WIJKBESCHRIJVING EN -LITERATUUR STADSDEEL LOOSDUINEN

De Kijkduinsestraat met het Badhotel, ca. 1925. IMF-nr.: 40541
Bohemen en Meer en Bos
Kijkduin en Ockenburg
Loosduinen, Houtwijk
Vruchtenbuurt
Waldeck

Algemene wijkliteratuur en overzicht stadsdelen


BOHEMEN EN MEER EN BOS

Deze wijk wordt begrensd door de Machiel Vrijenhoeklaan, Sportlaan, Daal- en Bergselaan, Pioenweg, Laan van Meerdervoort en Kijkduinsestraat.

Het deel van Waldeck tussen de Laan van Meerdervoort, Palestrinaweg, Mozartlaan en Händellaan vormt stedenbouwkundig en stilistisch een geheel met Bohemen-Meer en Bos.

Ontwikkelingsgeschiedenis.

Bohemen-Meer en Bos ligt aan de voet van de duinen in geaccidenteerd terrein en is grotendeels gerealiseerd op basis van het ‘plan West’ van de Dienst Stadsontwikkeling en Volkshuisvesting uit 1927. Dit plan was een samenvoeging van een aantal plannen voor het westelijke deel van de stad. Het bestond uit voltooiingsplannen voor de Vruchtenbuurt en de Vogelwijk, een uitbreidingsplan voor Kijkduin met een verbinding naar de Vogelwijk en een straten- en verkavelingsplan voor Waldeck en Bohemen.

De voornaamste parken en natuurgebieden bleven behouden: de Bosjes van Pex, het duin-natuurgebied Wapendal en het landgoed Meer en Bosch.

De Laan van Meerdervoort werd in het plan doorgetrokken tot aan de Zeeweg, de huidige Kijkduinsestraat. Een dwarsstructuur van wegen met singels koppelde de beide gebieden (Bohemen en Waldeck) aan weerszijden van de Laan van Meerdervoort. De belangrijkste van de dwarsassen, de Lobelialaan, verbond tevens een laag en hoger deel van Bohemen door een helling met elkaar. De scheiding tussen de twee terrassen werd benadrukt door een groenstrook met eveneens een singel (Aronskelkweg).

Centraal was een halfrond plein (De Savornin Lohmanplein) gedacht en een lancetvormige as naar de duinen, voortkomend uit twee gebogen lanen vanaf de Oude Haagweg.

Hoewel de gemeenteraad het ‘plan West’ verwierp, startte men in 1931 met de aanleg van straten en werd tussen 1935 en 1940 een belangrijk deel van het gebied tussen de Haagse Beek en de Mozartlaan min of meer conform het plan bebouwd onder het supervisorschap van W. Kromhout.

Pinksterbloemplein, op de achtergrond de Dalton H.B.S., gezien van de Laan van Meerdervoort, 1955. Een opvallend element vormt het Pinksterbloemplein, waar de flatbebouwing van het project ‘Meer en Bosch’ is gerangschikt rond een T-vormige vijver. Over de as van deze vijver heeft men zicht op een monumentaal ontworpen schoolgebouw.

De verkavelingsopzet van de wijk is ruim, onder andere door het veelvuldig gebruik van voortuinen in de zijstraten. De bebouwing bestaat voornamelijk uit halfgesloten bouwblokken met flats en eengezinshuizen en enkele vrijstaande huizen.

De ontwikkeling van Bohemen en Waldeck is ook nog onderdeel geweest van drie, overigens niet uitgevoerde, uitbreidingsplannen. In het ‘Uitbreidingsplan voor Ockenburgh, Mae- en Escamppolder’ van de Dienst Stadsontwikkeling en Volkshuisvesting uit 1930 werd het ‘plan West’ met enkele kleine wijzigingen opgenomen. Voor het gebied ten westen van het park Meer en Bosch maakte de Dienst Stadsontwikkeling en Volkshuisvesting in 1934 een wijzigingsontwerp: het ‘plan Meer en Bosch’. In het ontwerp van W.M. Dudok uit 1935 voor het ‘Uitbreidingsplan Escamppolder, Maepolder, Ockenburgh’ zijn zowel het ‘plan West’ als het wijzigingsontwerp ‘Meer en Bosch’ verwerkt.

Structurele en/of functionele veranderingen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog onderging het gebied tussen de Aronskelkweg en de kust grote veranderingen. De Duitse bezettingsmacht legde hier een verdedigingslinie aan met een tankgracht en bunkers. Vrijwel alle bebouwing van het boventerras van Bohemen viel ten offer aan sloop of langdurige leegstand. Na de oorlog is het gebied van de Duitse verdedigingswerken geschoond en ingericht volgens het ‘basisplan Sportlaan’ van W.M. Dudok. Het stedenbouwkundig plan voor het boventerras van Bohemen werd geënt op de vooroorlogse situatie. Met de herbouw begon men in 1948. Het gebied ten westen van het park Meer en Bosch werd vanaf 1957 gerealiseerd volgens het Uitbreidingsplan Waldeck. Rond een groene kern, waarin zes flats van twaalf bouwlagen werden gebouwd, kwam een deels gesloten en deels open randbebouwing.

Het plan Waldeck omvatte eveneens de voltooiing van de zuidoostrand van Bohemen en de noordrand van Waldeck. Langs de De Savornin Lohmanlaan realiseerde men flats, deels in strokenbouw. Aan het De Savornin Lohmanplein kwam een winkelcentrum met op de verdiepingen kantoren en een parkeerterrein op het dak. Het geheel werd op asymmetrische wijze geflankeerd door hoge flats.

In de lancetvormige zichtas bouwde men een autogaragebedrijf en restaurant in twee lagen, waardoor vanaf het plein het zicht op de duinen verviel.

(Bron: Monumenten inventarisatieproject Den Haag 1850-1940. Den Haag 1992)

Meer weten? Lees dan ook:
J.F.M. Wentholt, De geschiedenis van Bohemen, Waldeck, Meer en Bos en Kijkduin. In: Bohemen, jaargang 20, 1974, nr. 6, p.5-8.

'Bohemen', officieel orgaan van de wijkvereniging, 1961-1985.
 

bron: Gemeentearchief 's Gravenhage


KIJKDUIN EN OCKENBURG


De wijk ligt in het westelijk deel van Den Haag tegen de gemeentegrens met Monster. Het gebied wordt omgrensd door de Noordzee, een denkbeeldige lijn tussen strandpaal 105 en de De Savornin Lohmanlaan, Machiel Vrijenhoeklaan, de Duinlaan, Kijkduinsestraat, Ockenburghstraat, Loosduinse Hoofdstraat, Monsterseweg en de gemeentegrens met Monster.

Ontwikkelingsgeschiedenis.

Het gebied bestaat uit de als zeewering fungerende strook jonge duinen, de afgegraven en ontgonnen veenzandpolder Westzegbroek en de zandruggen van de oude duinen. Tussen deze oude duinen zijn lager gelegen kleine veengebieden.

De Monsterseweg maakt deel uit van de middeleeuwse weg tussen 's-Gravenhage, Loosduinen en 's-Gravenzande. Aan weerszijden van deze weg zijn in de Middeleeuwen boerderijen gevestigd op de rand met de veengebieden. De boerderijen aan de noordzijde van deze weg hadden hun landbouwgronden op de veengebieden tussen de oude duinen. Het natuurgebied Solleveld vindt zijn oorsprong in een van deze landerijen.

Ockenburgh, jeugdherberg
Datum opname: 01-07-1949
fotograaf: Dienst voor de StadsontwikkelingIn de 17de eeuw ontwikkelden zich langs de Monsterseweg buitenplaatsen, deels ter plaatse van de boerderijen. De belangrijkste in dit gebied is het buiten Ockenburgh, dat omstreeks 1650 is gesticht door Jacob Westerbaen. Het vele malen verbouwde huis wordt sinds 1946 gebruikt als jeugdherberg; het omliggende park is als wandelgebied ingericht.

Het psychiatrisch ziekenhuis Bloemendaal, dat aan de zuidzijde van de Monsterseweg is gevestigd, kreeg in 1930 aan de noordzijde van de weg een groot paviljoen (Dorestad).

Tussen de oude duinen (of binnenduinen) en de nieuwe duinen lag de polder Segbroek (Westzegbroek). Deze bestond uit veengrond met een zandlaag van wisselende dikte; de zandlaag is afgegraven en de polder ontgonnen. Op oude kaarten kan men de blokverkaveling van deze polder goed zien. Ongeveer midden door deze polder liep de ‘Haagse Beek’, die na de vorming van de jonge duinen ontstond en het water van duinmeertjes via het latere Zorgvliet en Noordeinde naar de plek voerde waaruit de Hofvijver zou ontstaan.

Aan de rand van de polder werd nog voor 1940 een sportterrein aangelegd, het Sportpark Ockenburgh. Na de oorlog is dit terrein vergroot. Vlak ernaast, aan de Ockenburghstraat ligt de begraafplaats ‘Westduin’. Het plan van aanleg dateert uit 1938; pas in 1950 werd de begraafplaats in gebruik genomen. Naast deze begraafplaats is omstreeks 1965 een crematorium aangelegd.

Het zuidwestelijk gedeelte van de duinen is in gebruik als natuurgebied en waterwinningsgebied.

Noordwijkselaan hoek Scheveningselaan (L.)
Datum opname: ca. 1935 Op de smalste plek in de jonge duinen (in de 18de eeuw het ‘smalduin’ genaamd) ontstond in de late 19de eeuw de badplaats Kijkduin. In 1900 waren er nog slechts drie villa's, een hotel en een hospitium van de Sophia-stichting. Tussen 1920 en 1923 werd aan de voet van het duin het villapark ‘Meer en Bosch’ aangelegd naar ontwerp van B. Bijvoet en J. Duiker. Dit park van tot villa's geschakelde middenstandshuizen telde oorspronkelijk 126 woningen en strekte zich uit van de Westkapellelaan tot de Wijkselaan.

In het uitbreidingsplan West van de Dienst Stadsontwikkeling en Volkshuisvesting uit 1927 werd voorgesteld om ‘Meer en Bosch’ aan te sluiten op de bebouwing van de Vogelwijk en Bohemen. Men heeft hier echter van afgezien om het duingebied als natuurpark te behouden.

Structurele en/of functionele veranderingen.

Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog is ten gevolge van de aanleg van de Atlantik Wall ongeveer de helft van de bebouwing van Kijkduin gesloopt, waaronder een groot deel van het villapark 'Meer en Bosch'. Het natuurgebied en de bebouwing ten noorden van de Monsterseweg liepen schade op bij ongelukken met het lanceren van V-wapens vanaf het terrein van het psychiatrisch ziekenhuis Bloemendaal.

Tussen 1954 en 1965 werd een gedeelte van de polder Segbroek ingericht als kampeerterrein naar het ontwerp van I. Rijnveld, de adjunct-directeur van de Gemeentelijke Plantsoenendienst. De Camping Ockenburgh bestaat uit kleine met heesters omheinde terreintjes. Een gedeelte is in het midden van de jaren negentig veranderd in een bungalowpark.

Ockenburgh, camping
Datum opname: 01-06-1959
fotograaf: Dienst voor de StadsontwikkelingIn 1956 presenteerde de gemeente een herbouw- en uitbreidingsplan voor Kijkduin. Het Rijk wees het door F. van der Sluys gemaakte plan echter of omdat men vond dat het Westduinpark tot aan Kijkduin onbebouwd moest blijven en de bebouwingsdichtheid in de strook achter de duinen te hoog was.

In de loop van de jaren zestig en zeventig is de bebouwing van Kijkduin volgens een aangepast plan van Van der Sluys (1962) tot stand gekomen. De trage ontwikkeling van Kijkduin werd mede veroorzaakt door de gevolgen van de stormvloed van 1953. De versterking van de kust met puinduinen is pas in 1968 voltooid. In dat jaar werd de Machiel Vrijenhoeklaan doorgetrokken tot aan de camping en werden aan weerszijden grote parkeerterreinen aangelegd.

De recreatieve functie van Kijkduin neemt de laatste jaren sterk toe. De kern van Kijkduin bestaat nu uit een winkelboulevard op de top van het duin. Direct daarachter ligt het Deltaplein en de verbrede Kijkduinsestraat met flats in drie tot zeven lagen. Ten oosten van deze straat is een belangrijk deel van het villapark Meer en Bosch behouden. De opzet van geschakelde middenstandswoningen in een duinachtig landschap met lage open erfscheidingen ging door verdichting en de behoefte aan gecultiveerde privé-tuinen met hagen en schuttingen voor een deel verloren. De als middenstandswoningen gebouwde huizen werden bovendien voor het merendeel verbouwd tot luxe landhuisjes. Ten westen van de Kijkduinsestraat zijn uit het villapark Meer en Bosch slechts enkele huizen aan de Westkapellelaan behouden. Deze werden opgenomen in een nieuwe stedenbouwkundige structuur met een rechthoekige verkaveling en dicht op elkaar gebouwde bungalows.

Aan de Duinlaan is woningbouw gerealiseerd die stedenbouwkundig en typologisch geen relatie heeft met de Vogelwijk en het villawijkje Meer en Bosch.

(Bron: Monumenten inventarisatieproject Den Haag 1850-1940. Den Haag 1992)

bron: Gemeentearchief 's Gravenhage

LOOSDUINEN, HOUTWIJK


De wijk wordt begrensd door de Oude Haagweg, de Lisztstraat, Pisuissestraat, de Ockenburghstraat, de singel naar de Willem III straat, de Margaretha van Hennebergweg, de Lozerlaan, de Meppelweg, de Zuidwoldestraat en de Leyweg.

Ontwikkelingsgeschiedenis.

Evenals Den Haag is Loosduinen ontstaan op een strandwal, waar tegen het einde van de twaalfde eeuw een ‘villa’ (boerderij) werd gesticht door graaf Floris III. In die jaren is er sprake van ‘Losdun’. Floris IV, dezelfde die een aanvang maakte met de bouw van het Binnenhof, stichtte omstreeks 1230 in Loosduinen een Cisterciënzer nonnenklooster, waarvan de huidige abdijkerk, Willem-III-straat 40, een overblijfsel is.

De Wilhelminastraat (nu Loosduinse Hoofdstraat) rond 1917, met in het midden het raadhuis. IMF-nr.: 200De belangrijkste verbinding met Den Haag vormde van oudsher de Haagweg met daarnaast de Loosduinse Vaart, aangelegd in 1645. Tot omstreeks 1800 was het grondgebied van het latere Loosduinen verdeeld over Den Haag en Monster. In 1811 werd de gemeente Loosduinen gevormd, samengesteld uit delen van het oude Loosduinen, Poeldijk en het dorp Eik en Duinen, alsmede Kwintsheul. In 1816 gingen Poeldijk en Kwintsheul over naar de gemeente Monster.

Aan het eind van de 19de eeuw maakte Loosduinen een economische bloei door als gevolg van de ontwikkeling van de tuinbouw. In 1899 werd de ‘Loosduinsche Groenteveiling’ opgericht. De opleving van het dorp manifesteerde zich in de bouw van verscheidene herenhuizen aan de huidige Loosduinse Hoofdstraat en aan de Willem III straat.

Het redelijk welvarende 19de-eeuwse tuindersdorp werd, evenals het Westland, tegen het einde van de eeuw uit zijn isolement verlost door de aanleg van de tramwegen der Westlandsche Stoomtram Maatschappij, waarvan de lijn uit Den Haag het dorp naderde langs de Oude Haagweg. Ter hoogte van de huidige Lippe Biesterfeldweg boog de tramlijn met vermijding van de smalle Loosduinse Hoofdstraat (voor 1967 Emmastraat en Wilhelminastraat genaamd) naar het zuiden af, richting Honselersdijk en Naaldwijk, met een aftakking bij de Leugenbrug richting Monster en ‘s-Gravenzande.

De bebouwing van Den Haag naderde rond de eeuwwisseling de gemeentegrens van Loosduinen, hetgeen er toe leidde dat in 1902 grondgebied werd geannexeerd om Den Haag aan bouwgrond te helpen. In 1923 werd Loosduinen bij Den Haag gevoegd en hield het op als zelfstandige gemeente te bestaan. Als gevolg van deze annexatie moest het Uitbreidingsplan voor Den Haag van Berlage worden aangepast. Ir. P. Bakker Schut, directeur van de Dienst Stadsontwikkeling en Volkshuisvesting, had hierbij een belangrijke inbreng.

Voor de kom van Loosduinen werd in 1927 door de Dienst Stadsontwikkeling en Volkshuisvesting een uitbreidingsplan gemaakt. De bouwactiviteiten nabij de dorpskern hadden vooralsnog een uitgesproken kleinschalig karakter. In 1926/1927 verrees het wijkje in de driehoek die thans begrensd wordt door de Ockenburghstraat, de Symfoniestraat, de Pisuissestraat en de Nocturnestraat naar ontwerp van de architecten Z. Gulden en H. Geldmaker voor de Woningbouwvereniging ‘Ons Huis Loosduinen’. Een ander deel van dit wijkje werd bebouwd in 1928/1929 door de architecten D. Oostbroek, L. Cussel en J.N. Munnik.

Ten noordoosten van de dorpskom kwam in dezelfde periode de ‘Burgemeesterswijk’ tot stand, begrensd door de Burgemeester Hovylaan en de Oude Haagweg. Dit ‘wijkje’ kent een recht stratenpatroon met als stedenbouwkundig accent het Burgemeester Françoisplein, dat een plantsoenaanleg bezit.

Structurele en/of functionele veranderingen.

In de hoek tussen de Leyweg en de Escamplaan werd het gemeenteziekenhuis Leyenburg gebouwd (1967-1971, architectenbureau K.L. Symons), gevolgd door het Oogziekenhuis in de hoek Leyweg-Zuidwoldestraat. In het gebied dat volgens de officiële wijkindeling Loosduinen heet, zijn na 1980 een uitgestrekte stadswijk en een bedrijventerrein verrezen: Houtwijk en Kerketuinen. Het stedenbouwkundig ontwerp voor Houtwijk werd geleverd door ir. R.P. Voskuil en ir. K.Y. de Neef van de Dienst Stadsontwikkeling, op grond van het bestemmingsplan uit 1973. Er kwamen hier 4300 woningen waarvan 55% eengezinswoningen.

Margaretha van Hennebergweg, voorheen Nieuweweg (L.), met de korenmolen De Korenaer
Datum opname: ca. 1926
fotograaf: Dienst voor de Stadsontwikkeling (Happel, J.G.)Als gevolg van verwaarlozing en ingrijpende nieuwbouwactiviteiten is van het oude dorp Loosduinen, zoals dat nog in het begin van deze eeuw bestond, weinig bewaard gebleven. Nog in de jaren vijftig van deze eeuw vroeg de Loosduinse middenstand zelf om reconstructie van de dorpskern teneinde de concurrentie van de nieuwe winkelcentra aan de Leyweg en de Hengelolaan het hoofd te kunnen bieden. Slechts hier en daar, zoals aan de Loosduinse Hoofdstraat, de Burgemeester Hovylaan en de Willem III straat treft men nog restanten aan van de 19de-eeuwse en vroeg-20ste-eeuwse bebouwing.

Het Loosduinse Hoofdplein met winkelcentrum kwam in de jaren zeventig tot stand. De voormalige remise van de W.S.M. aan de Lippe Biesterfeldweg werd rond 1980 gesloopt.
(Bron: Monumenten inventarisatieproject Den Haag 1850-1940. Den Haag 1992)

Meer weten? Lees dan ook:

E. van Bergen: Geschiedenis van Loosduinen. Loosduinen 1927.

Naar Kijkduin! [Z.pl.] 1928.

J.G. de Ridder: Oud-Loosduinen. De geschiedenis van een Haagse woonwijk. Den Haag 1976.

H. van Zon: Loosduinen in oude ansichten. Delen 1-4. Zaltbommel 1978-1986.

De geschiedenis van Loosduinen. 's-Gravenhage 1983.

P. Brak: Loosduinen rond 1840. Den Haag 1990.

Wim de Koning Gans, Loosduinse Buitenplaatsen, Den Haag 1989.

De Nieuwe Loosduinse Krant, wekelijks in Groot Loosduinen, Vruchten- en Bloemenbuurt, Houtwijk, Waldeck en Kraayenstein, 1983 - incompleet.

bron: Gemeentearchief 's Gravenhage
 


VRUCHTENBUURT

De Vruchtenbuurt ligt ten zuidwesten van het centrum en wordt omsloten door de Oude Haagweg, Walnootstraat, Thorbeckelaan, Laan van Meerdervoort, de Laan van Eik en Duinen, Mient en de Kamperfoeliestraat.

Ontwikkelingsgeschiedenis.

De Vruchtenbuurt is tussen omstreeks 1928-1940 aangelegd en gebouwd als woonwijk voor de middenstand.
De wijk is gelegen in een voormalig tuinbouwgebied. Dit gebied werd van oudsher doorsneden door een duinpad in noord-zuidelijke richting, de huidige Laan van Eik en Duinen. De in 1645 gegraven Loosduinse Vaart en de hierlangs gelegen straatweg waren tot in de 20ste eeuw de belangrijkste aan- en afvoerroutes tussen het Westland en 's-Gravenhage. Behoudens het deel tussen de Thorbeckelaan en Valkenboskade is deze vaart in de loop van de 20ste eeuw gedempt.

Ouder dan de aanleg van de Vruchtenbuurt zijn de twee begraafplaatsen aan weerszijden van de Laan van Eik en Duinen. Ten zuidwesten van deze laan bevindt zich de Algemene Begraafplaats ‘Oud Eik en Duinen', ontstaan uit een samenvoeging van een laat-17de-eeuwse begraafplaats en een hiernaast gelegen kerkhof uit 1812. Aan de andere zijde van de Laan van Eik en Duinen werd in 1891 een tweede begraafplaats aangelegd: ‘Nieuw Eykenduynen’.

De uitleg van de Vruchtenbuurt maakt deel uit van het Uitbreidingsplan ‘West’, dat de Dienst Stadsontwikkeling en Volkshuisvesting met name ten behoeve van de particuliere woningbouw in 1927 presenteerde. Dit plan bestreek behalve de Vruchtenbuurt tevens het westelijk deel van de Vogelwijk, Kijkduin, Bohemen, Waldeck en Loosduinen. De aanleg van de Vruchtenbuurt is vrijwel conform dit plan uitgevoerd en is typerend voor de door Berlage beïnvloede stedenbouwkundige opvattingen uit die tijd. Kenmerkend is de combinatie van besloten pleinachtige ruimten (o.a. Moerbeiplein, Abrikozenplein, Notenplein, Abrikozenstraat tussen Tomatenstraat en Meloenstraat) en een meer open monumentale opzet met groenassen voor de doorgaande wegen van de wijk (o.a. Thorbeckelaan, Appelstraat, Vlierboomstraat, Mient, Laan van Meerdervoort).

Perenstraat, gezien van de Appelstraat, waarvan de nrs. 136-146 (links) en 182-148 (rechtsvoor) te zien zijn
Datum opname: ca. 1935. Een karakteristiek element is tevens de aanleg van brede lanen met groen en/of waterpartijen als bindend element tussen grote recreatie- en sportterreinen. Langs de sportterreinen zijn veelal de schoolgebouwen gesitueerd. In de Vruchtenbuurt is deze opzet terug te vinden aan het Pomonaplein en de Pomonalaan, gelegen tussen het sportterrein grenzend aan de Mient en het Sportpark Stokroosveld in de Bomen- en Bloemenbuurt. In de oorspronkelijke opzet van het plan West zijn aan de zuidwestzijde van het Pomonaplein langs de rand van het sportterrein ook schoolgebouwen gedacht. Deze opzet is echter niet gerealiseerd. Uiteindelijk zijn hier, aansluitend op de overige bebouwing aan het Pomonaplein en de Pomonalaan, portiekwoningen gebouwd.

De Vruchtenbuurt is ondanks de ontwikkeling in kleine eenheden homogeen van karakter. Dit komt omdat met particuliere bouwondernemers en woningbouwcorporaties een erfpachtsovereenkomst werd gesloten onder het beding van een door de Dienst Stadsontwikkeling en Volkshuisvesting goedgekeurd bouwontwerp.

Structurele en/of functionele veranderingen.

Een versterking van de winkelfunctie heeft plaats gevonden langs delen van de Laan van Meerdervoort en de Vlierboomstraat. Een structurele wijziging is het complex Oude Haagweg 577-615 met zijn verspringende rooilijn, terwijl het beeld hier wordt bepaald door een rechte rooilijn. Verder kent de wijk geen wezenlijke veranderingen.
(Bron: Monumenten inventarisatieproject Den Haag 1850-1940. Den Haag 1992)

Meer weten? Lees dan:

J.M. Knaud: Het Wilde Westen. Herinneringen aan de Haagse Vruchtenbuurt en ommelanden van weleer. Den Haag 1983.

Wijkberaad Vruchtenbuurt, 1983 -
 

bron: Gemeentearchief 's Gravenhage
 


WALDECK

Waldeck wordt begrensd door de Laan van Meerdervoort, Thorbeckelaan, Albardastraat, Walnootstraat, Oude Haagweg, Lisztstraat, Pisuissestraat en Ockenburghstraat.
Een klein deel van Waldeck, namelijk het deel tussen de Laan van Meerdervoort, Palestrinaweg, Mozartlaan en Händellaan, behoort stedenbouwkundig en stilistisch bij Bohemen-Meer en Bos.

Ontwikkelingsgeschiedenis.

De ontwikkeling in dit gebied valt uiteen in vier fasen:
1. De ontwikkelingen langs de oude Haagweg en de aangrenzende Tuinenbuurt (Buitentuinen e.o.).
2. De bebouwing ten zuiden van de Laan van Meerdervoort, behorend tot het ‘plan West’ en vlak voor de Tweede Wereldoorlog gerealiseerd.
3. Het plan Waldeck (langs de Ockenburghstraat).
4. De ontwikkeling van Nieuw Waldeck.

Het gehele gebied behoorde aanvankelijk bij de gemeente Loosduinen en is pas met de annexatie van 1923 bij de gemeente Den Haag getrokken.

Oude Haagweg en Tuinenbuurt.
De Oude Haagweg maakt deel uit van de middeleeuwse verbindingsweg tussen 's-Gravenzande, Loosduinen en 's-Gravenhage. Langs deze weg waren aanvankelijk boerderijen gevestigd en sinds de 17de eeuw ook buitenplaatsen. Ten zuiden van de Oude Haagweg is in 1645 de Loosduinse Vaart gegraven, mede voor het verschepen van het zand van de afgravingen ten behoeve van tuinbouw.
In dit gebied lagen de buitenplaatsen Rosenburg en Rusthoek en de landerijen van de familie Waldeck. Op het in landschapsstijl aangelegde landgoed Rosenburg is sinds 1899 een psychiatrische inrichting gevestigd. Het landhuis dateert in zijn huidige vorm uit omstreeks 1800. Het Huis Rusthoek werd in 1877 gesloopt en de grond werd, evenals de grond van de familie Waldeck, verkocht als tuinbouwgrond.
Langs de Oude Haagweg vormde zich aan de rand van de tuinbouwgronden kleinschalige lintbebouwing. Het tuinbouwgebied werd ontsloten via een aantal sloten en wegen. Langs een van deze wegen, de Buitentuinen, ontwikkelde zich eveneens lintbebouwing. Achter deze bebouwing is in twee fasen (ca. 1906 en ca. 1922-1926) een arbeidersbuurt ontstaan: het Zeeheldenkwartier, in 1967 omgedoopt tot Tuinenbuurt.

Binnentuinen, vroeger Heemskerckstraat (L.), gezien vanaf de Gevers Deynootstraat naar de Evertsenstraat; rechts de ingang van de Piet Heinstraat, thans Plantentuinen
Datum opname: ca. 1930 In het ‘plan West’ van de Dienst Stadsontwikkeling en Volkshuisvesting uit 1927 werd een aantal deelontwerpen voor het westelijk stadsdeel samengevoegd. Voor Waldeck was een aaneengesloten woonwijk in samenhang met Bohemen gepland. De tuinders op Waldeck verzetten zich echter van meet af aan tegen het bebouwen van hun tuinbouwterreinen. In Waldeck is daarom alleen het noordelijk deel in de jaren 1935-1940 volgens het ‘plan West’ gerealiseerd.

Het verzet tegen bebouwing van het tuinbouwgebied nam na de presentatie van het ‘concept-structuurplan voor Groot 's-Gravenhage’ van W.M. Dudok in 1949 (Waldeck viel in de categorie: ‘uitbreiding woongebied’) alleen maar toe. Na langdurige onderhandelingen werd in 1956 besloten het tuindersgebied nog dertig jaar ongemoeid te laten.
Het ‘uitbreidingsplan Waldeck’ uit datzelfde jaar behelsde daarom slechts de randen van het gebied, de Groen van Prinstererlaan en de sportterreinen en scholen tussen de Thorbeckelaan en de Groen van Prinstererlaan. De oorspronkelijk opzet van twee symmetrische gebogen straten naar het De Savornin Lohmanplein kon geen doorgang vinden, omdat de tegenhanger van de Thorbeckelaan te diep in de tuinbouwgronden van Waldeck zou komen te liggen. De Groen van Prinstererlaan heeft men daarom aan laten sluiten op een reeds bestaande zijstraat van de Oude Haagweg. Van 1961 tot 1967 kwam vervolgens de noordwestrand van Waldeck tot stand.

Waldeck wordt in tweeën gedeeld door een groenstrook met een brede singel (Beethovenplantsoen). Direct ten noorden daarvan ligt een winkelplein (Alphons Diepenbrockhof). De woonbebouwing is daaromheen gesitueerd in een stroken- en stempelverkaveling. Aan de noordwestzijde wordt dit gebied beschut door een als windscherm fungerende gebogen flatstrook. Aan de Laan van Meerdervoort ligt een gebied met een plantsoen tegenover het park Meer en Bosch, een kerk en scholen.
Ten zuiden van het Beethovenplantsoen is de flatbebouwing grotendeels rond een grote driehoekige speelplaats gesitueerd.

Nieuw Waldeck.
Volgens de overeenkomst tussen de gemeente en de tuinders zou Waldeck tot 1986 als tuinbouwgebied in gebruik kunnen blijven. Maar de schaalvergroting in de glastuinbouw en het toenemend belang van het wegvervoer vergden tegen het eind van de jaren zestig enorme investeringen, die voor 1986 niet terugverdiend zouden kunnen worden. Het was dientengevolge voor de tuinders op dat moment beter hun bedrijf voortijdig te verplaatsen. In het begin van de jaren zeventig zijn de tuinbouwbedrijven van Waldeck met grote rijks- en gemeentelijke subsidies overgebracht naar de Oostmadepolder (Madestein).
Vervolgens nam de gemeenteraad in 1972 de deelnota ‘wonen in Waldeck’aan, waarin dicht verkavelde sociale woningbouw werd voorgesteld.

Nieuw Waldeck heeft een geheel eigen opzet, onafhankelijk van de omliggende bebouwing. De wijk is door brede groenstroken in vier ongelijke sectoren gedeeld. Elk van de sectoren wordt onderverdeeld door waterstructuren, die schijnbaar willekeurig zijn aangelegd. Ze volgen echter goeddeels de oude waterstructuur van het tuinbouwgebied.
De wijk wordt op vijf plaatsen voor auto's ontsloten. De toegangswegen vertakken zich in doodlopende woonerven en woonpleintjes. Daarentegen is de wijk doorweven met fiets- en wandelpaden, veelal begeleid door groen.
In deze structuur zijn 33 clusters met woningbouw ingepast, die elk een eigen verkaveling en bebouwing hebben gekregen. De clusters zijn door verschillende architecten ontworpen zodat de wijk een zeer gevarieerd karakter heeft.
Het ontbreken van doorgaande wegen voor auto's, de inrichting met doodlopende woonerven en de in zichzelf gekeerde clusterstructuur, geven de wijk een semi-openbaar karakter.

Structurele en/of functionele veranderingen.

Strausslaan nrs. 231-221. Datum opname: 07-11-1979. fotograaf: Dienst voor de StadsontwikkelingEr hebben zich geen grote structurele of functionele veranderingen voorgedaan, anders dan de gefaseerde voortgang van de bebouwing van tuinbouwgrond. In de jaren zeventig hebben vernieuwingen en uitbreidingen van de psychiatrische inrichting Rosenburg plaatsgevonden.

(Bron: Monumenten inventarisatieproject Den Haag 1850-1940. Den Haag 1992)

Meer weten? Lees dan:

J.F.M. Wentholt, De geschiedenis van Bohemen, Waldeck, Meer en Bos en Kijkduin. In: Bohemen, jaargang 20, 1974, nr. 6, p.5-8.

Wijkkrant van Nieuw Waldeck, 1986 -

bron: Gemeentearchief 's Gravenhage