Vroege Middeleeuwen
(400-900)
Omstreeks 400 na Chr. maakte het gebied, dat wij nu Nederland noemen, deel uit van een groter gebied, dat ook wel Lage Landen of Nederlanden wordt genoemd.
Het was gelegen in de uiterste Noord - West hoek van het Romeinse Rijk.
De bevolking bestond grotendeels uit :
In het noorden de Friezen,(West-Friesland en Friesland waren toen nog aan elkaar verbonden)in het midden, tussen de rivieren, de Batavieren (De Betuwe) en in het zuiden(vooral langs de kust) uit Kaninefaten.
406 | Grote volksverhuizing. Namen van Germaanse stammen verdwijnen, behalve die van de Friezen. |
406 | Grote groepen Germanen trekken de Rijngrens over, de Franken veroveren Belgische gebieden. Dit is het begin van het einde van de Romeinse bezetting |
450 | Franken trekken verder naar het zuiden en vormen het Frankische koninkrijk |
476 | Laatste West-Romeinse keizer, Romulus Augustus wordt afgezet en het West Romeinse rijk houdt op te bestaan.
|
481 | Koning Childerik, de zoon van Merovech (waarnaar het geslacht Merovingen is genoemd), sterft. Hij wordt opgevolgd door zijn beroemde zoon Clovis. (Clovis=Chlodovech=Lodewijk) |
493 | Clovis I trouwt met prinses Chlotilde, de dochter van de bourgondische koning Chilperik II. |
498 | Ons land hoort voor het grootste gedeelte bij het Franse Rijk. Clovis laat zich dopen in Reims (door Remigus, bisschop van Riens) tot de allereerste Christen koning van Frankrijk. Met hem worden nog 300 edelen gedoopt tot christen. |
511 | Clovis sterft |
550 | Er wordt een begin gemaakt met de bouw van de St.Servaes kerk in Maastricht |
558 | Clotharis, de Frankische koning onderwerpt de Saksen |
631 | De Frankische koning Dagobert I (629-639) sticht in Utrecht een kapel, die de Wiltenburg wordt genoemd. ( Wiltenburg is de oudere naam van de stad Utrecht en is door een saskische stam, de Wilten gesticht))
Koning Dagobert I
|
677 | De Frieze Koning Aldgisl (vader van Radbod) verleent onderdak aan Wilfried, bisschop van York, die op doorreis is naar Rome. Koning Aldgisl verleent de bisschop zelfs toestemming om te prediken, maar laat zich zelf niet bekeren. |
679 | Aldgisl sterft en wordt opgevolgd door zijn zoon Radbod. Radbo(u)d koning der Friezen, verbrandt de christenkapel, De Wiltenburg |
689 | Radboud wordt bij Dorestad (Wijk Bij Duurstede) door Pepijn II verslagen. Friezen worden terug gedrongen naar het Noorden. |
690 | Op verzoek van Pepijn II komt Willibrord, samen met 11 volgelingen, vanuit Engeland naar Friesland . |
695 | Op 21 november wordt Willibrord tot Aartsbisschop der Friezen gewijd. Hij vestigt zich in Utrecht en bouwt er op de ruines van Dagoberts kapel, (de Wiltenburg) Het Sint Maartensklooster en de St. Salvatorkerk, die tezamen een dubbelkathedraal vormen. Aan het klooster wordt een school verbonden, die tot in ieder geval de 12e eeuw zou uitgroeien tot een belangrijk centrum voor onderwijs en wetenschappen. Vanaf de 13e eeuw fungeert de school slechts nog als een lagere en middelbare school. |
698 | Willibrord sticht een klooster in Echternach (Luxemburg) |
714 | Pepijn II sterft en Radboud maakt gebruik van de verwarring en komt in opstand. Radboud verbrandt kerken en dwingt Willibrord te vertrekken. |
714-719 | Willibrord vlucht zolang naar Echternach in Luxemburg. De onwettige zoon van Pepijn en zijn maîtresse Alpaïs, Karel van Martel (Frankische hofmeier) verslaat de Friezen (Radboud) Hervatting van de christianisatie. |
716 | Bonifatius (= Weldoener, zijn echte naam is eigenlijk Winfrid) komt naar Friesland en zorgt voor de kerstening van de Germaanse stammen. Willibrord komt weer terug en neemt de Friezen voor zijn rekening en bouwt nog meer kerken. |