Klik hier voor het ontwerp van een 2 cent stuk.
Willem III
Gekroonde leeuw met zwaard en pijlbundel op een veld van azuur met 17 blokken, binnen een parelrand.
Omschrift; Koningrijk der Nederlanden en het jaartal.
Keerzijde; Binnen een krans van 2 samengebonden oranjetakken 2 1/2 - Cent.
Kartelrand, Materiaal; brons.
De stempel is vervaardigd door de graveur Menger.



Bijl Hellebaard
Bijl;
1877 4.000.000 stuks
a. Proefslag met gladde rand. RRRR.
1880 4.000.000 stuks
1883 400.000 stuks. S.
1884 3.600.000 stuks
a. Afslag in goud. 7,87 gram. RRRR


1886 2.000.000 stuks
a. Excentrische misslag.
Uit
eigen collectie.
Hellebaard;
1890 2.000.000 stuks
Wilhelmina
Hellebaard;
1894 1.000.000 stuks. S
(Muntmeesterteken iets groter.)
1898 1.600.000 stuks
(Kleinere afstand tussen munttekens en omschrift.)
Het omschrift met kleinere letters. Muntmeester- en muntteken kleiner.
De leeuw meer heraldisch en met 15 blokken in het veld (i.p.v 17). De waardeaanduiding groter.


Hellebaard
Hellebaard;
1903 4.000.000 stuks
a. Afslag in goud, 8,4 gram. RRRR.
1904 4.000.000 stuks
1905 4.000.000 stuks
1906 8.000.000 stuks
Nieuwe stempels; het wapen is gewijzigd (ander type kroon)
De oranjetakken eveneens van veranderde tekening. Grotere letters.



Zeepaardje Druiventros
Zeepaardje;
1912 2.000.000 stuks
1913 4.000.000 stuks
a. Er bestaat een afslag in zilver, 5,5 gram. Deze munt is echter gegoten en vals.
1914 2.000.000 stuks
1915 3.000.000 stuks
1916 8.000.000 stuks
1918 4.000.000 stuks
1919 2.000.000 stuks
1929 8.000.000 stuks
Druiventros;
1941 19.800.000 stuks (Deze zijn tijdens de Duitse bezetting geslagen)
Zinken munten;
Voorzijde; Het Friese Uleboerd. Omschrift Neder - land
Keerzijde; Waarde-aanduiding. Rechts vier golven en een korenaar.
Door Nico de Haas ontworpen. Gladde rand.


1941 27.600.000 stuks
1942 200.000 stuks
De 2,5 cent uit 1942 is meteen na het maken weer omgesmolten. Slechts enkele stuks zijn aan de smeltkroes ontkomen. Vermoedelijk heeft 1 persoon een handje vol van deze munten meegesmokkeld. Voor zo ver men weet bestaan er nog 16 of 17 stuks.
In dit tijdperk zijn nog de volgende ontwerpen geslagen;
als voorgaande omschrijving, doch met centrale doorboring en drie in plaats van vier golven.


1941
a. Centrum-cirkel zonder gat, zwanen zonder contourlijn. RRRR.
b. Als a, doch zwanen met contourlijn. RRRR.
c. Zonder centrum-cirkel en gat; 3 korte golflijntjes. RRRR.
Tenslotte enkele bijnamen voor dit muntstuk vroeger;
een lap
een halve stuiver
een vierduitstuk
een kluitje / kluut.
Zie het item geschiedenis voor precieze inlevercijfers van deze munteenheid destijds.