23 juli '93:

12.15 uur:
Grand Hotel, Nuwara Eliya.

Af en toe zon, die schijnt vanuit grijze luchten waar ook af en toe wat motregen uitvalt.
We wachten op de al een kwartier geleden aangevraagde telefoonverbinding met het Hotel Suisse in Kandy. Shantha's eendje is daar tussen de lakens blijven liggen en we willen proberen om het via andere chauffeurs van de SOC reis-agent terug te krijgen.

Vanmorgen hebben we iets heel bijzonders ondernomen:
Ik had gisteren een gesprek met Radji waarin ter sprake kwam wat een van mijn grootste wensen tijdens de reis zou zijn en ik vertelde hem dat ik veel gelezen had over het leven van de theepluksters, maar dat ik nooit werkelijk contact met hen had kunnen krijgen. Op de theevelden speelde, naast de Tamil-taal-barriere, immers ook steeds de sociale controle van de vrouwen onderling mee. Wanneer ik probeerde een praatje te maken met een van de vrouwen, had ik steeds in een mum van tijd tientallen vrouwen om me heen staan en werd een echt gesprek onmogelijk.

19.45 uur:
Bandarawela Hotel, Bandarawela.

We hebben zo juist weer post uit Nederland ontvangen. Heel fijn, iedere keer weer, om schriftelijk contact te hebben met de families thuis. Mijn vaste voornemen om niet te telefoneren wordt soms best geweld aan gedaan, maar de post maakt veel goed!

Terug naar de gebeurtenissen van vandaag:
Na de lunch hebben we even geluierd en toen zijn we maar weer eens koffers en handbagage in gaan pakken.
Dat gepak is iedere keer weer een hele toestand. We hebben ondertussen aardig wat souvenirs gekocht en verzameld. Overigens groeit met dit slechte weer de wasberg gestaag, we hebben inmiddels een behoorlijk grote koffer die uitlsuitend gevuld is met vuile kleren...
Om 14.45 uur waren we op het station: " Ja, no problem, er komt in ieder geval vandaag nog een trein, kijk maar op het perron, daar staan al lang heel veel mensen te wachten en dat is voor mij een goed teken! ", aldus de perronchef.
Het volgende bericht kwam om 15.15 uur: het zou best wel eens kunnen dat er om 16.00 uur een trein kwam.
Radji had er alle vertrouwen in en hij wist ook nagenoeg zeker dat er een trein zou komen. Hij vertrok, na ons veel reisgenot gewenst te hebben, alvast met de bus en de bagage naar Bandarawela.
Het wachten op de trein was helemaal niet onaangenaam, integendeel er was zo veel te zien en te beleven, de tijd vloog voorbij.

Dolgraag zou ik de theepluksters in hun plantagewoningen willen opzoeken...
Ik weet dat dat absoluut verboden is, buitenstaanders en laat staan toeristen krijgen geen toegang tot de woongebieden van de thee-families. Plantage- en theefabriekseigenaren zijn daar heel streng op. Volgens Radji willen zij niet dat er iemand kennis neemt van de barre levensomstandigheden van deze mensen. Zij wonen volkomen afgezonderd en geïsoleerd van de buitenwereld.
Toen we vanmorgen met de bus een stadstour door Nuwara Eliya gingen doen, veranderde Radji echter onverwachts van richting en reed de stad uit richting thee-velden.
Via allerlei weggetjes stopten we aan een steile afgrond waar we beneden lange rijen plantage-woningen zagen. Een heel smal pad leidde naar beneden. Volgens Radji kon er niemand bezwaar tegen maken als we van de berg af zouden dalen en zo wat dichterbij de woningen zouden komen om deze te fotografe-ren. Op handen en voeten zijn we met zijn 7-en voorzichtig naar beneden geklommen.
Na een tiental meter kwam een jongen van 'n jaar of 16 ons tegemoet die vroeg wat we wilden. Radji legde eerlijk uit dat we eigenlijk graag kennis wilden maken met de theeplukkers-families, maar men niet bevreesd hoefde te zijn, dat we de ongeschreven regels kenden en we op afstand van de woningen zouden blijven en enkel wat foto' s wilden maken. Na nog wat over-en-weer gepraat, wat niet voor ons vertaald werd, nodigde de jongen ons in gebrekkig Engels uit om verder te komen en zijn familieleden te ontmoeten.
Wat we vanmorgen gezien, ondervonden en geleerd hebben is niet op papier uit te drukken. We hebben er ook nauwelijks foto's of film van, het staat wel voorgoed in onze harten verankerd...
Lange, lange rijen golfplaten-krotten met oneindig veel 'voor-deuren', geen enkel raam en op een binnenterrein een rokend houtvuur met daarop een grote regenton waarin men voor zo'n 20 gezinnen water aan het koken was voor thee.
Bijna alle bewoners waren aanwezig, vanwege het slechte weer konden de theepluksters al een paar dagen niet werken. Hetgeen dus ook betekende dat men geen of weinig inkomsten had.
We hebben onder andere ernstig ondervoede kinderen gezien, die gehuld in lompen wezenloos voor zich uit staarden en bejaarden die zich nauwelijks nog konden voortbewegen.
De mensen waren vooral in het begin heel verlegen, sommigen vluchtten hun woonplek binnen en met name de jongste kinderen bleven op verre afstand van ons.
Er was echter een vrouw die mij in gebarentaal duidelijk maakte dat ik met haar mee mocht komen. Ze liet mij haar woonruimte zien.
Toen ik daar binnen kwam zag ik in eerste instantie helemaal niks, het was er aarde-donker. Nadat mijn ogen wat aan de duisternis gewend waren, bleek dat er in feite ook niets te zien was. Het was een volledig lege ruimte van zo'n 4 m2, waar 6 mensen in 'woonden'.
In een woordenloos contact heb ik hand-in-hand met haar gestaan en de omgeving diep op me in laten werken...
Ik, die dacht dat ik via boeken op de hoogte was van de eenzame strijd van deze families om te overleven, begrijp nu dat de werkelijkheid van hun levens kunnen zien vele malen triester is, onvoorstelbaar wat een armoede en het leek me ook allemaal zo verschrikkelijk uitzichtloos.
Dit plantage-leven gaat van generatie op generatie, slechts zelden lukt het iemand van deze families om een schoolopleiding af te maken en zodoende wat meer vrijheid op te kunnen bouwen. Van alle kinderen en jongeren die we gezien hebben, was er slechts eentje die een schooluniform had...
Moet ik in 1993 de woorden 'slavernij' en 'onderdrukking' gebruiken om deze leefgemeenschappen te beschrijven?
Radji adviseerde ons om snoepjes te geven aan klein en groot, dat werd ons uitdrukkelijk gezegd: "Ook de volwassenen vinden zoetigheid erg lekker en krijgen snoep net zo zelden of nooit als de kinderen".
We hadden net te voren 1 kilo snoepgoed gekocht en nog wat over van de vorige zak, dus we hadden genoeg om iedereen één snoepje te geven. Toen Lieneke en Annemieke uit gingen delen (wat een rottige, Westerse omschrijving trouwens) durfden veel kinderen niet dichterbij te komen en daarom zijn zij met Shantha en Kumara van deur naar deur gegaan. Daarbij bleek dat er tientallen mensen meer woonden dan we in eerste instantie dachtten.
Omdat Radji wel merkte dat ik, na dat hele speciale contact met die ene vrouw en collega-moeder, graag aan haar wat extra's wilde geven, stond hij mij toe om in haar woning een linnen tasje met zeep, haarspelden en 100Rs. achter te laten. Er was overigens niemand die ook maar iets materieels vroeg.
Het was heel beklemmend te ervaren, dat toen de laatste van ons nog niet bij het pad naar boven gearriveerd was, de plantage-mensen alweer haast apathisch terugkeerden naar de orde van hun dag...
Wat een onvoorstelbare indrukken voor ons alle 7!!!
P.S. Shantha's eendje is terecht en het komt (als alles goed gaat tenminste) per post, via Colombo, terug bij ons.
Over tegenstellingen gesproken...
Wij maken ons druk om een stoffen eendje terug te krijgen, omdat Shantha anders slecht slaapt en een aantal meters verderop kunnen de kinderen nauwelijks slapen omdat zij honger hebben...
Lieneke had (zoals gewoonlijk) al snel contact met allerlei mensen, speciaal met 2 vrouwen die met 'n klein meisjes-peutertje op de trein wachtten. De peuter had prachtige lange haren, die aan elkaar geklit waren van de neten. Lieneke vond dat ze iets extra's moest doen en ze dacht moeder en kind blij te kunnen maken met 4 kinder-haarspeldjes. De vrouwen wisten echter niet hoe ze de speldjes in de haren van het kindje moesten klikken. Terwijl de luizen over haar handen liepen, heeft Lieneke hen geholpen; het resultaat was een blije peuter en trotse moeder en tante (?).
Annemieke heeft zich tijdens het wachten vermaakt door met Kumara o.a. liedjes te zingen en klap-spelletjes te doen. We hadden toch al weer veel bekijks, dus dat maakte niet uit.
Ze heeft ook nog met Kumara tikkertje gedaan, daarbij viel Kumara van het perron, dat maakte dus wel wat uit en dat spelletje hebben we verboden...
Shantha is op 'wachtplaatsen' altijd heel rustig. Hij kijkt wat rond, zoekt een groepje mensen op en luistert dan aandachtig naar de gesprekken van de Srilankanen. Shantha heeft zo veel aandacht voor deze gesprekken, dat het soms wel lijkt of hij ze kan verstaan.
Hij is overigens (door dit observeren?) sinds een paar dagen heel spontaan weer (!) Srilankaans gaan knikken en dat gaf in het begin onderling duidelijk verwarring. En eerlijk gezegd zijn Peter en ik er de eerste keer best wel van geschrokken, dit hadden we niet verwacht.
" Shantha, wil je nog thee ?" Antwoord: ja-knikken. Dus er wordt thee in geschonken, waarop Shantha reageert met: " Ik zei toch dat ik geen thee meer wilde !" Hij heeft zelf duidelijk niet in de gaten dat wij zijn 'taal' in eerste instantie niet begrepen.
Nu zijn we er aan gewend, dat wil zeggen dat we weten wat hij bedoelt.
Ik voel echter steeds ontroering als hij, zo voor hem vanzelfsprekend, nee-knikt en ja-bedoelt of omgekeerd...

** achteraf... -sept. '93-
Nadat Shantha weer een paar weken op school zat, is het spontaan Srilankaans 'knikkebollen' langzaam verdwenen.
In mijn hart vind ik dat jammer, met mijn verstand begrijp ik het.

Het was verschrikkelijk druk op het station, maar we hadden er eigenlijk verder bij nagedacht dat alle aanwezige mensen in 2 wagons gepropt zouden moeten worden. Als Radji niet al weg was geweest, had ik persoonlijk wellicht toch alsnog voor de bus gekozen...
De trein vertrok om 16.35 uur.
We hadden met zijn zessen een plaatsje helemaal achter in de trein vlakbij de toiletruimte. Uit die ruimte kwam een onbeschrijfelijke stank, een afschuwe-lijke alles doordringende urinelucht.
Al snel hadden we contact met een aantal vrouwen, die ook regelmatig hun neusvleugels dicht knepen en met hen hebben we onze eau de cologne-zakdoekjes gedeeld, die hielpen dus niet Lcht voor de stank, het was maar het idee...
Na 'n uur hobbel-de-bobbel met puur genieten van de prachtige vergezichten (we zijn zelfs door de wolken gereden), zijn we op de grond gaan zitten. Dat over die grond ook af en toe wat viezigheid vanuit de toilet liep en de kakkerlakken over onze benen dartelden, hinderde ons niet.
Lieneke viel zelfs in slaap, dit tot zichtbare vertedering van de tientallen meereizenden Srilankanen.
Om 19.00 uur kwam de trein in Bandarawela aan en natuurlijk was Radji er om ons af te halen.
We hebben hier in dit hotel mooie grote, schone kamers die uitkomen op een binnentuin. Het eten hebben we meteen na aankomst moeten bestellen. Dat wordt vanavond 4x biefstuk en 2x kip en het zal om 20.30 geserveerd worden.
Wat een luxe: bestellen, eten en "finished" aangeven en opgeruimd is alles weer. Ik zal vast en zeker thuis weer moeten wennen na al deze verwennerij.
Morgen gaan we vanaf 10.00 uur met Radji 'sightseeing' doen en voor morgenavond staat er weer eens iets spectaculairs op ons programma, dan gaan we hier in Bandarawela naar de bioscoop. Zo maar eens 'n half uurtje sfeer proeven, ja, we willen op deze reis zo veel mogelijk dagelijks leven meemaken.
Met Kumara's vinger gaat het de goede kant op en Lieneke's voet is ook weer ietsje beter. Gelukkig maar...

** achteraf... -sept. '93-
Natuurlijk heeft ieder van ons zijn of haar eigen beste herinneringen en ervaringen overgehouden aan de reis. Voor de kinderen staat de treinreis nog steeds hoog op de lijst van de allerleukste vakantie-ervaringen. Zij vonden deze reis zo'n succes, omdat het niet zo luxe of zo toeristisch was, maar een echte dagelijkse vervoersmanier van de gewone mensen.

Index
Volgende pagina
23 juli '93:

12.15 uur:
Grand Hotel, Nuwara Eliya.

Af en toe zon, die schijnt vanuit grijze luchten waar ook af en toe wat motregen uitvalt.
We wachten op de al een kwartier geleden aangevraagde telefoonverbinding met het Hotel Suisse in Kandy. Shantha's eendje is daar tussen de lakens blijven liggen en we willen proberen om het via andere chauffeurs van de SOC reis-agent terug te krijgen.

Vanmorgen hebben we iets heel bijzonders ondernomen:
Ik had gisteren een gesprek met Radji waarin ter sprake kwam wat een van mijn grootste wensen tijdens de reis zou zijn en ik vertelde hem dat ik veel gelezen had over het leven van de theepluksters, maar dat ik nooit werkelijk contact met hen had kunnen krijgen. Op de theevelden speelde, naast de Tamil-taal-barriere, immers ook steeds de sociale controle van de vrouwen onderling mee. Wanneer ik probeerde een praatje te maken met een van de vrouwen, had ik steeds in een mum van tijd tientallen vrouwen om me heen staan en werd een echt gesprek onmogelijk.

19.45 uur:
Bandarawela Hotel, Bandarawela.

We hebben zo juist weer post uit Nederland ontvangen. Heel fijn, iedere keer weer, om schriftelijk contact te hebben met de families thuis. Mijn vaste voornemen om niet te telefoneren wordt soms best geweld aan gedaan, maar de post maakt veel goed!

Terug naar de gebeurtenissen van vandaag:
Na de lunch hebben we even geluierd en toen zijn we maar weer eens koffers en handbagage in gaan pakken.
Dat gepak is iedere keer weer een hele toestand. We hebben ondertussen aardig wat souvenirs gekocht en verzameld. Overigens groeit met dit slechte weer de wasberg gestaag, we hebben inmiddels een behoorlijk grote koffer die uitlsuitend gevuld is met vuile kleren...
Om 14.45 uur waren we op het station: " Ja, no problem, er komt in ieder geval vandaag nog een trein, kijk maar op het perron, daar staan al lang heel veel mensen te wachten en dat is voor mij een goed teken! ", aldus de perronchef.
Het volgende bericht kwam om 15.15 uur: het zou best wel eens kunnen dat er om 16.00 uur een trein kwam.
Radji had er alle vertrouwen in en hij wist ook nagenoeg zeker dat er een trein zou komen. Hij vertrok, na ons veel reisgenot gewenst te hebben, alvast met de bus en de bagage naar Bandarawela.
Het wachten op de trein was helemaal niet onaangenaam, integendeel er was zo veel te zien en te beleven, de tijd vloog voorbij.

Dolgraag zou ik de theepluksters in hun plantagewoningen willen opzoeken...
Ik weet dat dat absoluut verboden is, buitenstaanders en laat staan toeristen krijgen geen toegang tot de woongebieden van de thee-families. Plantage- en theefabriekseigenaren zijn daar heel streng op. Volgens Radji willen zij niet dat er iemand kennis neemt van de barre levensomstandigheden van deze mensen. Zij wonen volkomen afgezonderd en geïsoleerd van de buitenwereld.
Toen we vanmorgen met de bus een stadstour door Nuwara Eliya gingen doen, veranderde Radji echter onverwachts van richting en reed de stad uit richting thee-velden.
Via allerlei weggetjes stopten we aan een steile afgrond waar we beneden lange rijen plantage-woningen zagen. Een heel smal pad leidde naar beneden. Volgens Radji kon er niemand bezwaar tegen maken als we van de berg af zouden dalen en zo wat dichterbij de woningen zouden komen om deze te fotografe-ren. Op handen en voeten zijn we met zijn 7-en voorzichtig naar beneden geklommen.
Na een tiental meter kwam een jongen van 'n jaar of 16 ons tegemoet die vroeg wat we wilden. Radji legde eerlijk uit dat we eigenlijk graag kennis wilden maken met de theeplukkers-families, maar men niet bevreesd hoefde te zijn, dat we de ongeschreven regels kenden en we op afstand van de woningen zouden blijven en enkel wat foto' s wilden maken. Na nog wat over-en-weer gepraat, wat niet voor ons vertaald werd, nodigde de jongen ons in gebrekkig Engels uit om verder te komen en zijn familieleden te ontmoeten.
Wat we vanmorgen gezien, ondervonden en geleerd hebben is niet op papier uit te drukken. We hebben er ook nauwelijks foto's of film van, het staat wel voorgoed in onze harten verankerd...
Lange, lange rijen golfplaten-krotten met oneindig veel 'voor-deuren', geen enkel raam en op een binnenterrein een rokend houtvuur met daarop een grote regenton waarin men voor zo'n 20 gezinnen water aan het koken was voor thee.
Bijna alle bewoners waren aanwezig, vanwege het slechte weer konden de theepluksters al een paar dagen niet werken. Hetgeen dus ook betekende dat men geen of weinig inkomsten had.
We hebben onder andere ernstig ondervoede kinderen gezien, die gehuld in lompen wezenloos voor zich uit staarden en bejaarden die zich nauwelijks nog konden voortbewegen.
De mensen waren vooral in het begin heel verlegen, sommigen vluchtten hun woonplek binnen en met name de jongste kinderen bleven op verre afstand van ons.
Er was echter een vrouw die mij in gebarentaal duidelijk maakte dat ik met haar mee mocht komen. Ze liet mij haar woonruimte zien.
Toen ik daar binnen kwam zag ik in eerste instantie helemaal niks, het was er aarde-donker. Nadat mijn ogen wat aan de duisternis gewend waren, bleek dat er in feite ook niets te zien was. Het was een volledig lege ruimte van zo'n 4 m2, waar 6 mensen in 'woonden'.
In een woordenloos contact heb ik hand-in-hand met haar gestaan en de omgeving diep op me in laten werken...
Ik, die dacht dat ik via boeken op de hoogte was van de eenzame strijd van deze families om te overleven, begrijp nu dat de werkelijkheid van hun levens kunnen zien vele malen triester is, onvoorstelbaar wat een armoede en het leek me ook allemaal zo verschrikkelijk uitzichtloos.
Dit plantage-leven gaat van generatie op generatie, slechts zelden lukt het iemand van deze families om een schoolopleiding af te maken en zodoende wat meer vrijheid op te kunnen bouwen. Van alle kinderen en jongeren die we gezien hebben, was er slechts eentje die een schooluniform had...
Moet ik in 1993 de woorden 'slavernij' en 'onderdrukking' gebruiken om deze leefgemeenschappen te beschrijven?
Radji adviseerde ons om snoepjes te geven aan klein en groot, dat werd ons uitdrukkelijk gezegd: "Ook de volwassenen vinden zoetigheid erg lekker en krijgen snoep net zo zelden of nooit als de kinderen".
We hadden net te voren 1 kilo snoepgoed gekocht en nog wat over van de vorige zak, dus we hadden genoeg om iedereen één snoepje te geven. Toen Lieneke en Annemieke uit gingen delen (wat een rottige, Westerse omschrijving trouwens) durfden veel kinderen niet dichterbij te komen en daarom zijn zij met Shantha en Kumara van deur naar deur gegaan. Daarbij bleek dat er tientallen mensen meer woonden dan we in eerste instantie dachtten.
Omdat Radji wel merkte dat ik, na dat hele speciale contact met die ene vrouw en collega-moeder, graag aan haar wat extra's wilde geven, stond hij mij toe om in haar woning een linnen tasje met zeep, haarspelden en 100Rs. achter te laten. Er was overigens niemand die ook maar iets materieels vroeg.
Het was heel beklemmend te ervaren, dat toen de laatste van ons nog niet bij het pad naar boven gearriveerd was, de plantage-mensen alweer haast apathisch terugkeerden naar de orde van hun dag...
Wat een onvoorstelbare indrukken voor ons alle 7!!!
P.S. Shantha's eendje is terecht en het komt (als alles goed gaat tenminste) per post, via Colombo, terug bij ons.
Over tegenstellingen gesproken...
Wij maken ons druk om een stoffen eendje terug te krijgen, omdat Shantha anders slecht slaapt en een aantal meters verderop kunnen de kinderen nauwelijks slapen omdat zij honger hebben...
Lieneke had (zoals gewoonlijk) al snel contact met allerlei mensen, speciaal met 2 vrouwen die met 'n klein meisjes-peutertje op de trein wachtten. De peuter had prachtige lange haren, die aan elkaar geklit waren van de neten. Lieneke vond dat ze iets extra's moest doen en ze dacht moeder en kind blij te kunnen maken met 4 kinder-haarspeldjes. De vrouwen wisten echter niet hoe ze de speldjes in de haren van het kindje moesten klikken. Terwijl de luizen over haar handen liepen, heeft Lieneke hen geholpen; het resultaat was een blije peuter en trotse moeder en tante (?).
Annemieke heeft zich tijdens het wachten vermaakt door met Kumara o.a. liedjes te zingen en klap-spelletjes te doen. We hadden toch al weer veel bekijks, dus dat maakte niet uit.
Ze heeft ook nog met Kumara tikkertje gedaan, daarbij viel Kumara van het perron, dat maakte dus wel wat uit en dat spelletje hebben we verboden...
Shantha is op 'wachtplaatsen' altijd heel rustig. Hij kijkt wat rond, zoekt een groepje mensen op en luistert dan aandachtig naar de gesprekken van de Srilankanen. Shantha heeft zo veel aandacht voor deze gesprekken, dat het soms wel lijkt of hij ze kan verstaan.
Hij is overigens (door dit observeren?) sinds een paar dagen heel spontaan weer (!) Srilankaans gaan knikken en dat gaf in het begin onderling duidelijk verwarring. En eerlijk gezegd zijn Peter en ik er de eerste keer best wel van geschrokken, dit hadden we niet verwacht.
" Shantha, wil je nog thee ?" Antwoord: ja-knikken. Dus er wordt thee in geschonken, waarop Shantha reageert met: " Ik zei toch dat ik geen thee meer wilde !" Hij heeft zelf duidelijk niet in de gaten dat wij zijn 'taal' in eerste instantie niet begrepen.
Nu zijn we er aan gewend, dat wil zeggen dat we weten wat hij bedoelt.
Ik voel echter steeds ontroering als hij, zo voor hem vanzelfsprekend, nee-knikt en ja-bedoelt of omgekeerd...

** achteraf... -sept. '93-
Nadat Shantha weer een paar weken op school zat, is het spontaan Srilankaans 'knikkebollen' langzaam verdwenen.
In mijn hart vind ik dat jammer, met mijn verstand begrijp ik het.

Het was verschrikkelijk druk op het station, maar we hadden er eigenlijk verder bij nagedacht dat alle aanwezige mensen in 2 wagons gepropt zouden moeten worden. Als Radji niet al weg was geweest, had ik persoonlijk wellicht toch alsnog voor de bus gekozen...
De trein vertrok om 16.35 uur.
We hadden met zijn zessen een plaatsje helemaal achter in de trein vlakbij de toiletruimte. Uit die ruimte kwam een onbeschrijfelijke stank, een afschuwe-lijke alles doordringende urinelucht.
Al snel hadden we contact met een aantal vrouwen, die ook regelmatig hun neusvleugels dicht knepen en met hen hebben we onze eau de cologne-zakdoekjes gedeeld, die hielpen dus niet Lcht voor de stank, het was maar het idee...
Na 'n uur hobbel-de-bobbel met puur genieten van de prachtige vergezichten (we zijn zelfs door de wolken gereden), zijn we op de grond gaan zitten. Dat over die grond ook af en toe wat viezigheid vanuit de toilet liep en de kakkerlakken over onze benen dartelden, hinderde ons niet.
Lieneke viel zelfs in slaap, dit tot zichtbare vertedering van de tientallen meereizenden Srilankanen.
Om 19.00 uur kwam de trein in Bandarawela aan en natuurlijk was Radji er om ons af te halen.
We hebben hier in dit hotel mooie grote, schone kamers die uitkomen op een binnentuin. Het eten hebben we meteen na aankomst moeten bestellen. Dat wordt vanavond 4x biefstuk en 2x kip en het zal om 20.30 geserveerd worden.
Wat een luxe: bestellen, eten en "finished" aangeven en opgeruimd is alles weer. Ik zal vast en zeker thuis weer moeten wennen na al deze verwennerij.
Morgen gaan we vanaf 10.00 uur met Radji 'sightseeing' doen en voor morgenavond staat er weer eens iets spectaculairs op ons programma, dan gaan we hier in Bandarawela naar de bioscoop. Zo maar eens 'n half uurtje sfeer proeven, ja, we willen op deze reis zo veel mogelijk dagelijks leven meemaken.
Met Kumara's vinger gaat het de goede kant op en Lieneke's voet is ook weer ietsje beter. Gelukkig maar...

** achteraf... -sept. '93-
Natuurlijk heeft ieder van ons zijn of haar eigen beste herinneringen en ervaringen overgehouden aan de reis. Voor de kinderen staat de treinreis nog steeds hoog op de lijst van de allerleukste vakantie-ervaringen. Zij vonden deze reis zo'n succes, omdat het niet zo luxe of zo toeristisch was, maar een echte dagelijkse vervoersmanier van de gewone mensen.

Index
Volgende pagina