tot 80 cm hoog;
matig w.h.
Sh. kumasaca ; afwijkend uiterlijk met een eirond spits toelopend
blad; het frisse nieuwe blad en de nieuwe scheuten lopen pas in juni-juli
uit; tot ruim 1 m hoog; goed w.h.
Sinobambusa
Sin. rubroligula ; 2 tot 3 m hoog; matig w.h.
Sin. tootsik 'Variegata' ; matig w.h.
Thamnocalamus
T. tesselatus (A. tesselata) ; Zuid-Afrikaanse bergbamboe; de
witte schutbladeren van de nieuwe scheuten zijn dichtbehaard; tot 4 m hoog;
matig/goed w.h.
Yushania
Y. anceps (A. jaunsarensis) ; sierlijke bamboe uit de Himalaya;
door naamsverwisseling vaak verward met de zeer winterharde F. nitida 'Nymphenburg';
matig w.h.
Y. chungii (Y.brevipaniculata); jonge scheuten met merkwaardig
gedraaide top; 2 to 4 m hoog; goed w.h. maar met vorstgevoelig blad.
Y. maculata ; (Tung Chuan 4) ; lange sierlijke bladeren ; 2 tot
4 m hoog; goed w.h.
Het grootste gedeelte van deze lijst
is met toestemming van Jos van der Palen
overgenomen uit zijn brochure van bamboekwekerij KIMMEI.
|