WIJKBESCHRIJVING EN -LITERATUUR STADSDEEL LOOSDUINEN

Bohemen en Meer en Bos
Kijkduin en Ockenburg
Loosduinen, Houtwijk
Vruchtenbuurt
Waldeck
Algemene wijkliteratuur en overzicht stadsdelen
BOHEMEN EN MEER EN
BOS
Deze wijk wordt begrensd door de Machiel Vrijenhoeklaan, Sportlaan, Daal- en
Bergselaan, Pioenweg, Laan van Meerdervoort en Kijkduinsestraat.
Het deel van Waldeck tussen de Laan van Meerdervoort, Palestrinaweg, Mozartlaan
en Händellaan vormt stedenbouwkundig en stilistisch een geheel met Bohemen-Meer
en Bos.
Ontwikkelingsgeschiedenis.
Bohemen-Meer en Bos ligt aan de voet van de duinen in geaccidenteerd terrein en
is grotendeels gerealiseerd op basis van het ‘plan West’ van de Dienst
Stadsontwikkeling en Volkshuisvesting uit 1927. Dit plan was een samenvoeging
van een aantal plannen voor het westelijke deel van de stad. Het bestond uit
voltooiingsplannen voor de Vruchtenbuurt en de Vogelwijk, een uitbreidingsplan
voor Kijkduin met een verbinding naar de Vogelwijk en een straten- en
verkavelingsplan voor Waldeck en Bohemen.
De voornaamste parken en natuurgebieden bleven behouden: de Bosjes van Pex, het
duin-natuurgebied Wapendal en het landgoed Meer en Bosch.
De Laan van Meerdervoort werd in het plan doorgetrokken tot aan de Zeeweg, de
huidige Kijkduinsestraat. Een dwarsstructuur van wegen met singels koppelde de
beide gebieden (Bohemen en Waldeck) aan weerszijden van de Laan van Meerdervoort.
De belangrijkste van de dwarsassen, de Lobelialaan, verbond tevens een laag en
hoger deel van Bohemen door een helling met elkaar. De scheiding tussen de twee
terrassen werd benadrukt door een groenstrook met eveneens een singel
(Aronskelkweg).
Centraal was een halfrond plein (De Savornin Lohmanplein) gedacht en een
lancetvormige as naar de duinen, voortkomend uit twee gebogen lanen vanaf de
Oude Haagweg.
Hoewel de gemeenteraad het ‘plan West’ verwierp, startte men in 1931 met de
aanleg van straten en werd tussen 1935 en 1940 een belangrijk deel van het
gebied tussen de Haagse Beek en de Mozartlaan min of meer conform het plan
bebouwd onder het supervisorschap van W. Kromhout.
Een opvallend element vormt het Pinksterbloemplein, waar de flatbebouwing van
het project ‘Meer en Bosch’ is gerangschikt rond een T-vormige vijver. Over de
as van deze vijver heeft men zicht op een monumentaal ontworpen schoolgebouw.
De verkavelingsopzet van de wijk is ruim, onder andere door het veelvuldig
gebruik van voortuinen in de zijstraten. De bebouwing bestaat voornamelijk uit
halfgesloten bouwblokken met flats en eengezinshuizen en enkele vrijstaande
huizen.
De ontwikkeling van Bohemen en Waldeck is ook nog onderdeel geweest van drie,
overigens niet uitgevoerde, uitbreidingsplannen. In het ‘Uitbreidingsplan voor
Ockenburgh, Mae- en Escamppolder’ van de Dienst Stadsontwikkeling en
Volkshuisvesting uit 1930 werd het ‘plan West’ met enkele kleine wijzigingen
opgenomen. Voor het gebied ten westen van het park Meer en Bosch maakte de
Dienst Stadsontwikkeling en Volkshuisvesting in 1934 een wijzigingsontwerp: het
‘plan Meer en Bosch’. In het ontwerp van W.M. Dudok uit 1935 voor het
‘Uitbreidingsplan Escamppolder, Maepolder, Ockenburgh’ zijn zowel het ‘plan
West’ als het wijzigingsontwerp ‘Meer en Bosch’ verwerkt.
Structurele en/of functionele veranderingen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog onderging het gebied tussen de Aronskelkweg en de
kust grote veranderingen. De Duitse bezettingsmacht legde hier een
verdedigingslinie aan met een tankgracht en bunkers. Vrijwel alle bebouwing van
het boventerras van Bohemen viel ten offer aan sloop of langdurige leegstand. Na
de oorlog is het gebied van de Duitse verdedigingswerken geschoond en ingericht
volgens het ‘basisplan Sportlaan’ van W.M. Dudok. Het stedenbouwkundig plan voor
het boventerras van Bohemen werd geënt op de vooroorlogse situatie. Met de
herbouw begon men in 1948. Het gebied ten westen van het park Meer en Bosch werd
vanaf 1957 gerealiseerd volgens het Uitbreidingsplan Waldeck. Rond een groene
kern, waarin zes flats van twaalf bouwlagen werden gebouwd, kwam een deels
gesloten en deels open randbebouwing.
Het plan Waldeck omvatte eveneens de voltooiing van de zuidoostrand van Bohemen
en de noordrand van Waldeck. Langs de De Savornin Lohmanlaan realiseerde men
flats, deels in strokenbouw. Aan het De Savornin Lohmanplein kwam een
winkelcentrum met op de verdiepingen kantoren en een parkeerterrein op het dak.
Het geheel werd op asymmetrische wijze geflankeerd door hoge flats.
In de lancetvormige zichtas bouwde men een autogaragebedrijf en restaurant in
twee lagen, waardoor vanaf het plein het zicht op de duinen verviel.
(Bron: Monumenten inventarisatieproject Den Haag 1850-1940. Den Haag 1992)
Meer weten? Lees dan ook:
J.F.M. Wentholt, De geschiedenis van Bohemen, Waldeck, Meer en Bos en Kijkduin.
In: Bohemen, jaargang 20, 1974, nr. 6, p.5-8.
'Bohemen', officieel orgaan van de wijkvereniging, 1961-1985.
bron:
Gemeentearchief 's Gravenhage
![]()
KIJKDUIN EN OCKENBURG
De wijk ligt in het westelijk deel van Den Haag tegen de gemeentegrens met
Monster. Het gebied wordt omgrensd door de Noordzee, een denkbeeldige lijn
tussen strandpaal 105 en de De Savornin Lohmanlaan, Machiel Vrijenhoeklaan, de
Duinlaan, Kijkduinsestraat, Ockenburghstraat, Loosduinse Hoofdstraat,
Monsterseweg en de gemeentegrens met Monster.
Ontwikkelingsgeschiedenis.
Het gebied bestaat uit de als zeewering fungerende strook jonge duinen, de
afgegraven en ontgonnen veenzandpolder Westzegbroek en de zandruggen van de oude
duinen. Tussen deze oude duinen zijn lager gelegen kleine veengebieden.
De Monsterseweg maakt deel uit van de middeleeuwse weg tussen 's-Gravenhage,
Loosduinen en 's-Gravenzande. Aan weerszijden van deze weg zijn in de
Middeleeuwen boerderijen gevestigd op de rand met de veengebieden. De
boerderijen aan de noordzijde van deze weg hadden hun landbouwgronden op de
veengebieden tussen de oude duinen. Het natuurgebied Solleveld vindt zijn
oorsprong in een van deze landerijen.
In
de 17de eeuw ontwikkelden zich langs de Monsterseweg buitenplaatsen, deels ter
plaatse van de boerderijen. De belangrijkste in dit gebied is het buiten
Ockenburgh, dat omstreeks 1650 is gesticht door Jacob Westerbaen. Het vele malen
verbouwde huis wordt sinds 1946 gebruikt als jeugdherberg; het omliggende park
is als wandelgebied ingericht.
Het psychiatrisch ziekenhuis Bloemendaal, dat aan de zuidzijde van de
Monsterseweg is gevestigd, kreeg in 1930 aan de noordzijde van de weg een groot
paviljoen (Dorestad).
Tussen de oude duinen (of binnenduinen) en de nieuwe duinen lag de polder
Segbroek (Westzegbroek). Deze bestond uit veengrond met een zandlaag van
wisselende dikte; de zandlaag is afgegraven en de polder ontgonnen. Op oude
kaarten kan men de blokverkaveling van deze polder goed zien. Ongeveer midden
door deze polder liep de ‘Haagse Beek’, die na de vorming van de jonge duinen
ontstond en het water van duinmeertjes via het latere Zorgvliet en Noordeinde
naar de plek voerde waaruit de Hofvijver zou ontstaan.
Aan de rand van de polder werd nog voor 1940 een sportterrein aangelegd, het
Sportpark Ockenburgh. Na de oorlog is dit terrein vergroot. Vlak ernaast, aan de
Ockenburghstraat ligt de begraafplaats ‘Westduin’. Het plan van aanleg dateert
uit 1938; pas in 1950 werd de begraafplaats in gebruik genomen. Naast deze
begraafplaats is omstreeks 1965 een crematorium aangelegd.
Het zuidwestelijk gedeelte van de duinen is in gebruik als natuurgebied en
waterwinningsgebied.
Op de smalste plek in de jonge duinen (in de 18de eeuw het ‘smalduin’ genaamd)
ontstond in de late 19de eeuw de badplaats Kijkduin. In 1900 waren er nog
slechts drie villa's, een hotel en een hospitium van de Sophia-stichting. Tussen
1920 en 1923 werd aan de voet van het duin het villapark ‘Meer en Bosch’
aangelegd naar ontwerp van B. Bijvoet en J. Duiker. Dit park van tot villa's
geschakelde middenstandshuizen telde oorspronkelijk 126 woningen en strekte zich
uit van de Westkapellelaan tot de Wijkselaan.
In het uitbreidingsplan West van de Dienst Stadsontwikkeling en Volkshuisvesting
uit 1927 werd voorgesteld om ‘Meer en Bosch’ aan te sluiten op de bebouwing van
de Vogelwijk en Bohemen. Men heeft hier echter van afgezien om het duingebied
als natuurpark te behouden.
Structurele en/of functionele veranderingen.
Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog is ten gevolge van de aanleg van de
Atlantik Wall ongeveer de helft van de bebouwing van Kijkduin gesloopt,
waaronder een groot deel van het villapark 'Meer en Bosch'. Het natuurgebied en
de bebouwing ten noorden van de Monsterseweg liepen schade op bij ongelukken met
het lanceren van V-wapens vanaf het terrein van het psychiatrisch ziekenhuis
Bloemendaal.
Tussen 1954 en 1965 werd een gedeelte van de polder Segbroek ingericht als
kampeerterrein naar het ontwerp van I. Rijnveld, de adjunct-directeur van de
Gemeentelijke Plantsoenendienst. De Camping Ockenburgh bestaat uit kleine met
heesters omheinde terreintjes. Een gedeelte is in het midden van de jaren
negentig veranderd in een bungalowpark.
In
1956 presenteerde de gemeente een herbouw- en uitbreidingsplan voor Kijkduin.
Het Rijk wees het door F. van der Sluys gemaakte plan echter of omdat men vond
dat het Westduinpark tot aan Kijkduin onbebouwd moest blijven en de
bebouwingsdichtheid in de strook achter de duinen te hoog was.
In de loop van de jaren zestig en zeventig is de bebouwing van Kijkduin volgens
een aangepast plan van Van der Sluys (1962) tot stand gekomen. De trage
ontwikkeling van Kijkduin werd mede veroorzaakt door de gevolgen van de
stormvloed van 1953. De versterking van de kust met puinduinen is pas in 1968
voltooid. In dat jaar werd de Machiel Vrijenhoeklaan doorgetrokken tot aan de
camping en werden aan weerszijden grote parkeerterreinen aangelegd.
De recreatieve functie van Kijkduin neemt de laatste jaren sterk toe. De kern
van Kijkduin bestaat nu uit een winkelboulevard op de top van het duin. Direct
daarachter ligt het Deltaplein en de verbrede Kijkduinsestraat met flats in drie
tot zeven lagen. Ten oosten van deze straat is een belangrijk deel van het
villapark Meer en Bosch behouden. De opzet van geschakelde middenstandswoningen
in een duinachtig landschap met lage open erfscheidingen ging door verdichting
en de behoefte aan gecultiveerde privé-tuinen met hagen en schuttingen voor een
deel verloren. De als middenstandswoningen gebouwde huizen werden bovendien voor
het merendeel verbouwd tot luxe landhuisjes. Ten westen van de Kijkduinsestraat
zijn uit het villapark Meer en Bosch slechts enkele huizen aan de
Westkapellelaan behouden. Deze werden opgenomen in een nieuwe stedenbouwkundige
structuur met een rechthoekige verkaveling en dicht op elkaar gebouwde
bungalows.
Aan de Duinlaan is woningbouw gerealiseerd die stedenbouwkundig en typologisch
geen relatie heeft met de Vogelwijk en het villawijkje Meer en Bosch.
(Bron: Monumenten inventarisatieproject Den Haag 1850-1940. Den Haag 1992)
bron:
Gemeentearchief 's Gravenhage
LOOSDUINEN, HOUTWIJK
De wijk wordt begrensd door de Oude Haagweg, de Lisztstraat, Pisuissestraat, de
Ockenburghstraat, de singel naar de Willem III straat, de Margaretha van
Hennebergweg, de Lozerlaan, de Meppelweg, de Zuidwoldestraat en de Leyweg.
Ontwikkelingsgeschiedenis.
Evenals Den Haag is Loosduinen ontstaan op een strandwal, waar tegen het einde
van de twaalfde eeuw een ‘villa’ (boerderij) werd gesticht door graaf Floris III.
In die jaren is er sprake van ‘Losdun’. Floris IV, dezelfde die een aanvang
maakte met de bouw van het Binnenhof, stichtte omstreeks 1230 in Loosduinen een
Cisterciënzer nonnenklooster, waarvan de huidige abdijkerk, Willem-III-straat
40, een overblijfsel is.
De
belangrijkste verbinding met Den Haag vormde van oudsher de Haagweg met
daarnaast de Loosduinse Vaart, aangelegd in 1645. Tot omstreeks 1800 was het
grondgebied van het latere Loosduinen verdeeld over Den Haag en Monster. In 1811
werd de gemeente Loosduinen gevormd, samengesteld uit delen van het oude
Loosduinen, Poeldijk en het dorp Eik en Duinen, alsmede Kwintsheul. In 1816
gingen Poeldijk en Kwintsheul over naar de gemeente Monster.
Aan het eind van de 19de eeuw maakte Loosduinen een economische bloei door als
gevolg van de ontwikkeling van de tuinbouw. In 1899 werd de ‘Loosduinsche
Groenteveiling’ opgericht. De opleving van het dorp manifesteerde zich in de
bouw van verscheidene herenhuizen aan de huidige Loosduinse Hoofdstraat en aan
de Willem III straat.
Het redelijk welvarende 19de-eeuwse tuindersdorp werd, evenals het Westland,
tegen het einde van de eeuw uit zijn isolement verlost door de aanleg van de
tramwegen der Westlandsche Stoomtram Maatschappij, waarvan de lijn uit Den Haag
het dorp naderde langs de Oude Haagweg. Ter hoogte van de huidige Lippe
Biesterfeldweg boog de tramlijn met vermijding van de smalle Loosduinse
Hoofdstraat (voor 1967 Emmastraat en Wilhelminastraat genaamd) naar het zuiden
af, richting Honselersdijk en Naaldwijk, met een aftakking bij de Leugenbrug
richting Monster en ‘s-Gravenzande.
De bebouwing van Den Haag naderde rond de eeuwwisseling de gemeentegrens van
Loosduinen, hetgeen er toe leidde dat in 1902 grondgebied werd geannexeerd om
Den Haag aan bouwgrond te helpen. In 1923 werd Loosduinen bij Den Haag gevoegd
en hield het op als zelfstandige gemeente te bestaan. Als gevolg van deze
annexatie moest het Uitbreidingsplan voor Den Haag van Berlage worden aangepast.
Ir. P. Bakker Schut, directeur van de Dienst Stadsontwikkeling en
Volkshuisvesting, had hierbij een belangrijke inbreng.
Voor de kom van Loosduinen werd in 1927 door de Dienst Stadsontwikkeling en
Volkshuisvesting een uitbreidingsplan gemaakt. De bouwactiviteiten nabij de
dorpskern hadden vooralsnog een uitgesproken kleinschalig karakter. In 1926/1927
verrees het wijkje in de driehoek die thans begrensd wordt door de
Ockenburghstraat, de Symfoniestraat, de Pisuissestraat en de Nocturnestraat naar
ontwerp van de architecten Z. Gulden en H. Geldmaker voor de
Woningbouwvereniging ‘Ons Huis Loosduinen’. Een ander deel van dit wijkje werd
bebouwd in 1928/1929 door de architecten D. Oostbroek, L. Cussel en J.N. Munnik.
Ten noordoosten van de dorpskom kwam in dezelfde periode de ‘Burgemeesterswijk’
tot stand, begrensd door de Burgemeester Hovylaan en de Oude Haagweg. Dit
‘wijkje’ kent een recht stratenpatroon met als stedenbouwkundig accent het
Burgemeester Françoisplein, dat een plantsoenaanleg bezit.
Structurele en/of functionele veranderingen.
In de hoek tussen de Leyweg en de Escamplaan werd het gemeenteziekenhuis
Leyenburg gebouwd (1967-1971, architectenbureau K.L. Symons), gevolgd door het
Oogziekenhuis in de hoek Leyweg-Zuidwoldestraat. In het gebied dat volgens de
officiële wijkindeling Loosduinen heet, zijn na 1980 een uitgestrekte stadswijk
en een bedrijventerrein verrezen: Houtwijk en Kerketuinen. Het stedenbouwkundig
ontwerp voor Houtwijk werd geleverd door ir. R.P. Voskuil en ir. K.Y. de Neef
van de Dienst Stadsontwikkeling, op grond van het bestemmingsplan uit 1973. Er
kwamen hier 4300 woningen waarvan 55% eengezinswoningen.
Als
gevolg van verwaarlozing en ingrijpende nieuwbouwactiviteiten is van het oude
dorp Loosduinen, zoals dat nog in het begin van deze eeuw bestond, weinig
bewaard gebleven. Nog in de jaren vijftig van deze eeuw vroeg de Loosduinse
middenstand zelf om reconstructie van de dorpskern teneinde de concurrentie van
de nieuwe winkelcentra aan de Leyweg en de Hengelolaan het hoofd te kunnen
bieden. Slechts hier en daar, zoals aan de Loosduinse Hoofdstraat, de
Burgemeester Hovylaan en de Willem III straat treft men nog restanten aan van de
19de-eeuwse en vroeg-20ste-eeuwse bebouwing.
Het Loosduinse Hoofdplein met winkelcentrum kwam in de jaren zeventig tot stand.
De voormalige remise van de W.S.M. aan de Lippe Biesterfeldweg werd rond 1980
gesloopt.
(Bron: Monumenten inventarisatieproject Den Haag 1850-1940. Den Haag 1992)
Meer weten? Lees dan ook:
E. van Bergen: Geschiedenis van Loosduinen. Loosduinen 1927.
Naar Kijkduin! [Z.pl.] 1928.
J.G. de Ridder: Oud-Loosduinen. De geschiedenis van een Haagse woonwijk. Den
Haag 1976.
H. van Zon: Loosduinen in oude ansichten. Delen 1-4. Zaltbommel 1978-1986.
De geschiedenis van Loosduinen. 's-Gravenhage 1983.
P. Brak: Loosduinen rond 1840. Den Haag 1990.
Wim de Koning Gans, Loosduinse Buitenplaatsen, Den Haag 1989.
De Nieuwe Loosduinse Krant, wekelijks in Groot Loosduinen, Vruchten- en
Bloemenbuurt, Houtwijk, Waldeck en Kraayenstein, 1983 - incompleet.
![]()
bron:
Gemeentearchief 's Gravenhage
VRUCHTENBUURT
De Vruchtenbuurt ligt ten zuidwesten van het centrum en wordt omsloten door de
Oude Haagweg, Walnootstraat, Thorbeckelaan, Laan van Meerdervoort, de Laan van
Eik en Duinen, Mient en de Kamperfoeliestraat.
Ontwikkelingsgeschiedenis.
De Vruchtenbuurt is tussen omstreeks 1928-1940 aangelegd en gebouwd als woonwijk
voor de middenstand.
De wijk is gelegen in een voormalig tuinbouwgebied. Dit gebied werd van oudsher
doorsneden door een duinpad in noord-zuidelijke richting, de huidige Laan van
Eik en Duinen. De in 1645 gegraven Loosduinse Vaart en de hierlangs gelegen
straatweg waren tot in de 20ste eeuw de belangrijkste aan- en afvoerroutes
tussen het Westland en 's-Gravenhage. Behoudens het deel tussen de Thorbeckelaan
en Valkenboskade is deze vaart in de loop van de 20ste eeuw gedempt.
Ouder dan de aanleg van de Vruchtenbuurt zijn de twee begraafplaatsen aan
weerszijden van de Laan van Eik en Duinen. Ten zuidwesten van deze laan bevindt
zich de Algemene Begraafplaats ‘Oud Eik en Duinen', ontstaan uit een
samenvoeging van een laat-17de-eeuwse begraafplaats en een hiernaast gelegen
kerkhof uit 1812. Aan de andere zijde van de Laan van Eik en Duinen werd in 1891
een tweede begraafplaats aangelegd: ‘Nieuw Eykenduynen’.
De uitleg van de Vruchtenbuurt maakt deel uit van het Uitbreidingsplan ‘West’,
dat de Dienst Stadsontwikkeling en Volkshuisvesting met name ten behoeve van de
particuliere woningbouw in 1927 presenteerde. Dit plan bestreek behalve de
Vruchtenbuurt tevens het westelijk deel van de Vogelwijk, Kijkduin, Bohemen,
Waldeck en Loosduinen. De aanleg van de Vruchtenbuurt is vrijwel conform dit
plan uitgevoerd en is typerend voor de door Berlage beïnvloede stedenbouwkundige
opvattingen uit die tijd. Kenmerkend is de combinatie van besloten pleinachtige
ruimten (o.a. Moerbeiplein, Abrikozenplein, Notenplein, Abrikozenstraat tussen
Tomatenstraat en Meloenstraat) en een meer open monumentale opzet met groenassen
voor de doorgaande wegen van de wijk (o.a. Thorbeckelaan, Appelstraat,
Vlierboomstraat, Mient, Laan van Meerdervoort).
Een karakteristiek element is tevens de aanleg van brede lanen met groen en/of
waterpartijen als bindend element tussen grote recreatie- en sportterreinen.
Langs de sportterreinen zijn veelal de schoolgebouwen gesitueerd. In de
Vruchtenbuurt is deze opzet terug te vinden aan het Pomonaplein en de Pomonalaan,
gelegen tussen het sportterrein grenzend aan de Mient en het Sportpark
Stokroosveld in de Bomen- en Bloemenbuurt. In de oorspronkelijke opzet van het
plan West zijn aan de zuidwestzijde van het Pomonaplein langs de rand van het
sportterrein ook schoolgebouwen gedacht. Deze opzet is echter niet gerealiseerd.
Uiteindelijk zijn hier, aansluitend op de overige bebouwing aan het Pomonaplein
en de Pomonalaan, portiekwoningen gebouwd.
De Vruchtenbuurt is ondanks de ontwikkeling in kleine eenheden homogeen van
karakter. Dit komt omdat met particuliere bouwondernemers en
woningbouwcorporaties een erfpachtsovereenkomst werd gesloten onder het beding
van een door de Dienst Stadsontwikkeling en Volkshuisvesting goedgekeurd
bouwontwerp.
Structurele en/of functionele veranderingen.
Een versterking van de winkelfunctie heeft plaats gevonden langs delen van de
Laan van Meerdervoort en de Vlierboomstraat. Een structurele wijziging is het
complex Oude Haagweg 577-615 met zijn verspringende rooilijn, terwijl het beeld
hier wordt bepaald door een rechte rooilijn. Verder kent de wijk geen wezenlijke
veranderingen.
(Bron: Monumenten inventarisatieproject Den Haag 1850-1940. Den Haag 1992)
Meer weten? Lees dan:
J.M. Knaud: Het Wilde Westen. Herinneringen aan de Haagse Vruchtenbuurt en
ommelanden van weleer. Den Haag 1983.
Wijkberaad Vruchtenbuurt, 1983 -
bron:
Gemeentearchief 's Gravenhage
WALDECK
Waldeck wordt begrensd door de Laan van Meerdervoort, Thorbeckelaan,
Albardastraat, Walnootstraat, Oude Haagweg, Lisztstraat, Pisuissestraat en
Ockenburghstraat.
Een klein deel van Waldeck, namelijk het deel tussen de Laan van Meerdervoort,
Palestrinaweg, Mozartlaan en Händellaan, behoort stedenbouwkundig en stilistisch
bij Bohemen-Meer en Bos.
Ontwikkelingsgeschiedenis.
De ontwikkeling in dit gebied valt uiteen in vier fasen:
1. De ontwikkelingen langs de oude Haagweg en de aangrenzende Tuinenbuurt
(Buitentuinen e.o.).
2. De bebouwing ten zuiden van de Laan van Meerdervoort, behorend tot het ‘plan
West’ en vlak voor de Tweede Wereldoorlog gerealiseerd.
3. Het plan Waldeck (langs de Ockenburghstraat).
4. De ontwikkeling van Nieuw Waldeck.
Het gehele gebied behoorde aanvankelijk bij de gemeente Loosduinen en is pas met
de annexatie van 1923 bij de gemeente Den Haag getrokken.
Oude Haagweg en Tuinenbuurt.
De Oude Haagweg maakt deel uit van de middeleeuwse verbindingsweg tussen
's-Gravenzande, Loosduinen en 's-Gravenhage. Langs deze weg waren aanvankelijk
boerderijen gevestigd en sinds de 17de eeuw ook buitenplaatsen. Ten zuiden van
de Oude Haagweg is in 1645 de Loosduinse Vaart gegraven, mede voor het
verschepen van het zand van de afgravingen ten behoeve van tuinbouw.
In dit gebied lagen de buitenplaatsen Rosenburg en Rusthoek en de landerijen van
de familie Waldeck. Op het in landschapsstijl aangelegde landgoed Rosenburg is
sinds 1899 een psychiatrische inrichting gevestigd. Het landhuis dateert in zijn
huidige vorm uit omstreeks 1800. Het Huis Rusthoek werd in 1877 gesloopt en de
grond werd, evenals de grond van de familie Waldeck, verkocht als tuinbouwgrond.
Langs de Oude Haagweg vormde zich aan de rand van de tuinbouwgronden
kleinschalige lintbebouwing. Het tuinbouwgebied werd ontsloten via een aantal
sloten en wegen. Langs een van deze wegen, de Buitentuinen, ontwikkelde zich
eveneens lintbebouwing. Achter deze bebouwing is in twee fasen (ca. 1906 en ca.
1922-1926) een arbeidersbuurt ontstaan: het Zeeheldenkwartier, in 1967 omgedoopt
tot Tuinenbuurt.
In het ‘plan West’ van de Dienst Stadsontwikkeling en Volkshuisvesting uit 1927
werd een aantal deelontwerpen voor het westelijk stadsdeel samengevoegd. Voor
Waldeck was een aaneengesloten woonwijk in samenhang met Bohemen gepland. De
tuinders op Waldeck verzetten zich echter van meet af aan tegen het bebouwen van
hun tuinbouwterreinen. In Waldeck is daarom alleen het noordelijk deel in de
jaren 1935-1940 volgens het ‘plan West’ gerealiseerd.
Het verzet tegen bebouwing van het tuinbouwgebied nam na de presentatie van het
‘concept-structuurplan voor Groot 's-Gravenhage’ van W.M. Dudok in 1949 (Waldeck
viel in de categorie: ‘uitbreiding woongebied’) alleen maar toe. Na langdurige
onderhandelingen werd in 1956 besloten het tuindersgebied nog dertig jaar
ongemoeid te laten.
Het ‘uitbreidingsplan Waldeck’ uit datzelfde jaar behelsde daarom slechts de
randen van het gebied, de Groen van Prinstererlaan en de sportterreinen en
scholen tussen de Thorbeckelaan en de Groen van Prinstererlaan. De
oorspronkelijk opzet van twee symmetrische gebogen straten naar het De Savornin
Lohmanplein kon geen doorgang vinden, omdat de tegenhanger van de Thorbeckelaan
te diep in de tuinbouwgronden van Waldeck zou komen te liggen. De Groen van
Prinstererlaan heeft men daarom aan laten sluiten op een reeds bestaande
zijstraat van de Oude Haagweg. Van 1961 tot 1967 kwam vervolgens de
noordwestrand van Waldeck tot stand.
Waldeck wordt in tweeën gedeeld door een groenstrook met een brede singel (Beethovenplantsoen).
Direct ten noorden daarvan ligt een winkelplein (Alphons Diepenbrockhof). De
woonbebouwing is daaromheen gesitueerd in een stroken- en stempelverkaveling.
Aan de noordwestzijde wordt dit gebied beschut door een als windscherm
fungerende gebogen flatstrook. Aan de Laan van Meerdervoort ligt een gebied met
een plantsoen tegenover het park Meer en Bosch, een kerk en scholen.
Ten zuiden van het Beethovenplantsoen is de flatbebouwing grotendeels rond een
grote driehoekige speelplaats gesitueerd.
Nieuw Waldeck.
Volgens de overeenkomst tussen de gemeente en de tuinders zou Waldeck tot 1986
als tuinbouwgebied in gebruik kunnen blijven. Maar de schaalvergroting in de
glastuinbouw en het toenemend belang van het wegvervoer vergden tegen het eind
van de jaren zestig enorme investeringen, die voor 1986 niet terugverdiend
zouden kunnen worden. Het was dientengevolge voor de tuinders op dat moment
beter hun bedrijf voortijdig te verplaatsen. In het begin van de jaren zeventig
zijn de tuinbouwbedrijven van Waldeck met grote rijks- en gemeentelijke
subsidies overgebracht naar de Oostmadepolder (Madestein).
Vervolgens nam de gemeenteraad in 1972 de deelnota ‘wonen in Waldeck’aan, waarin
dicht verkavelde sociale woningbouw werd voorgesteld.
Nieuw Waldeck heeft een geheel eigen opzet, onafhankelijk van de omliggende
bebouwing. De wijk is door brede groenstroken in vier ongelijke sectoren
gedeeld. Elk van de sectoren wordt onderverdeeld door waterstructuren, die
schijnbaar willekeurig zijn aangelegd. Ze volgen echter goeddeels de oude
waterstructuur van het tuinbouwgebied.
De wijk wordt op vijf plaatsen voor auto's ontsloten. De toegangswegen vertakken
zich in doodlopende woonerven en woonpleintjes. Daarentegen is de wijk doorweven
met fiets- en wandelpaden, veelal begeleid door groen.
In deze structuur zijn 33 clusters met woningbouw ingepast, die elk een eigen
verkaveling en bebouwing hebben gekregen. De clusters zijn door verschillende
architecten ontworpen zodat de wijk een zeer gevarieerd karakter heeft.
Het ontbreken van doorgaande wegen voor auto's, de inrichting met doodlopende
woonerven en de in zichzelf gekeerde clusterstructuur, geven de wijk een
semi-openbaar karakter.
Structurele en/of functionele veranderingen.
Er
hebben zich geen grote structurele of functionele veranderingen voorgedaan,
anders dan de gefaseerde voortgang van de bebouwing van tuinbouwgrond. In de
jaren zeventig hebben vernieuwingen en uitbreidingen van de psychiatrische
inrichting Rosenburg plaatsgevonden.
(Bron: Monumenten inventarisatieproject Den Haag 1850-1940. Den Haag 1992)
Meer weten? Lees dan:
J.F.M. Wentholt, De geschiedenis van Bohemen, Waldeck, Meer en Bos en Kijkduin.
In: Bohemen, jaargang 20, 1974, nr. 6, p.5-8.
Wijkkrant
van Nieuw Waldeck, 1986 -
bron:
Gemeentearchief 's Gravenhage