Van ontwerp tot stempel.
Dit verhaal is een uittreksel uit het artikel 'van ontwerp tot stempel' door Margo Bos van 's Rijks Munt.
Munten, penningen, medailles - iedereen weet hoe ze er uitzien. Maar hoe
worden ze gemaakt? en wat is er voor nodig?
Er is heel wat werk aan de winkel voordat munten of penningen kunnen worden
geslagen. Om te beginnen moeten er stempels komen. Een (munt)stempel is een
stalen gereedschap met een afbeelding die in een metalen plaatje wordt
overgebracht door een (munt)pers. De kwaliteit van dit gereedschap is heel
bepalend voor de kwaliteit van het eindprodukt. Bij 's Rijks Munt wordt hieraan
erg zwaar getild. De vervaardiging van stempelgereedschap en stempels vindt dan
ook in beginsel volledig binnen eigen bedrijf plaats.
De werkzaamheden in het wordingsproces van ontwerp tot stempel, zijn
gewoonlijk aan ieders blikveld onttrokken. In dit verhaal zetten we die
veelomvattende eerste stap op het pad naar een nieuw produkt eens in de
schijnwerpers. Het is een proces met twee gezichten: er komen moderne technieken
en machines aan te pas, maar er is ook een aanzienlijk stuk werk dat nog is
omgeven met een oud-ambachtelijk aureool.
De
werktekening.
Het
gipsontwerp.
Zo worden alle onderdelen van het ontwerp met reliëfhoogteverschillen uiterst secuur met de hand in het gips uitgewerkt. De elementen met een vaste reliëfhoogte (letters, parelrand) worden met sjablonen via een pantograaf (een graveermachine) in spiegelbeeld in het gipsmodel overgebracht.
Als het gipsmodel compleet is en tot in de kleinste details
is afgewerkt, wordt een afgietsel in flexibel rubber gemaakt (opwaarts).
Dit model wordt in een enigszins holle schaal gelegd; daarvan wordt vervolgens
een bol gipsmodel gegoten (inwaarts). De uiteindelijke productiestempels moeten
een weinig bol zijn omdat het aanpersen van het metaal tijdens de muntslag dan
vloeiender verloopt. Met andere woorden: het metaal vloeit dan gemakkelijker in
de gravure. De mate van bolling is afhankelijk van het ontwerp en het te
gebruiken muntmetaal.
Afgietsel
in rubber.
Van dit gipsmodel wordt weer een afgietsel gemaakt (opwaarts), dit keer in
kunststof met een harde, slijtvaste oppervlaktelaag. Dat is nodig omdat dit
model wordt gebruikt in de volgende fases bij het verkleinen.
Tenslotte worden met de hand de laatste details in dit model bijgewerkt.
De
reductiemachine.
Hoe gaat dit verkleinen in zijn werk? Dat gebeurt op een reduceerbank of
reductiemachine. Die machine heeft een vaste arm; aan het ene uiteinde bevindt
zich een zogenaamde 'taster' die het model aftast, aan het andere uiteinde zit
een freesje, dat in staal snijdt. De taster wordt precies op het middelpunt van
het model geplaatst, het freesje op het middelpunt van het bovenvlak van een cilindervormig
stuk 'zacht' staal.
De reduceerbank wordt ingesteld op de gewenste verhouding. Bij een verhouding
van 4:1 betekent dit, dat de gravure vier keer verkleind moet worden aangebracht
in het staal. Als de machine draait, werkt de taster in buitenwaartse richting
het langzaam draaiende model af; aan de andere kant van de arm neemt het freesje
de bewegingen verkleind over en 'kopieert' zo elk detail in het staal. Dit
proces wordt twee keer uitgevoerd:
In de Stempelmakerij worden de productiestempels ten behoeve van de muntslag
vervaardigd. De standtijd van stempels - dat is het aantal munten of penningen
dat met 1 stel stempels kan worden geslagen - varieert, al naar gelang de
gravure, het gebruikte metaal, de gewenste oppervlaktekwaliteit (circulatie, fdc,
proof), etc. Kortom: tijdens de muntslag treedt slijtage op, zodat gewoonlijk
meerdere stempels nodig zijn.
De productiestempels worden uit het poinçoen 'getrokken', zoals men dat bij 's
Rijks Munt noemt. Het komt er op neer dat de gravure van het poinçoen met een
hydraulische pers inwaarts in een cilindervormig stuk 'zacht' metaal wordt
geperst. De officiële benaming van deze bewerking is 'hobben'. Het staal
(stempelprop geheten) is voorbewerkt in een flauwe punt aan een der
uiteinden.
De productiestempels worden vervolgens gedraaid in de vorm die nodig is om ze in
de muntpers te kunnen bevestigen. Om de vereiste hardheid te verkrijgen worden
de stempels daarna in de hardkamer behandeld op dezelfde wijze als het poinçoen.
De volgende stap moet weer handmatig worden uitgevoerd; de stempels worden
afgewerkt in de gewenste kwaliteit van het eindproduct. Stempels voor
circulatiekwaliteit worden opgeslepen, stempels voor fdc-produkten worden eerst
gepolijst en daarna zacht gematteerd en stempels voor proof-produkten worden
hoogglans gepolijst en gematteerd.
Tenslotte worden de stempels ter verhoging van de duurzaamheid hardverchroomd:
langs elektro- chemische weg wordt een dunne, doch zeer harde en sterke
chroomlaag op het staal aangebracht. De laatste afwerking wordt met de hand
uitgevoerd. Na deze bewerking kunnen de productiestempels naar de muntfabriek.

( bron http://www.numismania.cyberforce.nl/
)