Koningin Juliana 1948 - 1980

Juliana was van 4 sept. 1948 tot 30 april 1980 koningin der
Nederlanden, ontving lager en middelbaar onderwijs van enkele daartoe speciaal
aangetrokken pedagogen en onderwijsdeskundigen, volgde van sept. 1927 tot jan.
1930 colleges aan de Rijksuniversiteit te Leiden, werd lid van de Vereniging van
Vrouwelijke Studenten en ontving er in 1930 het eredoctoraat in de letteren en
wijsbegeerte.
In mei 1927 deed zij haar intrede in de Raad van State.
Op 7 jan. 1937 trad zij in het huwelijk met Prins Bernard,
van Lippe-Biesterfeld.
Uit dit huwelijk werden vier dochters geboren; Prinses Beatrix (1938), Irene
(1939), Margriet (1943) en Christina (aanvankelijk Marijke genoemd; 1947).
Na de Duitse overrompeling verliet het prinselijk gezin op 12 mei 1940 - in
overleg met de regering - Nederland.
Tot 2 juni woonde het gezin, na een verblijf van enkele dagen te Londen, in
Gloucestershire.
Daarna vestigde de prinses zich met haar kinderen en een klein gezelschap te
Ottawa in Canada.
Op 3 mei 1945 keerde de prinses in het bevrijde deel van Nederland terug en
enkele weken later vestigde zij zich weer met haar gezin in het paleis Soestdijk.
Nadat zij bij de wet van 10 okt. 1947 tot regentes was benoemd, werd zij op 14
okt. 1947 als zodanig beëdigd.
Op 1 dec. 1947 nam haar moeder weer zelf de regering op zich en van 12 mei 1948
tot 30 aug. 1948 trad prinses Juliana opnieuw op als regentes.
Op 6 sept. 1948 werd Juliana, nadat koningin Wilhelmina op 4 sept. troonsafstand
had gedaan, in een verenigde vergadering van de Staten-Generaal in de Nieuwe
Kerk te Amsterdam ingehuldigd tot koningin.
Op 30 april 1980 deed zij ten gunste van haar oudste dochter afstand van de
troon. Prinses Juliana overleed te Paleis Soestdijk, op 94 jarige leeftijd, 20
maart 2004.
Nadat de nieuwe munten van Koningin Juliana in omloop gebracht waren, zijn alle oude munten langzamerhand ingetrokken en buiten omloop gesteld.
OVERZICHT;
bronzen 0,5 cent
bronzen 2,5 cent op 15 september 1948
zinken 2,5 cent
zilveren 0,5 gulden
zinken 5 cent
zinken 25 cent op 15 augustus 1950
nikkelen 5 cent
zilveren 25 cent
zinken 1 cent op 15 september 1952
zinken 10 cent op 11 september 1953
bronzen 1 cent
zilveren 1 gulden op 15 oktober 1958
zilveren 2,5 gulden op 22 februari 1955
zilveren 10 cent op 19 januari 1960
Ingeleverd Niet ingeleverd
zilveren 2,5 gulden 98,3 % 52.723
zilveren gulden 98,8 % 1.256.285
zilveren 0,5 gulden 91,3 % 1.589.846
zilveren 25 cent 80,9 % 25.815.316
zilveren 10 cent 57,9 % 133.809.140
nikkelen 5 cent 80,2 % 11.062.280
bronzen 2,5 cent 74,8 % 24.082.480
bronzen 1 cent 47,4 % 298.477.100
bronzen 0,5 cent 11,0 % 128.658.800
zinken 25 cent 87,0 % 9.895.628
zinken 10 cent 80,7 % 29.847.900
zinken 5 cent 77,3 % 11.585.820
zinken 2,5 cent 85,8 % 3.938.260
zinken 1 cent 61,4 % 144.163.700
Op 13 augustus 1954 kwam men tot het besluit dat na de invoering van; de stuiver, het dubbeltje, en het kwartje met de beeltenis van Koningin Juliana, er nu ook zilveren guldens en rijksdaalders aangemunt zouden gaan worden. Van twee oude zilveren guldens kunnen bij insmelting 3 nieuwe gemaakt worden. De dikte van de nieuwe gulden is 2/10 mm minder dan de oude, die ongeveer 2 mm dik was. Het ontwerp is van Prof. L.O. Wenckebach, hier vandaan stamt ook de W onder de beeldenaar.
Eenzijdige proef op loden plaat.
De 1 gulden is in omloop gebracht op 16 januari 1956 en de 2,5 gulden op 16 januari 1961, waarmede de naoorlogse vernieuwing van het muntstelsel voltooid is.
In 1966, 1967 werd de zilverprijs op de internationale markt steeds hoger, zodat de zilverwaarde van de rijksdaalder en de gulden boven de nominale waarde kwam te liggen. Daarom is de muntwet op 13 juli 1967 gewijzigd. Hierin is de grondstof voor de gulden en rijksdaalder veranderd van zilver naar nikkel.
Bij het besluit van 14 november 1967 is bepaald dat de beeldenaar van de nikkelen gulden en rijksdaalder gelijk zal zijn aan die van de zilveren.
Deze zilveren guldens en rijksdaalders zijn per 1 januari 1973 buiten omloop gesteld.
Tot 1 juli 1974 zijn ongeveer 104.645.500 stuks van de 187.000.000 stuks aan guldens die er geslagen zijn ingeleverd.
Tenslotte zijn er van de rijksdaalders ongeveer 17.000.000 stuks ingeleverd van de 46.800.000 stuks die er geslagen zijn.