In het jaar 1830 werd België zelfstandig met als staatsvorm koninkrijk.
Na de afscheiding met België zijn onze munten (meestal de centen, maar ook een kwartje is voorgekomen) geklopt met een B (Belgique) of een L (Leopold). Dit omdat hun nationale munt niet spoedig gereed was.
Als spot zijn er ook nog ingestempeld met R.I.P (Requiescat In Pace). Deze munten zijn beiden thans R.
Ook komen er Belgische 2 Centimes stukken (1835,1836) voor, die geslagen zijn op centen van Koning Willem I. De beeldenaar van deze centen is soms nog gedeeltelijk zichtbaar. Deze munten zijn RR.



Soms zijn ze zo slordig geslagen dat alleen de ene zijde gestempeld is, zodat bijvoorbeeld de voorzijde de Belgische leeuw vertoont, terwijl de keerzijde nog het Nederlandse wapen draagt. Ook bestaat er van deze variant minimaal 1 incuse exemplaar.
De volgende Belgische overslagen zijn bekend;
(Met dank aan Dhr. Ooms voor de gegeven jaartallen.)
In België zijn na 1830 ongeveer 58 miljoen stuks Nederlandse koperen munten (0,5 en 1 centen) ingehouden. De nieuwe Belgische 2 Centime stukken overstroomden ook ons land, waar zij voor Brabantse of Brusselse centen in omloop waren.
De Rijksmunt klaagde er destijds steen en been over. Men vond soms wel 50% Belgische munten onder het koper. De smokkelaars behaalde een aardige winst omdat 100 Brusselse centen slechts 94, 5 cent kostten.
Het Nederlandse Koninkrijk besloot in te grijpen;
Bij koninklijk besluit van 25 juli 1834, werd een invoerverbod in ons land voor deze centen en halve centen uitgevaardigd; er was namelijk gebleken dat bij de Brusselse banken voor Fl. 650.000 aan deze munten voorhanden was, welke met een rabat van 20 a 30 % in Amsterdam werden aangeboden.
In het besluit van 6 september 1841 werd deze regeling weer ingetrokken.
Het heeft tot 1877 geduurd, toen de bronzen pasmunt hier ingevoerd werd, voordat de laatste Belgische stukken uit de omloop verdwenen waren.