18.15 uur:
Radji wilde ons onderweg naar Mount Lavina nog een en ander van Colombo laten zien.
Nu hij zo langzamerhand door heeft, dat we veel van Sri Lanka al weten en gespitst zijn op niet toeristische achtergrond-informatie, heeft hij er duidelijk plezier in om ons "het dagelijkse leven" te laten zien en er over te
vertellen. We hoeven steeds minder te vragen, hij voelt precies aan waar we graag willen stoppen en wat we willen horen.
Zo is hij bijvoorbeeld met ons langs de staatsgevangenis gereden en is hij uitgebreid gestopt bij een aantal gevangenen die langs de kant van de weg, onder zwaar bewapend toezicht, aan het werken waren.
Radji heeft ons verteld hoe het strafsysteem in Sri Lanka werkt, welke onderverdeling men in gedetineerden maakt etc.
We bemerken aan Radji dat hij het waardeert dat we tijdens een groot aantal stops geen foto's of film maken. Soms doen we dat niet, omdat we gewoon eenvoudig zelf willen kijken en niet door de ogen van onze camera's, maar vaak ook niet omdat het volgens ons in heel veel situaties geen pas geeft.
-- Peter komt binnen met 3 literflessen Coca-Cola en een grote fles water voor 160 Rs.
Gisteren heeft hij bij hetzelfde kraampje en aan dezelfde man voor 2 flessen Cola en een klein flesje water 200 Rs. moeten betalen.
Tjee zeg, aan dat soort handel kan ik dus nooit wennen, moet je nu werkelijk bij iedere aankoop afdingen of extra op je hoede zijn, of denken we eenvoudig weg: "wat kan ons eigenlijk die paar gulden schelen ?" --
Het weeshuis was na 1 keer vragen gemakkelijk te vinden en we arriveerden daar 'n kwartiertje voor de afgesproken tijd.
Ik was voor dit bezoek erg zenuwachtig (heb ik daarom ook slecht geslapen?) en zag er als een berg tegenop, de anderen niet, zij waren nieuwsgierig en verheugden er zich enorm op.
Een aantal jaren geleden zijn we op verzoek van Bertie en Emy (maar ook natuurlijk omdat we dat zelf interessant dachten te vinden) naar een waterputten- en toilettenproject geweest en hebben we enkele sponsorgezinnen bezocht en dat is me toen meer dan slecht bekomen.
Ik voelde me daar overmatig rijk en blank Europees rondlopen en kon absoluut niet tegen de dankbaarheid van de plaatselijke bevolking en al helemaal niet tegen de smeekbeden van de gezinnen die niet gesponsord werden.
In het weeshuis heerste echter zo'n ontspannen sfeer en de zusters waren zo gewoon, zo aardig, de kinderen die er woonden vrolijk en spontaan in hun contacten met ons, dat al mijn zenuwachtige bezwaren en gedachten als sneeuw in de tropenzon meteen verdwenen.
Het was heel ontroerend om te bemerken dat de kinderen zo intens blij waren met de meegebrachte haarbanden, petten en vooral met de nieuwe kleren. Trots werd alles bekeken, bevoeld, bewonderd van elkaar, aangepast en vervolgens met een glimlach getoond voor de video en de foto's.
Tijdens het rijtjes maken voor de foto's werden Shantha en Kumara duidelijk besproken, de meisjes giechelden over wie er langs onze jongens op de foto mocht en in combinatie met de naam 'Kumara' hebben we meerderemalen het woord 'belle' op kunnen vangen.
Waarschijnlijk naar aanleiding van de gesprekken tussen de kinderen vroeg Zr. Rani aan Shantha en Kumara of ze ook niet in het weeshuis wilden wonen. Kumara vond dit een stomme vraag: natuurlijk niet, hij was toch geen weeskind en als hij al een weeskind was, dan was hij toch geadopteerd of niet soms? Shantha reageerde heel beleefd: "No thank you".
Terwijl we thee met een ongevraagde enorme hoeveelheid suiker dronken, met een mierzoet, speciaal voor ons gebakken stuk cake versierd met rose suikers, wat met name Shantha niet lustte, maar iedereen keurig op at, zongen de kinderen afwisselend in het Engels en Singalees een liedje voor ons: "I'm happy, you are happy".
De brok in mijn keel kwam niet door de zoete thee met cake, maar duidelijk door de indringende teksten van het liedje en de sfeer die daardoor merkbaar op kwam...
De zusters zijn er erg trots op (en terecht) dat ze ook nog tijd vrij kunnen maken om de kinderen in de avonduren wat Engels te leren. Het geleerde Engels werd voor ons gedemonstreerd, de kinderen zeiden om de beurt hun naam: " I am ..." en sommigen van hen konden ook al vertellen hoe oud ze waren en in welke school-klas ze zaten.
We vonden het trouwens zeer opmerkelijk hoe begaan de zusters zijn, niet alleen in het huidige welzijn van de kinderen, maar ook met de toekomst van de kinderen.
Zr. Rani vertelde ons bijvoorbeeld dat zij het voor de familie-contacten belangrijk vond dat de kinderen regelmatig op 'vakantie' gaan, maar dat het zeker zo belangrijk was, dat de kinderen van tijd tot tijd buiten de beschermende klooster- en weeshuismuren komen en kunnen deelnemen aan het dagelijkse vaak harde leven: "De kinderen komen altijd terug met verhalen, die verhalen beginnen meestal met: Zuster weet je dat ze buiten...".
Aan ons pleegkind Annette hebben we wat extra aandacht kunnen besteden. Zij was duidelijk de held van de dag, wij waren immers haar pleegouders en haar geluk kon werkelijk niet op toen ze een klein cadeautje extra kreeg: een toilettasje met daarin een sjieke balpen en een stolpje met 'sneeuwvlokjes' die dwarrelden op een draaiend molentje wanneer je er mee schudde.
Wij vonden trouwens (heel objectief, ahum) dat onze
Annette zonder twijfel het knapste en liefste meisje was van allemaal! Voordat we weggingen hebben we Hollandse snoepjes uitgedeeld, de kinderen bedankten allemaal keurig en wachtten met het opeten van het snoepje totdat ik ze toestemming gaf.
Voor de zusters hadden we eau de cologne meegenomen en wij kregen van hen een grote pak thee, die met veel aandacht ingepakt was: in heel mooi gevouwen, kleurig papier met prachtige strikken bijeen gebonden.









