KWALITEITSBEPALINGEN

 

 

Gepolijste stempel / Proof;

Proofmunten zijn geslagen op gepolijste muntplaatjes met gepolijste stempels. De op de munt hoger liggende delen liggen in het stempel verdiept. Bij het polijsten van de stempel worden de dieper liggende delen niet geraakt, deze blijven dus ruw en zorgen ervoor dat op de munt hoger liggende delen mat zijn na het slaan, terwijl het veld glimmend is ten gevolge van het polijsten van de muntplaat en de stempel.

Met een stempel wordt slechts een beperkt aantal munten geslagen. Proofmunten zijn uiterst kwetsbaar, het spiegelend vlak wordt heel gemakkelijk beschadigd en alles is zichtbaar op deze munten. Zelfs de zachtste doek kan hele fijne schuurkrasjes geven. Deze munten mag men uitsluitend aan de rand beetpakken, want vingerafdrukken zijn bijna niet te verwijderen zonder de munt te beschadigen.

Prooflike;

Bij prooflike-munten worden alleen de muntplaatjes gepolijst en de stempels worden met extra zorg behandeld. Per stempel worden meer munten geslagen dan bij proof munten. Soms is er moeilijk onderscheid te maken tussen een prooflike-munt en de eerste afslag van een nieuwe stempel op een toevallig mooi muntplaatje. Ook prooflike-munten zijn zeer kwetsbaar, het spiegelende oppervlak wordt gemakkelijk beschadigd.

FDC (Fleur de coin = bloem van de stempel);

Een munt heeft de kwaliteit FDC op het moment dat de munt uit de pers komt en voordat zijn in de vergaaremmer valt. De munten zijn onbeschadigd, vertonen geen enkel spoor van slijtage of andere gebreken. Volgens bovengenoemde definitie komen FDC munten nauwelijks voor; echter kunnen munten na de slag tijdens transport etc. toch nog volkomen onbeschadigd zijn zodat ze nog FDC genoemd kunnen worden.

UNC (Ongecirculeerd);

Als een munt de pers verlaat is deze FDC. Daarna valt zij in een emmer en wordt dan meestal onmiddellijk UNC. Door het vallen en tijdens verder transport schuren de munten langs elkaar waardoor lichte oppervlakkige beschadigingen ontstaan; verder geldt voor een UNC munt dezelfde omschrijving als bij FDC. 

P (Prachtig);

Is de munt nog maar kort in omloop geweest en vertoont de munt nauwelijks zichtbare sporen van slijtage, dan noemen we de munt prachtig.

ZF (Zeer fraai);

De munt is langer in omloop geweest en vertoond slijtage op de hoger liggende delen. De oorspronkelijke FDC glans is verdwenen. Alle details zijn nog duidelijk zichtbaar maar niet scherp.

F (Fraai);

De munt is lang in omloop geweest en vertoont daarom ook meerdere grote slijtage plekken. De fijnere details zijn vrijwel niet meer zichtbaar.

ZG (Zeer goed);

De munt is zeer lang in omloop geweest en sterk afgesleten. Vooral bij de hoger liggende delen zoals de haren en de leeuw. Gedeelten van de tekst kunnen slecht leesbaar zijn.

G (Goed);

De munt is nog langer in omloop geweest en daardoor zeer sterk afgesleten. Jaartal en muntsoort zijn veelal nog te achterhalen.

De kwaliteiten  ZG en G komen bijna niet voor omdat de munten in deze kwaliteit bijna niet verhandeld of verzameld worden. Alleen zeldzamere jaren hebben nog een zekere waarde in deze kwaliteit. De waarde ZG ligt op ongeveer 30-50 % van de Fraai waarde.

Met een + of een - wordt aangegeven dat een munt iets beter dan wel iets slechter is dan de genoemde kwaliteit. Met F/ZF wordt aangegeven dat de kwaliteit van de totale munt tussen de F en ZF in ligt.

(Bron  NVMH Catalogus 2002)