De eed van Hippocrates

 

  1. Ik zweer bij de geneesheer Apollo en bij Esculaap en bij Hygia en bij Panakia en bij alle goden en godinnen, die ik hierbij tot getuige roep, dat ik deze eed en dit contract zal nakomen naar vermogen en geweten.



  2. Dat ik diegene die mij deze wetenschap heeft onderwezen als gelijke van mijn ouders zal beschouwen en dat ik hem deelgenoot van mijn leven zal maken, en dat ik hem van mijn bezit alles zal aanbieden wat hem van node zal zijn. Zijn nakomelingen zal ik als mijn broeders beschouwen, en ik zal hun deze wetenschap onderwijzen, als zij die willen leren, zonder loon en overeenkomst.



  3. Dat ik de regels van het beroep, de theoretische lessen en de overige verschillende oefeningen zal doorgeven aan mijn zonen, aan de zonen van mijn leermeester en aan leerlingen die door een eed en contract met mij verbonden zijn, overeenkomstig de gewoonten van de geneesheren, en aan niemand anders.



  4. Ik zal het genezende dieet slechts toepassen in het belang van de zieken, in zoverre dit afhangt van mijn kracht en oordeel, en ik zal ze beschermen tegen ieder letsel en onrecht.



  5. Ik zal aan niemand dodelijk medicijn toedienen, hoe dringend mij er ook om gevraagd zal worden, ook zal ik nooit een dergelijk advies geven. Eveneens zal ik nooit een abortiemiddel toedienen aan een vrouw.



  6. Ik zal mijn leven en mijn wetenschap rein en integer houden.



  7. Ik zal in geen geval diegenen die last hebben van stenen opereren, maar deze handeling overlaten aan diegenen die daar ervaring mee hebben.



  8. In alle huizen waar ik genodigd word zal ik binnengaan in het belang van de patienten, waarbij ik mezelf verre houd van enig gewild onrecht of andere corruptie en vooral verre van iedere geslachtsdaad met de betrekking tot de lichamen van vrouwen en mannen, zowel vrijen als slaven.



  9. Al datgene wat ik tijdens de behandeling zal zien of horen of ook buiten mijn dagelijkse bezigheden om, dat nooit openbaar gemaakt zal worden aan de buitenwereld, zal ik verzwijgen, er rekening mee houdend dat het heilige geheimen betreft.



  10. Zolang ik dus deze eed zal nakomen en hem niet zal schenden, moge ik dan in mijn leven en mijn wetenschap succesvol zijn en altijd een goede naam hebben onder de mensen. Als ik hem echter overtreedt en een meinedige word, laat mij dan het tegendeel overkomen.