MINISTERIE  VAN  OORLOG

 

In verband met het toetreden van Nederland tot de NATO moesten de Nederlandse troepen in het buitenland oefenen. In 1951, toen dit voor de eerste keer gebeurde, waren de deviezenbepalingen nog zeer streng.

Iedere militair kreeg toen Fl. 5,- plastic geld mee naar het buitenland voor zijn aankopen in de kantine. De muntstukjes konden na afloop van de manoeuvres weer ingewisseld worden. Dit is vrijwel volledig gebeurd, zodat ze vrij zeldzaam zijn geworden; speciaal de 5 en 1 gulden.

In 1952,1953 en 1954 zijn ze opnieuw gebruikt. Daar er meer militairen aan de manoeuvres deelnamen, werd er een tweede oplage vervaardigd, doch niet van de Fl. 5,- en Fl. 1,- stukken. Deze zijn vervangen door papieren geld.


 

In onderstaand overzicht vind U de oplagecijfers en de precieze gegevens van de plastic munten;

N.B. Deze munten komen zowel in muntslag als in penningslag voor.

1 cent      55.683 stuks     kleur; bruin 

5 cent      91.116 stuks     kleur; wit    

10 cent    90.845 stuks     kleur; blauw

25 cent    83.962 stuks     kleur; groen

Bovenstaande geperste munten zijn vervaardigd door de Hollandse Knopenfabriek te Spakenburg. Sommige stukken zijn dikker, soms zelfs tweemaal, dan de normale. Dit zijn echter geen piedforts.

(Scans; Niek ter Wolbeek)

 

1 gulden   40.000 stuks     kleur; grijs   R.

5 gulden   15.223 stuks     kleur; rose   RR.

Op het middengedeelte van de gulden zijn 3 streken van het spuiten te zien, door een oneffenheid aan de rand.

Vervaardigd door Luxor plastics N.V. te Amsterdam. Deze munten waren in het midden te dun en braken spoedig. (300 stukken van 1 gulden werden later gebroken ingeleverd.)