Bamboe in de seizoenen: Herfst en winter
Geen schrik voor de donkere dagen
Met een beetje geluk leveren september en oktober nog enkele warme dagen
op. Bamboes profiteren daarvan door goed af te harden. Maar in november
wordt de zon erg zwak en daalt de temperatuur. Binnen enkele weken komt
de groei tot stilstand. Dan ondergaan bamboes in korte tijd enkele
noodzakelijke veranderingen om goed de winterse kou te kunnen doorstaan.
Fargesia nitida
Dit bamboetype is vertrouwd met korte, niet te warme zomers en lijkt
wel gemaakt voor ons klimaat. De lengtegroei van de jonge kale halmen
is eind september volledig voltooid; met één of twee blaadjes aan de
halmpunt zijn ze goed toegerust om zeer strenge vorst te doorstaan.
Ook het papierdunne blad van de oudere halmen, dat er nogal kwetsbaar
uitziet, kan meer dan 20 graden vorst verdragen. Samen met de nu helaas
bloeiende Fargesia murielae behoort deze bamboe tot de soorten die zich bij
vorst beschermen door het blad op te rollen. Menig tuinier heeft zich
door deze eigenschap laten verleiden tot het meteen maar tot de grond
terugsnoeien van de struik.
Bij doorzettende dooi ontrolt het blad zich echter weer frisgroen. Deze
twee soorten stoten eind november in korte tijd tweederde deel van het
blad af, maar ogen daarna toch nog voldoende wintergroen. Hierdoor
wordt overbodig vochtverlies voorkomen. Bij Fargesia dracocephala,
Fargesia robusta en Fargesia rufa blijft het blad zoals het is.
Zelfs jonge halmen gaan dicht bebladerd de winter in. In een doorsnee
winter zijn deze soorten beter wintergroen dan de soorten die hun blad
oprollen. Maar ook de afgelopen winter vormde voor deze bamboes op
beschutte plekken niet echt een probleem. Bij temperaturen beneden
-20 graden moeten deze soorten het afleggen tegen Fargesia murielae
en Fargesia nitida. Jonge planten kunnen beschermd worden door er
bladeren, stro of dennegroen omheen te draperen; ook de voet
moet goed bedekt worden.
Phyllostachys nigra
In de herfst hangen de jonge halmen door het gewicht van de nieuwe
bladeren al wat door. Net als bij de andere Phyllostachys-soorten wordt
het blad wat donkerder van kleur, als zichtbaar teken dat de plant
zich op de winter aan het voorbereiden is. In deze periode wordt er
blad afgestoten, maar veel minder dan bij Fargesia nitida. Wanneer
we winters als '96/'97 buiten beschouwing laten, voldoet Phyllostachys
nigra als volwaardige groenblijver. In winterhardheid moet deze soort
het echter toch afleggen tegen Phyllostachys aureosulcata, Phyllostachys
bissetii en Phyllostachys decora. De jonge groene halmen
beginnen langzaam wat te verkleuren, maar écht zwart worden ze pas
in het volgende seizoen. Ook Phyllostachys nigra 'Boryana' krijgt
langzaam de typerende bruine vlekken. Bij Phyllostachys aureosulcata
'Aureocaulis', Phyllostachys aureosulcata 'Spectabilis' en Phyllostachys
vivax 'Aureocaulis' verkleuren de jonge citroengele halmen naar diep
goudgeel. In de zon ontstaat er een rode waas. Net onder het grondoppervlak
zijn gemakkelijk de horizontaal groeiende wortelstokken (rhizomen) terug
te vinden. Hierin wordt extra energie opgeslagen, waardoor de bamboe
in het volgende groeiseizoen nieuwe en mogelijk nog grotere halmen kan
maken. Wanneer de rhizomen niet binnen een van te voren aangebrachte begrenzing
groeien, kunnen ze bij té uitbundige groei wat ingekort worden.
Al te diepe terugsnoei gaat echter ten koste van de groeikracht in het
volgend jaar.
Vooral bij jonge planten kunnen de rhizoompunten zich in de herfst met
een bocht omhoog richten en nog uitgroeien tot dunne, weinig imponerende
halmen. Bij gebrek aan groeiwarmte in het naseizoen heeft deze nagroei
in de winter nauwelijks kans om te overleven en voegt niets toe aan de
sierwaarde van de plant. Wanneer deze nagroei tijdig wordt afgesnoeid
blijft de energie in de plant. Jonge planten moeten in de eerste
winters altijd goed beschermd worden door stro, bladeren, dennentakken
of doeken losjes rond de plant aan te brengen. Strenge winters hebben
geleerd dat door het aanbrengen van een mulchlaag van stro, blad
of dennenschors de overlevingskans aanzienlijk stijgt. Zelfs de
sterkste bamboesoorten zijn hierbij gebaat.
Pleioblastus pumilis
Ook bij de lagere soorten speelt zich een aantal veranderingen af, soms
nauwelijks waarneembaar, soms zeer opvallend. Bij Pleioblastus pumilis
wordt het blad wat donkerder, maar net als bij andere soorten zoals
Pleioblastus fortunei of Pleioblastus pygmaeus 'Distichus' zijn er
nauwelijks waarneembare wintervoorbereidingen. Hoewel deze soorten
al bij -12 graden bladschade kunnen oplopen, mogen ze toch als
winterhard worden beschouwd. Dit type gedraagt zich als een vaste plant,
en is er al op voorbereid het bovengrondse deel te verliezen. Er is in de
rhizomen genoeg voedsel opgeslagen om in het volgende voorjaar voor
een volledig herstel te zorgen. Enige bescherming met blad of stro
kan geen kwaad. Sasaella ramosa en Sasaella masamuneana 'Albostriata'
zijn duidelijk niet van plan in de winter bovengronds af te vriezen.
Bij de eerste soort wordt een deel van het blad geel en valt af. Bij de
overblijvende bladeren drogen de bladpunt en bladrand iets in. De tweede
soort komt met geel-wit-groen gestreepte bladeren bijna onberispelijk
door een gemiddelde winter heen. Bij Sasa veitchii droogt de bladrand
half oktober in geeft in de donker wordende herfstdagen een oplichtend
contrast.
Pseudosasa japonica
Vrij onopvallend gaat deze soort de winter in. Meestal is de groei van
de nieuwe halmen nog in volle gang. Die nieuwe groei geeft op plaatsen
waar de laatste winter nogal wat schade veroorzaakte de plant weer
enig aanzien. De lengte van het groeiseizoen bepaalt of de nieuwe halmen
zich nog goed kunnen vertakken; pas dan kunnen ze temperaturen tot -15
graden overleven. Oudere halmen verdragen nog enkele graden vorst
méér. Het dikke schutblad omsluit de gehele halm en beschermt de
onderliggende bladknoppen extra. Semiarundinaria fastuosa is in de
regel iets meer winterhard, maar ook voor deze soort mag de komende
winter wel iets minder streng zijn. De tot een reus uitgroeiende
Bashania fargesii en de kleinere Bashania qingchengshanensis
zijn beter bestand tegen strenge winters. Laatstgenoemde soort is een
nieuwe, tot vier meter hoge bamboe met vrij groot blad, die betere
wintergroene perspectieven biedt dan Pseudosasa japonica.
Met toestemming overgenomen uit "het BONSAI blad".
Postbus 94188, 1090 GD Amsterdam.
Tel/Fax 020 6946484 tijdens kantooruren (10.00-17.00).
Oude nummers met daarin o.a. de artikelen over
bamboe zijn nog enige tijd verkrijgbaar.
Tevens met toestemming van de auteur Jos van der Palen.
Dit artikel is eerder verschenen in "het BONSAI blad"
september/oktober 1997 (blz. 32).
|