Willem I
Gekroonde W tussen het jaartal.
Keerzijde; Gekroond wapen van Nederland tussen 5 - C. Gladde rand.



Utrecht Brussel
Utrecht;
Fakkel;
1818 2500 stuks. RR.
a. Afslagen in goud. 1,7 of 1,85 gram. RRR.
b. Afslag in koper. RRR.


1819 3000 stuks. RR.
1822 47.489 stuks. S.
a. Afslag in goud. 1,8 gram. RRRR.


1827 534.000 stuks
a. Van dit jaar is een incuse exemplaar bekend.


Brussel;
Palmtak;
1825 900.012 stuks
1826 1.021.361 stuks
a. Van dit jaar is een incuse exemplaar bekend.


1827 283.553 stuks
a. Van dit jaar is een incuse exemplaar bekend.
1828 396.690 stuks
Willem II
Borstbeeld naar links, op halsafsnede diepliggend; Schouberg.
Keerzijde; 5 cents binnen twee samengebonden eikentakken.
Rand gekarteld; diameter; 12,5 mm.


Zwaard
Zwaard;
1848 Ongeveer 200 stuks. RR.
a. Afslag in goud. RRRR.
b. Dikke afslag (piedfort). RRRR.
De stempel voor dit muntje kwam niet gereed voor de dood van de koning. Zodoende heeft de eigenlijke muntslag niet plaats gehad.
In 1849 zijn deze met het jaartal 1848 gemunt ter beoordeling van de stempels.
Overig;
Bovendien bestaat het volgende ontwerp;
Voorzijde; Hoofd naar rechts. Keerzijde; waardeaanduiding 5 Cents binnen een parelrand.
Gladde rand; brons. RRRR.

Willem III
Borstbeeld naar rechts, onder borstbeeld: I.P.S.
Keerzijde; 5 cents binnen twee samengebonden eikentakken.
Rand gekarteld; diameter; 12,5 mm.




Zwaard Bijl Bijl met ster
Zwaard;
1850 3.037.000 stuks
a. Open 8
van a bestaan nog weer verschillende varianten namelijk;
b. 50 staat schuin, als het ware cursief.
c. 5 staat lager en de 0 iets naar links gekanteld.
d. 0 staat hoger dan de andere cijfers.
Ook is er een incuse exemplaar bekend.
1853 11.170 stuks. RR.
Bij het bezoek van de koning aan de Munt in zijn tegenwoordigheid geslagen.
a. Er zijn proefslagen bekend met de instempeling 718. RRRR.

718 Geeft het gehalte aan van deze muntjes, het zogenaamde gehalte Levol (0,718). Het zijn proeven met dit hogere gehalte genomen, in verband met de nieuwe zilveren pasmunt voor Ned. Indië.
1855 514.809 stuks
a. zonder punt achter jaartal. R.
1859 400.000 stuks
1862 400.000 stuks
a. Zonder punt achter jaartal. S.
1863 640.000 stuks *
1868 200.000 stuks. S.
1869 500.000 stuks
Bijl;
1876 200.000 stuks
1879 200.000 stuks
a. Afslag in goud. 1,7 gram. RRRR.
Bijl met ster;
1887 100.000 stuks *
a. Afslag in goud. 1,6 gram. RRRR.
* De 5 cent van de jaren 1863 en 1887 hebben geen punt achter het jaartal.
Overig;
Bovendien bestaat de volgende hybride proefslag;
Gekroond Nederlands wapen tussen twee samengebonden eikentakken. (Als zijnde; keerzijde negotiepenning 1851.)
Keerzijde; 5 - Cents in parelcirkel.
Gladde rand; koper.


Ook het volgende ontwerp komt nog voor;
Hoofd van de Koning naar links. (Als zijnde; voorzijde 10 gulden negotiepenning.)
Keerzijde; 5- Cents in parelcirkel doch met ander soort parelrand als voorgaand ontwerp.
Gladde rand.
a. Afslag in brons. RRRR.
b. Afslag in zilver. RRRR.


Wilhelmina
Het volgende ontwerp is voorgekomen;
Hoofd van de koningin naar links; omschift Wilhelmina koningin der Nederlanden.
Keerzijde; Sierlijke 5 met hieronder 2 takken.
Materiaal; koper. Diameter 19,3 mm.


Koninklijke kroon tussen 2 eikentakken. Banderol met Nederland.
Keerzijde; Waarde aanduiding 5 - Cents in een krans van twee samengebonden oranjetakken.
Gladde rand; nikkel.


1907 6.000.000 stuks
1908 4.000.000 stuks
a. Afslag in brons. RRRR.
1909 4.000.000 stuks. S.
a. Afslag in brons. RRRR.
b. Geslagen op dun muntplaatje. 3,4 gram. RR.
Zie het item geschiedenis waarom dit 'avondkwartje' spoedig is vervangen door de 'vierkante stuiver'.
Vruchtdragende tak van een oranje-appel binnen een dubbele rand, waartussen Koningrijk . Der . Nederlanden.
Keerzijde; Waarde aanduiding 5c binnen een parelrand. Het jaartal gedeeld in 2 schelpversieringen links en rechts.
Gladde rand; nikkel.


Deze munten werden ook wel 'nikkeltjes' genoemd.
1913 6.000.000 stuks
a. Excentrische misslag. RR.

1914 7.400.000 stuks
1923 10.000.000 stuks
1929 8.000.000 stuks
1932 2.000.000 stuks
1933 1.400.000 stuks. S.
a. Geschatte aantal; 8 afslagen in tin. R.
Uit
eigen collectie.
1934 2.600.000 stuks
a. Gedraaide slag.
Uit
eigen collectie.
1936 2.600.000 stuks
1938 4.200.000 stuks
1939 4.600.000 stuks
1940 7.200.000 stuks*
* Waarvan ongeveer de helft voor de Duitse bezetting op 14 mei 1940 geslagen, terwijl er 1.200.000 van in 1941 geslagen zijn doch met het jaartal 1940.
Klik hieronder voor;
Alle proefslagen ter ontwikkeling van de cupro-nikkelen stuiver en de vierkante stuiver destijds.
Tijdens de bezetting geslagen in Amerika en bestemd voor Suriname en de Nederlandse Antillen;
Omschrijving als voorgaand.


1943 8.595.000 stuks*
* Geslagen te Philadelphia.
Zinken munten;
Voorzijde; Twee Saksische paardenkoppen onder een stralende zon, in een vierkant.
Keerzijde; 5 c op een veld van azuur in een rand, links negen golven, rechts twee korenaren.
Door Nico de Haas ontworpen. Gladde rand.


1941 32.200.000 stuks
1942 11.800.000 stuks
1943 7.000.000 stuks
Voor wanneer deze munten uit circulatie zijn genomen zie geschiedenis.
Naoorlogse munten;
Voorzijde; Hoofd koningin Wilhelmina naar links, door L.O. Wenckebach.
Keerzijde; Waarde aanduiding 5 Cent en vruchtdragende oranjetak.
Brons, gladde rand.


Visje
Visje;
1948 25.000.000 stuks
Klik hieronder voor;
Juliana
Voorzijde; Hoofd koningin Juliana naar rechts, door L.O. Wenckebach.
Keerzijde; Waarde aanduiding 5 cent
Brons, gladde rand.




Visje Haan Haan met ster
Visje;
1949
a. 2 Exemplaren met de beeltenis van H.M. Juliana naar links i.p.v. rechts. RRRR.
1950 18.600.000 stuks
a. Enkele proefslagen met het woord 'proef'. RRRR.
1951 16.200.000 stuks
1952 14.400.000 stuks
1953 12.000.000 stuks
1954 14.000.000 stuks
1955 11.400.000 stuks
1956 7.400.000 stuks
1957 16.000.000 stuks
1958 9.000.000 stuks
1960 11.000.000 stuks
1961 12.000.000 stuks
1962 15.000.000 stuks
1963 18.000.000 stuks
1964 21.000.000 stuks
1965 28.000.000 stuks
1966 22.000.000 stuks
1967 32.000.000 stuks
1969 5.000.000 stuks
Haan;
1969 11.000.000 stuks
1970 22.000.000 stuks
1971 25.000.000 stuks
1972 25.000.000 stuks
a. Indische vervalsing van een misslag. S.

1973 22.000.000 stuks
1974 20.000.000 stuks
1975 46.000.000 stuks
1976 50.000.000 stuks
1977 50.000.000 stuks
1978 60.000.000 stuks
1979 80.000.000 stuks
Overzicht voorkomende stempelvarianten;
1950-1966 bloemblaadjes tot aan de rand
1966 de 9 met langere staart
1966 de 9 met kortere staart
1967 de bloemblaadjes tot aan de rand
1967 de bloemblaadjes verder van de rand
1969 de bloemblaadjes verder van de rand
1970 de 9 onder het uiteinde van het bloemblaadje
1970 de 9 meer naar links geplaatst
1970 het woord Cent dicht tegen de onderkant aan
1970 het woord Cent iets verder van de onderkant af.
Haan met ster;
1980 252.500.000 stuks

b. Blanco muntplaatje. S.
Uit
eigen collectie.
Klik hieronder voor;
Uitleg over 5 cent en 25 cent 1980 geslagen in aluminium.
Beatrix
Voorzijde; Half portret koningin Beatrix naar links.
Keerzijde; Waarde aanduiding 5 cent daarboven onderbroken rechthoek.
Brons, gladde rand.





Aambeeld Pijl en boog Pijl en boog met ster Vruchtdragende wijnrank
Aambeeld;
1982 47.100.000 stuks
1983 60.200.000 stuks
1984 70.700.000 stuks
a. Afslag in nikkel. RR.

1985 36.100.000 stuks
1986 7.700.000 stuks
1987 33.300.000 stuks
1988 22.600.000 stuks
Pijl en boog;
1989 27.100.000 stuks
1990 39.200.000 stuks
1991 73.000.000 stuks
1992 52.600.000 stuks
1993 40.000.000 stuks
1994 13.900.000 stuks
1995 5.900.000 stuks
1996 39.900.000 stuks
1997 35.900.000 stuks
1998 65.000.000 stuks
1999 16.340.000 stuks
Pijl en boog met ster;
2000 29.900.000 stuks
Vruchtdragende wijnrank;
2001 16.100.000 stuks
Foute slag van een 5 cent op het muntplaatje van een dubbeltje.
Jaartal onbekend. RRR.