Groenlo: Van een Grolse pastoor en een oude vesting


 

terug

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

naar routekaart

 

Auteur: Haro Hielkema

Het loopt tegen het einde van de 16de eeuw. Pastoor Jan Wolsink woont in de pastorie van Groenlo samen met zijn vriendin. Dat is voor de goegemeente in de Achterhoek geen geheim. Weliswaar leeft de priester in strijd met de celibataire regels, maar het stadsbestuur vindt hem een goede en trouwe herder. Hij heeft dus niets te vrezen.

Dat verandert, als prins Maurits het stadje in 1597 verovert. Alleen pastoors die de paus in het openbaar afzweren, met goed gevolg een geloofstest afleggen én met hun lief trouwen, mogen blijven. Het is niet duidelijk wat bij Wolsink het zwaarst weegt, maar vroom en eigenwijs als de Borculoër is weigert hij deze vluchtweg naar het protestantisme. Daarmee is zijn priesterambt ten einde.

In 1606 keren de kansen, omdat de Spaanse veldheer Spinola Groenlo na een beleg van tien dagen weer inneemt en de vesting versterkt met een zeshoekige omwalling en bastions op de hoekpunten. Terwijl juist in deze jaren het katholieke fundament van de stad wordt verstevigd, is Jan Wolsink, de pastoor van 'Grol' (zoals de oude benaming luidt) niet meer in beeld.

In 1627 verandert het speelveld opnieuw, als prins Frederik Hendrik Groenlo in een flitsende operatie herovert en er bij de fortificatie nog een schepje bovenop doet. In het rampjaar 1672 is het de beurt aan de bisschop van Munster, bijgenaamd Bommen Berend' om de vesting over te nemen. Zijn bewind duurt slechts twee jaar, dan moet hij de vrede tekenen en ophoepelen. Om een eind te maken aan het krijgsgeweld worden de vestingwerken grotendeels geslecht. In 1832 gaan ook de drie stadspoorten tegen de grond.

Misschien is het wat kort door de bocht, maar de keuze van pastoor Wolsink drukt na vier eeuwen nog steeds een stempel op de stad. En dus op een stadswandeling door Groenlo. Want stel dat hij wel protestant was geworden (dominee zelfs) en zijn parochie had meegekregen -wat voor een beetje pastoor met charisma in die tijd niet zo moeilijk was-, had Groenlo er dan niet heel anders uitgezien? Waren er dan nu ook twee kanjers van St. Calixtuskerken geweest in de vesting: een hervormde uit 1471 en een rooms-katholieke uit 1908, merkwaardig genoeg allebei vernoemd naar een slaaf die het in 217 tot paus had geschopt? En was Groenlo dan mogelijk in de loop der eeuwen een dommelende nederzetting geworden in plaats van het doelwit van veldheren?

Het zijn van die vragen die je op een donkere dag in december kunnen overvallen. Groenlo is een alleraardigst stadje, er is een hoop leuks te zien onder het wandelen. Er staan nog flink wat welvarende huizen in het centrum. Ook tref je nog restanten van de roemrijke biergeschiedenis: de bakermat van Grolsch uit 1615 (in de Kevelderstraat), Villa Adriana waar de bierbaronnen woonden en de huidige brouwerij die volgend jaar naar het Twentse Boekelo verhuist. Ja, bier en Groenlo hebben een innige relatie -'zo vaste as Grolle', heet het in de volksmond.

En dan zijn er die twee kerken voor één patroonheilige, wat veel voor zo'n kleine gemeenschap. De nieuwe Calixtus staat open. De neogotische kerk heeft een kathedrale uitstraling van architect Jos Cuypers gekregen (de bouwmeester van het Rijksmuseum) en is alleen vanwege de kosten niet opgetrokken uit natuursteen maar uit Achterhoekse baksteen. Het is een exponent van de verticale geloofsbeleving. Alles in en aan het gebouw is gericht naar de hemel: hoge daken, nog hogere torenspitsen, oprijzende steunberen, ramen en bogen. De andere kerk is van oorsprong ook katholiek maar door Maurits gevorderd voor de protestantse eredienst. Hoewel van de beelden uit Wolsinks tijd weinig over is, zit het gebouw op slot. Vanuit het binnenste klinkt orgelmuziek. De bouwstijl met drie beuken is compleet anders, er zijn grote kloostermoppen gebruikt. In het koor zit een dichtgemetseld raam uit de roomse tijd, een hagioscoop, waardoor leprozen buiten de kerk de dienst konden volgen. In een zijbeuk hangt een 'memento mori'-nisje met twee schedels, om het publiek te herinneren aan de eindigheid van het aardse leven.

Het oude stratenpatroon van Groenlo uit 1600 is nagenoeg bewaard gebleven. Maar de vele jaren onder Spaans gezag hebben hun sporen nagelaten, zoals de nieuwe St. Calixtus. Het stadsbestuur had aanvankelijk helemaal geen oog voor de katholieken. Zij werden lange tijd via illegale zielszorg vanuit Zwillbrock, net over de Duitse grens, bediend en kwamen ook nog vele jaren samen in een schuilkerk. In 1798 traden de katholieken weer bovengronds en stelde het Franse gezag voor dat ze samen met de protestanten gebruik zouden maken van de oude kerk. Dat idee werd met grote kracht afgewezen. Kort daarna kreeg de grote katholieke parochie een waterstaatskerk, de voorloper van de huidige.

Van de oude vestingwerken zijn, naast patronen in het wegdek, alleen aan de noordkant overblijfselen te vinden: een courtine, een bolwerk, een bastion, een ravelijn en twee stuks geschut: het gietijzeren 'Grols kanon' uit 1570 dat Frederik Hendrik als oorlogsbuit achterliet voor de Grollenaren, en een 24-ponds kanon dat door de Spanjaarden bij hun aftocht waarschijnlijk met opzet is opgeblazen. Het schiettuig is gerestaureerd en wordt af en toe afgeschoten.

Er was wellicht nog veel meer bewaard gebleven van de vesting, als Groenlo niet zo de strijdlust van zoveel machthebbers had opgewekt. Nu lopen we langs historische locaties die vooral een verhaal zijn geworden: de plaatsen waar de stadspoorten hebben gestaan, de Barakkenplaats waar de Spaanse soldaten gelegerd waren, de Maliebaan waar voor de lol werd gekolfd, de Polvertoren die als kruithuis dienst deed, de Walstraat die herinnert aan de aarden wal die indringers moest tegenhouden en het ravelijn waar Maurits zoon Willem van Nassau in 1627 het loodje legde (misschien wel afkomstig van het 'Grols kanon'). Dat de hoge Kanonswal nu nog een vorstelijk uitzicht en schootsveld biedt, is mede te danken aan het kerkhof waar de Joodse gemeente van Groenlo sinds 1796 haar doden begraaft. Pogingen in de 19de eeuw om de begraafplaats te sluiten, zijn afgeketst -waarmee het bastion was gered.

 

Groenlo vierde in 2002 725 jaar stadsrecht. De geschiedenis van de oude vesting is sterk bepaald door het bierbrouwen en de vele belegeringen die ze onderging. Deze vestingwandeling begint en eindigt bij het VVV-kantoor aan de Goudsmitstraat, waar ook het Stadsmuseum is ondergebracht. Het is mogelijk de biergeschiedenis van Groenlo te proeven aan de hand van een ambachtelijke bierroute onder leiding van een gids. Informatie bij de VVV, tel. 0544-461247.

07 december 2002, © Trouw


naar boven