28 juli '93:
18.45 uur:
Ratnaloka Tour Inns, Ratnapura.
We zijn hier net gearriveerd en omdat we nog niet kunnen douchen (er zijn 2 technische mensen druk bezig om in onze badkamers de warmwaterkranen aan de gang te krijgen), begin ik alvast aan het dagverslag:
De afgelopen nacht hebben we in Galle geen van allen fatsoenlijk kunnen slapen.
De ouderwetse kamers zaten vol ongedierte, de slecht werkende luchtverkoelers maakten een oorverdovend lawaai, de klamboes stonken, de verlichting was summier en vanuit de bedden niet aan te doen, de waterleidingen maakten constant een borrelend geluid en bovendien vonden Lieneke en Annemieke de hoge kamers met het antieke meubilair spookachtig.
Kumara heeft vannacht een paar keer gehuild vanwege zijn dromen over de 'hellegang'. Hij lag, door het tekort aan 3-persoonskamers, bij Shantha in bed, die dus ook steeds mocht mee genieten van zijn broertjes angstige tochten door de hel...
We zaten al voor 06.45 uur aan de ontbijttafel. Om 07.30 uur kregen we voor 6 personen: 5 ijskoude gebakken eieren, die waarschijnlijk gisteren al gebakken waren en die we bovendien niet eens besteld hadden, er waren voor ieder 'n paar stukjes toast en 2 bakjes met klontjes jam. De thee, waar we speciaal om moesten vragen, werd alsmaar niet gebracht en uiteindelijk zijn we, zonder iets gedronken te hebben, maar van tafel opgestaan.
** Achteraf... -sept. '93-
Vooral de kinderen hebben slechte herinneringen aan Galle en met name aan het New Orient Hotel overgehouden.
Zij blijven alle 4 volhouden dat het een vies hotel was, waar het bovendien absoluut heel eng spookte.
Toen Peter en ik er 5 jaar geleden waren vonden wij, duidelijk vanuit volwas-sen ogen en gevoelens, het een prachtig hotelgebouw en sprak de inrichting, de sfeer en de vroegere geschiedenis er van ons erg aan...
Voordat we aan onze dagtocht konden beginnen, moesten we nog wat boodschappen: brieven posten, koekjes, fruit en drinken inkopen om het ontbijt goed te maken en om onderweg wat op voorraad te hebben en we moesten ook nog geld wisselen.
We hebben vandaag wVrkelijk een schitterende route gehad, veel mooie natuur gezien, watervallen, kilometers lange rijstvelden, theeplantages. Het mooiste van het mooiste, het absoluut állermooiste wat het paradijselijk eiland Sri Lanka aan natuurschoon te bieden heeft, hebben we vandaag mogen zien en bewonderen.
Overal waar we gestopt zijn waren wij een ware bezienswaardigheid. Er waren zelfs kinderen die meters ver met de bus mee liepen, volgens Radji alleen maar om iets langer een glimp van blanke mensen op te kunnen vangen. Dat men langs deze route niet gewend is aan toeristen (en laat staan aan een blank gezin met 'Sri Lanka-zonen) hebben we als een verademing ervaren; niemand vroeg bijvoorbeeld om geld, snoep of balpennen.
We zijn, over hele smalle wegen, immens hoog door de bergen geweest en de vergezichten die we genoten hebben op deze unieke weg naar Ratnapura zullen we nooit vergeten!!!
Onze tocht van vandaag had ook een speciale 'missie'. Op verzoek van de 8-jarige Y. hebben we haar geboorte-plaats gezocht.
Dit dorpje, waarvan de haar bekende naam achteraf een dialect bleek te zijn, zou ergens in het district Ratnapura moeten liggen. Het komt op geen enkele landkaart voor.
Radji stopte hier en daar om discreet te vragen of iemand ooit van het dorpje gehoord had. Opvallend was, dat veel mensen niet eens wisten hoe het eerstvolgende dorp aan de weg heette, men woont hier in dorpsgemeenschappen die blijkbaar volkomen van elkaar geïsoleerd zijn.
We waren alle 7 ontroerd en hartstikke blij toen we, na veel speurwerk, het kleine, vriendelijke 'straatje' tussen de rijstvelden vonden waar Y. geboren is.
Omdat het maar een paar hutjes betrof, durfden we niet te stoppen. We wilden uiteraard met Shantha en Kumara bij ons niet onnodige aandacht trekken. Wie weet zou de moeder van Y. hier bekend zijn of nog wonen? Stel je voor dat zij zou horen dat er blanke mensen met geadopteerde kinderen foto's van het dorpje gemaakt hadden...
Een eindje buiten het dorpje is Radji gestopt en Peter is toen snel even terug gelopen om 'n foto te maken van de kilometerpaal die het einde van het dorpje aangaf.
Met deze aanwijzing kan Y., als ze later ook terug gaat met vakantie naar Sri Lanka, vast en zeker haar geboorte-plekje terugvinden.
** Achteraf.. -sept. '93-
Alhoewel ik van de ouders van Y. wist dat zij het heel erg belangrijk vond om precies te weten waar in Sri Lanka ze geboren was, had ik niet gedacht dat haar stemmetje door de telefoon zo zenuwachtig en gespannen zou vragen of we haar dorpje hadden kunnen vinden.
Toen ze later de foto op kwam halen, was ze daar heel oprecht, intens blij mee ondanks het feit dat de foto een minimaal beeld gaf van het kleine straatje met de hutjes...
Om 15.30 uur waren we in Ratnapura. Het was dus een super-lange rit vandaag, maar niemand heeft zich ook maar 1 seconde verveelt, er was zo veel te zien en te genieten!
Onze eerste gang was naar een restaurantje dat verbonden was aan 'n 'Gem'-museum. In dat restaurant had men niet meer op eters gerekend, de lunchtijd was allang voorbij en voor het avondeten waren we nog veel te vroeg. Radji regelde echter in een mum van tijd een uitgebreide maaltijd met voorgerechten, 'n hoofdgerecht en ijsjes en thee toe.
Het museum hebben we in vogelvlucht doorgelopen. De kinderen vonden het beduidend leuker om de mijnen in het echt van dichtbij te bekijken. Dat bekijken gebeurde dus ook wVrkelijk van akelig dichtbij: met de tenen over de randen van de meters-diepe schachten.
De ons bij de mijnen aangeboden "echte" robijnen en andere edelstenen, die we voor de dolle prijs van 500 dollar van een mijnwerker mochten kopen, hebben we maar afgeslagen...
Bij aankomst hier, kregen we, inplaats van bloemenkransen, weer 'ns een keer een welkomstdrankje, dat meer dan welkom was met deze hitte.
We hebben 2x grote 3-persoonskamers met balkons die minstens net zo groot zijn als de kamers zelf en een uitzicht bieden op de rubberplantages. En: hoera, hoera, inmiddels werkt het warme water ook weer!
Iets anders, iets vervelends. We hebben van de 'Hurkjes' 'n cadeautje en een brief meegekregen voor Puspha Kumara, een jongen die hier vlakbij moet wonen. Maar schande, oh schande, we kunnen nergens zijn adres meer vinden. We hebben alles, maar dan ook alles, nagezocht en zelfs de koffers en handbagage tot op de bodems leeggemaakt, resultaat nul, komma, nul! Het adres is spoorloos verdwenen.
We hebben nog onderling overlegd of het zin zou hebben om hem op de bonnefooi te gaan zoeken, maar we zijn tot de conclusie gekomen dat dit niet verstandig is; het is al bijna donker en wie-weet waar we dan terecht zouden komen. Jammer, de volgende keer beter zullen we maar denken!
Zo langzamerhand beginnen we ons alle 6 te verheugen op onze laatste vakantie-week in het Mount Lavina Hotel.
Morgen vertrekken we naar ons allerlaatste rondreis-hotel, waarbij we onderweg nog vanalles op het programma hebben staan, en daarna wordt het voor de meiden in de zon liggen, lezen en bruin worden en voor de jongens de hele dag zwemmen. Peter en ik hebben nog geen speciale plannen, wellicht lezen en langs het strand wandelen....














